lid 1Iedere overtreding of elk misbruik van de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede feiten die de opeisbaarheid van de belasting of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen, kunnen door de administratie worden bewezen volgens de regelen en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, doch uitgezonderd de eed, en daarenboven door de processen-verbaal van de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën.
lid 2De processen-verbaal leveren bewijs op zolang het tegendeel niet is bewezen.
lid 3Onverminderd de toepassing van artikel 93quaterdecies, § 1, derde lid, kunnen de bewijselementen die door de fiscale ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën zoals bedoeld in artikel 63ter, § 1, worden verzameld tijdens hun medewerking aan een gemengd multidisciplinair onderzoeksteam zoals bedoeld in artikel 63ter, § 2, worden gebruikt ter bepaling van het bestaan en van het bedrag van de belastingschuld alsook ter vaststelling van een overtreding van de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
lid 1Onverminderd de in § 1 genoemde bewijsmiddelen, is de door de Koning aangewezen ambtenaar of de schuldenaar van de belasting bevoegd een deskundige schatting te vorderen om de normale waarde van de in artikel 36, §§ 1 en 2, bedoelde goederen en diensten te bepalen.
lid 2Die bevoegdheid bestaat eveneens ten aanzien van de diensten bedoeld in artikel 19, § 2, 1°, wanneer ze betrekking hebben op de oprichting van een gebouw.
lid 3De Koning geeft regelen in verband met de schattingsprocedure. Hij bepaalt de termijn waarbinnen die procedure moet worden ingesteld en wijst aan wie de kosten ervan moet dragen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
4Rechtspraak
294België
293Grondwettelijk Hof28.11.2024
Belastingschuld, Inning, Opneming in een innings- en invorderingsregister
Europese Unie
1Het Hof legt de richtlijn uit die dit artikel omzet.
Conclusie van advocaat-generaal FennellyC-286/9420.03.1997
Zesde richtlijn 77/388 art. 18, KB nr. 4 art. 81
Administratieve doctrine
72Wetgeving
6299 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 73 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.
Opeenvolgende versies
6 versies eerste op 01.01.1990| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 04.04.2022van kracht | § 1, derde lid, werd ingevoegd | W 17.03.2022, B.S. 25.03.2022 |
| 07.01.2007 | § 2, werd gewijzigd | W 27.12.2006, B.S. 28.12.2006 |
| 07.08.2006 | § 1, eerste lid werd gewijzigd en § 3, werd opgeheven | W 20.07.2006, B.S. 28.07.2006 |
| 01.11.2005 | § 3, is van toepassing op de akten die vanaf 01.11.2005 | W 27.12.2005, B.S. 30.12.2005 |
| 01.01.1993 | het artikel werd gewijzigd | W 28.12.1992 |
| 01.01.1990 | het artikel werd gewijzigd | W 22.12.1989 |