Sancties, Administratieve sancties, Laattijdige betaling van de belasting · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie F.12.0007.N 21 maart 2013

Zoeken

Sancties, Administratieve sancties, Laattijdige betaling van de belasting

https://juriel.be/nl/rechtspraak/sancties-administratieve-laattijdige-betaling-belasting-cassatie-brussel-2013-03-21-9876

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Rolnummer
F.12.0007.N
Datum
21 maart 2013

Procesverloop

2 stappen · 1 jaar 10 maanden
  1. Bestreden beslissingHof van beroep te Brussel28.04.2011
  2. Weergegeven beslissingHof van Cassatie van België21.03.2013

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

37 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 21.03.2013 (F.12.0007.N)

Sancties - Administratieve sancties - Laattijdige betaling van de belasting - Afwezigheid van aangifte - Geldboete - Wijze van berekening

Wettelijke bepalingen

W.Btw, artt. 53, §1, 2° en 3°, 70, § 1,eerste lid, en 84, derde lid

Samenvatting

De laattijdige betaling van de belasting geeft aanleiding tot het opleggen van een geldboete, berekend op basis van de verschuldigde belasting, zonder dat van die verschuldigde belasting de voorbelasting die ingevolge de afwezigheid van aangifte niet werd afgetrokken, in mindering mag worden gebracht.

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Arrest van het Hof van Cassatie

dd. 21.03.2013

(F.12.0007.N)

G. bvba, met zetel te 1020 Brussel, De Wandstraat 113-115, eiseres, vertegenwoordigd door mr. J.V. advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de eerst aanwezend inspecteur/ontvanger van het vijfde btw-ontvangkantoor van Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50/3136, verweerder, vertegenwoordigd door mr. W.E., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 28 april 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 4 februari 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 70, § 1, eerste lid, Btw-wetboek bepaalt dat voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete wordt opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting.

Krachtens artikel 84, derde lid, Btw-wetboek wordt binnen de door de wet gestelde grenzen het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten vastgesteld in het wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld.

Volgens artikel 1.1°, KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde wordt de schaal voor de vermindering van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde voor overtredingen beoogd in artikel 70, § 1, Btw-wetboek en begaan na 31 oktober 1993 bepaald door de tabel G van de bijlage bij dit besluit. Volgens de afdeling 1, rubriek V van de bijlage G bij dit besluit bedraagt de boete voor het niet, slechts gedeeltelijk of laattijdig opnemen van belastbare handelingen in de daartoe bestemde aangifte twintig procent van de verschuldigde belasting zo die meer dan 1.250 euro bedraagt.

Artikel 53, § 1, 2°, Btw-wetboek legt aan de belastingplichtige de verplichting op iedere maand een aangifte in te dienen waarin hij onder meer het bedrag van de opeisbare belasting en van de te verrichten aftrek vermeldt.

Artikel 53, § 1, 3°, Btw-wetboek legt aan de belastingplichtige de verplichting op de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de termijn van indiening van de bij 2° voorgeschreven aangifte.

Volgens artikel 4, eerste lid, KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, genomen ter uitvoering van artikel 49, 2°, dat de Koning de bevoegdheid geeft de termijnen waarbinnen en de regelen volgens dewelke de aftrek plaats heeft te regelen, oefent de belastingplichtige zijn recht op aftrek globaal uit door op het totaal bedrag van de belasting verschuldigd voor een aangiftetijdvak, het totaal bedrag toe te rekenen van de belasting waarvoor het recht op aftrek tijdens hetzelfde tijdvak is ontstaan en uitgeoefend kan worden krachtens artikel 3 van dit besluit.

2. Uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat de laattijdige betaling van de belasting aanleiding geeft tot het opleggen van een geldboete, berekend op ba-sis van de verschuldigde belasting, zonder dat van die verschuldigde belasting de voorbelasting die ingevolge de afwezigheid van aangifte niet werd afgetrokken, in mindering mag worden gebracht.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 151,58 euro en voor de verweerder op 321,19 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit …

Ondertekeningen

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 532 voorkomens
WBTW art. 702 voorkomens
KB nr. 3 art. 31 voorkomen
KB nr. 3 art. 41 voorkomen
WBTW art. 841 voorkomen

Rechtspraak

1

België

1

Bekijk het document

Vergelijkbare beslissingen

8