Cour d'appel d'Anvers, 25 septembre 2000 · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Cour d'appel Anvers 25 septembre 2000

Rechercher
Texte en néerlandais

Cour d'appel d'Anvers, 25 septembre 2000Taxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/cour-appel-anvers-2000-09-25-cf67

Juridiction
Cour d'appel
Siège
Anvers
Date
25 septembre 2000

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

57 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 25.09.2000

Résumé non fourni

Texte de l’arrêt

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN, VIJFDE KAMER rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :

Zitting van 25 september 2000

Inzake : 1995/AR/1274

G. Z., vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, gevestigd in het gemeentehuis van te …, …;

appellante,

tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt d.d. 13 maart 1995,

vertegenwoordigd door Mr. C. B. loco Mr. S., advocaat te …, …;

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor van de BTW te 3500 Hasselt, Boudewijnlaan 4;

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. P. D. S., advocaat …;

In een stuk dat als hoofding "Offerteaanvraag : sporthal Gemeente …" draagt werd een overeenkomst opgenomen en ondertekend op 1 augustus 1988.

Deze overeenkomst werd aangegaan door de Gemeente … en een tijdelijke vereniging van NV l. en de algemene ondernemingen H. V..

De gemeente verleende aan de tijdelijke vereniging het opstalrecht op haar terrein, nader omschreven in de akte, met het oog op de oprichting van een sporthal.

Dit recht van opstal werd verleden voor de burgemeester in een akte van 13 oktober 1988.

Met instemming van de gemeente werd het recht van opstal (met bijhorende verbintenissen) overgedragen door de tijdelijke vereniging aan NV B..

De sporthal werd opgericht.

NV B. werd failliet verklaard.

Geen BTW werd betaald voor de oprichting van de sporthal.

Krachtens de bepalingen van de overeenkomst was de gemeente eigenaar geworden van de sporthal bij de oplevering ervan.

In een PV opgesteld door de hoofdcontroleur van de BTW te Lanaken op 31 maart 1992 kwam de fiscus tot het besluit dat het in werkelijkheid ging om een aannemingscontract overeenkomst en dat de gemeente een bedrag van … BEF als BTW verschuldigd was.

Op 27 mei 1992 werd dienovereenkomstig een dwangbevel uitgevaardigd en op 16 juni 1992 aan de gemeente … betekend waarin betaling gevorderd werd van … BEF te vermeerderen met de intresten en de kosten.

De gemeente … tekende verzet aan tegen deze aanslag.

Het bestreden vonnis van 13 maart 1995 van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt verklaarde het verzet ongegrond.

Appellante tekende hoger beroep aan bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 7 april 1995.

Zij meent niets verschuldigd te zijn.

Geïntimeerde concludeert tot de bevestiging van het bestreden vonnis.


Overwegende dat de fiscus niet gehouden is tot de benaming die de contractspartijen aan hun overeenkomst hebben gegeven en gerechtigd is te bewijzen dat hetgeen partijen werkelijk overeen zijn gekomen een belastbare handeling uitmaakt;

Overwegende dat de eerste rechter terecht verwezen heeft naar hetgeen op p. 3 van het PV van 31 maart 1992 werd uiteen gezet met betrekking tot de werkelijke draagwijdte van de overeenkomst dat volgende gegevens erop wijzen dat de contractpartijen niet de vestiging van een zakelijk recht van opstal voor ogen hadden maar een aannemingsovereenkomst :

- het zogezegde recht van opstal was zeer beperkt in duur nl. enkel de tijd die nodig was voor het optrekken van de sporthal in kwestie,

- de zogezegde opstalhouder mocht geen gebouw naar keuze oprichten maar enkel het gebouw zoals voorgeschreven in het lastenboek opgesteld door de gemeente

- de oprichter verbond er zich toe de gebouwen niet af te breken en deze kosteloos over te maken aan de gemeente

- de gemeente stelde zich hoofdelijk borg voor het krediet dat de oprichter zou aangaan bij het Gemeentekrediet om de bouw te financieren;

Overwegende· dat aan deze gegevens vervat in het PV nog het volgende kan toegevoegd worden :

- de tegenprestatie die de gemeente moest leveren voor de verkrijging via natrekking bestond enkel in het verlenen van een concessie gedurende een bepaalde periode aan een door de zogezegde opstalhouder aan te duiden derde. Deze tegenprestatie ging slechts in vanaf de beëindiging van het zogezegde opstalrecht

- de overeenkomst draagt als titel "offerteaanvraag" en wordt tevens in de hoofding omschreven als overeenkomst "tot bouw en exploitatie van een polyvalent sportcomplex"

- in de uitwerking van de overeenkomst wordt de formule van het recht van opstal slechts behandeld als middel van uitvoering van het werkelijk voorwerp van de overeenkomst : de bouw van een sporthal in opdracht van de gemeente;

Overwegende dat de omstandigheid dat de contractspartijen de overeenkomst hebben uitgevoerd zoals overeengekomen voorgaande niet weerlegt en niet verhindert dat aan de werkelijke inhoud van de overeenkomst de juiste draagwijdte dient verleend met het oog op de juiste fiscale behandeling ervan; dat de uitwijdingen in conclusies van appellante over het opstalrecht niet van aard zijn voormelde gevolgtrekking uit de feitelijke gegevens te weerleggen; dat spijts de beweringen van appellante genoemde feitelijke gegevens bewijzen dat de overeenkomst in kwestie als een aannemingsovereenkmst dient te worden beschouwd;

Overwegende dat de fiscus derhalve terecht de BTW verschuldigd op de bouw van de sporthal vordert van appellante; dat over de cijfermatige berekening blijkbaar geen betwisting bestaat;

Dispositif

OM DIE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep ongegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis;

Veroordeelt appellante tot de kosten van het hoger beroep, deze tot op heden aan de zijde van geïntimeerde begroot op … BEF rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van vijfentwintig september tweeduizend

waar aanwezig waren :

de heren E. H., Raadsheer, wnd. Voorzitter

E. L., Raadsheer

P. B., Raadsheer

Mevrouw G. V., Griffier.

G. V. P. B. E. L. E. H.