Koninklijk besluit nr. 3, artikel 3 (historiek) · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

nr. 3 3 07.01.2016

Zoeken
Van kracht

Koninklijk besluit nr. 3, artikel 3 (historiek)Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d

Besluit
nr. 3
Artikel
3
Van kracht sinds
07.01.2016

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

3 paragrafen 7 punten

Btw, KB nr.3 , artikel 3

Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige:

1°

ten aanzien van de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen 53, § 2 of § 2bis en 53decies, § 2, van het Wetboek waarop de vermeldingen voorkomen bedoeld in artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde;

2°

ten aanzien van de belasting geheven van een handeling die hij verricht voor de behoeften van zijn economische activiteit en die wordt gelijkgesteld met een levering door artikel 12, § 1, eerste lid, 3° en 4° van het Wetboek, of met een dienst door artikel 19, § 2, eerste lid, 1°, of § 3, van het Wetboek, het in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde stuk opmaken en de verschuldigde belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt;

3°

ten aanzien van de belasting geheven van de andere invoeren dan die bedoeld onder 4°, in het bezit zijn van een invoerdocument dat hem als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt;

4°

ten aanzien van de belasting geheven van de invoeren gedaan onder het stelsel van de verlegging van de heffing naar het binnenland, de verschuldigde belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt;

5°

ten aanzien van de belasting geheven van intracommunautaire verwervingen van goederen, in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de wettelijke bepalingen die van kracht zijn in de lidstaat van waaruit die goederen zijn verzonden of vervoerd, of bij gebreke van een dergelijk factuur, het stuk bedoeld in artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en hetzij de verschuldigde belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt, hetzij in de gevallen bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit nr. 46 tot regeling van de aangifte van de intracommunautaire verwerving van vervoermiddelen en van de betaling van de ter zake verschuldigde BTW in het bezit zijn van de in artikel 1 van genoemd besluit bedoelde bijzondere aangifte;

6°

ten aanzien van de belasting geheven van een handeling die de belastingplichtige verricht voor de behoeften van zijn economische activiteit en die met een intracommunautaire verwerving wordt gelijkgesteld door artikel 25quater van het Wetboek, in het bezit zijn van het transfertdocument opgesteld overeenkomstig de wettelijke bepalingen die van kracht zijn in de lidstaat van waaruit deze goederen zijn verzonden of vervoerd of bij gebreke ervan, het in artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde stuk en de verschuldigde belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt;

7°

ten aanzien van de belasting geheven van de handelingen waarvoor hij, bij toepassing van artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6° of § 4, of van artikel 55, § 6, van het Wetboek, ertoe gehouden is zelf de opeisbare belasting te voldoen, in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen 53, § 2 of § 2bis en 53decies, § 2, van het Wetboek of, bij gebreke van een dergelijke factuur, van het bedoelde stuk in artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde of in artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31 van 2 april 2002 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen en de verschuldigde belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt.

§ 2

In afwijking van § 1 kan in de gevallen bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, de aftrek worden verricht met inachtneming van de door of vanwege de Minister van Financiën gestelde voorwaarden.

[...]

Aangehaalde teksten

11
KB nr. 1 art. 518 voorkomens
KB nr. 1 art. 918 voorkomens
KB nr. 46 art. 116 voorkomens
KB nr. 1 art. 38 voorkomens
KB nr. 46 art. 28 voorkomens
KB nr. 31 art. 57 voorkomens
KB nr. 1 art. 136 voorkomens
KB nr. 1 art. 103 voorkomens
WBTW art. 121 voorkomen
WBTW art. 551 voorkomen

Rechtspraak

145

België

144

Hof van CassatieF.19.0009.N29.01.2021

Recht op aftrek, Materiële voorwaarde

§ 1, 1°

Hof van Cassatie22.05.2020

Recht op aftrek

§ 1, 1°

Bekijk alle 144

Europese Unie

1

Het Hof legt het Unierecht uit dat deze tekst uitvoert.

Hof van JustitieC-271/1208.05.2013

Recht op aftrek van voorbelasting

§ 1, 1°

Administratieve doctrine

80

Wetgeving

3

155 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 73 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 228 documenten

Opeenvolgende versies

8 versies eerste op 01.01.1978
Van krachtWijzigingBron
07.01.2016van kracht
01.01.2013enkel de Franse tekst werd gewijzigd
01.01.2010
14.05.2007
01.01.2004
01.01.2002
01.01.1993
01.01.1978