Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van Cassatie dd. 12.11.2010 (F.09.0067.N)
Voldoening van de belasting - Schuldenaar van de belasting - Algemeen rechtsbeginsel 'non bis in idem' - Sancties - Administratieve sancties - Strafsancties
Wettelijke bepalingen
Algemeen rechtsbeginsel 'non bis in idem'
Samenvatting
Het gezag van gewijsde in strafzaken geldt alleen voor hetgeen zeker en noodzakelijk door de strafrechter is beslist, met betrekking tot het bestaan van de aan de beklaagde ten laste gelegde feiten, en rekening houdend met de motieven die de noodzakelijke grondslag van de beslissing in strafzaken uitmaken.
Het gezag van strafrechtelijk gewijsde ten aanzien van de burgerlijke rechter strekt zich enkel uit tot de vaststellingen inzake de omvang van de schade of die omvang, in zoverre de schade of de fiscale schuld een bestanddeel uitmaakt van het misdrijf waarover de strafrechter diende te oordelen en de kwalificatie en de straf kon veranderen naargelang van de omvang van het nadee.
Om de regel 'non bis in idem' toe te passen is niet alleen vereist dat de nieuwe vervolging dezelfde feiten tot voorwerp heeft als de vorige definitief beslechte zaak, maar bovendien dat de eerste definitief beslechte vervolging en de tweede vervolging dezelfde persoon betreffen.
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Arrest van het Hof van Cassatie
dd. 12.11.2010
(F.09.0067.N)
G. nv, met kantoor te … , eiseres, vertegenwoordigd door mr. J.V. , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de eiseres woonplaats kiest,
tegen
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de btw-ontvanger te Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4, verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.D.B. , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de verweerder woonplaats kiest.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 23 december 2008 gewezen door het hof van beroep te Gent.
II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan.
Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Ontvankelijkheid
Eerste middel
Eerste onderdeel
1. Het gezag van gewijsde in strafzaken geldt alleen voor hetgeen zeker en noodzakelijk door de strafrechter is beslist, met betrekking tot het bestaan van de aan de beklaagde ten laste gelegde feiten, en rekening houdend met de motieven die de noodzakelijke grondslag van de beslissing in strafzaken uitmaken.
Het gezag van strafrechtelijk gewijsde ten aanzien van de burgerlijke rechter strekt zich bijgevolg enkel uit tot de vaststellingen inzake de omvang van de schade of die omvang, in zoverre de schade of de fiscale schuld een bestanddeel uitmaakt van het misdrijf waarover de strafrechter diende te oordelen en de kwalificatie en de straf kon veranderen naargelang van de omvang van het nadeel.
2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de strafrechter oordeelt dat:
- de telastleggingen, zoals omschreven in de dagvaarding, in hoofde van de beklaagde bewezen zijn met dien verstande dat de specifiek opgesomde bedragen zowel in de telastlegging A.I als in de tenlastelegging B. dienen vervangen en omschreven als ‘op een niet nader te bepalen bedrag';
- de aangiften in de inkomstenbelastingen ervan getuigen dat een zeer belangrijk gedeelte van de inkomsten niet werd aangegeven met de kennelijke bedoeling de belasting te ontduiken, daar een belangrijk deel van de omzet niet werd aangegeven terwijl geschriften minutieus werden bijgehouden waaruit een grondige kennis en opvolging blijkt van de dagelijkse gang van zaken;
- het de fiscale rechter behoort de juiste bedragen vast te stellen.
Door aldus te oordelen heeft de strafrechter noodzakelijk geoordeeld dat de omvang van het bedrag van ontdoken btw niet behoort tot het voorwerp van de strafvordering.
3. De appelrechters oordelen derhalve naar recht dat aan de motieven en de beslissing over de bedragen van ontdoken btw geen strafrechtelijk gezag van gewijsde kleeft.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.
Tweede onderdeel
4. Uit het antwoord op het eerste onderdeel blijkt dat de strafrechter zich niet heeft uitgesproken over de omvang van de bedragen en dat de beslissing hierover werd overgelaten aan de fiscale rechter.
5. Doordat het gezag van gewijsde zich niet uitstrekt tot de motieven en de beslissing over de bedragen van ontdoken btw, kunnen de appelrechters hierover vrij hun oordeel vormen en het volledige bedrag van de beweerdelijk ontdoken btw vermeld in de telastleggingen voor de strafrechter bewezen verklaren.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.
Derde onderdeel
6. De appelrechters oordelen dat de motieven en de beslissing over de bedragen van ontdoken btw niet zijn bekleed met het gezag van het strafrechtelijk gewijsde en dat zij derhalve hierover vrij hun oordeel kunnen vormen.
Zij doen aldus uitspraak zoals zij hadden moeten doen ongeacht of zij de aangevoerde miskenning van de bewijskracht van akten al dan niet hadden begaan, zodat de aangevoerde miskenning van de bewijskracht zonder belang is.
Het onderdeel is niet ontvankelijk.
Vierde onderdeel
7. De appelrechters oordelen dat:
- het de appelrechter in strafzaken niet is ontgaan dat alles werd opgetekend in notaboekjes buiten de officieel controleerbare bestanden die minutieus werden bijgehouden, waaruit een grondige kennis en opvolging blijkt van de dagelijkse gang van zaken en dat alleen reeds de gebruikte terminologie (minutieus, grondige kennis en opvolging) een oordeel geeft over de waarde van de agenda's;
- algemeen wordt aanvaard dat de bijzonder bewijswaarde van artikel 59, § 1, Btw-wetboek, beperkt is tot de materiële vaststellingen en niet tot de gevolgtrekkingen die uit deze vaststellingen worden getrokken;
- de werkelijke omzet blijkt uit het verschil tussen de verkopen ingeschreven in de jaarlijkse agenda's en ontvangsten aangegeven in de periodieke aangiften;
- wat de aangenomen bedragen aangaat, zoals deze door de fiscale rechter moesten worden begroot, deze uiteindelijk tot stand zijn gekomen door vergelijking van de "minutieus bepaalde verrichtingen" opgenomen in de agenda's en de bedragen opgenomen in de aangiften;
- door de ambtenaren op een grondige wijze een analyse werd gemaakt van de agenda's die in beslag werden genomen en die zonder twijfel de omzet van de diverse verkooppunten weergeven;
- de in het proces verbaal vermelde cijfers bij gebrek aan nadere betwisting moeten worden aanvaard.
8. De appelrechters hebben aldus de juistheid van de door de ambtenaar uitgevoerde berekening en de vaststelling in het proces-verbaal van 4 februari 1992 van de beweerdelijk ontdoken btw op grond van een eigen beoordeling bijgetreden.
9. Het onderdeel dat aanvoert dat de appelrechters aan de berekening van de beweerdelijk verschuldigde btw in het voormelde proces-verbaal een bijzondere bewijswaarde toekennen, gaat uit van een onjuiste lezing van het arrest en mist mitsdien feitelijke grondslag.
Tweede middel
10. Om de regel "non bis in idem" toe te passen is niet alleen vereist dat de nieuwe vervolging dezelfde feiten tot voorwerp heeft als de vorige definitief beslechte zaak, maar bovendien dat de eerste definitief beslechte vervolging en de tweede vervolging dezelfde persoon betreffen.
11. De eiseres verzet zich tegen een samenloop van een strafsanctie en een administratieve sanctie hoewel niet zij, maar haar afgevaardigd bestuurder strafrechtelijk werd veroordeeld.
Het middel kan niet worden aangenomen.
Beschikkend gedeelte
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres in de kosten.
Bepaalt de kosten op de som van 169,78 euro jegens de eisende partij en op de som van 147,36 euro jegens de verwerende partij.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit …
Ondertekeningen
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
1Rechtspraak
1België
1Rechtbank van eerste aanleg te Gent18.03.2013