Assujettissement, champ d'application, service, opération imposable, preuve · Jurisprudence belge

Aller au texte
Juriel

Tribunal de première instance Gand 31 mars 2010

Rechercher
Texte en néerlandais

Assujettissement, champ d'application, service, opération imposable, preuveTaxe sur la valeur ajoutée

https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-champ-application-service-operation-tribunal-gand-2010-03-31-8fc1

Juridiction
Tribunal de première instance
Siège
Gand
Date
31 mars 2010

Sur le document

Collection
Jurisprudence belge
Langue du texte
néerlandais
Version française
non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

Texte

170 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 31.03.2010

Résumé non fourni

Texte du jugement

Corps de la décision

Le texte est publié uniquement dans la langue originale

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 31 MAART 2010

Rolnummer AR/08/162/A

In de zaak van :

V. L. B., wonende te …, …

eiseres,

hebbende als raad Mter W. V. d. G., advocaat te …, …

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen Sint-Niklaas, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 2

verweerder,

hebben de als raad Mter Ph. V., advocaat te …, …

Vonnist de rechtbank als volgt :

I. DE RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 3 maart 2010 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidend verzoekschrift op tegenspraak van 14 januari 2008 en de conclusies van de partijen en hun stukkenbundels.

II. DE VORDERING

1.Eiseres betwist het door e.a. inspecteur D. D. B. uitgevaardigd dwangbevel van 9 november 2007 - RCIV nr. … - dat geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW te Antwerpen.

2. In het dwangbevel worden de verschuldigde bedragen vastgesteld als volgt :

- als belasting op toegevoegde waarde : 11.674,88 euro

- als geldboete ingevolge artikel 70, §1 W.BTW : 4.040,00 euro

- als verlopen intresten krachtens artikel19, § 1,1° W.BTW : 2.053,92 euro

- voorlopig totaal : 17.768,80 euro

Dit alles te vermeerderen met de intresten vanaf 20 november 2007 a rato van 0,80 % per maand vertraging, de moratoire intresten op de geldboeten en de vervolgingskosten.

3.Eiseres legt op14 januari 2008 een verzoekschrift op tegenspraak neer tegen voormeld dwangbevel.

4.Gezien de vordering is ingeleid overeenkomstig de vorm zoals bepaald in het Gerechtelijk Wetboek en binnen de wettelijke termijn, dient deze als ontvankelijk te worden beschouwd.

III. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

1.De stad Sint-Niklaas heeft een aantal locaties voorbestemd voor ontspanning van bejaarden. Deze de stedelijke clubhuisjes zijn op een zestal plaatsen gesitueerd, waaronder dat in de …, alwaar eiseres als verantwoordelijke fungeerde.

2.Het Stadsbestuur heeft voor deze stedelijke clubhuisjes een reglement van inwendige orde (S.C. 30/6/1967) opgesteld waarin een aantal precieze regels werden uitgevaardigd met betrekking tot openingsdagen en -uren, bezoekers, verbod tot geldspelen, verbod voor dieren, ...

3.Naar aanleiding van een klacht in de loop van jaar 2003 bij de stedelijke ombudsman blijkt dat de Stad met betrekking tot deze clubhuisjes "altijd duidelijk en weloverwogen gekozen heeft voor het systeem van vrijwilligers".

Er werd de nadruk gelegd op een niet-commercieel systeem dat geen nevenberoep mag zijn. Een kleine winst per consumptie werd gedoogd, doch deze diende ten goede te komen van het gebouwen de bezoekers, zoals het financieren van acties, aankoop van prijzen voor tombola's en wat drinkgeld voor de vrijwilligers.

4.Het Stadsbestuur hield op geregelde tijdstippen overleg met de vrijwilligers van deze seniorenclubhuizen.

Zo werd. op 2 april 2004 afspraken gemaakt met betrekking tot het clubhuisje waar eiseres de uitbating waarnam. Deze afspraken viseerden duidelijke uitbatingsmodaliteiten die opgelegd werden door het Stadsbestuur :

- uur schenking laatste glas en sluitingsuur;

- de aankoop vaneen tritsbak door het Stadsbestuur;

- verbod tot organisatie van bepaalde activiteiten;

- mogelijke activiteiten, zoals kaarting, dienen te gebeuren in samenwerking met de seniorenconsulent waarbij het Stadsbestuur zou instaan voor de bekendmaking ervan.

In een brief van 2 oktober 2004 gaat het Stadsbestuur opnieuw een aantal modaliteiten herhalen ten aanzien van eiseres.

5.Het Stadsbestuur organiseert ook geregeld collectieve vergaderingen met alle verantwoordelijken van deze seniorenclubhuizen.

In deze vergaderingen worden onder meer :

- de tarieven van de dranken vastgelegd ("we streven naar zo weinig mogelijk tarieven ... Er zal aan alle clubhuisverantwoordelijken een exemplaar van de nieuwe lijst worden bezorgd. Enkel de dranken die op de lijst staan vermeld worden geschonken.");

- bepaalde projecten worden toegewezen aan bepaalde clubhuisjes.

- openingsdagen en -uren vastgelegd;

- bepaalde opmerkingen gemaakt door de verantwoordelijken zoals voor de … in het bijzonder : de vraag naar nieuwe belettering, rookzuigmachine, ...

6.In een email van 29 maart 2007 blijkt dat het Stadsbestuur opdracht geeft aan eiseres om op deze dag het clubhuisje niet te openen en deelt haar mee dat zij verdere beslissingen van het college van burgemeester en schepenen ter zake dient af te wachten.

7.Naar aanleiding van klachten uitgaande van omliggende horeca-zaken, blijkt de coördinator van het OCMW-vrijwilligerswerk aan de alarmbel te luiden omdat hij diende vast te stellen dat wegens een gebrek aan opvolging door het Stadsbestuur van de vrijwilligers, aanzienlijke problemen voor deze vrijwilligers kunnen rijzen.

8.Wat betreft de dranken en andere consumpties in de clubhuisjes, werden deze aangekocht door de respectievelijke vrijwilligers. In concreto kocht eiseres de dranken voor het clubhuis waar zij verantwoordelijk voor was aan bij NV I., de warme dranken en kleine etenswaren bij de NV C.. Eiseres, noch het Stadsbestuur hielden bewijskrachtige documenten bij met betrekking tot de eventuele terugbetaling van kosten en van investering van winst in het clubhuisje of voor specifieke activiteiten.

9.Op 3 juli 2007 overhandigde eiseres de inhoud van de kassa ten belope van 50,23 euro aan de stedelijke ombudsvrouw om dit bedrag over te maken aan de Stadsontvanger. Eiseres gaf alsdan ook de sleutels van het clubhuisje af.

10.Per brief van 13 augustus 2007 brengt het Stadsbestuur eiseres in kennis dat het clubhuis vanaf 1 september in gebruik zal genomen worden door het OCMW en dat haar materiaal ter hare beschikking ligt en voor ophaling dient contact opgenomen te worden met de stedelijke ombudsvrouw.

IV. BESPREKING

1.Uit de beschikbare gegevens blijkt duidelijk dat de Stad Sint-Niklaas met het oog op de werking van haar verschillende buurthuisjes bestemd voor de senioren in handen heeft willen leggen van vrijwilligers. Daarbij werden vooral gepensioneerde vrijwilligers beoogd. De vrijwilligerswerking werd in zekere mate, echter ontoereikend, georganiseerd en gereglementeerd door de Stad Sint-Niklaas.

De feiten leren dat de Stad-Niklaas geen afdoende instructies heeft verschaft, noch controle werd uitgeoefend, zeker wat betreft de uitgaven voor de dranken, de wijze van vergoeding van deze door de vrijwilligers voorgeschoten kosten en de besteding van de kleine winstmarge.

Evenmin werden onderrichtingen gegeven voor het bijhouden van de nodige bewijskrachtige stukken.

2.De intentie van de Stad Sint-Niklaas was, zoals gesteld, de seniorenbuurthuizen te laten functioneren met behulp van vrijwilligers. Dit initiatief zou tegemoet komen aan de behoefte tot sociaal contact tussen de senioren binnen eigen kader en waar tegen democratische prijzen aan vertier voor deze doelgroep werd beoogd, zonder dat winst werd nagestreefd.

3.In hoofde van de organisator, in onderhavig geval de Stad Sint-Niklaas, mag in toepassing van de beginselen voor een goed bestuur verwacht worden dat zij op afdoende wijze haar vrijwilligers zou informeren, instrueren en opvolgen, zeker wat betreft de financiële aspecten van het uitbaten van het clubhuisje.

Het Stadsbestuur is in deze schromelijk tekort geschoten en heeft in haar betrachting om een maatschappelijk relevante activiteit te organiseren met zo weinig mogelijk eigen inspanningen. Het laten betijen van de vrijwilligers is daarvan het gevolg.

Sedert de invoering van de Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers heeft de wetgever een wettelijk kader willen creëren binnen dewelke vrijwilligers konden opereren ten einde de rechten van de vrijwilliger te beschermen en onderhavige problematieken te voorkomen.

4.Het aankopen van drank door de vrijwilliger op zich is geen voldoende bewijs, noch een vermoeden opdat sprake zou zijn van een zelfstandige activiteit. Het onbezoldigd karakter van het vrijwilligerswerk belet niet dat de door vrijwilliger voor de organisatie gemaakte kosten, zoals in casu de aankoop en prefinanciering van drank, door de organisatie kan worden vergoed.

In de voornoemde Wet werd, voor wat betreft de kostenvergoeding, een specifieke regeling uitgewerkt, waaruit kan worden afgeleid dat de wetgever het principe van de vergoeding van de door de vrijwilliger voorgeschoten kosten, heeft aanvaard.

5.Het nalaten door de Sint-Niklaas van het geven van onderrichtingen aangaande de financiële kant van de uitbating van het seniorenclubhuisje en de controle ervan, is niet afdoende om eiseres als een belastingplichtige wegens het uitbaten van een horecazaak te kwalificeren.

Artikel 4, § 1 W.BTW definieert als BTW-belastingplichtige : "eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven".

Er kan, gelet op de instructies en uitbatingsmodaliteiten die eiseres van de Stad Sint-Niklaas ontving, moeilijk van haar gesteld worden dat zij de activiteit op een zelfstandige basis uitoefende.

Een zelfstandige dient een adequate organisatorische vrijheid te bezitten ten aanzien het voor zijn werkzaamheden in te zetten personeel en materieel, en het economisch risico voor die werkzaamheid te dragen. (Concl. Adv. Gen. G. Tesauro, 4 juni 1991, zaak C-202/90, Ayuntarmiento de Sevilla, Jur. H.v.J., I-4247, F.J.F., n° 91/12).

Van eiseres mag derhalve verwacht worden dat zij een minimale autonomie in het exploitatie van het clubhuisje had.

De feiten leren echter dat eiseres geen inspraak had in :

- de openingsdagen en -uren;

- de prijs van de dranken;

- de hoedanigheid van de bezoekers;

- de soort van activiteiten die dan nog onder toezicht stonden van bevoegde diensten;

- de besteding van de winst;

- het openen of de stopzetting van het clubhuisje;

- het inschakelen van andere vrijwilligers zonder toestemming.

De Rechtbank stelt vast dat er hoegenaamd geen adequate en organisatorische vrijheid in hoofde van eiseres als vrijwilligster aanwezig was;

Bij eenzijdige beslissing heeft de Stad Sint-Niklaas het buurthuisje gesloten. Daarop gaf eiseres het saldo van de in de kassa beschikbare gelden in handen van de Stad Sint-Niklaas. Een som die zonder meer werd aanvaard, zodat kan aangenomen worden dat de Stad als organisator zich op impliciete wijze akkoord verklaarde met de eindafrekening van haar vrijwilligster, i.e. eiseres.

6.De Rechtbank is van oordeel dat het wettelijk vermoeden, zoals voorzien in artikel 64, § 2 W.BTW, waarbij geacht wordt dat diensten zijn verricht onder de voorwaarden waaronder de BTW opeisbaar wordt, niet is vervuld, gezien de feiten uitwijzen dat de prestaties die door eiseres werden verricht als vrijwilligster volgens de instructies van de organisator en niet als zelfstandige.

7.De vordering is derhalve gegrond.

V. DE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING

De waarde van het geschil situeert zich in de schijf van 10.000 euro tot 20.000 euro zodat overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek de rechtsplegingsvergoeding kan vastgesteld worden op het basisbedrag van 1.100,00 euro.

Dispositif

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Recht doende op tegenspraak.

Met inachtneming van de artikelen 2, 34, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond.

Vernietigt het door e.a. inspecteur D. D. B. uitgevaardigd dwangbevel van 9 november 2007 - RCIV nr. … - dat geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW te Antwerpen.

Verwijst verweerder in de kosten van het geding, langs de zijde van eiseres begroot op 1.100,00 euro rechtsplegingsvergoeding en langs de zijde van verweerder begroot op 1.100,00 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op woensdag éénendertig maart tweeduizend en tien, waar aanwezig waren :

de heer C. S., toegevoegd rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw G. L., griffier.

G. L. C. S.

Décision jointe par le SPF

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 2 DECEMBER 2009

Algemene rol nummer : 08/3021/A

In de zaak van :

mevrouw B. V. L., gepensioneerde, wonende te …, …

eiseres,

hebbende als raadsman Mter. W. V. d. G., advocaat te …, …;

tegen :

De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, en in de persoon van I. V. H., e.a. inspecteur, Controlecentrum Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 B 1 te 9100 Sint-Niklaas.

verweerder,

vonnist dc rechtbank als volgt :

1. RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord op de openbare terechtzitting van 7 oktober 2009, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen. Het dossier van de rechtspleging werd ingezien, in het bijzonder het geding inleidende verzoekschrift van 9 september 2008 en de conclusies van de partijen.

2. DE VORDERING

2.1.

De eiseres verhaalt zich tegen de hierna vermelde aanslag in de personenbelasting met betrekking tot het aanslagjaar 2005, kohierartikel …, gemeente Sint-Niklaas, waarvan het aanslagbiljet is verzonden op 13 december 2007. Het bezwaarschrift van de eiseres tegen deze aanslag werd (gedeeltelijk) afgewezen door de directorale beslissing d.d. 11 juli 2008 van de Gewestelijke Directeur.

De eiseres vordert in het bijzonder de vernietiging van de directorale beslissing van 11 juli 2008, minstens te zeggen voor recht dat deze ongegrond is, vervolgens de gegrondheid de het aanvankelijke bezwaar en zo nodig de rechtzetting of herberekening van de voornoemde bestreden aanslag.

3. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

3.1.

De administratie licht toe dat de aangifte in de personenbelasting (deel I) van de eiseres werd ontvangen op 12 augustus 2005. Op de aangegeven inkomsten werd een aanslag gevestigd met kohierartikel …, uitvoerbaar verklaard op 1 juni 2006, die niet werd betwist.

Op 10 mei 2007 werd aan de eiseres een vraag om inlichtingen gestuurd, waarop op 8 juni 2007 werd geantwoord. Op 11 juni 2007 werd een bericht van wijziging verstuurd voor de aanslagjaren 2005 en 2006, waarbij de inkomsten uit de exploitatie van het buurthuis werden beschouwd als winsten, bepaald op een bedrag van 27.204,28 EUR (aanslagjaar 2005) en 33.186,89 EUR (aanslagjaar 2006).

Op 10 juli 2007 ging de eiseres niet akkoord met de voorgestelde aanslagen. Op 16 juli 2007 werd belastingplichtige aangetekend verwittigd van het ingenomen standpunt van de administratie.

Op 10 oktober 2007 werd een bijkomend bericht van wijziging naar belastingplichtige verstuurd, waarbij de inkomsten uit het buurthuisje werden verlaagd tot 26.597,08 EUR (aanslagjaar 2005) en 32.579,69 EUR (aanslagjaar 2006). De betwiste aanslag werd op grond van deze gegevens gevestigd.

Op 29 februari 2008 werd een bezwaarschrift ontvangen, dat na onderzoek grotendeels werd afgewezen bij directorale beslissing van 11 juli 2008.

3.2. De argumentatie van de eiseres (samengevat).

De eiseres verzet zich tegen de belasting van de voorgehouden winsten uit de uitbating van een buurthuis. Ze zet uiteen dat ze als gepensioneerde door de stad Sint-Niklaas werd aangezocht om het betrokken buurthuis open te houden en daarvoor geen enkele vergoeding verkreeg. Dit gebeurt vrijwillig, op basis van de instructies (openingsuren, prijzen, ... ), en voor rekening van de stad. Ze stelt dat ze nooit in eigen naam en voor eigen rekening enige belastbare activiteit heeft ontplooid in het betrokken buurthuis. De eiseres, mevrouw V. L., betwist ooit op enig moment gelden te hebben overgehouden en voor persoonlijke doeleinden te hebben aangewend. Het geld dat als winst overbleef kwam volgens de eiseres overeenkomstig de instructies van de stad, ten goede van het gebouw, de organisatie van activiteiten, de bezoekers, de inrichting en de prijzen.

De eiseres argumenteert dat de administratie niet het bewijs levert dat zij beroepsinkomsten heeft verkregen in de zin van artikel 23 WIB 92 uit het openhouden van het buurthuis. Het opzet van het buurthuis is volgens de eiseres niet te vergelijken met de exploitatie van een drankgelegenheid. De buurthuizen hebben volgens de eiseres een veel ruimer doel : in deze buurthuizen worden allerhande activiteiten georganiseerd, zoals kookcursussen, kaartnamiddagen, "tritsnamiddagen", bingonamiddagen ... De stad Sint-Niklaas bepaalt de openingsuren en de prijzen van de door de stad bepaalde consumpties. De eiseres laat gelden dat de fiscus bovendien door haar plotse ommezwaai - het vertrouwensbeginsel schaadt, minstens dat ze een onredelijke en unfaire houding aanneemt.

Uiterst ondergeschikt legt de eiseres een inventaris voor van de aanwezige goederen naar aanleiding van de sluiting van het buurthuisje, waaruit moet blijken dat de uitbating een nuloperatie was.

3.3. De argumenten van de administratie

De administratie poneert dat de wet aan het begrip beroepsinkomsten de ruimste betekenis hecht, teneinde alle inkomsten te treffen, die door een beroepswerkzaamheid worden voortgebracht, zonder onderscheid te maken tussen de inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks uit die werkzaamheid voortkomen. Het doorslaggevend criterium om te kunnen spreken van een beroepswerkzaamheid is volgens de administratie het resultaat van deze werkzaamheid, met name elke werkzaamheid die beroepsinkomsten oplevert. De omvang van de aankopen (17.982,92 EUR in 2004 en 23.399,69 EUR), alsmede de aard ervan (wekelijks verbruik van 4 vaten van 50 liter), duidt naar het oordeel van de administratie op de exploitatie van een drankgelegenheid. De administratie benadrukt dat de stad Sint-Niklaas nooit enig toezicht heeft uitgeoefend op de instructies en geen kennis heeft van de resultaten van de uitbating en de werkelijke bestemming ervan. De administratie merkt op dat in het proces-verbaal van 14 februari 2007 van de lokale opsporingsdienst is vermeld dat de uitbater van het buurthuis verklaarde dat alle ontvangsten ten bate komen van de uitbater; hetgeen nadien door de raadsman van betrokkene werd betwist. De aankopen van dranken gebeurde volledig autonoom door de eiseres en de dagontvangsten werden volledig autonoom door de uitbaters beheerd.

Met betrekking tot de schending van het vertrouwensbeginsel, argumenteert de administratie dat ze slechts kon optreden op het moment dat zij kennis kreeg van de wijze van exploitatie en de omvang van de drankenverkoop in het buurthuis ingevolge de vaststellingen van de lokale opsporingsdiensten op 14 februari 2007. Ze betwist een gerechtvaardigd vertrouwen te hebben doen ontstaan dat ze afzag van toepassing van de wet betreffende de belastbaarheid van de exploitatie van het buurthuisje. Tenslotte stelt de administratie dat ze rekening kan houden met beroepskosten indien deze worden voorgelegd en voldoen aan de voorwaarden van artikel 49 WIB 92.

3.4

Het geschil betreft in het bijzonder de vraag of de eiseres al dan niet een beroepswerkzaamheid uitoefende die voor haar belastbare beroepsinkomsten zou hebben opgebracht.

4. BEOORDELING

4.1.

Overeenkomstig artikel 23, § 1, 1° WIB 92, zijn beroepsinkomsten inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks voortkomen uit werkzaamheden van alle aard, waaronder winst. Artikel 24, 1° WIB 92 voorziet dat winst bestaat uit inkomsten van alle nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen die voortkomen uit alle verrichtingen gedaan door de inrichtingen van die ondernemingen of door toedoen daarvan.

De eiseres argumenteert in dat zij als onbezoldigde vrijwilliger een buurthuis openhield, samen met mevrouw O. T., op verzoek en volgens de instructies van de stad Sint-Niklaas.

Volgens de administratie is het doorslaggevend criterium om te kunnen spreken van eén beroepswerkzaamheid, het resultaat van deze werkzaamheid, met name elke werkzaamheid die beroepsinkomsten oplevert.

4.2.

Volgens het Hof van Cassatie moeten onder winstgevende bezigheden worden verstaan een geheel van verrichtingen die zich vaak genoeg voordoen en met elkaar verbonden zijn om een voortdurende en gewone bedrijvigheid op te leveren en die niet bestaan in het normaal beheer van het privaat vermogen (Cass. 7 december 2000, F.J.F., n° 2001/215). Om te kunnen spreken over een beroepswerkzaamheid moeten de activiteiten meteen voldoende herhaling worden uitgevoerd.

4.3.

De eiseres houdt het buurthuis open sedert in april 2004. Het buurthuis is open op maandag, dinsdag en donderdag van 11.00 uur tot en met 19.00 uur, en op woensdag van 15.00 uur tot en met 19.00 uur. De eiseres bestelde zelf de dranken en ontving daarvoor van de drankenleverancier I. facturen op haar naam (2004 : aankopen I. ten bedrage van 17.982,92 EUR). De facturen werden betaald bij wijze van overschrijving van een bankrekening op naam van de eiseres.

Het gegeven dat de eiseres als onbezoldigde vrijwilliger het buurthuis openhield overeenkomstig de instructies van de stad, sluit niet uit dat deze activiteit als een winstgevende bezigheid kan worden aangemerkt. Het geheel van de verrichtingen met betrekking tot de werking en de organisatie van het buurthuis hebben zich doorlopend voorgedaan en zijn met elkaar verbonden om een voortdurende en gewone bedrijvigheid op te leveren en die niet bestaan in het normaal beheer van het privaat vermogen. Het openhouden van een buurthuis kan een winstgevende activiteit zijn.

4.4.

Het beperkte bedrag van de prijzen van de consumpties van de dranken, doet redelijk aannemen dat de organisator van de buurthuisjes, namelijk de stad Sint-Niklaas die deze prijzen bepaalde, geen economisch rendement nastreefde. Het ontbreken van een winstoogmerk in hoofde van de stad, hetgeen ook de eiseres voorhoudt, doet geen afbreuk aan de vaststellingen dat in werkelijkheid een niet verwaarloosbare omzet werd verwezenlijkt. Ongeacht de omvang ervan, dringt zich de vraag op welke de resultaten waren van de activiteit, en vervolgens in het bijzonder welke de bestemming was van de resultaten.

4.5.

De administratie berekende de netto winst van het openhouden van het buurthuis op een bedrag van 26.597,08 EUR, in het bijzonder op basis van de aankoopfacturen van de drankenleverancier I. en de aankopen van koffie. Het bericht van wijziging d.d. 11 juni 2007 vermeldt dat de winst, op grond van artikel 342, § 1, 29 WIB 92, bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens, door de administratie worden bepaald overeenkomstig forfaitaire grondslagen van aanslag welke werden vastgelegd in overleg met de betrokken beroepsorganisatie.

Naar aanleiding van het bezwaarschrift werd in de directorale beslissing een herberekening gemaakt van de winst, namelijk ingevolge de opmerking van de eiseres dat de prijzen door het stadsbestuur elk jaar werden aangepast zodat de prijzen van 2004 lager waren dan deze van 2007. De winst werd in de directorale beslissing aldus herleid tot een bedrag van 15.178,34 EUR. Met de door de aanslagambtenaar vastgestelde nettowinst op de verkoop van koffie werd door de Gewestelijke Directeur geen rekening meer gehouden.

De brutowinst werd ook aanzien als te belasten nettowinst aangezien de eiseres op geen enkel moment van het geschil beroepskosten in de zin van artikel 49 WIB 92 op grond van verantwoordingsstukken heeft kunnen aantonen.

4.6.

Het onderzoek heeft derhalve uitgewezen dat de activiteit zonder een intentioneel winstoogmerk, in werkelijkheid een winstgevende activiteit was die de relatief normale kenmerken vertoonde van een met winstoogmerk beoogde exploitatie van een drankgelegenheid. Deze feitelijke en concrete vaststelling van de uitoefening van een winstgevende bezigheid naar aanleiding van het openhouden van het buurthuis door de verkoop van dranken primeert in die zin op de voorgenomen intenties van de eiseres en de stad Sint-Niklaas om met het buurthuisje geen economisch rendement na te streven.

4.7.

De eiseres benadrukt dat de opbrengsten van het buurthuis overeenkomstig de instructies werden geïnvesteerd In de organisatie van het buurthuis, de inrichting en activiteiten.

Het onderzoek van de administratie heeft uitgewezen dat geen controle werd uitgevoerd door de stad omtrent de naleving van de instructies. De stad Sint-Niklaas deelde aan per brief d.d. 14 april 2008 aan de administratie mee "dat er een mondelinge afspraak was dat het de bedoeling was dat de winst werd geïnvesteerd in sociale activiteiten in het clubhuis. Dit werd echter niet gecontroleerd. Wanneer de uitbaatster een activiteit plande, nam ze telefonisch contact op met de sociale dienst om dit te melden". Deze gegevens wijzen uit dat de eiseres in werkelijkheid over een ruime autonomie beschikte om de werking van het buurthuis zelf te organiseren. Ondanks het volharde standpunt van de eiseres, wordt echter niet aangetoond dat de resultaten van het buurthuis daadwerkelijk integraal werden aangewend voor de werking van het buurthuis en de organisatie van activiteiten voor senioren.

4.8.

De eiseres legt een inventaris voor van de inboedel van het buurthuis op het moment van de sluiting ervan. Volgens de eiseres werden de aanwezige goederen aangekocht voor de stad Sint-Niklaas met de opbrengsten van het buurthuis en wijst deze lijst uit dat de activiteit een nuloperatie was. De rechtbank stelt vast dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat de 'nog aanwezige goederen in eigendom toebehoorden aan de stad Sint-Niklaas. In een brief van de stad Sint-Niklaas d.d. 13 augustus 2007 aan de eiseres, is onder meer het volgende vermeld :

"Omdat het clubhuis vanaf 1 september in gebruik wordt genomen door het OCMW, zal uw materiaal dat zich nog in het gebouw op de … bevindt vanaf maandag 27 augustus opgeslagen worden in de stadswerkplaatsen. Wij nodigen u uit om zo snel mogelijk en in ieder geval voor de verhuis uw materiaal in het clubhuis te komen controleren. Indien u bij die controle verlies of schade vaststelt kan u hiervan nog steeds aangifte doen bij de politie bij de heer J. D. M..

Uiteraard heeft u de mogelijkheid om uw spullen af te halen, zowel vóór als na de verhuis naar de stadswerkplaatsen.

Om concreet af te spreken voor d controle of het ophalen van uw materiaal, kan u contact opnemen met de ombudsvrouw van het stadsbestuur ... "

De inhoud van deze brief doet vermoeden dat de stad Sint-Niklaas zelf niet heeft gesteld of aangenomen dat de goederen die zich in het clubhuis bevonden haar toebehoorden.

De eiseres kan geen aankoopbewijzen voorleggen, noch enig ander stuk die een begroting van de gemaakte kosten aannemelijk kan maken. De administratie heeft aldus bij gebrek aan enig bewijs de winst terecht bepaald op het bedrag van de brutowinst van de verkoop van de dranken van de drankenleverancier I..

De eiseres is in niet staat enig bewijs van de gemaakte kosten voor te leggen en stelt echter zonder meer dat zij ooit enig persoonlijk voordeel heeft behaald bij het openhouden van het buurthuis. Omtrent deze argumenten wordt geen concrete bewijsstukken voorgelegd. In die zin moet worden opgemerkt dat de administratie van haar kant een aanvaardbare berekening heeft gemaakt van de winst en de eiseres nalaat deze gegevens te weerleggen op grond van verantwoordingsstukken. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het van de voornoemde feitelijke vaststellingen kan worden aangenomen dat de eiseres daadwerkelijk een winstgevende activiteit heeft uitgeoefend, waarvan de winst door de administratie terecht op grond van artikel 23, § 1, 1° WIB 92 werd gekwalificeerd als een belastbaar beroepsinkomen, en dat de eiseres beweert doch niet kan aantonen dat de resultaten van de activiteit daadwerkelijk integraal werd aangewend ten goede van het belangeloze doel van het buurthuis. De eiseres die aldus een afwijking vordert van de belastingwet, draagt de bewijslast van de gegrondheid van die afwijking. De eiseres die beweert de uitbating volstrekt onbezoldigd en belangeloos te hebben uitgevoerd, dient over een controleerbare gegevens te beschikken die een voldoende samenhangend geheel vormen en opgebouwd zijn rond voldoende elementen die toelaten na te gaan (te controleren) of de gegevens die de belastingplichtige zelf beweert of vermeldt, met de werkelijkheid overeenstemmen. Het komt in dat verband aan de belastingplichtige toe om er voor te zorgen dat hij voldoende (en binnen de perken van het mogelijke en het redelijke) elementen inbouwt waarmee hij een kritische buitenstaander (de controleur) ervan kan overtuigen dat deze gegevens waarheidsgetrouw zijn zonder dat die buitenstaander verplicht moet worden de belastingplichtige op zijn woord te geloven. Bij gebreke aan stukken omtrent de besteding en bestemming van de resultaten van de winstgevende bezigheid, kan de fiscale administratie aannemen dat de winsten van deze resultaten aan de eiseres zijn toegekomen, die zich ten aanzien de drankenleverancier in eigen naam verbond tot de aankoop en de betaling van de dranken. Er zijn geen gegevens voorhanden die erop wijzen dat mevrouw O. T. zich in dezelfde mate financieel heeft geëngageerd bij de uitbating van het buurthuis, op basis waarvan de administratie ertoe zouden gehouden zijn de winsten van de uitbating van het buurthuis te verdelen onder de eiseres en mevrouw O. T..

De rechtbank is aldus van oordeel dat de bestreden aanslag terecht werd gevestigd en de vordering van de eiseres niet gegrond is.

4.9.

De rechtbank kan de stelling van de eiseres niet bijtreden dat in de gegeven omstandigheden de administratie het vertrouwensbeginsel heeft geschonden. De eiseres baatte het buurthuis uit vanaf april 2004, zijnde eveneens het jaar waarop de bestreden aanslag betrekking heeft. De administratie heeft ten aanzien van de eiseres geen vertrouwen van niet belastbaarheid opgewekt aangezien de inkomsten uit de uitbating vanaf het eerste jaar van de uitbating werden belast.

De stelling dat het openhouden van enige andere buurthuisje voorheen nooit als een winstgevende activiteit werd aangemerkt, kan niet zonder meer worden opgevat als een vaste gedrags- en beleidsregel die de gerechtvaardigde verwachting zou hebben opgewekt dat de administratie naar aanleiding van een inspectie niet kan vaststellen dat een winstgevende activiteit wordt uitgevoerd. Zelfs indien redelijkerwijze van de administratie zou kunnen worden verwacht dat ze, na kennisgeving aan de eiseres, de resultaten van het buurthuis pas voor de toekomst als winst zou aanmerken, dient in deze concrete omstandigheden te worden geoordeeld dat niet kan worden afgezien van de correcte toepassing van de belastingwet die van openbare orde is. De administratie is opgetreden van zodra ze kennis heeft gekregen van de omvang van de drankenverkoop en de werking van het buurthuisje, namelijk na de vaststellingen van de ambtenaren van de lokale opsporingsdiensten van 14 februari 2007. De beginselen van behoorlijk bestuur werden naar het oordeel van de rechtbank niet geschonden.

4.10.

De Gewestelijke Directeur heeft de passende ontheffing verleend na een correcte herberekening van de winst op basis van de juiste consumptieprijzen en terecht aangenomen dat de winstberekening van de koffie niet afdoende gesteund was op bekende feiten. De bestreden taxatie na de passende ontheffing ervan door de Gewestelijke Directeur dient te worden bevestigd.

4.11.

De verweerder wordt in het gelijk gesteld, doch wordt niet bijgestaan door een advocaat en kan derhalve geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding.

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Verklaart de vordering van de eiseres ontvankelijk, doch ongegrond.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten van het geding.

Begroot deze kosten op 0 EUR;

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank. van eerste aanleg te Gent, op woensdag twee december tweeduizend en negen, waar aanwezig waren :

de heer S. R., alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw G. L., griffier.

G. L. S. R.

Textes cités

1