Champ d'application, service, opération imposable, exonération, autre exemption · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 18 décembre 2003

Rechercher
Texte en néerlandais

Champ d'application, service, opération imposable, exonération, autre exemptionTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-operation-imposable-tribunal-gand-2003-12-18-8600

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
18 décembre 2003

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais

Le texte de ce document est en néerlandais.

Texte

69 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 18.12.2003

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

ZESDE FISCALE KAMER – OPENBARE TERECHTZITTING VAN 18 DECEMBER 2003

02/1190/A - In de zaak :

NV E. S. met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het HR …, met BTW-registratienummer BE …,

eiseres,

voor wie optreedt mr. M. D. S., advocaat, te … (…), …;

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, destijds Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Gent, wiens kantoren gevestigd zijn te 9000 Gent, Martelaarslaan 23,

verweerder,

voor wie optreedt mr. C. D., advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

1. RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 20.11.2003, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidend dagvaardingsexploot, betekend op 11.3.2002, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers van partijen.

2. DE VORDERING

De vordering strekt ertoe verzet te doen tegen het dwangbevel RCIV … nr. … uitgevaardigd door G. S. e.a. Inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Gent op 14.6.2001, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 18.6.2001 door e.a. Inspecteur E. M. bij de BTW-controle Zelzate, daartoe gemachtigd door de Gewestelijke directeur van de BTW, Registratie en Domeinen en aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 10.7.2001 en meer bepaald dit dwangbevel integraal te horen vernietigen met veroordeling van verweerder tot de gerechtskosten en tot terugbetaling van de hiermee verband houdende ten onrechte ingehouden en/of ontvangen bedragen.

3. FEITEN EN GESCHIL

Eiseres heeft de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige wegens haar activiteit van reisbureau en verhuur van onroerende goederen.

Eiseres is eigenares van 4 appartementen-zakenflats te … en 3 appartementen-vakantieverblijven te ….

Op 4.4.2000 vond bij eiseres een controle plaats door de heer J. D. P. van de AOIF te Gent over de periode 1.9.1995 tot 31.12.1998.

Bij die controle werd vastgesteld dat, volgens eiseres, de 4 appartementen-zakenflats te … en de 3 appartementen-vakantieverblijven te … worden aangewend voor het verschaffen van gemeubeld logies en deze handelingen aan de BTW onderworpen zijn op grond van art. 18, § 1, tweede lid, 10° W.BTW.

Volgens de administratie van verweerder gaat het hier echter om verhuur van onroerende goederen, die op grond van art. 44, § 3, 2° W.BTW van BTW is vrijgesteld.

Verweerder brengt dan ook bij toepassing van art. 45, § 1 en 46, § 2 W.BTW de BTW terug, die eiseres in aftrek heeft gebracht met betrekking tot de aankoop, inrichting, herstelling, onderhoud, erelonen en dergelijke van bedoelde appartementen-zakenflats en appartementen-vakantieverblijven.

Een voorstel tot minnelijke regeling werd voor niet-akkoord terug bezorgd aan de administratie; eiseres deed tevens afstand van de reeds verlopen termijn van verjaring.

Bij processen-verbaal van 26.6.2000 en 21.9.2000 werden door de bevoegde ambtenaren bijkomende vastgestelde feiten geacteerd.

Bij gebrek aan minnelijk akkoord werd bij proces-verbaal van 23.11.2000 gesteld dat eiseres volgende bedragen verschuldigd is :

- BTW : … EUR

- geldboete : … EUR

- intresten van 0,8 % per maand bij toepassing van artikel 91, § 1 W.BTW vanaf 21.1.1999.

Op 14.6.2001 werd lastens eiseres een dwangbevel uitgevaardigd, waartegen eiseres bij de onderhavige geding inleidende dagvaarding d.d. 11.3.2002 verzet doet.

4. BESPREKING

1. Eiseres stelt dat aan de laattijdige processen-verbaal d.d. 26.6.2000 en 21.9.2000 niet de bewijswaarde kan worden toegekend, zoals aan een normaal proces-verbaal, aangezien de feiten van huidig geding zich situeren in de periode van september 1995 tot december 1998.

Samen met verweerder stelt de rechtbank vast dat er geen enkele BTW-wetsbepaling is, die bepaalt binnen welke termijn een proces-verbaal dient te worden opgesteld of betekend. Dit betekent dat de administratie, zolang de verjaring niet is ingetreden, het proces-verbaal door de controleambtenaar kan laten opstellen om het aan te wenden als bewijsmiddel van de door de verbalisant vastgestelde overtreding.

De processen-verbaal d.d. 26.6.2000, 21.9.2000 en 23.11.2000 gaan uit van de vaststellingen, welke gedaan zijn in de boekhouding, de contracten en van de vaststellingen ter plaatse.

Alles wijst er op dat de feitelijke toestand ongewijzigd is gebleven sinds het begin van de gecontroleerde periode. Eiseres ontkent dit trouwens niet.

Het enkele feit dat het proces-verbaal werd opgesteld is geen grond tot nietigheid van het proces-verbaal, noch van het dwangbevel waarbij het medebetekend werd.

2. De vraag, die aan het oordeel van de rechtbank wordt onderworpen, betreft de kwalificatie van de overeenkomsten, welke werden gesloten m.b.t. de appartementen-zakenflats te … en de appartementen-vakantieverblijven te ….

Moeten deze overeenkomsten worden aanzien als onroerende verhuur (stelling administratie) of gaat het om diensten, onderworpen aan de BTW m.n. “het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en in inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend” (stelling eiseres).

M.b.t. de appartementen-zakenflats

Eiseres beweert dat deze flats ter beschikking worden gesteld met speciale verblijfsservice, waaromtrent een overeenkomst werd gemaakt met de NV B. B. F.

Uit de voorgelegde stukken, inzonderheid een type “huurcontract”, blijkt dat het contract alle kenmerken van een gewoon huurcontract heeft; het blijkt geenszins dat eiseres aan de huurders enige speciale verblijfsservices verstrekt en aangerekend heeft.

Weliswaar worden bijkomende diensten zoals onderhoud, droogkuis, strijken, internet enz. afzonderlijk via tussenkomst van NV B. B. F. geleverd, doch deze NV treedt hierbij op in eigen naam en voor eigen rekening zonder enige opdracht van eiseres. Deze werkwijze wordt ook bevestigd door de verantwoordelijke van de N.V. B. B. F. de heer R. (stuk 3 verweerder).

Met verweerder moet dan ook worden aangenomen dat eiseres zich in casu beperkt tot de loutere verhuur van gemeubelde onroerende goederen, zodat deze handeling krachtens art. 44, § 3, 2° W.BTW is vrijgesteld van BTW.

Dat eiseres aan de NV B. B. F. een commissie betaalt van 12 %, terwijl slechts 8 % gebruikelijk zou zijn voor de houder van een exclusief huurmandaat, is ter zake irrelevant, nu het partijen vrijstaat de grootte van het commissieloon te bepalen.

M.b.t. de appartementen-vakantieverblijven te ….

Eiseres beweert dat een permanente hotelservice aan de verblijfhouders wordt verzekerd, doch beperkt er zich toe in haar conclusie d.d. 11.9.2003 te stellen dat dit blijkt uit de realiteit en de facturaties.

Noch uit de toelichting ter terechtzitting noch uit de facturen blijkt welke hotelservice doch eiseres werd verleend. Bovendien vonden de BTW-diensten bij hun controle ter plaatse geen enkele aanwijzing, die zou wijzen op een permanente organisatie in hoofde van eiseres die “hotelservice” zou aanbieden.

In casu betreft het dan ook onroerende verhuur.

3. Eiseres laat gelden dat verweerder de regels van behoorlijk bestuur en het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel schendt door slechts na 5 jaar volgend op de teruggave van een belangrijk belastingkrediet een grondige controle te verrichten; dat de administratie der directe belastingen het verstrekken van hotelservice aanvaardde.

De rechtbank stelt vast dat inzake kwestieuze appartementen de BTW-administratie in het verleden geen enkele verkeerde inlichting heeft gegeven, geen uitdrukkelijk ander standpunt heeft ingenomen en geen interpretatie heeft gegeven, die bij eiseres het vertrouwen zou kunnen gewekt hebben dat zij instemde met de werkwijze van eiseres. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur en van het opgewekt vertrouwen zijn derhalve niet geschonden.

Terecht laat verweerder gelden dat de BTW-administratie om reden van de eigenheid van haar toe te passen wetgeving niet gebonden is door de houding der directe belastingen. Bovendien gaat eiseres voorbij aan het feit dat de directe belastingen voor de jaren 1997 en 1998 het bestaan van hotelservice in hoofde van eiseres niet erkende.

Dispositif

OP DIE GRONDEN;

DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch wijst ze af als ongegrond;

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

- aan de zijde van eiseres :

- * dagvaardingskosten : … EUR

- * rechtsplegingsvergoeding : … EUR

- aan de zijde van verweerder:

- * rechtsplegingsvergoeding : … EUR

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 18 december 2003, waar aanwezig waren :

J. D. B., alleenzetelend rechter,

R. D., griffier.

R. D. J. D. B.