Procesverloop
2 stappen · 3 jaar- Bestreden beslissingHof van beroep te Gent31.01.2006
- Weergegeven beslissingHof van Cassatie van België13.02.2009
Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van Cassatie dd. 13.02.2009, Zaak F.06.0106.N
Fiscale boete
Vermindering van de fiscale boetes
Kwijtschelding van de fiscale boetes
Samenvatting
Het toetsingsrecht van de rechter aan wie gevraagd wordt een B.T.W.-boete te toetsen die een repressief karakter heeft, houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen; de rechter die aanneemt dat de door de belastingplichtige gepleegde inbreuken op de BTW-wetgeving zwaar zijn en dat het meewerken aan een door de leverancier opgezet fraudesysteem wijst op een bijzonder opzet, en vervolgens de opgelegde geldboete van 200 procent van de ontdoken belasting vermindert om de enkele reden dat die boete onevenredig is, zonder enige nadere motivering waaruit zou kunnen blijken dat de sanctie in strijd zou zijn met dwingende rechtsregels van het internationale recht of fundamentele algemene rechtsbeginselen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht (1). (1) Zie Cass., 12 dec. 2008, AR nr. F.06.0111.N, www.cass.be; Cass., 13 feb. 2009, AR nr. C.07.0507.N, www.cass.be, met conclusie van het O.M.; Cass., 13 feb. 2009, AR nr. F.06.0107.N, www.cass.be.; Cass., 13 feb. 2009, AR nr. F.06.0108.N, www.cass.be.
Volledige tekst
Tekst van de beslissing
Hof van Cassatie van België
Arrest
Nr. F.06.0106.N
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met
kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de inspecteur van het
BTW-ontvangkantoor te Wetteren, Gentsesteenweg 93,
eiser,
vertegenwoordigd door mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van
Cassatie, met kantoor te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, waar de eiser
woonplaats kiest,
tegen
V.B.H.,
verweerder.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 31 januari 2006 gewezen door
het Hof van Beroep te Gent.
Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.
Geschonden wettelijke bepalingen
-artikel 70, §1, in de versie voor de wijziging ervan bij de wet van 28 december 1992,
en artikel 84, inzonderheid de derde alinea, in de versie zoals ingevoegd bij de wet
van 4 augustus 1986, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
(hierna BTW-wetboek);
-artikel 1, inzonderheid het laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari
1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeken op het
stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, in de versie zoals van kracht ten
tijde van de vastgestelde inbreuken;
-artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet.
Aangevochten beslissingen
Het arrest verklaart het door de eiser ingesteld hoger beroep toelaatbaar en gegrond en
wijst de verweerders vordering tot verzet van het dwangbevel af, evenwel "met dien
verstande dat de geldboete ingevolge artikel 70, §1, BTW-wetboek op 50 pct. van de
verschuldigde rechten wordt gebracht, meer de wettelijke en moratoire interesten
overeenkomstig de BTW-wetgeving en de kosten zoals verwoord in het dwangbevel"en
laat de kosten ten laste van de verweerder.
Na een uitgebreide bespreking van de argumenten van de partijen wat het bestaan van de
fiscale schuld betreft, wordt in het arrest onder randnummer 7 de vordering van de
verweerder met betrekking tot de opgelegde boete als volgt beoordeeld.
Vooreerst (eerste twee alinea's van nr. 7) wordt verwezen naar de voorschriften van de
artikelen 70, §1, en artikel 84, BTW-wetboek, en artikel 1, van het koninklijk besluit nr.
41 van 30 januari 1987, en waarna de stelling van de administratie met betrekking tot de
boete wordt samengevat.
Vervolgens wordt het toetsingsrecht van de rechter in de volgende termen omschreven:
"De rechter aan wie gevraagd wordt op grond van voornoemd artikel 70, §1, BTW-
wetboek de sanctie te toetsen mag de wettelijkheid van die sanctie onderzoeken en in het
bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van de
internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene
rechtsbeginselen. Dit toetsingsrecht moet aan de rechter toelaten na te gaan of de straf
niet onevenredig is met de inbreuk, zodat het aan de rechter staat te onderzoeken of het
bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve
geldboete van zodanige omvang.
Inzonderheid mag de rechter daarbij acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte
van de reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige gevallen werd
geoordeeld, maar hierbij moet in acht worden genomen in welke mate het bestuur zelf
gebonden was in verband met de sanctie.
Dit toetsingsrecht houdt niet in dat op grond van een subjectieve appreciatie van
verzachtende omstandigheden eigen aan de persoon van de belastingschuldige om
loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in boeten kunnen
kwijtgescholden of verminderd worden".
Na de terzake toepasselijke regels aldus te hebben samengevat, herinneren de
appelrechters aan de ernst van de begane inbreuk:
"Terecht stelt (de eiser) dat de administratieve boete van rechtswege wordt opgelopen
ongeacht de goede of de kwade trouw van de btw-plichtige. Er moet nochtans worden
vastgesteld dat het zonder factuur aankopen van belangrijke hoeveelheden zwarte bloem
zich uitstrekt over een lange periode zodat dient aangenomen dat de inbreuken op de
BTW-wetgeving zwaar zijn. Het medewerken aan een door de leverancier opgezet
fraudesysteem wijst op een bijzonder opzet".
Na deze uiteenzetting komt de beslissing:
"Niettemin is een administratieve boete van 200 pct. onevenredig met de gepleegde
inbreuken. Een boete van 50 pct. daarentegen beantwoordt in redelijkheid aan de
gepleegde inbreuken".
Grieven
1. In de omschrijving van de rechtsmacht van de rechter worden door de appelrechters de
overwegingen overgenomen, die door het Hof werden geformuleerd in het arrest van 21
januari 2005, rolnr. C.02.0572.N.
Deze overwegingen betekenen echter niet dat de bodemrechter vrij een afwijking van een
bindende wettekst kan toestaan. Meer bepaald: indien hij oordeelt dat de door de wet
opgelegde sanctie onevenredig is met de zwaarte van de inbreuk, moet hij de feiten en
omstandigheden aanduiden waaruit hij deze onevenredigheid afleidt. De beoordeling van
de "evenredigheid" tussen een inbreuk en een wettelijke sanctie, kan niet gesteund
worden op de enkele subjectieve appreciatie van de rechter. Om op grond van
onevenredigheid afstand te nemen van de toepassing van een bindende wettekst moeten
vastgestelde feiten deze beslissing verantwoorden.
Zoals omschreven in het aangevochten arrest en in de uitspraak van het Hof van 21
januari 2005 waarnaar de appelrechters verwijzen blijft het toetsingsrecht van de rechter
een wettelijkheidscontrole. De wet is bindend. Enkel een hogere rechtsregel kan toelaten
ervan af te wijken.
De appelrechters onderstrepen dat het hun taak is, "de wettigheid van de sanctie" te
onderzoeken hetgeen inhoudt: "nagaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk"
(fol. 40, voorlaatste alinea). Zij formuleren het principe: zij moeten nagaan of de sanctie
al dan niet onevenredig is. Dit vereist een onderzoek van de omstandigheden waaruit de
aangeklaagde onevenredigheid zou blijken.
Van een in die zin verricht onderzoek is er evenwel in het arrest niets te vinden. Nergens
wordt gezegd waarom de wettelijke sanctie in het onderhavig geval onevenredig
voorkomt, zodat het arrest in het ongewisse laat of de vermindering van de boete
toegestaan wordt op grond van eigen omstandigheden van dit geval, dan wel of de
wettelijke boeten, met name het dubbel van de ontdoken belasting, op zich als
onevenredig wordt aangemerkt.
Het toestaan van verminderingen op de in artikel 70, §1, BTW-wetboek opgelegde boete
is beperkt door wettelijke bepalingen: artikel 84, BTW-wetboek en het ter uitvoering
daarvan uitgevaardigd koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987, die de administratie
ook verbinden. De uitspraak van het aangevochten arrest kan bijgevolg niet
verrechtvaardigd worden door het argument dat het toetsingsrecht van de rechter even
ver moet reiken als de discretionaire macht van de administratie.
Wat het arrest ten slotte inhoudt is enkel dat de rechter zijn subjectieve appreciatie boven
de wet stelt, in tegenspraak met het principe waaraan nochtans in het arrest wordt
herinnerd: "dit toetsingsrecht houdt niet in dat op grond van een subjectieve appreciatie
van verzachtende omstandigheden eigen aan de persoon van de belastingplichtige, om
loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in boeten kunnen
kwijtgescholden of verminderd worden" (fol. 41, eerste alinea).
Met het louter formuleren van een beslissing, zonder enige toelichting nopens de feitelijke
gegevens die hem tot deze beslissing hebben geleid, voldoet de rechter niet aan de
grondwettelijke verplichting om zijn uitspraak te motiveren.
Motiveren is niet alleen het formuleren van een rechtsregel en een beslissing over feiten
naast elkaar plaatsen. De rechter moet het verband tussen beide aantonen. Hij moet
nagaan of, en in welke mate, de rechtsregel op de vastgestelde feiten toepasselijk is.
Dit is in het arrest niet te vinden. Het arrest komt aan de verplichting tot motivering
tekort.
Besluit
Hieruit volgt dat het arrest de wetsbepaling die deze boete oplegt schendt, door de boete,
door artikel 70, §1, BTW-wetboek vastgesteld op het dubbel van de op de handeling
verschuldigde belasting, te herleiden tot 50 pct. van de verschuldigde rechten, waardoor
het arrest tevens ook de bepalingen miskent die het toestaan van een vermindering van de
boete regelen en beperken (schending van artikel 84, BTW-wetboek, in de versie zoals
gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1986, juncto artikel 1, inzonderheid het laatste lid,
van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987, tot vaststelling van de proportionele
fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, zoals van
kracht ten tijde van de vastgestelde inbreuken.
Door het treffen van deze beslissing zonder enige verantwoording nopens de feiten of
overwegingen die tot deze beslissing leiden, miskent het arrest de grondwettelijke
motiveringsplicht (schending van artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet).
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
1. Krachtens artikel 70, §1, van het BTW-wetboek, wordt voor iedere
overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete opgelegd
gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet-tijdig betaalde belasting.
Krachtens artikel 84 van dat wetboek, wordt binnen de door de wet gestelde
grenzen, het bedrag van de proportionele fiscale boeten bepaald volgens een
schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld.
Krachtens artikel 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari
1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten, zijn
de schalen voor vermindering van de proportionele fiscale geldboeten niet van
toepassing ten aanzien van de overtredingen begaan met het oogmerk de belasting
te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.
2. De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die
een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, moet de wettigheid
van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie
verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het
interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.
Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de
straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het
bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve
geldboete van zodanige omvang.
De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk,
de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken
werd geoordeeld, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf
gebonden was in verband met de sanctie.
Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve
appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en
tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen.
3. De appelrechters oordelen dat "het zonder factuur aankopen van belangrijke
hoeveelheden zwarte bloem zich uitstrekt over een lange periode zodat dient
aangenomen dat de inbreuken op de BTW-wetgeving zwaar zijn" en dat "het
meewerken aan een door de leverancier opgezet fraudesysteem wijst op een
bijzonder opzet".
De appelrechters beslissen evenwel, zonder enige nadere motivering waaruit zou
kunnen blijken dat de sanctie in strijd zou zijn met dwingende rechtsregels van het
internationale recht of fundamentele algemene rechtsbeginselen, dat een
administratieve geldboete van 200 procent onevenredig is met de gepleegde
inbreuken en dat een boete van 50 procent daarentegen in redelijkheid aan de
gepleegde inbreuken beantwoordt.
Het middel is gegrond.
Beschikkend gedeelte
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de geldboete en
de kosten.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het
gedeeltelijk vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer,
samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter
Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei en Eric Stassijns,
en in openbare terechtzitting van 13 februari 2009 uitgesproken door voorzitter
Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met
bijstand van griffier Johan Pafenols.
J. Pafenols E. Stassijns P. Maffei
L. Huybrechts E. Forrier I. Verougstraete
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
3Rechtspraak
25België
25Hof van CassatieF.12.0121.F11.09.2014
Administratieve geldboete, Proportionaliteit, bevoegdheid van de rechter, Vermindering, evenredigheid
Hof van Cassatie13.02.2009
Fiscale boete, vermindering van de fiscale boetes
Hof van Cassatie13.02.2009