Artikel 59 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

59 07.08.2006 - 06.01.2007 § 1, eerste lid werd gewijzigd en § 3, werd opgeheven W 20.07.2006, B.S. 28.07.2006

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 59 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59/versie-2006-08-07

Artikel
59
Periode
07.08.2006 - 06.01.2007
Wijziging
§ 1, eerste lid werd gewijzigd en § 3, werd opgeheven
Bron
W 20.07.2006, B.S. 28.07.2006

Wat op die datum veranderde

2 gewijzigde passages op 7 11 ingevoegde woorden 71 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 01.11.2005

Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 59, § 1, eerste lid, werd gewijzigd en § 3, werd opgeheven met ingang van 07.08.2006 (Art. 20, W 20.07.2006, B.S. 28.07.2006

Naar de tekst van deze versie

Tekst

3 paragrafen 0 punten van kracht van 07.08.2006 tot 06.01.2007

§ 1

lid 1geschrapte tekst: Overtredingen einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Iedere overtreding of elk misbruik einde van de invoeging. van de bepalingen van dit geschrapte tekst: wetboek einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Wetboek einde van de invoeging. of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede feiten die de geschrapte tekst: verschuldigdheid einde van de schrapping. ingevoegde tekst: opeisbaarheid einde van de invoeging. van de belasting of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen, kunnen door de administratie worden bewezen volgens de regelen en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, doch uitgezonderd de eed, en daarenboven door de processen-verbaal van de ambtenaren van geschrapte tekst: het Ministerie van einde van de schrapping. ingevoegde tekst: de Federale Overheidsdienst einde van de invoeging. Financiën.

lid 2De processen-verbaal leveren bewijs op zolang het tegendeel niet is bewezen.

§ 2

lid 1Onverminderd de in § 1 genoemde bewijsmiddelen, is de door de Koning aangewezen ambtenaar of de belastingplichtige bevoegd een deskundige schatting te vorderen om de normale waarde van de in artikel 36, §§ 1 en 2, bedoelde goederen en diensten te bepalen.

lid 2Die bevoegdheid bestaat eveneens ten aanzien van de goederen bedoeld in artikel 12, § 2, en de diensten bedoeld in artikel 19, § 2, wanneer ze betrekking hebben op de oprichting van een gebouw.

lid 3Als minimummaatstaf van heffing geldt de normale waarde van het goed of van de dienst, zoals ze door de deskundige is bepaald.

lid 4De Koning geeft regelen in verband met de schattingsprocedure. Hij bepaalt de termijn waarbinnen die procedure moet worden ingesteld en wijst aan wie de kosten ervan moet dragen.

§ 3

geschrapte tekst: Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de juridische kwalificatie door de partijen gegeven aan een akte alsook aan afzonderlijke akten die eenzelfde verrichting tot stand brengen, wanneer de administratie door vermoedens of door andere in § 1 vermelde bewijsmiddelen vaststelt dat die kwalificatie tot doel heeft de belasting te ontwijken, tenzij de belastingplichtige bewijst dat die kwalificatie aan rechtmatige financiële of economische behoeften beantwoordt. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: (opgeheven) einde van de invoeging.

Opeenvolgende versies

6 versies eerste op 01.01.1990
Van krachtWijzigingBron
04.04.2022van kracht§ 1, derde lid, werd ingevoegdW 17.03.2022, B.S. 25.03.2022
07.01.2007§ 2, werd gewijzigdW 27.12.2006, B.S. 28.12.2006
07.08.2006getoond§ 1, eerste lid werd gewijzigd en § 3, werd opgehevenW 20.07.2006, B.S. 28.07.2006
01.11.2005§ 3, is van toepassing op de akten die vanaf 01.11.2005W 27.12.2005, B.S. 30.12.2005
01.01.1993het artikel werd gewijzigdW 28.12.1992
01.01.1990het artikel werd gewijzigdW 22.12.1989