Champ d'application, service, opération imposable · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruxelles 19 novembre 2009

Rechercher
Texte en néerlandais

Champ d'application, service, opération imposableTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-operation-imposable-tribunal-bruxelles-2009-11-19-1dfa

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruxelles
Date
19 novembre 2009

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

90 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruxelles du 19.11.2009

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 36ste KAMER

AR 2008/10222/A

Federale belastingen - BTW

op tegenspraak

tussenvonnis ambtshalve heropening der debatten 12 mei 2010 om 14 uur

In zake van :

De NV MILLY FILMS plet maatschappelIJke zetel te 1630 Linkebeek Perckstraat 71 A en met ondernemmgsnummer 0426 047 754

Vertegen~oordlgd door \fr '\ Oecock loco vIr Vanhaelst advocaat met kantoor te 1050 Brussel Loulz1laan 2-l0

tegen :

De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën Administratie van de ondernemings- en inkomstenfiscaliteit sector BTW in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor van Halle met burelen te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat 32

verwerende partij,

vertegenwoordigd door A. H., loco Mr. P. D., advocaat te …, …

In deze zaak in beraad genomen op 05.11.2009 spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :

Gelet op :

- het tegensprekelijk verzoekschrift in toepassing van artikel 1385decles van het Gerechtelijk Wetboek uitgaande van eiseres en neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 18/08/2008

- de beschikking tot regeling van conclusie termijnen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het gerechtelijk wetboek van 26/09/2008

- de conclusie de aanvullende conclusie en de syntheseconclusie van verweerder neergelegd ter griffie op respectievelijk 25/11/2008, 06/03/2009 en 15/07/2009

- de conclusie en de syntheseconclusie van eiseres neergelegd ter zitting op respectievelijk 26/01/2009 en 26/05/2009

- de stukken van eiseres neergelegd ter griffie op 05/11/2009 en

- de stukken van verweerder neergelegd ter griffie op 25/11/2008

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 05/11/2009 waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

1. Bij besluiten verzocht eiseres om de samenvoeging van huidige zaak met deze gekend onder het rolnummer … Deze laatste zaak betreft evenwel een betwisting inzake de vennootschapsbelastingen terwijl huidige zaak een BTW betwisting betreft. Er is dan ook geen risico op onverenigbare uitspraken in de zin van artikel 30 Ger. W.

1. FEITEN

2. Eiseres is actief op het vlak van het produceren van publiciteitsfilms en het verlenen van diensten verwant aan filmproducties.

Op 07/12/2006 werd door dhr. J. M. V. een controle uitgevoerd bij eiseres. Op basis van deze controle stelde deze een proces-verbaal op met datum 13/11/2007. Hierin werden de volgende vermeende inbreuken op de BTW-wetgeving vastgesteld in hoofde van eiseres.

(1) een hele reeks facturen (zoals opgenomen op de pagina’s 2, 3, 4 en 5 van het proces-verbaal) zouden niet voor aftrek in aanmerking komen. Deze facturen zouden vallen onder artikel 45, § 3, 3° W.BTW zodat ten onrechte aftrek werd gedaan van BTW voor een bedrag van 18.045,46 euro

(2) Een aantal facturen zou betrekking hebben op goederen die geheel of gedeeltelijk in aanmerking zouden komen voor privé-gebruik (facturen op p. 6) zodat deze op grond van artikel 45, § 1 W.BTW en artikel 1, § 2 KB nr. 3 niet voor aftrek in aanmerking komen. Ten onrechte afgetrokken BTW 2.101,08 euro

(3) Voor drie facturen (p. 7 bovenaan) werd vastgesteld dat deze betrekking hadden op voertuigen waarvoor volgens de controleur op grond van artikel 45, § 2 slechts beperkt aftrek mogelijk is. Ten onrechte afgetrokken 98,89 euro

(4) Een aantal facturen (p. 7 9) voldeden niet aan de vormvereisten zodat deze niet konden beschouwd worden als regelmatige facturen. Ten onrechte afgetrokken BTW 4.178,00 euro

(5) Teveel aftrek ingevolge vergissing 343,84 euro

Alzo werd vastgesteld dat nog verschuldigd was

In hoofde van BTW 24.767,27 euro

Proportionele boete 2.470 euro

Intresten aan 0,8 percent per maand vanaf 21/01/2006

Nu deze sommen met werden betaald werd hiervoor op 05/12/2007 een dwangbevel uitgevaardigd uitvoerbaar verklaard op 07/12/2007.

Dit dwangbevel werd betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot van 28/07/2008.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 18/08/2008 wordt dit dwangbevel betwist.

2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN

3. De vordering van eiseres strekt ertoe het bestreden dwangbevel te annuleren en te zeggen dat eiseres uit hoofde hiervan geen BTW verschuldigd is aan verweerder.

Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

3. BEOORDELING

4. De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt niet betwist noch bemerkt de rechtbank ambtshalve op te werpen gronden van niet ontvankelijkheid. De vordering van eiseres is ontvankelijk.

5.

5.1. Eiseres betwist in eerste instantie dat ten onrechte aftrek werd geweigerd van BTW inzake logies spijzen en dranken (art. 45, § 3, 3 W.BTW). Aangezien deze spijzen en dranken werden verstrekt op (gehuurde) locatie kon eiseres zich beroepen op de uitzondering van artikel 45, § 3, 3, a. Verweerder van zijn kant stelt dat een gehuurde locatie niet buiten de onderneming is en deze uitzondering dus niet van toepassing kan zijn.

5.2. Geen der partijen staat evenwel stil bij de voorafgaande vraag of de beperking van BTW aftrek op grond van artikel·45, § 3, 3 W.BTW wel van toepassing kan zijn op de in het proces-verbaal opgenomen facturen zoals de verbalisant meent.

Voor een goed begrip dienen de relevante bepalingen geciteerd te worden. Artikel 45, § 3, 3 voorziet inderdaad een aftrekbeperking van BTW in de volgende zin :

§ 3 Voor aftrek komt niet in aanmerking de belasting ter zake van [ ]

3 kosten van logies, spijzen en dranken in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10 en 11 daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan

a) voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen en of een dienstverrichting

b) door belastingplichtigen die op hun beurt de elfde diensten onder (stuk onleesbaar) bezwarende titel verstrekken.

Hieruit volgt dat de aftrekbeperking van artikel 45, § 3, 3 enkel geldt voor spijzen en dranken zoals opgenomen in artikel 18, § 1, tweede lid, 11. Deze bepaling voorziet :

§ 1 Als een dienst wordt beschouwd elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van dit Wetboek

Als een dienst wordt onder meer beschouwd de uitvoering van een contract dat tot voorwerp heeft

[ ]

10 het verschaffen van gemeubeld logies alsook de terbeschikkingstelling van plaat om te kamperen

11 het verschaffen van spijs en drank in restaurants en cafés en meer algemeen in omstandigheden voor het verbruikt ter plaatse

[ ]

Hieruit volgt dat niet elke Ievering van spijs en drank een levering is van een dienst in de zin van artikel 18 en niet elke levering van spijs en drank dus valt onder de aftrekbeperking van artikel 45, § 3, 3 W.BTW. Dit laatste is slechts het geval in zoverre dit verschaffen van spijs en drank kan gekwalificeerd worden als een dienst (in de zin van het BTW-wetboek) en dus gebeurt in restaurants en cafés dan wel met verbruik ter plaatse.

Bij nalezen van de beperkte gegevens uit het proces-verbaal kan de rechtbank niet anders dan vaststellen dat de overgrote meerderheid van de facturen waarvoor aftrek werd geweigerd de aankoop van voedingsmiddelen betrof in grootwarenhuizen dan wel loutere afhaalmaaltijden. Dergelijke leveringen van spijs en drank zijn mogelijkerwijs een loutere levering van goederen en vallen dus mogelijks niet onder artikel 18, § 1, tweede lid, 11 W.BTW (hetgeen handelt over levering van diensten).

De vraag rijst dan ook in hoeverre in het aangehaalde proces-verbaal niet ten onrechte werd verwezen naar artikel 45, § 3, 3 W.BTW om de aftrek voor eiseres te weigeren terwijl deze bepaling geen toepassing kan vinden.

Bovendien wordt in het aangehaalde proces-verbaal met de minste motivatie aangehaald om te stellen dat artikel 45, § 3, 3 W.BTW in eerste instantie al van toepassing kan zijn. Zoals elke administratieve rechtshandeling dient een proces-verbaal inzake BTW afdoende gemotiveerd te zijn hetgeen wil zeggen dat de hierin opgenomen motieven voldoende moeten zijn om de daaropvolgende beslissing te schragen. De vraag rijst dan ook in hoeverre het proces-verbaal van 13/11/2007 afdoende gemotiveerd is (nu in niets wordt gemotiveerd waarom de aangehaalde facturen een levering van spijs en drank in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11 W.BTW zijn) en wat de rechtsgevolgen hiervan eventueel zijn voor het proces-verbaal en het daarop gesteunde dwangbevel.

Partijen namen hieromtrent nog geen standpunt in zodat het gepast voorkomt om deze reden ambtshalve de heropening der debatten te bevelen.

6. Vervolgens is eiseres van oordeel dat de vermeende inbreuk op artikel 45, § 1 W.BTW en artikel 1, § 2 KB nr. 3 (goederen voor privé-gebruik) niet voorhanden is. De ter discussie staande goederen (voornamelijk kledij) worden volgens eiseres specifiek gekocht in het kader van een bepaalde opdracht en kunnen nadien met meer hergebruikt worden.

Zonder vooruit te lopen op de beoordeling ten gronde hiervan kan slechts vastgesteld worden dat eiseres hieromtrent geen enkel stuk bijbrengt. Gelet op de aangehaalde heropening der debatten kan zij op dit punt desgevallend haar stukkenbundel aanvullen.

7. Eiseres houdt vol dat de facturen in verband met voertuigen voor volledige aftrek in aanmerking komen nu deze voertuigen volledig voor professioneel gebruik dienden.

Ook van deze bewering wordt geen enkel stuk bijgebracht. Gelet op de aangehaalde heropening der debatten kan zij op dit punt desgevallend haar stukkenbundel aanvullen.

Bovendien werpt eiseres terecht op dat de aftrekregeling voor voertuigen in de zin van artikel 45, § 2 W.BTW hoe dan ook (ook voor voertuigen volledig dienend voor professioneel gebruik) beperkt wordt door artikel 45, § 2. Een ruimere aftrek is slechts mogelijk voor de uitzonderingen voorzien in artikel 45, § 2, 21 alinea. Eiseres wordt verzocht te verduidelijken op welke van deze uitzonderingen zij zich wenst te beroepen.

8. Wat betreft de discussie over het niet in het bezit zijn van regelmatige facturen kan de rechtbank slechts vaststellen dat geen enkele van de kwestieuze facturen wordt voorgelegd.

Vanzelfsprekend kan de regelmatigheid van bepaalde facturen met gecontroleerd worden indien deze niet worden bijgebracht. In het licht van de heropening der debatten kan de meest gereden partij hiertoe het nodige doen.

9. In het kader van een goede rechtsbedeling komt het gepast voor om thans reeds conclusietermijnen zoals hierna bepaald te voorzien.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch alvorens over de gegrondheid ervan uitspraak te doen beveelt om aangehaalde redenen ambtshalve de heropening der debatten.

Zegt dat partijen hun conclusies kunnen neerleggen en mededelen als volgt :

voor eiseres ten laatste op 08 maart 2010

voor verweerder ten laatste op 08 april 2010

Beveelt ambtshalve de heropening van de debatten op de zitting van 12 mei 2010 om 14 uur

Houdt de uitspraak over de kosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 36ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 19 november 2009

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer J. V. B., toegevoegd rechter

Mevrouw I. K., afgevaardigd griffier.

I. K. J. V. B.

Textes cités

1
AR no 3 art. 12 occurrences