Champ d'application, service, opération imposable · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Bruges 8 mai 2012

Rechercher
Texte en néerlandais

Champ d'application, service, opération imposableTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-operation-imposable-tribunal-bruges-2012-05-08-7211

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Bruges
Date
8 mai 2012

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

68 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 08.05.2012

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

De rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :

In de zaak A.R. 11/935/A Rep. nr. 2012/5426

DK Z. BVBA, met ondernemingsnummer …, met zetel te …, …

eiseres,

hebbende als raadsman meester G. J., advocaat te …, …

tegen :

H. VZW, ondernemingsnummer …, met zetel te …, …,

verweerder,

hebbende als raadsman meester B. P., advocaat te …, ….

MEDE INZAKE :

DK Z. BVBA, met ondernemingsnummer …, met zetel te …, …,

eiseres in tussenkomst,

hebbende als raadsman meester G. J., advocaat te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIËN, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën (Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit en centrale diensten BTW-directie), met kabinet gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12.

verweerder in tussenkomst,

hebbende als raadsman meester W. F., advocaat te …, ….

I. RECHTSPLEGING

Gelet op de dagvaarding de dato 6.10.2009.

Gelet op de dagvaarding in gedwongen tussenkomst de dato 16.02.2010.

Gelet op het verwijzingsvonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk de dato 10.03.2011.

De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 20.03.2012.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. Eiseres heeft sanitair- en zinkwerken voor verweerder op hoofdvordering uitgevoerd en heeft de facturen voor de door haar geleverde prestaties berekend aan het BTW-tarief van 6 %.

De éénmanszaak van de zaakvoerder van eiseres heeft gelijkaardige werken uitgevoerd voor verweerder op hoofdvordering. Hier ging de BTW-inspectie echter niet akkoord met het toegepaste tarief van 6 % zodat een correctie werd berekend en de éénmanszaak bovendien nog een bijkomende boete en interesten diende te betalen.

Teneinde te vermijden dat ook eiseres in het kader van de werken uitgevoerd voor verweerder op hoofdvordering bijkomende boetes en interesten zou dienen te betalen, heeft zij een aanvullende factuur opgemaakt met het aangepaste BTW-tarief van 21 %. Alzo was verweerder op hoofdvordering nog het bedrag van … EUR verschuldigd.

Bij dagvaarding de dato 6.10.2009 dagvaardt eiseres verweerder op hoofdvordering.

Bij dagvaarding de dato 16.02.2010 dagvaardt eiseres verweerder in tussenkomst.

2.2. Eiseres vraagt dat :

- De dagvaarding ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.

- Dienvolgens verweerder op hoofdvordering wordt veroordeeld tot het betalen van de som van … EUR (… EUR + … EUR forfaitaire schadevergoeding) meer interesten aan 12 % op … EUR vanaf 5 juli 2009 en de gerechtelijke interesten.

- In subsidiaire orde wanneer zou geoordeeld worden dat het tarief niet 21 % maar 6 % is, verweerder in tussenkomst te veroordelen tot de teruggave van de teveel betaalde BTW.

- Verweerder op hoofdvordering wordt veroordeeld tot de kosten, in haar hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR, alsook de rechtsplegingsvergoeding die eiseres desgevallend aan verweerder in tussenkomst dient te betalen.

- In subsidiaire orde, verweerder in tussenkomst wordt veroordeeld tot de kosten in haar hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR, alsook de rechtsplegingsvergoeding die eiseres desgevallend aan verweerder dient te betalen.

2.3. Verweerder op hoofdvordering vraagt dat de hoofdvordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

2.4. Verweerder in gedwongen tussenkomst vraagt dat de vordering in gedwongen tussenkomst onontvankelijk wordt verklaard. In ondergeschikte orde te zeggen voor recht dat het tarief van 21 % van toepassing is op de uitgevoerde werken. Tenslotte vraagt hij nog dat dienvolgens eiseres wordt veroordeeld tot de gedingkosten, aan zijn zijde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

III. BEOORDELING

3.1. Nopens de ontvankelijkheid van de hoofd- en tussenvordering

Verweerder op hoofdvordering en verweerder in tussenkomst voeren geen gegronde redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de hoofd- en tussenvordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, zijn de hoofd- en tussenvordering ontvankelijk.

3.2. Nopens de grond van de hoofd- en tussenvordering

3.2.1. De BTW-controle van 20.10.2010 bij eiseres heeft uitgewezen dat eiseres terecht een aanvullende factuur heeft opgemaakt met het aangepaste BTW-tarief van 21 %. Deze rechtbank sluit zich hierbij aan.

Het verlaagd BTW-tarief van 6 % is enkel van toepassing indien voldaan is aan de voorwaarden van het KB nr. 20 tabel , rubriek XXXI, § 1, 1°en § 2, 3°, hetgeen concreet betekent dat de huisvesting verstrekt moet zijn aan "zelfverzorgende groepen”.

In casu heeft het bivakverblijf VZW H. echter betrekking op logies in het kader van een huisvestingscontract zoal bedoeld in artikel 18 , § 1 , tweede lid , 10° W.BTW. Uit de voorliggende stukken (o.m. vermeldingen op website) blijkt duidelijk dat er in het bivakverblijf voor een globale prijs een dienst wordt aangeboden en verstrekt aan jongeren die zowel bestaat in het ter beschikking stellen van gemeubeld logies, het onthaal van 08.00 tot 20.000 u, het verschaffen van maaltijden, het onderhoud en reinigen van sanitair en de organisatie van activiteiten. Hier is dus geen sprake meer van de terbeschikkingstelling van een bivakhuis voor "zelfverzorgende groepen".

Bijgevolg wordt het werk in onroerende staat m.b.t. die huizen niet in aanmerking genomen voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6 %.

3.2.2. Naast de hoofdsom vordert eiseres nog een forfaitaire schadevergoeding en conventionele interesten aan 12 % . Dit wordt niet toegekend aangezien de kwestieuze factuur niet werd aanvaard en tijdig werd geprotesteerd.

3.3. Nopens de kosten

3.3.1. Met betrekking tot de hoofdvordering wordt verweerder op hoofdvordering in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet hij de hieraan verbonden gerechtskosten dragen. In hoofde van eiseres worden zij begroot op … euro dagvaardingskosten en op … EUR rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag). De waarde van de vordering bevindt zich immers in de schijf van 10.001,00 tot 20.000,00 EUR.

3.3.2. Met betrekking tot de tussenvordering wordt eiseres in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de hieraan verbonden gerechtskosten dragen. In hoofde van verweerder in tussenkomst worden zij begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag). De waarde van de vordering bevindt zich immers in de schijf van 10.001,00 tot 20.000,00 EUR.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de fiscale hoofdvordering ontvankelijk en als volgt gegrond.

Verklaart de vordering in gedwongen tussenkomst ontvankelijk en ongegrond.

Verdeelt dienvolgens verweerder op hoofdvordering tot het betalen aan eiseres van de som van … (… EUR) meer interesten aan de wettelijke interestvoet vanaf 5 juli 2009 en de gerechtelijke interesten.

Veroordeelt verweerder op hoofdvordering tot de gedingkosten die verband houden met de hoofdvordering aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, aan de zijde van eiseres begroot op … euro dagvaardingskosten en op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten die verband houden met de tussenvordering aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder in tussenkomst begroot op … EUR rechtspleging vergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op acht mei tweeduizend en twaalf.

Aanwezig zijn :

N. H., alleenrechtsprekend rechter;

S. M., griffier.

S. M. N. H.