Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 23.11.2007
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 33ste Kamer
AR 2005/2678/A
- Fiscale zaken : BTW
- op tegenspraak
- eindvonnis
In zake van :
De VZW D. F., met zetel te …, …, ingeschreven in het register der ondernemingen onder het nummer …
eisende partij,
vertegenwoordigd door Mr. M. E., in eigen naam, advocaat te …, … (ref. : …), en loco Mr. A.-M. V., advocaat te …, … (ref. …),
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Halle, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat 32,,
verwerende partij,
vertegenwoordigd door Mr. A. H. loco Mr. M. V. A., advocaat te …, … (ref : …),
De rechtbank spreekt het navolgend vonnis uit :
De partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in de openbare terechtzitting van 26 oktober 2007 waarna het debat werd gesloten. De rechtbank nam vervolgens de zaak in beraad ..
De rechtbank houdt in het bijzonder rekening met de volgende documenten :
- het verzoekschrift dat namens eiseres op 1 maart 2005 in toepassing van artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek ter griffie is neergelegd;
- de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het gerechtelijk wetboek van 19 december 2005,
- de conclusie voor eiseres neergelegd ter griffie op 20 februari 2006;
- de conclusie en syntheseconclusie voor verweerder neergelegd respectievelijk ter griffie op 24 mei 2005 en 16 maart 2006.
Bovendien heeft de rechtbank de overtuigingsstukken van de partijen ingezien.
1. FEITEN
Eiseres is sinds 4 december 1972 als BTW-belastingplichtige geregistreerd. Sinds 1972 zijn de activiteiten van eiseres ongewijzigd. Haar activiteiten bestaan uit twee onderscheiden activiteiten, enerzijds de activiteiten als beschutte werkplaats, en anderzijds de activiteiten als gezinsvervangend tehuis. Voor beide activiteiten heeft de VZW destijds om BTW erkenning verzocht en voor beide activiteiten één globaal BTW-nummer gekregen.
Sedert 1972 wordt door eiseres op beide activiteiten BTW aangerekend alsook BTW in aftrek gebracht. Eiseres hield wel voor beide activiteiten een afzonderlijke boekhouding bij.
Op 17 september 1991 controleerde de BTW-administratie de volledige boekhouding van eiseres over de periode 1988 tot en met 1999 zonder dat de Administratie voorbehoud maakte met betrekking tot de volledige belastingplicht van eiseres.
Op 23 april 2004 voert de BTW-administratie een nieuwe controle uit bij eiseres over de periode 2001 tot 2003 waarbij de BTW-administratie voor het eerst stelt dat eiseres een gemengde belastingplichtige is; de activiteit van beschutte werkplaats is onderworpen aan BTW, doch de activiteit van gezinsvervangend tehuis is niet onderworpen aan BTW.
De BTW-administratie beslist om bij toepassing van artikel 45, § 1, 1° BTW-wetboek het recht op aftrek van de voorbelasting, voor het gezinsvervangend tehuis, te verwerpen, zonder de BTW op de vrijgestelde handelingen van gezinsvervangend tehuis in mindering te brengen.
De vastgestelde overtredingen worden opgenomen in een proces-verbaal van 8 december 2004 waaruit blijkt dat eiseres aan de Administratie van de Invordering, sector BTW, volgende sommen verschuldigd is :
- BTW : 74.202,25 euro
- Boete : 7.420,00 euro
- Interesten : p.m.
Op 9 december 2004 vaardigt eiseres een dwangbevel uit dat op 10 december 2004 geviseerd en uitvoerbaar wordt verklaard door de eerstaanwezend inspecteur van de BTW-controle Halle 1, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur te Mechelen en dat op 14 december 2004 aan eiseres wordt betekend bij aangetekend schrijven.
Eiseres maakt op 1 maart 2004 haar vordering aanhangig bij deze rechtbank.
2. VORDERING
Eiseres verzoekt de rechtbank “in hoofde te zeggen voor recht dat de vrijstelling vermeld in artikel 44, § 2, 1° van het BTW-wetboek niet van toepassing is op (eiseres) en derhalve te zeggen voor recht dat de in het dwangbevel van 9 december 2004 (...) opgenomen belasting over de toegevoegde waarde, interesten en boeten, niet verschuldigd zijn, (...) verweerder te veroordelen tot een bedrag van 4.000 euro wegens administratieve kosten (waaronder erelonen van de raadslieden) en morele schadevergoeding, begroot ex aequo en bono, meer de wettelijke interesten vanaf de inleiding van de vordering op 15 maart 2005; (...), ondergeschikt, indien de vordering van eiseres in hoofdorde ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard, de terugbetaling te bevelen van de onverschuldigde BTW over de door eiseres verstrekte diensten voor de jaren 2001, 2002 en 2003 begroot op 43.782,78 euro, verweerder te veroordelen tot een bedrag van 4.000 euro wegens administratieve kosten (waaronder erelonen van de raadslieden) en morele schadevergoeding, begroot op ex aequo en bono, meer de wettelijke interesten vanaf de inleiding van de vordering 15 maart 2005; in bijkomende orde de Belgische Staat te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van 84.622,25 euro onder uitdrukkelijk voorbehoud van vermeerdering of vermindering in de loop van het geding, meer de gerechtelijke interesten en de kosten van het geding, rechtplegingsvergoeding inbegrepen; uiterst ondergeschikt de in de conclusie omschreven prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen.”
3. ONTVANKELIJKHEID
Partijen werpen geen specifieke gronden van niet-ontvankelijkheid van de vordering op. De rechtbank ziet evenmin redenen om ambtshalve te besluiten tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering. Deze is ontvankelijk.
4. BESPREKING TEN GRONDE
Artikel 44, § 2 van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het wetboek belasting over de toegevoegde waarde (BS 17 juli 1969) voorzag reeds in de vrijstelling van belasting van "diensten voor gezinshulp". Deze vrijstelling werd onder dezelfde bewoordingen behouden bij de wetswijziging van 28 december 1992 (BS 31 december 1992).
Artikel 13, A, g) van de Zesde BTW Richtlijn (Richtlijn 677/388/EEG, Raad, 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting) voorziet eveneens in een vrijstelling ten gunste van bepaalde activiteiten van algemeen belang waaronder diensten door organisatie die door de betrokken Lidstaat als instelling van sociale aard erkend zijn.
Een belastingplichtige kan zich voor een nationale rechter op de in artikel 13 A, lid 1, sub g) van de Zesde Richtlijn voorziene vrijstelling beroepen om zich te verzetten tegen een met deze bepaling strijdige nationale regeling (H.v.J., 10 september 2002, Ambulanter Plegendienst Kügler, C-141/00). In tegenstelling tot wat de administratie voorhoudt, vindt de nationale wetgeving evenwel geen grondslag in artikel 13 A, lid 1, sub g) van de Zesde Richtlijn, doch wil deze laatste bepaling de nationale wetgeving harmoniseren.
Uit de stukken van het dossier blijkt dat eiseres, naast haar activiteit als beschutte werkplaats, een activiteit heeft als gezinsvervangend tehuis. In het gezinsvervangend tehuis worden volwassen personen met een mentale handicap en die bekwaam zijn om te werken in het gewone arbeidscircuit of in een beschutte werkplaats, op permanente wijze opgevangen. De bewoners van het gezinsvervangend tehuis zijn dus permanente bewoners.
Uit de administratieve lichtlijnen blijkt dat de Administratie het begrip “diensten voor gezinshulp" steeds ruimer is gaan omschrijven. Terwijl de BTW-handleiding van 1970 voor de interpretatie van het begrip "diensten voor gezinshulp" nog uitsluitend verwees naar de eigenlijke gezinshulp in het huishouden door derden en de diensten verstrekt door diensten voor gezinshulp, voegt de BTW-handleiding in 1988 reeds "babysitting" en "herstellingsoorden" toe als "bedoeld" onder "diensten voor gezinshulp".
Ten onrechte beroept verweerder zich op een paragraaf uit de BTW-handleiding nr. 317 van 2004 waarin wordt bepaalt :
"Onder gezinshulp moet worden verstaan zowel de gezinshulp in de zin van het Ministerieel Besluit van 6 april 1967 tot goedkeuring van het statuut van gezinshelpster (BS van 27 april 1967), als de hulp aan bejaarden en alle andere diensten verstrekt door diensten voor gezinshulp. Worden derhalve onder meer bedoeld : (...) het bijstaan en begeleiden van bejaarden, alleenstaanden en invaliden (BTW-Revue nr. 124, blz. 982-983, nr. 1025); de dienstprestaties verricht door verenigingen zonder winstoogmerk waarvan de activiteiten bestaan in het bijstaan en begeleiden van bejaarden, alleenstaanden en invaliden, teneinde hen in de mogelijkheid te stellen een zekere zelfstandigheid te bewaren, een normaal sociaal leven te leiden en hen in staat te stellen om zo lang mogelijk thuis te kunnen leven.” (De rechtbank onderlijnt.)
Hieruit volgt immers dat de dienstprestatie "thuis" bij de hulpbehoevende plaatsheeft. Een dienst voor gezins- en bejaardenhulp is immers een dienst die hulp ter beschikking stelt aan gezinnen en alleenstaanden omdat de personen die zich er op beroepen niet in staat zijn de huishoudelijke taken naar behoren te vervullen. Een dienst voor gezinshulp is een externe dienst die personeel uitstuurt naar de gezinnen terwijl eiseres een interne dienst is waard de bewoners permanent wonen en permanent worden opgevangen.
De vordering is om deze reden alleen al gegrond.
Bovendien voert eiseres terecht aan dat de beginselen van behoorlijk bestuur eveneens van toepassing zijn op de fiscale administratie. Deze beginselen omvatten het recht op rechtszekerheid. De belastingplichtige moet kunnen vertrouwen op een zelfs stilzwijgend akkoord van de Administratie.
De administratie houdt voor dat eiseres zich niet kan beroepen op het algemeen rechtsbeginsel van rechtszekerheid en het gewettigd vertrouwen omdat het legaliteitsbeginsel hierop zou primeren, met name dat niet van de fiscale wet mag worden afgeweken omwille van het karakter van·openbare orde van de fiscale wetgeving.
Uit hetgeen voorafgaat blijkt echter dat de betwisting betrekking heeft op de interpretatie van de fiscale wet welke zelf ongewijzigd bleef sinds 1969. Sedert 1971 wordt onder toepassing van de ongewijzigde fiscale wetgeving door eiseres BTW aangerekend op de door haar verstrekte diensten, terwijl plots in 2004 de fiscale administratie retroactief voorhoudt dat met ingang van 1 januari 2002 deze activiteiten als vrijgesteld moeten worden beschouwd zodat eiseres niet langer recht heeft op een aftrek van voorbelasting. Dergelijke houding schendt het rechtmatig vertrouwen van eiseres en is derhalve een schending van het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur.
Eiseres vordert een vergoeding voor de gemaakte advocatenkosten. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat de vordering van eiseres gegrond is.
Een procespartij kan in beginsel aanspraak maken op een schadeloosstelling voor het ereloon en de kosten van een advocaat in zover die met toepassing van artikel 1151 van het Burgerlijk Wetboek een noodzakelijk gevolg zijn van een contractuele wanprestatie van de andere procespartij (zie Cass., 2 september 2004, R.W., 2004-2005, 535; www.jurdat.be ). Die kosten en erelonen kunnen ook een element zijn van de schade uit onrechtmatige daad in de mate dat zij noodzakelijk zijn voor het slachtoffer om zijn recht op schadevergoeding te doen gelden (zie Cass., 16 november 2006, www.juridat.be ).
Verweerder bevestigt overigens (op uitdrukkelijk verzoek van de rechtbank ter zitting) dat zij op 17 september 1991 over de periode van 1988 en 1989 een controle inzake BTW bij eiseres heeft uitgevoerd zonder dat enige opmerking werd gemaakt betreffende de kwalificatie van de activiteit als vrijgestelde "dienst voor gezinshulp". Zoals hoger vermeld heeft de betwisting betrekking op de interpretatie van de fiscale wet welke zelf ongewijzigd bleef sinds 1969. Sedert 1971 wordt onder toepassing van de ongewijzigde fiscale wetgeving door eiseres BTW aangerekend op de door haar verstrekte diensten, terwijl plots in 2004 de fiscale administratie retroactief voorhoudt dat met ingang van 1 januari 2002 deze activiteiten als vrijgesteld moeten worden beschouwd zodat eiseres niet langer recht heeft op een aftrek van voorbelasting. Dergelijk handelswijze maakt een onrechtmatige daad uit in hoofde van verweerder.
Dat eiseres in casu kosten van bijstand van een advocaat heeft moeten maken, blijkt voldoende uit de stukken. Dat deze kosten in oorzakelijk verband staan met de fout is evident.
In acht genomen de aard van de betwisting, de omvang van de in het geding zijnde bedragen en de omvang van de door de advocaat van verweerster geleverde prestaties, zoals die uit de procedurestukken blijken, en rekening houdend met de op grond van artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek reeds toe te kennen vergoedingen komt een schadeloosstelling voor kosten en bijstand van een advocaat van 4000 euro redelijk voor.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,
Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak;
Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond;
Zegt voor recht dat de vrijstelling vermeld in artikel 44, § 2, 1° van het BTW-wetboek niet van toepassing is op eiseres;
Vernietigt het dwangbevel van 9 december 2004, ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven van 14 december 2004;
Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van alle sommen die ten onrechte geïnd of betaald werden ingevolge dit dwangbevel, meer de moratoriuminteresten tot datum van de neerlegging van het verzoekschrift, vanaf dan meer gerechtelijke interesten.
Veroordeelt verweerder tot betaling van een schadevergoeding ex aequo en bono op 4.000 euro geraamd, meer de gerechtelijke interesten vanaf de inleiding van de vordering op 15 maart 2005.
Veroordeelt verweerder tot betaling van de gedingkosten, in hoofde van eiseres begroot op € 371,84 rechtsplegingsvergoeding.
Verwijst verweerder tot de eigen gedingkosten, begroot op € 371,84 rechtplegingsvergoeding.
Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 33ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Bussel, op 23 november 2007
Waar aanwezig waren en zitting namen :
Mevrouw N. S. : rechter
Mevrouw I. D. : griffier.
I. D. N. S.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.