Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 29/11/2000
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Het Hof van Beroep zetelende te Antwerpen, negende kamer, recht doende in correctionele zaken, verleent het volgende arrest :
Van het arrest Nr. 113 P 98
en 993 P 98 van het parket
teruggave O.S. inbreuk OP het BTW-Wetboek
Inzake van het Openbaar Ministerie
ZAAK I : Parket nr. 113 P 98 :
en van de burgerlijke partijen :
1. D. F., geboren te … op 25 juli 1952, wonende te …, …, woonst kiezende ter studie van Mr. M. V. S., advocaat te …, …,
het onderzoek niet geopend zijnde ingevolge deze aanstelling als burgerlijke partij wat betreft de tenlasteleggingen C.V, E en F. IX;
vertegenwoordigd door Mr. H. K., Advocaat bij de balie te …;
2. DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de Bijzondere Belastingsinspectie, Directie Antwerpen, Italiëlei 4 bus 5, te 2000 Antwerpen;
vertegenwoordigd deer Mr. P. B. loco P. V. d. S., Advocaat bij de te …;
Overwegende dat deze vordering warde gesteund op de feiten van de tenlasteleggingen E., F., G. en H. en ertoe strekt beklaagde te horen veroordelen tot betaling van :
- BTW : … Fr.
- administratieve geldboeten : … Fr.
- intrest van 21.03.1992 tot 10.07.1997 : … Fr.
- moratoire intresten tot 10.07.1997 : … Fr.
totaal :
… Fr., te vermeerderen met de intresten vanaf 20 oktober 1997 en de gerechtelijke intresten;
Overwegende dat, voor zover gesteund op de feiten van de tenlastelegging E., de vordering van de burgerlijke partij als niet gegrond moet worden afgewezen, nu deze feiten enkel een poging tot het gebruik van een vals B.-50 document betreffen en deze poging verijdeld werd door de inbeslagname van de goederen door de douane aan de grens;
Overwegende dat, voor zover de vordering van deze burgerlijke partij gesteund wordt op de feiten van de tenlastelegging F.I., II. b), met betrekking tot de facturen, vermeld onder de tenlastelegging C. II. b), en d), IV. b), VI. g) en h), X, XI, XIII, G.I., II, V, voor zoverre niet bewezen verklaard, H.I., II. c), IV, voor zoverre niet bewezen verklaard, G.V., met betrekking tot de facturen van de tenlastelegging A.XVI.c. en H. VI. b) voor zoverre niet bewezen verklaard, het hof niet bevoegd is om hierover te oordelen, gelet op de vrijspraak;
Overwegende dat de tenlastelegging F het ontduiken van BTW, middels het opnemen van valse facturen of het niet opnemen van facturen in de boekhouding van de diverse betrokken firma's, tot voorwerp heeft;
Overwegende dat de BTW aan de burgerlijke partij BELGISCHE STAAT niet verschuldigd is ingevolge het al dan niet opnemen van facturen, respectievelijk B.-50-documenten, in de boekhoudingen van de respectieve firma's waaraan werd gefactureerd
Dat het al dan niet opnemen van de facturen van de tenlasteleggingen in de boekhoudingen van de betrokken vennootschappen enkel gebeurde om de reeds aan de burgerlijke partij verschuldigde BTW te ontduiken;
Dat deze BTW derhalve reeds verschuldigd was op het ogenblik dat de opgestelde facturen, al naar gelang het geval niet, dan wel, in de diverse boekhoudingen werden opgenomen, zodat deze BTW geen schade kan zijn, die hierdoor werd veroorzaakt;
dat de schade, die de burgerlijke partij leed ingevolge de in hoofde van beklaagde D. bewezen verklaarde feiten van de tenlasteleggingen F., enkel kan bestaan in de vertraging die zij opliep bij het innen van de haar verschuldigde belastingen;
Dat, bij gebrek aan gegevens dienaangaande deze schade thans slechts kan worden begroot op … Fr. Provisioneel;
Overwegende dat, voor zover de vordering van deze burgerlijke partij wordt gesteund op de feiten van de tenlastelegging G.V en H. V I.b), zij ontvankelijk en gegrond is ten belope van … Fr.
Dat, voor zover gesteund op de feiten van de tenlastelegging H. II. a), de vordering ontvankelijk en gegrond is ten belope van … Fr.
Dat, voor zover gesteund op de feiten van de tenlastelegging H. II. b), de vordering ontvankelijk en gegrond is ten belope van … Fr.
Dat, voor zover de vordering van de burgerlijke partij gesteund wordt op de in hoofde van beklaagde D. bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging H.III. :
- de vordering ontvankelijk en gegrond is ten belope van :
… Fr. (H. III.a) 3))
… Fr. (H. III.b) 1))
… Fr. (H. III.b) 2))
… Fr. (H. III.b) 3))
… Fr. (H. III.b) 4))
- de vordering slechts ontvankelijk en gegrond kan verklaard worden ten belope van … Fr. provisioneel naarmate zij betrekking heeft op de schade, geleden ingevolge de feiten van de tenlasteleggingen H. III a) 1) en 2) voor zover bewezen verklaard, bij gebrek aan berekening van de verschuldigde BTW en S-taks op de invoeren en omzetten, waarvoor de schuld van beklaagde bewezen werd verklaard;
Dat, voor zover de vordering van de burgerlijke partij gesteund wordt op de in hoofde van beklaagde D. bewezen verklaarde feiten van de tenlastelegging H. IV, de vordering slechts ontvankelijk en gegrond verklaard kan worden ten belope van … Fr. provisioneel, naarmate zij betrekking heeft op de schade, geleden ingevolge deze feiten, bij gebrek aan berekening van de verschuldigde BTW en S-taks op de betrokken invoeren en omzetten;
Dat, voor zover de vordering van de burgerlijke partij gesteund wordt op de feiten van de tenlastelegging H. VI. a), zij ontvankelijk en gegrond is ten belope van het gevorderde bedrag van … Fr.
Dat, voor zover gesteund op de feiten van de tenlastelegging H. VI. b), de vordering van de burgerlijke partij ontvankelijk en gegrond is ten belope van ... Fr.
Recapitulatie :
- …,-
- …,-
- …,-
- …,-
- …,-
- …,-
- …,-
- …,-
- …,-
- …,-
- … fr. prov. (feit F, in zoverre bewezen verklaard),
- … fr. prov. (feit H. III. A) 1) en 2) in zoverre bewezen verklaard),
- … fr. prov. (feit H. IV in zoverre bewezen verklaard),
totaal : … Fr.
Overwegende dat de administratieve geldboeten, intresten en moratoire intresten, die door de burgerlijke partij worden gevorderd geen schade is, die zij leed ingevolge de feiten van de tenlasteleggingen;
Dat de vordering van de burgerlijke partij op deze punten niet ontvankelijk is;
Met betrekking tot de vordering van de burgerlijke partij D. F. opzichtens beklaagde D.
Overwegende dat de eerste rechters beklaagde veroordeelden tot betaling aan deze burgerlijke partij van een morele schadevergoeding van … Fr. en een materiële schadevergoeding van … Fr. en de burgerlijke partij de bevestiging vordert van het bestreden vonnis;
Overwegende dat niet blijkt dat deze burgerlijke partij ingevolge het gebruik door beklaagde van de facturen van de tenlastelegging C.V. schade heeft geleden, terwijl uit het dossier anderzijds wel blijkt dat de burgerlijke partij zelf dienaangaande aan de BBI een onjuiste verklaring aflegde;
Dat de vordering van deze burgerlijke partij ontvankelijk, doch ongegrond;
ZAAK II (parket nr. 993 P 98) :
Met betrekking tot de vordering van de burgerlijke partij BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW opzichtens beklaagde V. C. :
Overwegende dat in het bestreden verzet vonnis d.d. 25 juni 1998 de benaming van deze burgerlijke partij ten onrechte werd gestipuleerd als "DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de Bijzondere Belastingsinspectie" in plaats van de correcte benaming "DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW"; dat het Hof deze materiële vergissing rechtzet;
Overwegende dat de vordering van deze burgerlijke partij ontvankelijk en gegrond is ten belope van het gevorderde bedrag aan BTW van … Fr.
Overwegende dat de vordering tot betaling van administratieve geldboeten en intresten niet ontvankelijk is, nu het alhier geen schade betreft, die veroorzaakt werd door de feiten van de tenlasteleggingen;
OM DIE REDENEN,
HET HOF, recht doende bij verstek opzichtens beklaagde D. V. C. en op tegenspraak opzichtens de overige partijen;
Gelet op de artikelen en wetsbepalingen aangehaald in de voormelde tenlasteleggingen F, G en H, alsook de artikelen :
- 2, 11, 12, 14, 24, 31 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935,
- 21 tot 26 van de wet van 17 april 1878 gewijzigd door de wet van 30 mei 1961, door artikel 25 van de wet van 24 december 1993 en door artikel 3 van de wet van 11 december 1998,
- 1, 3, 7, 25, 38, 40, 42, 43, 42.3°, 43bis, 44, 45, 51, 52, 56/2, 65, 66, 79, 80, 193, 196, 197, 213, 214 van het Strafwetboek,
- 1 en 8 van de wet van 29 juni 1964 zoals o.m. gewijzigd door de wetten van 10 februari 1994 en 22 maart 1999,
- 3 en 4 van de wet van 17 april 1878,
- 1382 van het Burgerlijk Wetboek,
- 1 van de wet van 5 maart 1952 gewijzigd door artikel 1 van de wet van 24 december 1993,
- 28 en 29 van de wet van 1 augustus 1985 gewijzigd door artikel 3 van de wet van 24 december 1993,
- 58 van het KB van 18 december 1986,1
- 91 van het KB van 28 december 1950 gewijzigd door artikel 1 van het KB van 23 december 1993,
- 66, 162, 185, 186, 190, 194, 210, 211, 212, 226 en 227 van het Wetboek van strafvordering,
Ontvangt de hogere beroepen en er recht op doende;
Ontvangt het verzet van beklaagde D. V. C. tegen het verstekvonnis d.d. 19 december 1997;
Voegt de zaken I (parket nr. 113 P 98) en II (parket nr. 993 P 98) samen en recht doende door één enkel arrest;
Stuit de verjaring van de strafvordering, zoals voormeld;
Preciseert de geïncrimineerde periode met betrekking tot de tenlastelegging F. XVI lastens beklaagde A. D. als volgt :
"tussen 4 juni 1990 en 31 augustus 1990” in plaats van "tussen 4 juni 1990 en 13 januari 1993”;
Herstelt de materiële vergissingen :
- Zegt voor recht dat de geboortedatum van beklaagde V. C. luidt "14 juli 1957” in plaats van "27 oktober 1957”, zoals verkeerdelijk werd vermeld in het bestreden verzet vonnis d.d. 25 juni 1998 en de ermee samenhangende beroepsakten;
- Zegt voor recht dat de tijdsbepaling der tenlasteleggingen sub B. V. 1 en B. V. u met betrekking tot beklaagde V. C. dient gelezen te worden als volgt :
• tenlastelegging B.V. 1 "op 22 december 1990'' in plaats van "op 22 december 1990";
• tenlastelegging B. V. u "op 12 maart 1992" in plaats van "op 12 maart 1993";
- Zegt voor recht dat de tijdsbepaling der tenlasteleggingen C. I. a.11) en C. II. c.2) met betrekking tot beklaagde D. dient gelezen te worden als volgt :
• tenlastelegging C .I. a. 11) "op 14 september 1990" in plaats van "op 14 september 1990";
• tenlastelegging C. II. c. 2) "op 5 december 1990" in plaats van "op 5 december 1990";
- Zegt voor recht dat de naam van de burgerlijke partij in zaak II, gericht tegen beklaagde D. V. C. luidt "DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW" in plaats van "DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de Bijzondere Belastingsinspectie", zoals verkeerdelijk werd vermeld in het bestreden verzet vonnis d.d. 25 juni 1998;
Bevestigt tevens het herstel van de overige materiële vergissingen in de dagvaarding zoals reeds gedaan in het vonnis d.d. 19 december 1997;
Op strafgebied :
1. wat beklaagde A. D. betreft :
Verklaart beklaagde niet schuldig aan de hem ten laste gelegde feiten sub : A. I, B. I, D. I, F. I, G. I, H. I, A. III.b, F. IV. b, A. IV, F.V, A.VI, B.III, A.XI, F.X, H. IV, met betrekking tot de facturen vermeld onder A.XI, A.XII, F.XI, H. IV, met betrekking tot de facturen vermeld onder A.XII, A.XIV, B. IV, F.XIII en H. IV, met betrekking tot de facturen vermeld onder A. XIV, A. XVI.c), d), F.XVI (zoals gepreciseerd qua tijdsbepaling) met betrekking tot de facturen vermeld onder A.XVI c) en d), G. 'V, H. VI. b, in zoverre deze betrekking hebben op de facturen, vermeld in de tenlasteleggingen A. XVI. c) en d), C. I. a) 7) b, C. I. a) 20) b) , C. I. a)22a), F. II.b, met betrekking tot de facturen, vermeld sub tenlastelegging C. II.b, D. II. b, F. II. b, met betrekking tot de B.-50 documenten, vermeld in de tenlastelegging D.II.b, D.III.a), behalve 3), 6), 13), 15), 34), 35), 46b), 47, 65a) en 72, D. III .b), behalve 2), D. III .c), behalve 2), 18), 23), 29) en 59) en D.III.d), F.VI.g) en h), H.III.b)3) en 4) met betrekking tot de B.-50 documenten van de tenlastelegging D. III. d), D.V.14, F.VIII, met betrekking tot het B.-50 document van de tenlastelegging D.V.14, F. II. d, G. II en H. II. c
Spreekt beklaagde hiervoor VRIJ;
Verklaart beklaagde schuldig aan de overige hem ten laste gelegde vermengde feiten, het overige feit der tenlastelegging sub F.XVI ( zoals hiervoor gepreciseerd qua tijdsbepaling) en veroordeelt hem dienvolgens hoofdens de overige hem ten laste gelegde vermengde feiten tot een gevangenisstraf van DERTIG MAANDEN en een fiscale geldboete van … FRANK … Fr. of een vervangende gevangenisstraf van drie maanden i
Verklaart het bedrag van … Fr. verbeurd ten laste van beklaagde overeenkomstig de artikelen 42, 3° en 43bis van het Strafwetboek;
Stelt vast dat beklaagde D. zich bevindt in staat van wettelijke herhaling;
Bevestigt het bestreden vonnis d.d. 19 december 1997 in zoverre het :
- beklaagde veroordeelde in de kosten
- beklaagde verplichtte tot betaling van een vergoeding van … frank;
- beklaagde verplichtte tot betaling van een bijdrage van … FRANK, door verhoging met 1.990 opdeciemen gebracht op … frank;
- de teruggave beval van de boekhoudkundige stukken aan de betrokken handelaars, meer bepaald de overtuigingsstukken neergelegd ter griffie van de correctionele rechtbank te Antwerpen onder de nummers O.S. 1689/92 en 3 2 51 / 92 aan A. D.;
Veroordeelt beklaagde in de kosten van strafvordering in hoger beroep, in zijnen hoofde begroot op … frank, al de kosten in beide aanleggen ondeelbaar veroorzaakt zijnde door de thans nog aangehouden misdrijven;
2. wat beklaagde D. V. C. betreft :
Bevestigt het bestreden verzet vonnis d.d. 25 juni 1998 in al zijn beschikkingen met de enkele wijziging dat er in hoofde van beklaagde geen bijzondere verbeurdverklaring uit vermogensvoordelen, conform de artikelen 42, 3° en 43bis van het Strafwetboek meer wordt uitgesproken;
Veroordeelt beklaagde in de kosten van de strafvordering in hoger beroep, in zijnen hoofde begroot op … frank;
Op burgerrechtelijk gebied :
1. wat de vordering der burgerlijke partij F. D. betreft tegen beklaagde A. D. :
Wijzigt het bestreden vonnis d.d. 19 december 1997;
Verklaart de vordering van deze burgerlijke partij ontvankelijk, doch ongegrond;
Verwijst de burgerlijke partij F. D. in de kosten van haar vordering in beide aanleggen, deze voorgeschoten door de openbare partij begroot op … frank;
2. wat de vordering der burgerlijke partij DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de Bijzondere Belastingsinspectie betreft tegen beklaagde A. D. :
Wijzigt het bestreden vonnis d.d. 19 december 1997;
Verklaart de vordering van deze burgerlijke partij niet ontvankelijk in zoverre zij strekt tot betaling van administratieve geldboeten, interesten en moratoire intresten en legt de kosten desbetreffend in beide aanleggen te haren laste;
Verklaart de vordering van deze burgerlijke partij ontvankelijk doch ongegrond in zoverre gesteund op de feiten der tenlastelegging E, en legt de kosten desbetreffend in beide aanleggen te haren laste;
Verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering van deze burgerlijke partij in zoverre gesteund op de feiten waarvoor vrijspraken werden verleend en legt de kosten desbetreffend in beide aanleggen te haren laste;
Verklaart de vordering van deze burgerlijke partij voor het overige ontvankelijk en in de hierna volgende mate gegrond;
Veroordeelt beklaagde A. D. tot betaling aan deze burgerlijke partij, als schadevergoeding, de som van … FRANK (… frank), te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 20 oktober 1997 tot op heden en met de gerechtelijke intresten vanaf heden;
Veroordeelt beklaagde A. D. tevens tot betaling aan voornoemde burgerlijke partij, als schadevergoeding de som van drie maal … (… frank) provisioneel (tenlastelegging F, H. III. a) 1) en 2) en H. IV, in zoverre bewezen);
Veroordeelt beklaagde A. D. in de overige kosten van deze burgerlijke vordering in beide aanleggen, deze voorgeschoten door de openbare partij begroot op … frank;
3. wat de vordering der burgerlijke partij DE BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW betreft tegen beklaagde D. V. C.;
Wijzigt het bestreden verzet vonnis d.d. 25 juni 1998;
Verklaart de vordering van deze burgerlijke partij niet ontvankelijk in zoverre zij strekt tot betaling van de administratieve geldboeten, intresten en moratoire intresten en laat de kosten desbetreffend in beide aanleggen te haren laste;
Verklaart de vordering van deze burgerlijke partij voor het overige ontvankelijk en n de hierna volgende mate gegrond;
Veroordeelt beklaagde D. V. C. tot betaling aan deze burgerlijke partij, als schadevergoeding de som van … FRANK (… frank), te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 20 oktober 1997 tot op heden en met de gerechtelijke intresten vanaf heden;
Veroordeelt beklaagde D. V. C. in de overige kosten van deze burgerlijke vordering in beide aanleggen, deze voorgeschoten door de openbare partij begroot op … frank;
De Nederlandse taal werd uitsluitend gebruikt;
Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzetting van de negende kamer van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN op NEGENENTWINTIG NOVEMBER TWEEDUIZEND,
waar aanwezig waren :
L. M., Voorzitter,
E.L., Raadsheer,
I. V. D., Raadsheer,
M. S., Advocaat-generaal,
J. V. D., Griffier.
Op het ogenblik van de uitspraak van huidig arrest, waarover de heren G. V. C., Voorzitter en S. D. M., Raadsheer mede hebben beraadslaagd overeenkomstig artikel 778 van het Gerechtelijk Wetboek, worden deze Magistraten, wettig verhinderd zijnde, vervangen door respectievelijk de heren L. M., Voorzitter en E. L., Raadsheer, hiertoe aangewezen overeenkomstig artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek, bij bevelschrift van de Heer Eerste Voorzitter van het Hof van Beroep te Antwerpen in datum van heden.
J. V. D. I. V. D. E. L. L. M.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.