Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van Cassatie dd. 13.02.2009, Zaak C.07.0507.N
Fiscale boete
Vermindering van de fiscale boetes
Kwijtschelding van de fiscale boetes
Samenvatting
Het toetsingsrecht van de rechter aan wie gevraagd wordt een B.T.W.-boete te toetsen die een repressief karakter heeft, houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen; de rechter die in zijn beoordeling expliciet wijst op het feit dat de belastingplichtige bewust heeft meegewerkt aan een fraudesysteem, en vervolgens de opgelegde geldboete van 200 procent van de ontdoken belasting vermindert om de enkele reden dat die boete onevenredig is, geeft niet aan waarin de onevenredigheid zou bestaan, laat na te onderzoeken in welke mate het bestuur zelf gebonden was door een sanctie en preciseert niet op welke gronden het bestuur van de vaste schalen had moeten afwijken (1) (1) Zie de conclusie van het O.M.; Zie tevens Cass., 12 dec. 2008, AR nr. F.06.0111.N, www.cass.be; Cass., 13 feb. 2009, AR nr. F.06.0106.N, www.cass.be; Cass., 13 feb. 2009, AR nr. F.06.0107.N, www.cass.be; Cass., 13 feb. 2009, AR nr. F.06.0108.N, www.cass.be.
Volledige tekst
Tekst van de beslissing
Arrest
Nr. C.07.0507.N
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te 9230 Wetteren, Gentsesteenweg 93,
eiser,
vertegenwoordigd door mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, waar de eiser
woonplaats kiest,
tegen
B. G.,
verweerster.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten, op 31 oktober 2006 en 22 mei
2007 gewezen door het Hof van Beroep te Gent.
Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.
Geschonden wettelijke bepalingen
-de artikelen 70, §1, eerste lid, 72 en 84 van het Wetboek van de belasting over de
toegevoegde waarde (BTW-wetboek), het artikel 84, inzonderheid het derde lid zoals
ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1986;
-het artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van
het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over
de toegevoegde waarde, inzonderheid het laatste lid, in de tekst zoals van kracht voor
en na de wijziging bij koninklijk besluit van 21 oktober 1993, naargelang de datum
van de vastgestelde inbreuken;
-voor zoveel als nodig de tabel A in de bij dit koninklijk besluit nr. 41 aangehechte
bijlage;
-het algemeen rechtsbeginsel dat evenredigheid vereist tussen een inbreuk en haar
sanctie;
-het artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet.
Aangevochten beslissingen
De door de verweerster betwiste fiscale schuld wordt in het tussenarrest van 31 oktober
2006 grondig besproken, en de argumenten van de verweerster worden grotendeels
ongegrond bevonden, waarna de appelrechter nochtans oordeelt dat het verschuldigde
dient te worden herberekend. In het arrest wordt gepreciseerd: "Hiertoe, doch enkel
hiertoe, dienen de debatten te worden heropend ten einde de administratie toe te laten
deze herberekening uit te voeren en (de verweerster) de mogelijkheid te laten deze
berekening na te zien en eventueel te betwisten".
Over de boete wordt inmiddels door de appelrechter in het tussenarrest reeds een
beslissing getroffen. De appelrechter overweegt:
"De opgelegde administratieve boete is een fiscale sanctie met strafrechtelijk karakter in
de zin van het artikel 6 EVRM (van het Verdrag van 1.1.1950 tot bescherming van de
rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome, goedgekeurd
bij wet van 13.5.1955). Zij wordt opgelegd zonder onderscheid aan eenieder die
belastingplichtige is, en strekt ertoe zowel de belastingplichtige aan te zetten zijn
verplichtingen na te komen om de geldboete te vermijden als het niet nakomen van zijn
verplichtingen te bestraffen om herhaling van deze inbreuken te voorkomen.
Ter eerbiediging van het artikel 6 EVRM dient het hof (van beroep) bevoegd geacht te
worden het opleggen van dergelijke boete te controleren met volle rechtsmacht, en de
beslissing daaromtrent op alle punten, zo in feite als in rechte, te hervormen (...). Het hof
(van beroep) kan onder meer nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende
eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de
algemene rechtsbeginselen, wat ook inhoudt dat het hof (van beroep) mag nagaan of de
straf niet onevenredig is met de inbreuk en de administratie naar redelijkheid kon
overgaan tot het opleggen van de in betwisting zijnde administratieve boete (...).
Er kan niet in ernst ontkend worden door de (verweerster) dat zij wetens meegewerkt
heeft aan een fraudesysteem waaruit vooral zij voordeel haalde. Aan de andere kant gaat
ook de leverancier niet vrijuit door dergelijke fraude mogelijk te maken, dit uit
commerciële overwegingen (de leverancier heeft er, commercieel, voordeel bij zijn
klanten dergelijke fraudemogelijkheid aan te bieden). Een boete gelijk aan 200 pct. van
de verschuldigde rechten moet te dezen als onevenredig met de inbreuk worden
beschouwd, en een beperking van die boete tot 50 pct. van de verschuldigde rechten
brengt de boete terug tot redelijke perken, zodat de beslissing van de eerste rechter op dit
punt moet worden gevolgd".
Op grond van deze motivatie wordt in het eindarrest beslist: "Verklaart het hoofdberoep
in geringe mate gegrond; Verklaart het incidenteel beroep ongegrond; Vernietigt het
bestreden vonnis, behoudens waar het de oorspronkelijke vordering van de (de
verweerster) ontvankelijk verklaart; Opnieuw wijzende, verklaart de oorspronkelijke
vordering van de (verweerster) deels gegrond;
Vernietigt het bestreden dwangbevel (...) in de mate waarin in dit dwangbevel een hoger
bedrag aan btw is opgenomen dan 545.194 frank (13.515,01 euro) en in de mate waarin
een hoger bedrag aan geldboete is opgenomen dan 272.000 frank (6.742,70 euro);
Veroordeelt de (verweerster) tot de helft en de (eiser) tot de andere helft van de kosten in
beide aanleggen".
Grieven
In het artikel 70, §1, van het BTW-wetboek wordt voorgeschreven: "Voor iedere
overtreding van de verplichting de belasting te voldoen wordt een geldboete opgelegd
gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting".
In het artikel 84 van hetzelfde wetboek wordt voorzien in een schaal van proportionele
fiscale boetes, waarvan de trappen door de Koning zijn vastgesteld. Tot uitvoering
daarvan wordt in het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 en in de daaraan
gehechte bijlage een schaal met verminderde boetes vastgelegd. In het laatste lid van
artikel 1 van dit koninklijk besluit wordt evenwel voorgeschreven dat deze tabellen niet
van toepassing zijn ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting
te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.
De administratie heeft tot opdracht deze voorschriften toe te passen. Deze toepassing
gebeurt onder toezicht van de rechterlijke macht.
De rechter is, zoals de administratie, door deze wettelijke voorschriften gebonden. Wel
dient hij ook rekening te houden met de dwingende eisen van internationale verdragen en
met de algemene beginselen van het recht, waaronder het beginsel dat de sanctie
evenredig moet zijn met de inbreuk.
De volle rechtsmacht van de rechter kan, in deze context, betekenen dat het de rechter
behoort te beslissen of hij de wettelijke sanctie, in het bepaald geval, als onevenredig
beschouwt. Dan dient hij te zeggen waarom. Deze rechtsmacht kan niet betekenen dat de
rechter, eens en voorgoed, het voorschrift van de wet opzij mag schuiven en zijn
persoonlijke appreciatie van wat een passende sanctie zou zijn in de plaats mag stellen.
De "volle rechtsmacht" houdt niet in dat de rechter op grond van de subjectieve
appreciatie van verzachtende omstandigheden eigen aan de persoon van de
belastingschuldige of om loutere redenen van opportuniteit en tegen de wettelijke regel
in, boetes kan kwijtschelden of verminderen. De afwijking van de rechtsnorm moet
gemotiveerd worden.
In casu wordt de kwalificatie van de wettelijke fiscale boete als onevenredig met geen
enkel argument verantwoord. Wel wordt in het arrest het bestaan zelf van de vermelde
"volle rechtsmacht" benadrukt. Daarbij wordt onderstreept dat de verweerster wetens
meegewerkt heeft aan een fraudesysteem waaruit zij voordeel haalde. Als enige
bijkomende overweging wordt opgemerkt dat de leverancier ook niet vrijuit gaat door
dergelijke fraude mogelijk te maken, dit uit commerciële overwegingen. Of deze
opmerking een argument uitmaakt om de wettelijke sanctie voor de verweerster te
verlichten (hetgeen in strijd zou zijn met het principe dat de straf afhankelijk is van de
persoonlijke fout van de dader) wordt niet gepreciseerd. Uit deze overwegingen kan
alleszins niet afgeleid worden dat de aan de verweerster opgelegde wettelijke sanctie ten
overstaan van haar persoonlijke inbreuk onevenredig is.
Het arrest, dat expliciet verwijst naar het bewust karakter van de inbreuken, laat na te
onderzoeken in welke mate het bestuur zelf gebonden was door een sanctie; het preciseert
anderzijds niet op welke gronden de administratie van de voorschriften van het koninklijk
besluit nr. 41 had moeten of mogen afwijken. Het bevat aldus geen antwoord op de
conclusie van de administratie waarin aangevoerd werd dat "de
beoordelingsbevoegdheid van de rechter even ver moet gaan als die van de administratie,
niet dat deze verder zou moeten reiken" (cfr. beroepsbesluiten van de eiser, p. 8, achtste
alinea, en p. 9, eerste alinea).
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
1. Krachtens artikel 70, §1, van het BTW-wetboek, wordt voor iedere
overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete opgelegd
gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet-tijdig betaalde belasting. Krachtens
artikel 84 van dat wetboek, wordt binnen de door de wet gestelde grenzen, het
bedrag van de proportionele fiscale boeten bepaald volgens een schaal waarvan de
trappen door de Koning worden vastgesteld.
Krachtens artikel 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari
1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten, zijn
de schalen voor vermindering van de proportionele fiscale geldboeten niet van
toepassing ten aanzien van de overtredingen begaan met het oogmerk de belasting
te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.
2. De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die
een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, moet de wettigheid
van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie
verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het
interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.
Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de
straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het
bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve
geldboete van zodanige omvang.
De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk,
de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken
werd geoordeeld, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf
gebonden was in verband met de sanctie.
Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve
appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en
tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen.
3. De appelrechter oordeelt dat:
-er niet in ernst kan ontkend worden door de verweerster dat zij wetens
meegewerkt heeft aan een fraudesysteem (met niet-officiële leveringen)
waaruit zij voordeel haalde;
-aan de andere kant ook de leverancier niet vrijuit gaat door dergelijke fraude
mogelijk te maken, dit uit commerciële overwegingen.
De appelrechter beslist dat "een boete gelijk aan 200 pct. van de verschuldigde
rechten te dezen als onevenredig met de inbreuk moet worden beschouwd" en
"dat een beperking van die boete tot 50 pct. van de verschuldigde rechten de
boete terugbrengt tot redelijke perken, zodat de beslissing van de eerste rechter
op dat punt moet worden gevolgd."
Het arrest, dat expliciet wijst op het feit dat de verweerster bewust heeft
meegewerkt aan een fraudesysteem, geeft niet aan waarin de onevenredigheid zou
bestaan, laat na te onderzoeken in welke mate het bestuur zelf gebonden was door
een sanctie en preciseert niet op welke gronden het bestuur van de vaste schalen
had moeten afwijken.
Het middel is gegrond.
Beschikkend gedeelte
Dictum
Het Hof,
Vernietigt de bestreden arresten van 31 oktober 2006 en 22 mei 2007 in zoverre
zij uitspraak doen over de geldboete.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de
gedeeltelijk vernietigde arresten.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer,
samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter
Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei en Eric Stassijns,
en in openbare terechtzitting van 13 februari 2009 uitgesproken door voorzitter
Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met
bijstand van griffier Johan Pafenols.
J. Pafenols E. Stassijns P. Maffei
L. Huybrechts E. Forrier I. Verougstraete
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
3Rechtspraak
19België
19Hof van CassatieF.12.0121.F11.09.2014
Administratieve geldboete, Proportionaliteit, bevoegdheid van de rechter, Vermindering, evenredigheid
Hof van Cassatie13.02.2009
Fiscale boete, vermindering van de fiscale boetes
Hof van Cassatie13.02.2009