Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 10.01.2011
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend
In de zaak 09/1407/A rep. Nr. 2011/408
M. M., wonende te …, ..
eiseres,
voor wie optreedt Meester A. D. Z., advocaat te …, …
tegen :
BELGISCHE STAAT- F.O.D. FINANCIËN,
Belastingen en Invordering, sector BTW, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën Wetstraat 12 1000 Brussel
in de persoon van e.a. Inspecteur rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Roeselare met kantoren te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30, woonplaats kiezend op het kantoor van het BTW-Ontvangkantoor te 8000 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4
verweerder,
voor wie optreedt Meester L. D. S., advocaat te …, …
I. RECHTSPLEGING
Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 6 mei 2009.
De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.
Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 13 december 2010.
Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.
ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK
1. Bij een controle van de douanediensten werd op 22 februari 2007 vastgesteld dat eiseres reed met een voertuig TOYOTA Landcruiser Prado met chassisnummer …, ingeschreven in de staat Oman met nummerplaat ….
Op 19 november 2007 werd door de douanediensten een proces-verbaal opgesteld omdat uit onderzoek bleek dat het voertuig over de weg in België was binnengebracht zonder aangifte bij de douane.
Op 15 september 2008 werd door M. D. S., inspecteur bij de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, tweede controlekantoor te Torhout een procesverbaal opgemaakt betreffende de overtredingen inzake BTW. In het proces-verbaal is opgenomen dat eiseres verschuldigd is als BTW … EUR, als evenredige geldboete … EUR en intresten vanaf 23 februari 2007.
Op 10 februari 2009 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Roeselare een dwangbevel uitgevaardigd.
Voormeld dwangbevel werd op 11 februari 2009 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door R. C., e.a. inspecteur a.i., controlekantoor Torhout 1, aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge. Dit dwangbevel werd op 23 februari 2009 betekend aan eiseres.
Tegen het dwangbevel werd op 6 mei 2009 verzet aangetekend door eiseres.
Op 30 september 2009 werd eiseres veroordeeld door het Hof van Beroep te Gent, rechtdoende in correctionele zaken (bevestiging van het vonnis d.d. 24 december 2008 van de correctionele rechtbank te Brugge), wegens de invoer zonder aangifte van het betreffende voertuig onderworpen aan invoerrechten en BTW.
2. Eiseres vraagt dat :
- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;
- het proces-verbaal en het dwangbevel worden vernietigd de geldboete wordt kwijtgescholden;
- verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de gerechtskosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande voorziening en zonder zekerheidstelling.
3. Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.
III. BEOORDELING
A. Betreffende de toelaatbaarheid
Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.
B. Betreffende de grond
1. rechten van verdediging
1.1. Eiseres stelt dat de rechten van verdediging zijn geschonden doordat de BTWadministratie onredelijk lang heeft gewacht met de opmaak van het proces-verbaal. Het proces-verbaal verliest volgens eiseres hierdoor ook haar bewijskracht.
1.2. De wet voorziet nergens dat het proces-verbaal binnen een bepaalde tijd moet worden opgesteld. Het Hof van Cassatie erkent evenwel dat door het laat opstellen van een proces-verbaal, de rechten van verdediging worden miskend (zie Cass. 9 oktober 1984 , F.J.F., nr. 85/65). Hierdoor wordt het leveren van het tegenbewijs ten zeerste bemoeilijkt.
Dit is in casu niet het geval. Een controle werd uitgevoerd door de douanediensten op 22 februari 2007. Na een onderzoek hebben de douanediensten op 19 november 2007 een proces-verbaal opgesteld waarin wordt gesteld dat het voertuig over de weg in België was binnengebracht zonder aangifte bij de douane. Met het oog op de invordering van de verschuldigde BTW werd het dossier via de Centrale Administratie van de Douane en Accijnzen op 13 mei 2008 overgemaakt aan de Centrale Administratie van de BTW. Op 15 september 2008 werd een proces-verbaal opgemaakt inzake BTW. Sedert de kennisname van de feiten door de BTWadministratie verliepen ongeveer 4 maanden tot het opstellen van het proces-verbaal. Dit is geen onredelijk lange termijn, waardoor eiseres zich moeilijk onderbouwd en gedegen zou kunnen verweren op de gedane vaststellingen.
Het feit dat het voertuig reeds in de loop van 2005 in België werd binnengebracht, is niet relevant. De eerste vaststelling door de douanediensten is pas gebeurd op 22 februari 2007.
1.3. De rechten van verdediging werden aldus niet geschonden. Evenmin heeft het proces-verbaal de bijzondere bewijskracht verloren.
2. bewijs inbreuk
2.1. Conform artikel 59, § 1 W.BTW kan door de administratie een overtreding bewezen worden door een proces-verbaal van een ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën.
2.2. Door de douanediensten werd op 19 november 2007 een proces-verbaal opgesteld ingevolge de controle op 22 februari 2007 en het navolgende onderzoek. Dit proces-verbaal heeft bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Dit proces-verbaal mag door de BTW-administratie conform artikel 59, § 1 W.BTW gebruikt worden tot bewijs van een inbreuk inzake de BTW-wetgeving.
3. motivering
3.1. Het dwangbevel inzake BTW vormt de eerste rechtsdaad waardoor het bestaan van de verschuldigde rechten lastens een bepaalde belastingplichtige in een wettelijke vorm wordt vastgesteld en waardoor de Belgische Staat in de regel tot daadwerkelijke uitwinning kan overgaan. Het dwangbevel inzake BTW is een beslissing van een administratieve overheid, die gezagshalve, zonder toestemming van de betrokkenen rechten of verplichtingen schept, en éénzijdig verbindend en uitvoerbaar is. Het is derhalve een bestuurshandeling in de zin van de wet van 29 juli 1991 op de motivering van bestuurshandelingen.
De wet van 29 juli 1991 legt aan alle administratieve overheden, zoals bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de verplichting op om alle van hen uitgaande éénzijdige rechtshandelingen met individuele strekking die beogen rechtsgevolgen te hebben voor één of meerdere bestuurden, uitdrukkelijk te motiveren. Artikel 3 van voormelde wet stelt hieromtrent het volgende : "De opgelegde motivering moet in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Zij moet afdoende zijn". M.a.w. de juiste en draagkrachtige juridische en feitelijke redenen van de beslissing moeten worden vermeld.
In het wetsvoorstel dat tot de Wet van 29 juli heeft geleid werd de motiveringsplicht onder woorden gebracht met het "duidelijk, nauwkeurig, volledig en waarheidsgetrouw vermelden van de juridische en feitelijke overwegingen die aan de beslissing ten grondslag liggen".
Vage, duistere of niet ter zake dienende uitleg is uit den boze. De motiveringsplicht moet beschouwd worden als een resultaatsverbintenis en niet als een inspanningsverbintenis van het bestuur. Wanneer achteraf een bijkomend element moet worden aangevoerd dat niet in de motivering is opgenomen, is een substantiële vormvereiste geschonden.
3.2. Het proces-verbaal van 15 september 2008 dient als motivering van het betwiste dwangbevel. In het proces-verbaal d.d. 15 september 2008 worden de toepasselijke artikels van het W.BTW en het KB nr. 7 van 29 december 1992 vermeld, worden kort de verklaringen van eiseres en haar zoon vermeld, wordt vermeld dat de zoon van eiseres hoofdelijk schuldenaar is van de BTW en in september 2007 zijn verblijfplaats heeft overgebracht naar Oman, wordt verwezen naar het proces-verbaal van de douane (in bijlage bijgevoegd bij het proces-verbaal), wordt de maatstaf van heffing vermeld, wordt het bedrag van de BTW berekend en wordt met verwijzing naar de wetsartikels een geldboete opgelegd.
3.3. De rechtbank stelt dan ook vast dat de juiste en draagkrachtige feitelijke en juridische redenen van de beslissing worden vermeld zodoende dat het dwangbevel afdoende gemotiveerd is.
4. vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel
4.1. Eiseres bewijst op geen enkele manier dat de douanediensten foutieve informatie zouden gegeven hebben voorafgaand aan het overbrengen van het voertuig naar België.
Eiseres bewijst niet dat het voertuig werd binnengebracht in België onder de douaneregeling van tijdelijke invoer (artikelen 40, § 2 en 23, § 4 W.BTW). Eiseres bewijst evenmin dat het voertuig na het binnenbrengen in België binnen de 6 maanden werd uitgevoerd buiten de Europese Unie.
4.2. Eiseres werd op 30 september 2009 veroordeeld door het Hof van Beroep te Gent, rechtdoende in correctionele zaken, wegens de invoer zonder aangifte van het betreffende voertuig onderworpen aan invoerrechten en BTW. Dit arrest heeft gezag van strafrechtelijke gewijsde.
4.3. Er is dan ook geen bewijs dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel werd geschonden.
5. boete
5.1. De boete werd opgelegd overeenkomstig het artikel 70, § 1 W.BTW en het Koninklijke Besluit nr. 41 van 30 januari 1987.
Het oogmerk om belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken is niet weerhouden in het proces-verbaal d.d. 15 september 2008.
5.2. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel 'non bis in idem' en artikel 14.7 IVBPR mag niemand voor een tweede keer worden berecht of bestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvoor hij is vrijgesproken. Zulks belet evenwel niet dat de Belgische overheid sancties van uiteenlopende aard mag bepalen vóór éénzelfde inbreuk, de ene onderworpen aan het nationale strafrechtstelsel, de andere onderworpen aan het stelsel van de administratieve sanctie. Ook al zouden die administratieve sancties een strafrechtelijke aard hebben in de zin van artikel 6 van het E.V.R.M. (zie Cass. 5 februari 1999, F.J.F. 99/92; Cass. 24 januari 2002, F.J.F. 2002/92).
Gezien de feiten zowel een inbreuk zijn op de douanewetgeving als op de BTWwetgeving, is eiseres zowel een administratieve boete verschuldigd wegens het niet voldoen van de invoerrechten over de douanewaarde, als een administratieve boete wegens het niet voldoen van de BTW op de maatstaf van heffing. Daarnaast is eiseres strafrechtelijk veroordeeld wegens invoer zonder aangifte van een voertuig onderworpen aan invoerrechten en BTW.
Noch het rechtsbeginsel 'non bis in idem', noch artikel 14.7 IVBPR werden hierdoor geschonden.
5.3. Een administratieve boete inzake BTW van 10 % heeft een repressief karakter.
Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999 , rolnr. 1279 , arrest nr. 22/99).
Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.
5.4. Uit het voorgaande en de neergelegde stukken blijkt dat eiseres geen geldige reden had om de BTW niet te voldoen. De door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aldus aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vastgestelde feiten. Het opleggen van de betreffende boete is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de inbreuk.
De boete heeft niet alleen een vergoedende aard, maar heeft ook een bestraffend en afradend karakter.
C. Betreffende de kosten
Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.
De eis is in geld waardeerbaar en de waarde van de vordering situeert zich tussen 5.000 en 10.000 EUR waarvoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van … EUR bedraagt.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank,
Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.
Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.
Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten , aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, en aan de zijde van verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op maandag tien januari tweeduizend en elf.
Aanwezig zijn :
D. P. L., alleenrechtsprekend rechter;
M. S., griffier.
S. M. L. D. P.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.