Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 08.05.2008
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 08 MEI 2008
Algemene rol nummer : 05/594/A
In de zaak van :
BVBA D., met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …
eiseres,
hebbende als raad Mter. A. D., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur der directe belastingen Wetteren. met kantoren te 9230 Wetteren. Gentsesteenweg 93
verweerder,
hebbende als raad Mter. M. P., advocaat te …, …
vonnist de rechtbank als volgt :
1. RECHTSPLEGING
De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 10.4.2008, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.
Het dossier van de rechtsplegingen de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het verzoekschrift neergelegd op 11.2.2005,de onderscheiden conclusies en respectievelijke dossiers van partijen.
2. DE VORDERING
De vordering van eiseres strekt ertoe :
- de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;
- het dwangbevel uitgevaardigd op 3.12.2004 door de ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Wetteren geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 6.12.2004 te vernietigen;
- de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten en voor zover nodig tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde BTW, boete en nalatigheidsintresten met inbegrip van de daarop verschuldigde moratoriumintresten.
3.FEITEN EN GESCHIL
De BVBA D. is op 30.6.2000 gestopt met de kweek van eigen planten en stelt haar serres met ruimten voor het personeel, gelegen … te …, ter beschikking van de BVBA D. E. die als maatschappelijk doel heeft "de handel in bloemen eh planten en alle land- en tuinbouwproducten, zowel in binnenland als buitenland".
Voor die terbeschikkingstelling werd geen schriftelijk contract opgemaakt, wel werd door eiseres per kwartaal een factuur uitgereikt voor een forfaitair bedrag met de omschrijving "voor het verlenen van toegang tot, en het gebruik van de bedrijfslokalen + het verstrekken van bijkomendje diensten".
Op die facturen werd een BTW-tarief van 21 % toegepast.
Een ambtenaar van AOIF is op 14.4.2004 op BTW-controle gegaan op de maatschappelijke zetel van eiseres te ….
Ambtenaren van AOIF zijn op 29.11.2004 naar de aan eiseres toebehorende serres te … te … geweest voor plaatselijke vaststellingen.
Deze vaststellingen zijn opgetekend in het proces-verbaal d.d. 1.12.2004. Volgens de administratie zijn kwestieuze serres het voorwerp van een op grond van art. 44, § 3, 2° W.BTW vrijgestelde verhuur van eén onroerend goed.
Eiseres daarentegen laat in hoofdorde gelden dat in de serres enkel bloemen en planten opgeslagen worden in afwachting van export; dat de terbeschikkingstelling van de serres een belastbare handeling is in de zin van art. 18, § 1, lid 2, 9° W.BTW.
In subsidiaire orde meent eiseres dat aan de administratieve vereisten zoals opgenomen in de beslissing d.d. 29.9.1995 nr. E.T. 84.364 eveneens is voldaan aangezien de oppervlakte van de ruimtes binnen de serres die voorzien zijn voor bepaalde nutsvoorzieningen voor liet personeel minder dan 10 % van de totale oppervlakte van het serrecomplex bedraagt.
4. BESPREKING
1. De betwisting betreft de vraag of de terbeschikkingstelling van de serres een onroerende verhuur betreft vrijgesteld van BTW in toepassing van art. 44, § 3, 2° W.BTW (stelling van de administratie) ofwel of het een terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen betreft onderworpen aan BTW (stelling eiseres).
De rechter is niet gebonden is door de juridische kwalificatie welke partijen zelf aan hun overeenkomst hebben gegeven, maar hij moet nagaan welke de gemeenschappelijke bedoeling was van de contracterende partijen (Hof van Beroep Gent 8.11.2000, F.J.F. 2001/144).
2. Overeenkomstig art.18, § 1, eerste lid W.BTW wordt elke handeling die geen levering is van een goed in de zin van het BTW-wetboek als een dienst beschouwd en is aan de BTW onderworpen voor zover de dienst in België plaatsvindt. Elke dienstverrichting is bijgevolg in principe aan BTW onderworpen.
Krachtens art.18, § 1 W.BTW wordt o.m. als een dienst beschouwd de uitvoering van een contract dat tot voorwerp heeft :
"9° de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen."
De vrijstellingsregel waarin art. 44, § 3, 2° W.BTW voorziet voor de verhuur van onroerende goederen is dan ook een uitzondering op het principe van belastbaarheid.
3. Het is de administratie die het bewijs moet leveren dat de handeling niet kan aangemerkt worden als een terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen.
In het proces-verbaal d.d. 1.12.2004 stelt V. E. J.-P., controleambtenaar :
"Op 29.11.2004 heb ik mij begeven bij BVBA D. E., voornoemd, op adres … te … alwaar ik gesproken heb met de heer R. D., die verklaarde zaakvoerder te zijn van voornoemde BVBA D. E..
Ik heb vastgesteld dat de serres op voormeld adres voor het overgrote deel bezet waren met volgende plantensoorten : (...). Door de heer R. D., voornoemd, werd mij verklaard dat de hiervoor vermelde plantensoorten door het bedrijf zelf ter plaatse worden gekweekt." (stuk 7 verweerder).
In het proces-verbaal d.d. 25.2.2005 stelt A. R., controleambtena ar dat hij zich op 29.11.2004 begeven heeft bij BVBA D. E. :
"Bij een bezoek aan de serres heb ik vastgesteld dat diverse soorten planten in beddingen aanwezig waren en waaromtrent door dhr. R. D., voornoemd, werd verklaard dat de totale oppervlakte van de serres ongeveer 8000 m2 bedraagt en dat de volgende plantensoorten door het bedrijf zelf werden gekweekt, waarbij de planten ongeveer 3 maanden ter plaatse blijven : (...)" (stuk 12 verweerder).
Dat de hoofdaanwending van de serres niet bergruimte is wordt bevestigd door de website van de BVBA D. E. alwaar laatstgenoemde wordt voorgesteld als "D. E. BVBA H.-N.". Bovendien vermeldt de site "D. E. die in totaal 15.000 m2 kweekopppervlakte vertegenwoordigen (stuk 11 verweerder).
Tevens werd vastgesteld dat de BVBA D. E. op 30.6.2000 alle exploitatie materiaal (inclusief beregening) overgenomen heeft van de BVBA D. en dat zij een exclusieve toegang heeft tot het onroerend goed.
Weliswaar wordt op de facturatie gesteld dat bijkomende diensten worden geleverd waarvan eiseres beweert dat het bewakingsdiensten zouden zijn, doch nergens wordt hiervan enig bewijs voorgelegd.
Eiseres slaagt er dan ook niet in om de vaststellingen die door de verbalisanten ter plaatse werden verricht te weerleggen.
4. Verhuring van een onroerend goed is een autonoom communautair rechtsbegrip dat in het licht en de bedoelingen van de richtlijn strikt dient te worden uitgelegd.
Wanneer het essentiële voorwerp bestaat in het exclusief gebruiksrecht als eigenaar van een uit zijn aard onroerend goed is de handeling een verhuur; wanneer het essentieel voorwerp bestaat in de terbeschikkingstelling van bergruimte, voor het opslaan van goederen wordt de handeling bedoeld in art. 18, § 1, lid 2, 9° W.BTW.
In casu is het essentiële voorwerp de serres voornamelijk te gebruiken voor het kweken van planten en ieder ander daarvan uit te sluiten.
De terbeschikkingstelling van de serres is dan ook een onroerende verhuur vrijgesteld van BTW (art. 44, § 3, 2° W.BTW).
5. RECHTSPLEGINGSVERGOEDING
Eiseres dient als de in het ongelijk gestelde partij, te worden verwezen in de gerechtskosten (art. 1017, eerste lid Ger.W.).
De kosten omvatten in de onderhavige zaak .de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het Ger.W. (art. 1018, 6° Ger.W.).
De vordering van eiseres is in geld waardeerbaar. Het bedrag van deze vordering ligt, gelet op de eensgezinde raming door de partijen, in de schijf van 20.000,01 EUR tot 40.000,00 EUR. In die omstandigheden is het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding gelijk aan 2.000 EUR (art. 2 BS 26.10.2007).
Beide partijen zijn akkoord met dit bedrag.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.
Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :
- aan de zijde van eiseres : 0 EUR
- aan de zijde van verweerder :
rechtsplegingsvergoeding : 2.000 EUR
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op donderdag acht mei tweeduizend en acht, waar aanwezig waren :
mevrouw J. D. B., rechter, voorzitter van deze kamer,
mevr. G. L., griffier.
G. L. J. D. B.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.