Parcours procédural
2 étapes · 2 ans 2 mois- Décision affichéeTribunal de première instance d'Anvers05.01.2005
- Décision sur appelCour d'appel d'Anvers27.03.2007
Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd
Jugement du Tribunal de Première Instance d'Anvers dd. 05.01.2005, Cause 03/1391/A
Le Courrier Fiscal 2005/332
Cession d'une branche d'activité.
Facturation.
Redevable de la taxe
Résumé
Une opération peut également être soumise au régime d'exemption de l'article 11 «wanneer deze gebeurt door middel van onderscheiden overdrachten en aangetoond wordt dat alle onderscheiden overdrachten, volgens het inzicht van de partijen, op zodanige wijze afhankelijk zijn van elkaar dat ze niet alleen gelijktijdig uitwerking hebben, maar dat tevens de ene niet zonder de andere kan bestaan, en dit ongeacht de tussenkomst van derde vennootschappen». (Traduction libre: lorsqu'elle s'effectue via plusieurs cessions séparées s'il est établi que toutes les cessions distinctes étaient, dans l'esprit des parties, liées les unes aux autres de façon telle qu'elles n'ont pas seulement produit leurs effets simultanément, mais que l'une ne pouvait en outre pas exister sans l'autre, et ce, nonobstant l'intervention de sociétés tierces.)
En l'espèce, la société acheteuse a, suite à la reprise du stock, des biens d'investissement et de l'immeuble, pu poursuivre l'activité économique du vendeur. Le fait que la cession ait été effectuée en différentes étapes n'empêche pas que les différentes opérations étaient liées entre elles et que les parties concernées ont apparemment eu dès le début l'intention de céder/reprendre le fonds de commerce. Le tribunal constate à cet égard que l'acheteur a déjà repris le numéro de téléphone et le numéro de fax du vendeur peu après la première facturation.
Il en découle que les parties ont de facto eu l'intention de vendre/acheter le fonds de commerce.
Texte intégral
Corps de la décision
VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijf januari tweeduizend en vijf
in openbare zitting van de vierde F kamer van rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden:
P.W., enig rechter,
N.D., adjunct-griffier.
In zake: A.R.Nr. 03/1391/A
J. N.V.,
(voorheen N.V. B.L.) met BTW-nummer BE ..., ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer ..., met maatschappelijke zetel gevestigd te ...
EISENDE PARTIJ
-verschijnende bij meester W.H., advocaat, kantoorhoudende te ...
tegen:
DE BELGISCHE STAAT,
Federale Overheidsdiens Financiën, Invordering, sector BTW, in de persoon van de waarnemend eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester R.V. loco meester A.v.L.d.J., advocaat, kantoorhoudende te ...
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 27 februari 2003,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, §2 van het Gerechtelijk Wetboek op 2 juni 2004,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 8 december 2004.
De vordering strekt ertoe dat dwangbevel Reg. 127/173-2002, uitgevaardigd op 4 juli 2002 en uitvoerbaar verklaard op 23 juli 2002, te vernietigen en van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens te zeggen voor recht dat eiseres de met het bestreden dwangbevel van haar gevorderde bedragen niet verschuldigd is, verweerder te verplichten alle ten onrechte ingehouden en / of alle ten onrechte op de met bestreden vordering aangerekende bedragen aan eiseres terug te betalen, meer de moratoire intresten en de kosten van het geding.
Relevante feiten
Op 31 juli 2000 heeft de N.V. B.I. eiseres gefactureerd voor de verkoop van
- ontspanner CO2 / Argon profi (B)
- overname eindstock.
Op 12 september 2000 heeft de N.V. B.I. eiseres gefactureerd voor de overname van
- activa bureel en keukenmobilair
- activa computers
- magazijnuitrusting.
Bij notariële akte van 29 december 2000 werd de verkoop vastgesteld van gebouwen en het opstalrecht door de N.V. B.B.&M. (voorheen gekend onder voornoemde benaming N.V. B.I.) aan eiseres; op 26 december 2000 had de N.V. B.B.&M. eiseres hiervoor gefactureerd.
Niettegenstaande drie afzondelijke facturen werden opgesteld, heeft eiseres - volgens de administratie - in feite de bedrijfsafdeling "groothandel in diverse machines" overgenomen van de N.V. B.B.&M. in de zin van de artikelen 11 en 18 §3 W.BTW; volgens de administratie werd op deze facturen ten onrechte BTW aangerekend en heeft eiseres deze BTW dan ook ten onrechte in aftrek gebracht.
Beoordeling
Om te beslissen of de levering / dienstverrichting al dan niet moet worden beschouwd als houdende de overdracht van een bedrijfsafdeling in de zin van de artikelen 11 en 18 §3 W.BTW, moet worden onderzocht of de overgedragen elementen de bestanddelen bevatten die de uitoefening van een welbepaalde handelsactiviteit toelaten; het is aldus niet van belang te weten welke bestanddelen van de handelszaak door de overdrager behouden werden, noch hoeveel bedrijfsafdelingen de overdrager voor de overdracht bezat.
Bijgevolg is enkel en alleen van belang de vaststelling dat de overgedragen bestanddelen tezamen een onderneming of een bedrijfsonderdeel vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend (H.v.J. 27 november 2003 inzake C-497/01, http://europa.eu.int./eur-lex/nl/i ndex.html en H.v.J; 13 oktober 1992 inzake C-50/91, Jur.H.v.J. 1992, I, 5225), wat aldus neerkomt op een beoordeling van het begrip bedrijfsafdeling in hoofde van de overnemer van de bedrijfsafdeling, en niet in hoofde van de overdrager van het bedrijf; de overdracht is aldus niet aan de BTW onderworpen wanneer de overdrager bepaalde activa van de overgedragen bedrijfsafdeling behoudt, maar de resterende activa de overnemer wel in staat stellen van een autonome economische activiteit voort te zetten.
De overdracht is evenmin aan de BTW onderworpen wanneer deze gebeurt door middel van onderscheiden overdrachten en aangetoond wordt dat alle onderscheiden overdrachten, volgens het inzicht van de partijen, op zodanige wijze afhankelijk zijn van elkaar dat ze niet alleen gelijktijdig uitwerking hebben, maar dat tevens de ene niet zonder de andere kan bestaan, en dit ongeacht de tussenkomst van derde venootschappen.
Te dezen dient te worden vastgesteld dat:
- op 23 december 1996 de B.V.B.A. B.I., later omgevormd tot N.V., werd opgericht met als maatschappelijk doel groothandel in diverse machines en uitrusting voor de nijverheid,
- op 11 mei 2000 eiseres werd opgericht onder de benaming B.V.B.A. J. L. met als maatschappelijk doel distributie van lasmaterialen en toevoegmaterialen, groothandel, kleinhandel, fabricage en herstelling in de ruimste zin van het woord,
- op 28 augustus 2000 voornoemde N.V. B.I. haar benaming wijzigde in N.V. B.B.&M. en haar maatschappelijk doel volledig wijzigde,
- op 2 oktober 2000 eiseres werd omgevormd tot N.V. en haar benaming wijzigde in N.V. B.L.,
- op 16 oktober 2000 de N.V. B.B.&M. werd gedagvaard door de RSZ,
- op 15 januari 2001 het ontslag werd aanvaard van de Heer V.C. uit zijn functies bij de N.V. B.B.&M.,
- op 7 juni 2001 de N.V. B.B.&M. faillier werd verklaard,
- op 17 oktober 2001 voornoemde Heer V.C. werd aangesteld als gedelegeerd bestuurder van eiseres.
Tevens dient te worden vastgesteld dat
-op 31 juli 2000 voornoemde N.V. B.I. eiseres heeft gefactureerd voor de verkoop van ontspanner CO2 / Argon profi (B) en de overname eindstock; op deze factuur werd verwezen naar een akkoord van 1 juli 2000 en tevens naar een besteldatum van 11 augustus 2000; het is bijzonder merkwaardig dat de factuur dateert van vóór de besteldatum,
- op 12 september 2000 voornoemde N.V. B.I. eiseres heeft gefactureerd voor de overname activa bureel en keukenmobilair, activa computers en magazijnuitrusting; volgens de vermelding op de factuur dateert de besteldatum eveneens van 12 september 2000 en werden de prijzen in onderling overleg bepaald volgens de restwaarde in de boekhouding van de N.V. B.I.,
- op 26 december 2000 voornoemde N.V. B.B.&M. (voorheen N.V. B.I.) eiseres heeft gefactureerd voor de verkoop van de gebouwen en het opstalrecht, hetgeen werd vastgesteld bij notariële akte van 29 december 2000; het opstalrecht was verleend door de N.V O.G., die is tussengekomen in de notariële akte en instemde met de overdracht van rechten en plichten uit de opstalovereenkomst.
Verder dient te worden vastgesteld dat eiseres op een brief van 9 oktober 2000 haar telefoonnummer en haar telefaxnummer vermeldde hetgeen dezelfde nummers waren die de N.V. B.I. op voornoemde facturen van 31 juli 2000 en 12 september 2000 vermeldde als haar telefoonnummer en haar telefaxnummer.
Er dient ook te worden vastgesteld dat een lichte vrachtwagen Mercedes Vito, die volgens een factuur van 25 augustus 2000 door de N.V. B.I. werd verkocht aan de N.V. B.C., op 9 november werd ingeschreven op naam van eiseres.
Bijgevolg staat het ontegensprekelijk vast dat eiseres niet alleen de ontspanner, de eindstock, bureel en keukenmobilair, computers, magazijnuitrusting, de benaming "Bester", de telefoonnummer en telefaxnummer, de gebouwen en het opstalrecht heeft overgenomen van de N.V. B.I., maar ook de lichte vrachtwagen Mercedes Vito via de tussenkomst van de N.V. B.C..
Alle voornoemde vaststellingen zijn vaststaande, gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende gegevens, die op zichzelf en afzonderlijk onvoldoende zekerheid bieden, doch die elkaar aanvullen zodat deze een rechtsgeldig vermoeden uitmaken en voldoende zekerheid bieden dat
- voornoemde overgedragen bestanddelen tezamen een onderneming of een bedrijfsonderdeel vormen die eiseres in staat hebben gesteld een autonome economische activiteit voort te zetten,
- alle onderscheiden overdrachten, volgens het inzicht van de partijen, op zodanige wijze afhankelijk waren van elkaar dat ze niet alleen gelijktijdig uitwerking hadden, maar dat tevens de ene niet zonder de andere kon bestaan, en dit ongeacht de tussenkomst van de N.V. B.C.,
- de overtredingen werden begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.
Het is niet relevant
- dat de N.V. B.I. de overgedragen bestanddelen op drie onderscheiden tijdstippen heeft gefactureerd gezien het onomstotelijk vaststaat dat de overdrachten, volgens het inzicht van de partijen, op zodanige wijze afhankelijk waren van elkaar dat ze niet alleen gelijktijdig uitwerking hadden, maar dat tevens de ene niet zonder de andere kon bestaan,
- dat de N.V. B.I. bepaalde activa van de overgedragen bedrijfsafdeling zou behouden hebben of aan derden zou overgedragen hebben noch hoeveel bedrijfsafdelingen de N.V. B.I. voor de overdracht zou bezeten hebben gezien het begrip bedrijfsafdeling in hoofde van de overnemer van de bedrijfsafdeling, zijnde eiseres, dient te worden en niet in hoofde van de overdrager van het bedrijf.
Het is aldus bewezen dat de N.V. B.I. een bedrijfsafdeling heeft overgedragen aan eiseres in de zin van de artikelen 11 e, 18 §3 W.BTW zodat deze overdracht niet aan de BTW onderworpen was.
Bijgevolg heeft de N.V. B.I. op voornoemde facturen ten onrechte BTW aangerekend zodat eiseres dan ook geen recht heeft op aftrek van de BTW (H.v.J. 19 september 2000, F.J.F. 2001/67 en H.v.J. 13 december 1989, F.J.F. 91/139).
Krachtens artikel 51 §1, 3° W.BTW is de belasting verschuldigd door eenieder die op een factuur of op een als zodanig geldend stuk de belasting over de toegevoegde waarde vermeldt, zelfs indien hij geen goed heeft geleverd noch een dienst heeft verstrekt en wordt hij schuldenaar van de belasting op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of het stuk.
De N.V. B.I. is aldus de BTW verschuldigd door de loutere vermelding ervan op voornoemde facturen, hetgeen echter niet betekent dat een recht van aftrek zou ontstaan in hoofde van eiseres; voor de beoordeling van huidige betwisting volstaat het dat duidelijk aangetoond werd dat eiseres geen recht heeft of aftrek van de BTW en het is dan ook niet relevant of de administratie al dan niet een aangifte van schuldvordering heeft ingediend in het faillissement van de N.V. B.B.&M. (voorheen gekend onder de benaming N.V. B.I.).
Verder staat het ontegensprekelijk vast dat de administratie het proces-verbaal van 4 juni 2002 voldoende heeft gemotiveerd, ook wat betreft de geldboete.
De rechtbank is van oordeel dat de geldboete van 200% in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuken en met de ernst van de feiten.
Dispositif
OM DIE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 349,54 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 174,76 EUR rechtsplegingvergoeding.
N.D.
P.W.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.