Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 22.05.2000
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN, VIJFDE KAMER, rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :
Inzake : 1997/AR/262
A. V., wonende te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Hasselt onder nr. …;
appellant,
tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt d.d. 23 december 1996;
vertegenwoordigd door Mr. J. B. loco Mr. F. S., advocaat te …, …;
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Ministerie van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het Tweede BTW-ontvangkantoor te Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Koning Boudewijnlaan 4;
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Mr. P. B. loco Mr. P. V. D. S., advocaat te …, …;
Appellant is beenhouwer en onderging een controle van de bevoegde ambtenaren van BTW met betrekking tot de jaren 1985 en 1986.
Vastgesteld werd dat hij zelf bereide salades en slachtafval verkocht en niet aangegeven werden.
Op basis van de hoeveelheid in de bewuste periode aangekochte mayonaise en documenten in verband met het verkochte afval berekenden de ambtenaren een omzetverhoging.
Appellant tekende verzet aan tegen het dwangbevel waarin van hem … BEF BTW gevorderd werd, … BEF boete, de intresten en de kosten.
Het bestreden vonnis van 23 december 1996 van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt verklaarde dit verzet ongegrond.
Appellant tekende hoger beroep aan bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 27 januari 1997.
Wat betreft de omzetverhoging gesteund op de aangekochte mayonaise
Overwegende dat geïntimeerde niet enkel moet bewijzen dat appellant een grotere omzet heeft gerealiseerd dan aangegeven maar tevens de juistheid moet aantonen van de herberekende belastbare grondslag; dat dit bewijs kan geleverd worden door vermoedens;
Overwegende dat om de totale verkochte hoeveelheid door appellant zelf bereide salades te berekenen geïntimeerde aanneemt dat de salades uit 35 % mayonaise bestaan dat deze verhouding slechts een vermoeden blijkt te zijn dat op geen enkel controleerbaar feitelijk gegeven rust, de omstandigheid dat appellant dit aan de controlerende ambtenaar zelf zou hebben meegedeeld doet niet af aan de vaststelling dat het gaat om een vermoedelijke verhouding;
Overwegende dat appellant tevens betwist dat al de aangekochte mayonaise gediend heeft voor de bereiding van zelf gemaakte salades; dat geen bewijs voorligt van het tegendeel; dat de berekening van de meeromzet ervan uitgaat dat alle aangekochte mayonaise in de bewuste periode gediend heeft voor de bereiding van salades; dat ook dit slechts een vermoeden blijkt te zijn;
Overwegende dat aldus blijkt dat het vermoeden van de werkelijke omzet steunt op andere vermoedens en niet op vaststaande feitelijkheden, dat het aldus aangevoerde bewijs door vermoedens niet kan aanvaard worden;
Overwegende dat de beweerde meeromzet waarop de in het aangevochten dwangbevel gevorderde bedragen steunen derhalve niet bewezen is;
Wat betreft de herberekening van de omzet verkocht vlees
Overwegende dat de controlerende ambtenaar is uitgegaan van de hoeveelheid door appellant verkochte afval, waarvoor facturen bestaan; dat hij berekend heeft dat de hoeveelheid vlees die appellant officieel aankocht slechts 1,639 kg beenderafval zou kunnen afleveren; dat hij hieruit besluit dat 1,303 kg beenderafval afkomstig moet zijn van onofficiële vleesaankopen; dat hij vervolgens berekend heeft dat op die manier appellant 10.,593 kg rundvlees meer heeft omgezet dan opgegeven; dat hij deze meeromzet uiteindelijk begroot op … BEF.
Overwegende dat de berekening die de controlerende ambtenaar heeft gemaakt van welke hoeveelheid aangekocht vlees de aldus verkochte beenderen afkomstig moeten geweest zijn arbitrair is, dat blijkens het PV de ambtenaar op 1 en 2 september de inhoud van de afvalbakken heeft nagekeken; dat onduidelijk blijft waarop zijn "vaststelling" is gebaseerd dat 80 % van de afval uit beenderen bestond; dat er van enige onderzoeksverrichting geen sprake is; dat de vaststelling blijkbaar steunt op een raming "op zicht";
Overwegende dat het vanzelf spreekt dat dergelijke bewijsvoering niet beantwoordt aan de vereisten van art 1349 BW; dat het vermoeden van de meeromzet niet gebaseerd blijkt te zijn op vaststaande gegevens of bekende feiten;
Overwegende dat derhalve de beweerde meeromzet waarop de betwiste belasting en boete steunt niet bewezen is;
Dispositif
OM DIE REDENEN:
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;
Verklaart het hoger beroep gegrond;
Wijzigt het bestreden vonnis;
Verklaart het verzet gegrond;
Zegt rechtens dat appellant niet gehouden is de in hst dwangbevel d.d. 5 april 1990 gevorderde bedragen te betalen en veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling van alle reeds in uitvoering van dit dwangbevel ontvangen bedragen te vermeerderen met de intresten;
Veroordeelt geïntimeerde tot de kosten van beide aanleggen, deze tot op heden aan de zijde van appellant niet begroot bij gebrek aan opgave.
Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van tweeëntwintig mei tweeduizend.
Waar aanwezig waren :
de heren E. H. Raadsheer, wnd. Voorzitter;
E. L. Raadsheer;
P. B. Raadsheer;
Mevrouw G. V. Griffier.
G. V. P. B. E. L. E. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.