Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 27.11.2007
Résumé non fourni
Texte de l’arrêt
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
Hof van beroep te Gent – 5e kamer - terechtzitting van 27-11-2007
Nr. 2005/AR/3000
in de zaak van :
I. C. P. B. NV, afgekort I.C.P.B., met maatschappelijke zetel te … (…), …, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,
appellante,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. K. in eigen naam en loco mr. D. H., beiden advocaat te … (…), …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Sint-Niklaas, wiens kantoren gevestigd zijn te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 2,
geïntimeerde,
ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. V. G. loco mr. V. P., advocaat te …, …
spreekt het Hof het volgend arrest uit :
1. Procedure
Bij verzoekschrift van 13 december 2005 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent, zesde kamer, op 29 juni 2005 werd uitgesproken. In het bestreden vonnis werd de oorspronkelijke vordering van de appellante integraal als ongegrond afgewezen.
Het hoger beroep is beperkt en strekt ertoe het bestreden vonnis gedeeltelijk teniet te doen, namelijk waar het uitspraak deed over de verschuldigde BTW en de proportionele boete die verschuldigd verklaard werd op grond van de stelling van de geïntimeerde dat de appellante in 1998 een communautaire verwerving gedaan heeft van goederen afkomstig van en geleverd door het Spaans bedrijf I. C. P. T. Co. Aldus strekt het hoger beroep er toe om van het Hof te bekomen dat wordt gezegd voor recht dat de ten laste van de appellante in het dwangbevel van 3 oktober 2000 gevorderde BTW met … frank (… euro) verminderd wordt tot … frank (… euro) en dat de proportionele boete verminderd wordt tot … frank (… euro). De appellante vordert dat het Hof de uitvoering van het bestreden dwangbevel zou verbieden in de mate dat daarin meer gevorderd wordt dan de vermelde bedragen aan BTW, geldboete en interesten. Zij vordert dat het Hof de geïntimeerde zou veroordelen tot terugbetaling van alle onverschuldigde sommen, vermeerderd met de gerechtelijke interest.
De appellante vraagt bovendien dat de geïntimeerde zou veroordeeld worden tot het betalen van de gerechtskosten van de beide aanleggen.
De geïntimeerde vordert de bevestiging van het bestreden vonnis met veroordeling van de appellante tot het betalen van de gerechtskosten van de beide aanleggen.
2. Feitelijke gegevens
De BTW-administratie heeft op 10 juli 2000 op het kantoor van de gevolmachtigde boekhouder van de appellante een controle uitgeoefend naar de toepassing van de BTW-reglementering door de appellante in de periode van 1998 tot en met het eerste kwartaal van 2000.
Naast andere zaken heeft de controleambtenaar tussen de documenten die hem werden voorgelegd, een stuk gevonden, betiteld als FAKTUUR, gedateerd op 15 mei 1998, afkomstig van het Spaans bedrijf I. C. P. T. Co uit …, geadresseerd aan de appellante met vermelding Voor de levering van, gevolgd door de opsomming van de volgende goederen :
- Transformator 630 KVA …
- Electrogeen groep Lerody somer …
- Liftsturingen model Shindler …
- Electronische schakelkasten …
- Drukverhogingskamer met pompen …
- Dompelpomp voor kelder tot 2300m3 …
- Airco-luchtverversers unit …
- CV-ketel met branders …
- Boilergroep …
- Ontkalkingssysteem …
Behoudens het totaalbedrag van … (blijkbaar) frank (… euro) staat ook nog vermeld Vrij van BTW.
Het document bevat geen nummering als uitgaande factuur. Het werd niet ingeschreven in de boekhouding van de appellante.
Omdat de BTW met betrekking tot die factuur niet werd opgenomen in rooster 55 van de BTW-aangifte en niet werd betaald, terwijl dat volgens hem vereist was op grond van de artikelen 25ter en 51, § 1, 2° W.BTW, heeft de taxatieambtenaar in de correctieopgave die hij op 13 juli 2000 aan de appellante opstuurde, een bedrag aan BTW van … frank (… euro) als verschuldigd opgenomen.
Hoewel de appellante liet weten daarmee niet akkoord te gaan omdat het stuk volgens haar geen factuur was, bleef de Administratie op haar standpunt. Dat standpunt werd overgenomen in het procesverbaal van 11 september 2000. Naast de BTW werd op de verschuldigde BTW een verminderde proportionele geldboete van 10 % verschuldigd verklaard, evenals de wettelijke interest op de BTW.
Vervolgens werd op 3 oktober 2000 op grond van het genoemde proces-verbaal zowel een akte van inhouding opgesteld als een dwangbevel voor dezelfde bedragen als in dat proces-verbaal. De akte van inhouding werd dezelfde dag nog per brief aangezegd aan de appellante. Het dwangbevel werd op 6 oktober 2000 geviseerd en uitvoerbaar verklaard en per aangetekende brief van 11 oktober 2000 aan de appellante betekend.
Met een dagvaarding van 20 november 2000 deed de appellante verzet tegen het genoemde dwangbevel bij vordering ingesteld voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent. Die vordering strekte niet alleen tot het onverschuldigd verklaren van BTW, boete en interest met betrekking tot de genoemde factuur voor leveringen vanuit Spanje, maar ook met betrekking tot bepaalde werken en leveringen in onroerende staat waarvoor de BTW verschuldigd werd geacht door de appellante als medecontractant.
Bij vonnis van 29 juni 2005 wees de zesde kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg de vordering van de appellante af als ongegrond.
Het is tegen dat vonnis dat de appellante haar beperkt hoger beroep heeft ingesteld.
3. Grieven en argumenten van de partijen
3.1. Standpunt van de appellante
De appellante voert aan dat de bijzondere bewijskracht van het proces-verbaal beperkt is tot de persoonlijke materiële vaststellingen die de controlerende ambtenaar in de uitoefening van zijn opdracht heeft gedaan en niet slaat op de gevolgtrekkingen die deze maakt, noch op de vermoedens die hij afleidt uit vastgestelde feiten. Volgens de appellante vermoedt de geïntimeerde slechts de intracommunautaire verwerving van de betreffende goederen, maar bewijst zij die verwerving niet vermits er geen transport-, noch douanedocumenten zijn. In het bijzonder stelt de appellante dat de betreffende goederen aan haar nooit zijn verkocht, noch geleverd en zelfs niet zijn vervoerd of verzonden door het Spaanse bedrijf in kwestie. De appellante stelt dat de geïntimeerde slechts vermoedt dat een dergelijk vervoer plaatsvond maar daarvan geen bewijs levert. De appellante zet uiteen dat de I. C. P. T. Co in financiële moeilijkheden kwam na de aankoop van het Belgisch paviljoen van de Wereldtentoonstelling van Sevilla in 1992 waardoor uiteindelijk in december 1996 al haar goederen werden in beslag genomen door één van haar schuldeisers, Cartuja 93.
De appellante zegt niet te weten hoe het betreffende document in haar bezit is gekomen en benadrukt dat ze het nooit in haar boekhouding heeft ingeschreven omdat er geen verkoop van goederen, vermeld op het document, aan haar heeft plaatsgevonden. Dat toont volgens de appellante aan dat het geen echte factuur is, hoogstens een pro forma factuur.
De appellante voegt eraan toe dat de datum van het document, namelijk 15 mei 1998 zich situeert in een periode waarin haar afgevaardigd bestuurder, na een zwaar verkeersongeval begin 1998 waarbij hij een hersenbloeding opliep, zwaar ziek was. De administratie zou in die periode niet erg nauwgezet zijn gevoerd.
3.2. Standpunt van de geïntimeerde
De geïntimeerde voert aan dat hij wel degelijk voldoet aan zijn bewijslast. Hij stelt dat de intracommunautaire levering door middel van een sterk vermoeden bewezen is doordat er een factuur is aangetroffen die opgave doet van een levering vanuit Spanje. Voor het overige, zo stelt de geïntimeerde, past hij daarop artikel 25quinquies, § 5 W.BTW toe waardoor de intracommunautaire verwerving geacht wordt in België te hebben plaatsgevonden.
Het vermoeden van de intracommunautaire levering is volgens de geïntimeerde niet afgeleid uit een interpretatie maar uit de vermeldingen zelf op het betreffende document, vermits het melding maakt van de woorden 'factuur voor de levering van'.
Voorts laat de geïntimeerde gelden dat er voor een transport of verzending van Spanje naar België, gelet op het vrijgemaakt Europa, geen douanedocumenten moeten worden opgesteld. Hij stelt ook dat er meerdere redenen denkbaar zijn voor het feit dat er geen vervoerdocumenten werden aangetroffen bij de appellante: vervoer door of voor rekening van de leverancier. Het feit dat die stukken niet aanwezig zijn, zou ook nog niet bewijzen dat ze niet bestaan.
4. Beoordeling
De relevante bepalingen uit het Wetboek BTW zijn de volgende.
*
Art. 25bis
§ 1.
Onder intracommunautaire verwerving van een goed wordt verstaan het verkrijgen van de macht om als eigenaar te beschikken over een lichamelijk roerend goed dat door de verkoper of de afnemer, of voor hun rekening, met als bestemming de afnemer, is verzonden of vervoerd naar een andere Lid-Staat dan die waaruit het goed is verzonden of vervoerd.
§2 [...] (niet relevant)
Art. 25ter
§1.
Aan de belasting zijn onderworpen, wanneer ze in België plaatsvinden, de intracommunautaire verwervingen van goederen onder bezwarende titel door een belastingplichtige die als zodanig optreedt, of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon, wanneer de verkoper een belastingplichtige is die als zodanig optreedt, op wie de vrijstelling van de belasting ten aanzien van de door hem verrichte leveringen van goederen niet toepasselijk is en die niet onder het bepaalde van artikel 15, § 2, tweede lid, 2°, of § 4, valt.
[...] (niet relevant)
Art. 25quinquies
§ 1.
Een intracommunautaire verwerving van goederen vindt in België plaats als de overeenkomstig de §§ 2 tot 4 aangemerkte plaats zich in België bevindt.
§ 2.
Als plaats van een intracommunautaire verwerving van goederen wordt aangemerkt de plaats waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of van het vervoer naar de afnemer.
§ 3. [...] (niet relevant)
§ 4. [...] (niet relevant)
§ 5.
Behoudens tegenbewijs, wordt de intracommunautaire verwerving van een goed geacht in België plaats te vinden wanneer de afnemer zijn intracommunautaire verwerving onder een ter uitvoering van artikel 50, § 1, toegekend BTWidentificatienummer heeft verricht of wanneer hij, op het tijdstip van de verwerving, in België een zetel van economische activiteit of een vaste inrichting heeft of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats.]
Art. 25sexies
De intracommunautaire verwerving van een goed wordt geacht plaats te vinden op het tijdstip waarop de levering van een gelijkaardig goed, overeenkomstig artikel 16, in het binnenland zou plaatsvinden.]
Anders dan de appellante wil doen aannemen, komt de geïntimeerde wel degelijk tegemoet aan zijn bewijsplicht. Het betreffende document verstrekt immers de vaststaande feiten waarop het deugdelijk vermoeden is gesteund dat de daarin vermelde roerende goederen aan de appellante werden geleverd. Het document bevat immers tegelijk de vermelding dat het een factuur is, dat ze betrekking heeft op de levering van die goederen en is gericht aan het adres van de appellante. Vermits de factuur opgemaakt is op briefpapier van een Spaans bedrijf met verduidelijking van haar adres in Spanje, terwijl de appellante bekent dat het een bestaande onderneming is met een handelskarakter, volstaat het geheel van gegevens om eruit te vermoeden dat die goederen aan de appellante werden geleverd op of rond de datum die erop vermeld staat. De vermelding "Vrij van BTW" lijkt bovendien te bevestigen dat de opsteller van het document er zich van bewust was dat er sprake was van een stelsel waarin geen BTW verschuldigd was aan de leverancier (vermits hij door de afnemer te betalen was aan de Belgische Schatkist).
Dat de factuur in het Nederlands is opgesteld, is niet relevant vermits het Spaanse bedrijf kennelijk banden heeft met de appellante en dus een Vlaamse oorsprong heeft; het woord "Spanje" staat trouwens vermeld tussen de Spaanse, Franse en Engelse versie.
Dat de factuur geen uitgaand factuurnummer van het Spaans bedrijf bevat, is in het kader van de bewijslast van de geïntimeerde ook zonder invloed; het bewijs slaat immers op een zuiver materieel feit, namelijk een levering van goederen; het enkele feit dat een uitgaand factuurnummer ontbreekt, kan aan de overige gegevens uit het document hun bewijswaarde niet ontnemen.
Met dit vermoeden verstrekt de geïntimeerde het deugdelijk bewijs van de levering van de betreffende goederen. Van dan af moet de geïntimeerde geen bijkomend bewijs leveren van het transport van de goederen. Het komt aan de appellante toe het tegenbewijs te leveren. Dat er geen enkel document voorligt met betrekking tot het transport, blijft zonder invloed. Douanedocumenten zijn voor een transport van Spanje naar België niet voorhanden.
Nu de levering van de betreffende goederen bewezen is, verwijst de geïntimeerde met reden naar artikel 25quinquies W.BTW om de plaats van de levering in België te situeren zodat de BTW in België verschuldigd is.
Het (beperkt) hoger beroep van de appellante is dan ook ongegrond.
Dispositif
OP DIE GRONDEN,
HET HOF,
recht doende op tegenspraak;
gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
gehoord in openbare terechtzitting de partijen in hun middelen en conclusies,
verklaart het hoger beroep ontvankelijk maar wijst het af als ongegrond; bevestigt het bestreden vonnis in de mate waarin het werd aangevochten.
veroordeelt de appellante tot het betalen van de gerechtskosten van deze aanleg, vastgesteld als volgt :
- aan de kant van de appellante :
• uitgavenvergoeding hoger beroep : … EUR
• rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : … EUR
- aan de kant van de geïntimeerde :
• rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : … EUR
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, recht doende in burgerlijke zaken, op ZEVENENTWINTIG NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ZEVEN.
Aanwezig de Heren :
A. D. M., Kamervoorzitter, Voorzitter,
G. T. en D. V., Raadsheren,
M. V., griffier.
M. V. D. V. G. T. A. D. M.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.