Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 30.04.2007
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :
In de zaak 06/2187/A Rep. nr. 2007/6055
de NV B. K., (Ondernemingsnr. …), met maatschappelijke zetel te …, …,
eiseres,
voor wie is opgetreden Meester A. B. loco Meester L. G., advocaat met kantoor te …, …,
tegen :
De BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIËN, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, Sector BTW, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, in de persoon van de e.a. inspecteur bij een fiscaal bestuur van het 2e BTW-ontvangkantoor Kortrijk, met kantoren te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31,
verweerder,
voor wie optreedt Meester F. W., advocaat met kantoor te …, …,
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het tegensprekelijk verzoekschrift houdende verzet dwangbevel de dato 17.07.2006.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 2 april 2007.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
2.1. In 2005 werd bij eiseres een controle verricht inzake de toepassing van de BTWwetgeving en -reglementering over de periode 1.01.2003 tot 28.02.2005. Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld.
Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd door de heer L. J., directeur ad interim bij de FOD Financiën, sector BTW, op 19 april 2006, een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.
Ten gevolge van dit proces-verbaal werd van eiseres een bedrag gevorderd van 80.226,78 EUR BTW en 8.020,00 EUR geldboete.
Wegens niet-betaling werd op 28 juni 2006 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 29 juni 2006 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
Bij verzoekschrift van 17 juli 2006 heeft eiseres verzet aangetekend tegen voormeld dwangbevel.
2.2. Eiseres vraagt dat :
- De vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.
- Conform art. 728, § 2bis Ger. W. de bedrijfsrevisor, accountant of boekhouder wordt gehoord.
- Het bestreden dwangbevel wordt nietig verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat de erin opgenomen sommen niet verschuldigd zijn.
- In subsidiaire orde, een deskundige wordt aangesteld.
- In meer subsidiaire orde, een aantal getuigen worden opgeroepen.
- Verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 364,41 EUR en de advocatenkosten ten bedrage van 1,00 EUR provisioneel.
- Het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard met uitsluiting van het kantonnement.
2.3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres als ontvankelijk en ongegrond wordt afgewezen en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, aan zijn zijde begroot op de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 364,41 EUR.
III. BEOORDELING
3.1. nopens de ontvankelijkheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.
3.2. nopens de grond
3.2.1. Eiseres heeft op 8 augustus 2003 een oude ééngezinswoning met ommuurde koer gekocht en omgevormd in zes appartementen, deels door verbouwing en deels door nieuwbouw.
Uit de voorliggende plannen blijkt dat vier van de zes appartementen tot stand gekomen zijn door een grondige verbouwing van de bestaande woning. Zo werden onder meer raam- en deuropeningen dichtgemaakt en werden dakvensters en dakuitbouwen aangebracht. Het is duidelijk dat de in het oude gebouw uitgevoerde werken een ingrijpende wijziging hebben teweeggebracht in de structuur en de bestemming van die woning.
De twee andere appartementen zijn tot stand gekomen door nieuwbouw. Zij werden immers gebouwd op de plaats waar vroeger een ommuurde koer was. Uit de voorliggende plannen blijkt overigens dat vrijwel alle muren nieuw metselwerk is.
Voor, tijdens en na de werken werden deze appartementen verkocht aan diverse kopers.
3.2.2. De zes appartementen hebben BTW-technisch bijgevolg het karakter van "nieuwe gebouwen" zodat ze met toepassing van de BTW konden verkocht worden (artikel 44, § 3, 1°, a) W.BTW). Door het BTW-statuut van eiseres (belastingplichtige in de zin van artikel 12, § 2 W.BTW - beroepsoprichter) moest de verkoop evenwel met toepassing van BTW gebeuren.
3.2.3. Verder kan niet ernstig worden betwist dat de huidige eigenaars niet gezamenlijk een oude woning hebben gekocht met het oog op de omvorming van de appartementen, maar dat zij elk een appartement hebben aangekocht. Op het ogenblik van de verkoop was de bestaande constructie immers reeds zodanig verbouwd dat de appartementen fysisch aanwezig waren.
3.2.4. Bijgevolg is op de levering van een nieuw gebouw aan een particuliere persoon het BTW-tarief bedoeld in artikel 1, 3° van het KB nr. 20 van toepassing. Dit tarief bedraagt sedert 1 januari 1996 tot op heden 21 %.
3.2.5. De vordering dient derhalve als ongegrond te worden afgewezen. Alle verdere argumentatie is niet langer dienend.
3.3. nopens de kosten
Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk en ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op 364,40 EUR geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag dertig april tweeduizend en zeven.
Aanwezig zijn :
H. N., alleenrechtsprekend rechter;
L. N., griffier.
N. L. N. H.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.