Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 28.03.2002
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Hot HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN VIJFDE KAMER rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :
Zitting van 28 maart 2002
EINDARREST
Inzake : 1999/AR/1334
De BELGISCHE STAAT, Administratie der BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur der BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 4;
appellant,
tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 22 maart 1999,
vertegenwoordigd door Mr. A. v. L. d. J., advocaat te …, …;
tegen :
…, wonende te …, …;
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Mr. W. H. loco Mr. V. D., advocaat te …, …;
1. De antecedenten en de vorderingen
De ontvanger van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen heeft op 10.04.1996 een dwangbevel uitgevaardigd, waarbij van (destijds herbergier) werd gevorderd :
• BTW : … EUR (… BEF)
• boete : … EUR (…. F),
• interesten p.m.
Dit dwangbevel, dat op 11.04.1995 uitvoerbaar was verklaard en op 16.04 1996 ter kennis van … was gebracht, was gesteund op een proces-verbaal d.d. 02.04.1996, waarin de opsteller, naast enkele posten waarover thans geen betwisting meer bestaat, had beslist tot een meeromzet op grond van een onderzoek dat had plaatsgevonden bij NV A., bij wie … regelmatig dranken had·afgenomen en waar, volgens de Belgische Staat, een systeem van zwarte leveringen bestond.
Op 29.04.1996 heeft … de Belgische Staat doen dagvaarden om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, teneinde dit dwangbevel te horen vernietigen en te horen zeggen voor recht dat hij de gevorderde BTW en de boete niet verschuldigd is.
In het bestreden vonnis d.d. 22.03.1999 overwoog de eerste rechter dat het hem niet mogelijk was, zonder voorlegging van alle facturen en de volledige lijst der dagontvangsten te oordelen of de Belgische Staat wel de juiste conclusies heeft getrokken op grond van de door hem gedane vaststellingen. De eerste rechter zegde daarom voor recht dat het dwangbevel nietig en van generlei grondslag was tenzij wat betreft het bedrag van … EUR (… BEF) - betrekking hebbende op een niet bewezen beroepskost - en de daarmee in verhouding staande boete.
De Belgische Staat heeft op 06.05.1999 hoger beroep ingesteld. Hij brengt thans de op naam van … voor evenals de, volgens hem, op die facturen slaande dagontvangstenlijsten en besluit tot de ongegrondheid van de vordering hoger beroep.
2. Beoordeling
Het doel en de grondslag van de vorderingen werden, zo in feite als in rechte, in de hieraan voorafgaande procedurestukken uiteengezet Het hof verwijst ernaar.
2.1. Uit het proces-verbaal d.d. 13.09.1996 blijkt dat de opstellers hebben vastgesteld dat :
• NV A. dagelijks factureerde en daarbij gebruik maakte van een op computer gehouden boekhouding;
• NV A., met het oog op de boekhoudkundige verwerking van de leveringen, de leveringsgegevens per klant kon oproepen en deze manipuleren teneinde ofwel alles conform levering te factureren, ofwel niets te factureren, ofwel een gedeelte wel en een gedeelte niet te factureren en met dien verstande dat, hetgeen niet werd gefactureerd, automatisch werd geboekt als dagontvangst.
Eveneens blijkt uit ditzelfde proces-verbaal dat de opstellers de leveringsbons zelf niet meer hebben kunnen terugvinden - dat zij bij hun proces-verbaal enkel een “bestelbevestiging” konden voegen van 03.10.1991, zijnde de dag waarop hun onderzoek aanving, bevestigt hun vermoeden dat deze formulieren na de boekhoudkundige verwerking meteen werden vernietigd (dit is inderdaad slechts een vermoeden en geen vaststelling, vermits niet blijkt dat zij van dergelijke vernietiging getuige zijn geweest)·- en dat zij getracht hebben hetgeen … in werkelijkheid aankocht te achterhalen door de leveringen, zoals zij – volgens de Belgische Staat - werden gesplitst tussen het gefactureerde en het naar de “dagontvangst” afgevoerde terug samen te brengen.
De opstellers menen dat zij in hun opzet zijn geslaagd door zich te steunen op “de datum en de unieke volgorde van de bestelde dranken per klant, hierbij bemerkend dat voor sommige dranken, de bestelde hoeveelheid volledig hetzij op de factuur ofwel op de dagontvangstenlijst voorkomt, het feit dat de nummering voorkomend op de facturen en de nummering op de listing "A. Dagontvangsten steeds in volgorde verloopt”.
2.2. De Belgische Staat legt elke op naam van … uitgeschreven factuur voor, telkens samen met het uittreksel van de lijst van dagontvangsten waarop o.m telkens de, volgens hem, in werkelijkheid aan … gedane levering wordt weergegeven.
Het hof stelt vast dat de lijsten van dagontvangsten normaal oplopende volgnummers vermelden in een kolom met titel “Bon”. Nu blijkt dat, systematisch, de laatste posten vóór een nieuw volgnummer wordt ingevoerd, de terugname van leeggoed betreffen, is het duidelijk dat de opgave van levering van dranken en terugnemen van leeggoed onder een bepaald volgnummer, telkens de weergave van één levering aan één welbepaalde klant vormen. De Belgische Staat heeft dus correct onderzocht door alle posten onder één volgnummer te beschouwen als één levering.
In de lijsten “A. Dagontvangsten” vindt het hof geen vaste volgorde waarin de soorten dranken per bon worden weergegeven, wat er eerder op wijst dat de volgorde gewoon deze is waarin de dranken hetzij werden besteld, hetzij uit magazijn werden gehaald. Daarentegen valt het op dat de volgorde van de dranken zoals deze op de lijsten “A. Dagontvangsten” voorkomt onder de door de Belgische Staat aangemerkte bonnummers telkens overeenstemt met de volgorde van dranken die opgenomen is in de op naam van … uitgeschreven factuur, die door de Belgische Staat als bij de dagontvangst horend wordt aangemerkt, uiteraard voor zover deze dranken zowel op de lijst als op de factuur voorkomen. Het hof begrijpt dat het dit is wat de opstellers in hun proces-verbaal de ”unieke volgorde” noemen. Hiermee is meteen een antwoord gegeven op de vragen die … betreffende deze volgorde stelt.
Uit de voorgebrachte uittreksels van de lijsten van dagontvangsten blijkt dat de Belgische Staat de leveringen die in de dagontvangsten staan vermeld op grond van het criterium van de volgorde der producten vrij systematisch heeft kunnen koppelen aan facturen (zie de bijgeschreven factuurnummers). De Belgische Staat zet overigens uiteen dat de controle bij de NV A. leidde tot een controle bij 81 afnemers, wat erop wijst dat zij gelijks volgorde op een bonnummer op de lijst dagontvangsten en een op dezelfde dag uitgeschreven factuur ten aanzien van even zovele afnemers terugvond. Bovendien is het opvallend dat, volgens de in het proces-verbaal opgenomen vaststellingen, de documenten met gelijke volgorde van producten (bons op de lijst en facturen) eveneens in gelijke volgorde aansluiten.
Gelet op het feit dat er dagelijks werd gefactureerd - wat het aantal bons en het aantal facturen per dag sterk beperkt en dus ook het toeval weinig kans laat - terwijl de niet-gefactureerde leveringen per bon van zulke aard zijn dat het onmogelijk om leveringen aan particulieren kan gaan (zie de leveringen van vaten bier) - bewijst de Belgische Staat op die wijze dat de door haar aangemerkte leveringen, voorkomend op de in het proces-verbaal d.d. 13.09.1993 aangemerkte lijsten “A. Dagontvangsten” onder de aangeduide bonnummers, aan … werden gedaan en een loutere toepassing zijn van de door de opstellers van het proces-verbaal vastgestelde mogelijkheid tot afsplitsing van een levering tussen factuur en dagontvangst.
Gelet op de vaststellingen dat het boekhoudprogramma ervoor zorgde dat de geleverde goederen die niet op de factuur werden opgenomen, automatisch als dagontvangst werden geboekt, is er geen reden aan de juistheid van deze lijst te twijfelen, te meer nu NV A. er geen enkel belang bij kon hebben meer goederen als verkocht in haar boekhouding op te nemen dan zij in werkelijkheid had verhandeld.
Dispositif
OM DIE REDENEN
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak.
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;
Verklaart het hoger beroep gegrond;
Wijzigt het bestreden vonnis;
Verklaart de vordering van … ongegrond;
Verwijst … in de kosten van het geding in beide aanleggen en begroot deze aan de zijde van de Belgische Staat op … EUR (rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg) en … EUR (rechtsplegingsvergoeding hoger beroep).
Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van achtentwintig maart tweeduizend en twee
waar aanwezig waren :
de heer E. H., Raadsheer, wnd. Voorzitter,
de heer E. L., Raadsheer,
de heer J. E., Raadsheer,
mevrouw G.V., Griffier.
G. V. J. E. E. L. E. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.