Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 04.10.2000
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Hof van Beroep te Gent d.d. 04-10-2000
1997/AR/1959
In de zaak van :
D. P. F., bakker, wonende te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Gent, onder nr. …, en met BTW-nr. …
appellant,
hebbende als raadsman Mr. V. A. J., advocaat te … (…), …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Administratie der belasting over de toegevoegde waarde, Registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te 9230 WETTEREN, Gentsesteenweg 93,
geïntimeerde,
hebbende als raadsman Mr. V. A. E., advocaat te …, …
Velt het Hof volgend arrest :
Bij verzoekschrift ter griffie van het Hof neergelegd op 28 juli 1997 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis op 7 april 1997 uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, dertiende kamer.
Er wordt geen bewijs van betekening van dit vonnis voorgelegd.
Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.
Het geschil betreft een verzet tegen een dwangbevel inzake de BTW.
De retroacta
Op 3 februari 1992 werd lastens de appellant, die een bakkerij uitbaatte, een procesverbaal opgesteld door de Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI), met betrekking tot de jaren 1985 tot 1988.
Op 19 augustus 1992 werd op grond van dit proces-verbaal een dwangbevel uitgevaardigd en dat bevel werd, behoorlijk geviseerd en uitvoerbaar verklaard, op 24 augustus 1992 aan de appellant betekend. De administratie vorderde betaling van … fr. ontdoken BTW, … fr. boete (waarvan … fr. wegens het niet-bewaren van de vervoerdocumenten), … fr. interest tot 20 september 1992 en de wettelijke interesten aan 0,80 % per maand vanaf 21 september 1992.
Op 23 november 1992 heeft de appellant verzet aangetekend tegen dit dwangbevel.
De bestreden heffing werd gevestigd op grond van gegevens gevonden in een 'zwarte' boekhouding van een leverancier van de geïntimeerde, de NV N. M. van Gent en Brugge.
De in het dwangbevel opgenomen boete van … fr. wegens het niet kunnen voorleggen van vervoerdocumenten, werd bij beslissing d.d. 19 maart 1993, door de administratie verminderd tot … fr.
Bij het bestreden vonnis werd het verzet ongegrond verklaard.
De argumenten van de partijen
De appellant stelt dat de stukken waarop de geïntimeerde steunt, afkomstig zijn uit een zwarte boekhouding van de NV N. M. van Gent en Brugge, welke hem niet tegenstelbaar is, dat de beweerde inschrijvingen op zijn naam teruggevonden in de zwarte boekhouding van deze NV niet worden bevestigd door andere gegevens, dat de loutere vermelding van zijn naam geen gekend gegeven is dat volstaat om op zijn naam een aanslag te vestigen of om als grondslag te dienen van vermoedens en dat de opgave in een proces-verbaal van hetgeen ambtenaren zouden gevonden hebben in een strafdossier, de werkelijkheid van de leveringen niet bewijst. Hij vraagt dan ook de hervorming van het bestreden vonnis met inwilliging van zijn verzet.
De geïntimeerde vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis.
Beoordeling
1. De toelating van de Procureur-generaal :
Terecht heeft de eerste rechter geoordeeld dat de administratie kan steunen op de gegevens van een strafdossier dat werd opgesteld lastens andere verdachten. Wanneer de administratie op rechtsgeldige wijze toelating heeft bekomen om het strafdossier in te zien, dan kan zij de gegevens van dit dossier ook gebruiken tegenover derden. De toelating tot inzage, verleend door de Procureur-generaal, is algemeen en beperkt het gebruik van de aangetroffen gegevens niet tot de personen welke werden vermeld in de vraag tot kennisname van het dossier.
2. De bewijskracht van het proces-verbaal :
De administratie steunt op de vermeldingen vervat in het proces-verbaal dat door haar ambtenaar werd opgesteld na inzage van het strafdossier lastens de NV N. M. van Gent en Brugge.
De vermeldingen vervat in dit proces-verbaal gelden tot het bewijs van het tegendeel. Deze bijzondere bewijskracht van het proces-verbaal betreft echter enkel het feit dat in de zwarte boekhouding van de NV N. M. van Gent en Brugge inschrijvingen op naam van de appellante werden gevonden, maar niet de effectieve levering van de daarin vermelde producten en hoeveelheden, daar dit geen vaststelling is welke werd gedaan door de ambtenaar.
3. De beweerde schending van de rechten van verdediging :
Het blijkt uit niets dat de bekentenissen welke de appellant heeft afgelegd op 25 september 1990, onder druk zouden bekomen zijn : de loutere bewering van de appellant levert dienaangaande geen bewijs.
4. Hoewel de vermeldingen in de zwarte boekhouding van de NV N. M. van Gent en Brugge geen vaststaand bewijs kunnen leveren tegen de appellant, toch kunnen ze wel een vermoeden scheppen dat kan worden aangevuld door andere vermoedens.
Het wordt niet betwist dat in de boekhouding van de NV N. M. van Gent en Brugge, naast de identiteitsgegevens van de appellant ook een code I/ was vermeld; deze code betekent, volgens het personeel van de N. M. van Gent en Brugge, dat bij elke officiële levering van meel 2.000 kg zonder factuur (of 'in het zwart') diende bijgeleverd te worden.
Uit de processen-verbaal van de ambtenaren van de BBI blijkt dat er, naast de inschrijvingen in de zwarte boekhouding van de NV N. M. van Gent en Brugge, nog andere vermoedens bestaan, te weten :
- het feit dat de appellant veel meer gist had aangekocht dan normaal nodig was voor de verwerking van de officieel aangekochte hoeveelheid meel;
- het feit dat ook de aangekochte hoeveelheid zout in dezelfde richting wijst;
- het feit dat fouten werden aangetroffen in de boekhouding;
- en vooral, het feit dat de appellant op 25 september 1990 uitdrukkelijk heeft erkend dat hij de aangerekende hoeveelheden meel heeft aangekocht in het zwart.
Het feit dat het personeel van de NV N. M. van Gent en Brugge (verantwoordelijken en uitvoerend personeel) bekend heeft dat de meeste bakkers meer meel aankochten dan werd gefactureerd, kan, omwille van zijn algemeenheid, geen concreet vermoeden vormen lastens alle bakkers, zonder uitzondering, of, in casu, tegen de appellant. En de omstandigheid dat andere bakkers de juistheid van de inschrijvingen in de zwarte boekhouding van de NV N. M. van Gent en Brugge hebben aanvaard, is evenmin tegenstelbaar aan de geïntimeerde. Deze beide gegevens tonen echter wel aan dat niets de hierboven aangehaalde vermoedens ontkracht.
Te dezen zijn er dan ook voldoende gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens die toelaten aan te nemen dat de appellant de aangerekende hoeveelheden 'zwarte' bloem heeft aangekocht en dat de ambtshalve aanslag derhalve gegrond is.
5. Inzake de geldboete voor het niet-bewaren van de vervoerdocumenten (reeds verminderd door de administratie), worden geen middelen aangevoerd.
OP DEZE GRONDEN,
HET HOF,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;
Ontvangt het hoger beroep en doch verklaart het ongegrond;
Bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis.
Veroordeelt de appellant tot de kosten van de aanleg in zijnen hoofde niet te begroten gezien ze eigen blijven en in hoofde van de geïntimeerde begroot op … fr. rechtsplegingsvergoeding, volgens opgave.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, DERTIENDE KAMER rechtsprekende in burgerlijke zaken, heden 4 OKTOBER TWEEDUIZEND, door :
alleenrechtsprekend Kamervoorzitter L. G.,
bijgestaan door griffier C. S..
S. G.
ZITTING VAN : 7 APRIL 1997, 13e Kamer-B.Z.
AR 92/66.029/A
In de zaak van :
D. P., …;
eiser,
verschijnende door Mr. V. H., advocaat te …,. …;
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, administratie der Belasting over de Toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Wetteren, wiens kantoor gevestigd is aldaar aan de Gentsesteenweg 93;
verweerder,
verschijnende door Mr. Y. N., loco Mr. J.-P. W., beiden advocaat te …, ….
De rechtbank verleent het volgend vonnis nadat de partijen gehoord werden in hun middelen en conclusies en na kennisname der overgelegde stukken;
1. Bij eiser werd door de controlerende ambtenaren op 25.9.1990, 1.10.1990, 18.11.1991 en 25.11.1991 telkens toezicht verricht op de juiste toepassing van de BTW-wetgeving en -reglementering. Door gemelde ambtenaren werd aan eiser ter kennis gebracht dat er een gerechtsdossier bestond lastens de NV D. N. M. van Gent en Brugge waarin zich vaststellingen bevonden lastens hem in verband met zijn aankoop van "zwarte bloem", zijnde bloem zonder factuur;
Deze vaststellingen werden opgenomen in het proces-verbaal van 3.2.1992;
Gelet op deze vaststellingen heeft de gewestelijke directeur van BBI, Directie A te Brussel op 4 februari 1992 een ambtelijke aanslag opgelegd aan eiser, waarvan de beslissing hem werd betekend op 6 februari 1992;
Door P. V. D. B., inspecteur van de 7de inspectie BBI te Brussel werd op 15.12.1991 een beslissing opgemaakt tot bepaling van de boete lastens eiser wegens het niet bewaren van 74 vervoerdocumenten;
Volgens verweerder is eiser haar de volgende som verschuldigd :
- BTW … FR
- boete wegens niet tijdige betaling van de BTW … FR
- boete wegens het niet bewaren van 74 vervoerdocumenten … FR
bedragen te vermeerderen met de wettelijke en moratoire intresten;
Aangezien elke betaling uitbleef werd door de BTW-ontvanger te Wetteren op 19.8.1992 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 11.8.1992 geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard en op 24.8.1992 aan eiser ter kennis gebracht; hiertegen heeft laatstgenoemde op 23.11.1992 verzet aangetekend;
2. Door eiser wordt gesteld dat het dwangbevel en het hierop gesteunde proces-verbaal, gebaseerd zijn op gegevens afkomstig uit het strafdossier dat werd opgesteld lastens de beheerders van de NV D. N. M. van Gent en Brugge;
Door de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel werd weliswaar bij brief d.d. 21.12.1987 aan verweerder toelating gegeven tot inzage en afschrift van het dossier, maar deze toelating dient volgens eiser, gelet op het geheim karakter van het gerechtelijk onderzoek, zeer strikt te worden geïnterpreteerd en kan dan ook enkel aanleiding geven tot inning t.a.v. de beheerders van de hogervermelde vennootschap;
Uit de verleende toelating blijkt volgens eiser niet dat verweerder het strafdossier betreffende de N. M. van Gent en Brugge lastens hem mocht aanwenden;
3. Met betrekking tot de door eiser afgelegde bekentenissen stelt hij dat hiermee geen rekening mag worden gehouden aangezien deze werden afgelegd onder een druk waaraan een normaal mens niet kan weerstaan;
4. overwegende dat de machtiging tot inzage van een strafdossier in het kader van een BTW-onderzoek haar oorsprong vindt in de bepalingen van art. 1, § 1 en 2 van de Wet van 28 juli 1938, gewijzigd bij artikel 34 van de Wet van 20 augustus 1947, die aan alle belastingen gemeen zijn en worden geregeld zowel door art. 235, § 1 WIB als het gelijkluidend artikel 211 W.Z.G.T.;
Dat elke ambtenaar van een belastingbestuur van de Staat, regelmatig belast met een controle of een onderzoek in verband met de toepassing van een bepaalde belasting bij een natuurlijke of een rechtspersoon, van rechtswege gemachtigd is alle inlichtingen op te zoeken of in te zamelen die de juiste heffing van alle door deze persoon verschuldigde andere belastingen kunnen verzekeren (art. 34, § 3 Wet van 20.8.1947);
Dat uit de tekst van de toelatingen verleend door de Procureurgeneraal niet blijkt dat deze machtigingen enige beperkingen bevat ten inzake inzage en het nemen van afschriften van het strafdossier met het oog op de zetting en/of invordering van de indirecte belastingen;
Dat, gelet op de toelating van de Procureur-generaal die geen verwijzing inhoudt naar een specifieke wettekst en rekening houdend met de algemene bevoegdheden van de administratie van de BBI, dient aangenomen dat de Wet van 28 juli 1938, zoals gewijzigd door de Wet van 20 augustus 1947, van toepassing is;
Dat verweerder in casu over de nodige toelatingen beschikte en deze rechtmatig heeft verkregen;
5. Overwegende dat eiser tevens stelt dat de Wet van 28 juli 1938 voorziet dat een individuele machtiging vereist is bij inzage en kopiename van dossiers teneinde gegevens te verzamelen lastens verschillende belastingplichtigen;
Dat deze stelling niet kan gevolgd worden nu blijkt dat artikel van de wet van 28 juli 1938 hieromtrent geen enkele beperking voorziet;
6. Overwegende dat de administratie is uitgegaan van een aantal gegevens die lastens eisers kunnen worden weerhouden, te weten :
- de bekentenissen van de leverancier (stuk 1 verweerder);
- het bestaan van geregelde handelsbetrekkingen tussen eiser en zijn leverancier hetgeen een leugen vanwege de leverancier nadele van eiser als klant onwaarschijnlijk maakt aangezien deze leverancier geen enkel voordeel heeft wanneer hij een goede aanwijst als medewerkende aan fraude;
- dat werd vastgesteld dat er facturen voorhanden waren uitgaande van de N. M. van Gent en Brugge voor leveringen van officiële bloem rond dezelfde data als deze die uit de zwarte boekhouding blijken;
- een proces-verbaal d.d. 25.1.1989 van een vertegenwoordiger van de N. M. van Gent en Brugge die de gebruikte fraudetechnieken duidelijk uiteenzet (stuk 4 verweerder);
- de bekentenissen van eiser zelf die toegeeft zwarte bloem te hebben aangekocht (stuk 6 verweerder). Door eiser wordt wel voorgehouden dat deze bekentenissen onder zeer grote druk zouden zijn afgelegd, zijn bewering wordt echter geenszins door hem bewezen;
7. Overwegende dat - zoals hierboven uiteengezet – er in casu een serie van feitelijke vermoedens voorhanden zijn die de zwarte leveringen van bloem aan eiser staven;
8. Overwegende dat volgens eiser de gegevens waarop verweerder zich steunt enkel en alleen bestaan uit eenzijdige verklaringen waarop hij geen enkele mogelijkheid van repliek had bij de inzameling ervan; er is bijgevolg schending van de rechten van verdediging in zijnen hoofde zodat deze stukken uit het dossier dienen te worden geweerd;
9. Dat zijn grieven betrekking hebben op het strafdossier dat gevoerd werd lastens de verantwoordelijken van de N. M. van Gent en Brugge en niet op een gebeurlijke schending van een fiscale Wet;
Dat een algemene machtiging tot inzage van een strafdossier, zoals in casu het geval, toelaat dat deze gegevens gebruikt worden ten overstaan van derden;
Dat de stukken uit het strafdossier dan ook niet geweerd moeten worden uit huidige procedure aangezien eiser zijn verweer integraal kan naar voor brengen;
10. Overwegende dat, gelet op het bovenstaande, het bewezen voorkomt dat door eiser zwarte aankopen van bloem werden verricht, ·dat de ambtelijke aanslag door verweerder verantwoord was en niet overdreven; dat eiser het tegendeel niet bewijst en derhalve zijn verzet als ongegrond voorkomt;
11. Overwegende dat verweerder bij besluiten d.d. 8.9.1993 stelt dat hij de boete van … frank heeft teruggebracht tot … frank. Akte wordt .hem hiervan verleend;
Dat de rechtbank niet de bevoegdheid heeft om deze geldboeten te verminderen of kwijt te schelden; dat zij enkel de wettelijkheid van de boeten kan beoordelen;
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak, alle andersluidende, meeromvattende en tegenstrijdige conclusies verwerpend, verklaart de vordering ontvankelijk doch wijst ze af als ongegrond.
Veroordeelt eiser tot de kosten gevallen aan de zijde van verweerder, begroot op … frank (opgegeven som).
Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van zeven april 1997 van de dertiende kamer, zitting houdende in burgerlijke zaken, der rechtbank van eerste aanleg, zetelend te Dendermonde.
Aanwezig :
de heer M. D., rechter, voorzitter van de dertiende kamer;
mevrouw M. V. d. B., griffier.
M. D. M. V. d. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.