Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.
Fiche du SPF Finances
Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 31.03.2010
Résumé non fourni
Texte du jugement
Corps de la décision
Le texte est publié uniquement dans la langue originale
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 31 MAART 2010
Rolnummer AR 07/3414/A
In de zaak van :
V. L. B., wonende te …, …
eiseres,
hebbende als raad Mter W. V. d. G., advocaat te …, …
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen Sint-Niklaas, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 2
verweerder,
hebbende als raad Mter Ph. V., advocaat te …, …
Vonnist de rechtbank als volgt :
I. DE RECHTSPLEGING
De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 3 maart 2010 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidend verzoekschrift op tegenspraak van 14 januari 2008 en de conclusies van de partijen en hun stukkenbundels.
II. DE VORDERING
1.Eiseres betwist het door e.a. inspecteur D. D. B. uitgevaardigd dwangbevel van 26 mei 2007 - RCIV nr. … - dat geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW te Antwerpen op 20 september 2007.
2.In het dwangbevel worden de verschuldigde bedragen vastgesteld als volgt :
- als geldboete ingevolge artikel 70, § 4 W.BTW : 250,00 euro
Te vermeerderen met de moratoire intresten op de geldboeten en de vervolgingskosten.
3.Eiseres legt op 17 oktober 2007 een verzoekschrift op tegenspraak neer tegen voormeld dwangbevel.
4.Gezien de vordering is ingeleid overeenkomstig de vorm zoals bepaald in het Gerechtelijk Wetboek en binnen de wettelijke termijn, dient deze als ontvankelijk te worden beschouwd.
III. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL
1.De stad … heeft een aantal locaties voorbestemd voor ontspanning van bejaarden. Deze stedelijke clubhuisjes zijn op een zestal plaatsen gesitueerd, waaronder dat in de …, alwaar eiseres als verantwoordelijke fungeerde.
2.Het Stadsbestuur heeft voor deze stedelijke clubhuisjes een reglement van inwendige orde (S.C. 30/6/1967) opgesteld waarin een aantal precieze regels werden uitgevaardigd met betrekking tot openingsdagen en -uren, bezoekers, verbod tot geldspelen, verbod voor dieren, ...
3.Naar aanleiding van een klacht in de loop van jaar 2003 bij de stedelijke ombudsman blijkt dat de Stad met betrekking tot deze clubhuisjes “altijd duidelijk en weloverwogen gekozen heeft voor het systeem van vrijwilligers”.
Er werd de nadruk gelegd op een niet-commercieel systeem dat geen nevenberoep mag zijn. Een kleine winst per consumptie werd gedoogd, doch deze diende ten goede te komen van het gebouwen de bezoekers, zoals het financieren van acties, aankoop van prijzen voor tombola's en wat drinkgeld voor de vrijwilligers.
4.Het Stadsbestuur hield op geregelde tijdstippen overleg met de vrijwilligers van deze seniorenclubhuizen.
Zo werd op 2 april 2004 afspraken gemaakt met betrekking tot het clubhuisje waar eiseres de uitbating waarnam. Deze afspraken viseerden duidelijke uitbatingsmodaliteiten die opgelegd werden door het Stadsbestuur :
- uur schenking laatste glas en sluitingsuur;
- de aankoop van een tritsbak door het Stadsbestuur;
- verbod tot organisatie van bepaalde activiteiten;
- mogelijke activiteiten, zoals kaarting, dienen te gebeuren in samenwerking met de seniorenconsulent waarbij het Stadsbestuur zou instaan voor de bekendmaking ervan.
In een brief van 2 oktober 2004 gaat het Stadsbestuur opnieuw een aantal modaliteiten herhalen ten aanzien van eiseres.
5.Het Stadsbestuur organiseert ook geregeld collectieve vergaderingen met alle verantwoordelijken van deze seniorenclubhuizen.
In deze vergaderingen worden onder meer :
- de tarieven van de dranken vastgelegd (“we streven naar zo weinig mogelijk tarieven …. Er zal aan alle clubhuis verantwoordelijken een exemplaar van de nieuwe lijst worden bezorgd. Enkel de dranken die op de lijst staan vermeld worden geschonken.”);
- bepaalde projecten worden toegewezen aan bepaalde clubhuisjes.
- openingsdagen en -uren vastgelegd;
- bepaalde opmerkingen gemaakt door de verantwoordelijken zoals voor de … in het bijzonder : de vraag naar nieuwe belettering, rookzuigmachine, ..,
6.In een email van 29 maart 2007 blijkt dat het Stadsbestuur opdracht geeft aan eiseres om op deze dag het clubhuisje niet te openen en deelt haar mee dat zij verdere beslissingen van het college van burgemeester en schepenen ter zake dient af te wachten.
7.Naar aanleiding van klachten uitgaande van omliggende horeca-zaken, blijkt de coördinator van het OCMW-vrijwilligerswerk aan de alarmbel te luiden omdat hij diende vast te stellen dat wegens een gebrek aan opvolging door het Stadsbestuur van de vrijwilligers, aanzienlijke problemen voor deze vrijwilligers kunnen rijzen.
8.Wat betreft de dranken en andere consumpties in de clubhuisjes, werden deze aangekocht door de respectievelijke vrijwilligers. In concreto kocht eiseres de dranken voor het clubhuis waar zij verantwoordelijk voor was aan bij NV I., de warme dranken en kleine etenswaren bij de NV C.. Eiseres, noch het Stadsbestuur hielden bewijskrachtige documenten bij met betrekking tot de eventuele terugbetaling van kosten en van investering van winst in het clubhuisje of voor specifieke activiteiten.
9.Op 3 juli 2007 overhandigde eiseres de inhoud van de kassa ten belope van 50,23 euro aan de stedelijke ombudsvrouw om dit bedrag over te maken aan de Stadsontvanger. Eiseres gaf alsdan ook de sleutels van het clubhuisje af.
10.Per brief van 13 augustus 2007 brengt het Stadsbestuur eiseres in kennis dat het clubhuis vanaf 1 september in gebruik zal genomen worden door het OCMW en dat haar materiaal ter hare beschikking ligt en voor ophaling dient contact opgenomen te worden met de stedelijke ombudsvrouw.
IV. BESPREKING
1.Uit de beschikbare gegevens blijkt duidelijk dat de Stad … met het oog op de werking van haar verschillende buurthuisjes bestemd voor de senioren in handen heeft willen leggen van vrijwilligers. Daarbij werden vooral gepensioneerde vrijwilligers beoogd. De vrijwilligerswerking werd in zekere mate, echter ontoereikend, georganiseerd en gereglementeerd door de Stad ….
De feiten leren dat de Stad … geen afdoende instructies heeft verschaft, noch controle werd uitgeoefend, zeker wat betreft de uitgaven voor de dranken, de wijze van vergoeding van deze door de vrijwilligers voorgeschoten kosten en de besteding van de kleine winstmarge. Evenmin werden onderrichtingen gegeven voor het bijhouden van de nodige bewijskrachtige stukken.
2.De intentie van de Stad … was, zoals gesteld, de seniorenbuurthuizen te laten functioneren met behulp van vrijwilligers. Dit initiatief zou tegemoet komen aan de behoefte tot sociaal contact tussen de senioren binnen eigen kader en waar tegen democratische prijzen aan vertier voor deze doelgroep werd beoogd, zonder dat winst werd nagestreefd.
3.In hoofde van de organisator, in onderhavig geval de Stad …, mag in toepassing van de beginselen voor een goed bestuur verwacht worden dat zij op afdoende wijze haar vrijwilligers zou informeren, instrueren en opvolgen, zeker wat betreft de financiële aspecten van het uitbaten van het clubhuisje.
Het Stadsbestuur is in deze schromelijk tekort geschoten en heeft in haar betrachting om een maatschappelijk relevant activiteit te organiseren met zo weinig mogelijk eigen inspanningen. Het laten betijen van de vrijwilligers is daarvan het gevolg.
Sedert de invoering van de Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers heeft de wetgever een wettelijk kader willen creëren binnen dewelke vrijwilligers konden opereren ten einde de rechten van de vrijwilliger te beschermen en onderhavige problematieken te voorkomen.
4.Het aankopen van drank door de vrijwilliger op zich is geen voldoende bewijs, noch een vermoeden opdat sprake zou zijn van een zelfstandige activiteit. Het onbezoldigd karakter van het vrijwilligerswerk belet niet dat de door vrijwilliger voor de organisatie gemaakte kosten, zoals in casu de aankoop en prefinanciering van drank, door de organisatie kan worden vergoed.
In de voornoemde Wet werd, voor wat betreft de kostenvergoeding, een specifieke regeling uitgewerkt, waaruit kan worden afgeleid dat de wetgever het principe van de vergoeding van de door de vrijwilliger voorgeschoten kosten, heeft aanvaard.
5.Het nalaten door de … van het geven van onderrichtingen aangaande de financiële kant van de uitbating van het seniorenclubhuisje en de controle ervan, is niet afdoende om eiseres als een belastingplichtige wegens het uitbaten van een horecazaak te kwalificeren.
Artikel 4, § 1 W.BTW definieert als BTW-belastingplichtige : "eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven".
Er kan, gelet op de instructies en uitbatingsmodaliteiten die eiseres van de Stad … ontving, moeilijk van haar gesteld worden dat zij de activiteit op een zelfstandige basis uitoefende.
Een zelfstandige dient een adequate organisatorische vrijheid te bezitten ten aanzien het voor zijn werkzaamheden in te zetten personeel en materieel, en het economisch risico voor die werkzaamheid te dragen. (Concl. Adv. Gen. G. Tesauro, 4 juni 1991, zaak C-202/90, Ayuntarmiento de Sevilla, Jur. HvJ., I-4247, F.J.F., n° 91/12).
Van eiseres mag derhalve verwacht worden dat zij een minimale autonomie in het exploitatie van het clubhuisje had.
De feiten leren echter dat eiseres geen inspraak had in :
- de openingsdagen en -uren;
- de prijs van de dranken;
- de hoedanigheid van de bezoekers;
- de soort van activiteiten die dan nog onder toezicht stonden van bevoegde diensten;
- de besteding van de winst;
- het openen of de stopzetting van het clubhuisje;
- het inschakelen van andere vrijwilligers zonder toestemming.
De Rechtbank stelt vast dat er hoegenaamd geen adequate en organisatorische vrijheid in hoofde van eiseres als vrijwilligster aanwezig was.
Bij eenzijdige beslissing heeft de Stad … het buurthuisje gesloten. Daarop gaf eiseres het saldo van de in de kassa beschikbare gelden in handen van de Stad …. Een som die zonder meer werd aanvaard, zodat kan aangenomen worden dat de Stad als organisator zich op impliciete wijze akkoord verklaarde met de eindafrekening van haar vrijwilligster, i.e. eiseres.
6.De Rechtbank is van oordeel dat het wettelijk vermoeden, zoals voorzien in artikel 64, § 2 W.BTW, waarbij geacht wordt dat diensten zijn verricht onder de voorwaarden waaronder de BTW opeisbaar wordt, niet is vervuld, gezien de feiten uitwijzen dat de prestaties die door eiseres werden verricht als vrijwilligster volgens de instructies van de organisator en niet als zelfstandige.
7.Gezien in hoofde van eiseres geen wijziging van activiteit plaatsvond en enkel prestaties werden verricht als vrijwilligster, werd ten onrechte toepassing gemaakt van artikel 70, § 4 W.BTW.
8.De vordering is derhalve gegrond.
V. DE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING
Het geschil omtrent de door verweerder opgelegde geldboete van 250,00 euro is wel degelijk een in geld waardeerbare vordering.
De waarde van het geschil situeert zich in de schijf tot 250.00 euro zodat overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek de rechtsplegingsvergoeding kan vastgesteld worden op het basisbedrag van 150,00 euro.
Dispositif
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Recht doende op tegenspraak.
Met inachtneming van de artikelen 2, 34, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend.
Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond.
Vernietigt het door e.a. inspecteur D. D. B. uitgevaardigd dwangbevel van 26 mei 2007 - RCIV nr. … - dat geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW te Antwerpen op 20 september 2007.
Verwijst verweerder in de kosten van het geding, langs de zijde van eiseres begroot op 150,00 euro rechtsplegingsvergoeding en langs de zijde van verweerder begroot op 150,00 euro rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op woensdag éénendertig maart tweeduizend en tien, waar aanwezig waren :
de heer C. S., toegevoegd rechter, voorzitter van deze kamer,
mevrouw G. L., griffier.
G. L. C. S.
Référence citée
Raccourcis clavier
Inactifs pendant la saisie dans un champ.
- Rechercher dans le texte
- /Ctrl/⌘ F
- Occurrence suivante / précédente
- EntréeMaj Entrée
- Section suivante / précédente
- JK
- Mode lecture
- L
- Fermer un panneau
- Échap
Le mode lecture retire le sommaire et les repères, grossit le texte et recentre la colonne.