Koninklijk besluit nr. 46 van 29 december 1992, tot regeling van de aangifte van de intracommunautaire · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

nr. 46

Zoeken
Van kracht

Koninklijk besluit nr. 46 van 29 december 1992, tot regeling van de aangifte van de intracommunautaireDe aangifte van de intracommunautaire verwerving van vervoermiddelen en van de betaling van de ter zake verschuldigde BTW.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-46-december-regeling-aangifte-intracommunautaire-verwerving-7985

Besluit
nr. 46

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 artikelen

(Uitvoering van artikel 53nonies van het Btw-Wetboek.)

Officieuze coördinatie nr. 6 - Laatstelijk gewijzigd met ingang van 01.12.2025 bij:

6 NOVEMBER 2025 - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten 4, 7, 31 en 46 inzake de belasting over de toegevoegde waarde en het koninklijk besluit van 3 maart 1927 houdende uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen, ten gevolge van de schrapping van de postassignatie en het internationaal mandaat als vereffeningsmiddel van de terug te betalen sommen inzake deze materies (B.S. 19.11.2025, pg. 88235, Numac 2025008677)

lid 1(De tekst van KB nr. 46, artikel 1, is van toepassing met ingang van 01.01.1993 (KB 29.12.1992))

lid 2Ieder persoon die op grond van artikel 51, § 1, 2°, van het Wetboek gehouden is tot voldoening van de belasting verschuldigd ter zake van de in de uitsluiting van artikel 53ter, 1°, van het Wetboek bedoelde intracommunautaire verwerving van een nieuw vervoermiddel, dient voor deze intracommunautaire verwerving die hij heeft verricht een afzonderlijke bijzondere aangifte in te dienen op een douanekantoor naar zijn keuze.

lid 1(De tekst van KB nr. 46, artikel 2, is van toepassing met ingang van 01.01.2004 (Art. 20, KB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004))

lid 2Ieder persoon die gehouden is tot het indienen van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, of 53ter, 1°, van het Wetboek bedoelde aangifte, is verplicht voor de heffing van de belasting verschuldigd ter zake van de intracommunautaire verwerving van een vervoermiddel of van een daarmee gelijkgestelde handeling die hij heeft verricht, de in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte in te dienen op een douanekantoor naar zijn keuze wanneer hij op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt geheel of ten dele in gebreke blijft de door de artikelen 53, § 1, eerste lid, 2° en 3°, 53bis, § 1, 53ter of 53quater van het Wetboek voorgeschreven verplichtingen na te komen.

art. 3

lid 1(De tekst van KB nr. 46, artikel 3, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 29, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

lid 2De in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte wordt opgesteld op een door de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde verstrekt formulier dat uit drie luiken bestaat.

lid 1(De tekst van KB nr. 46, artikel 4, is van toepassing met ingang van 01.12.1994 (Art.22, a) en b))

lid 2Bij de indiening van de in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte op een douanekantoor dient de persoon, gehouden tot voldoening van de belasting, op dit kantoor de door de leverancier uitgereikte factuur met betrekking tot de levering voor te leggen samen met alle andere stukken waaruit blijkt dat de vermeldingen van die factuur juist zijn en die, meer algemeen, de in de bijzondere aangifte op te nemen gegevens staven. Die stukken zijn onder meer de door de schuldenaar van de belasting opgemaakte of ontvangen bestelbons, contracten, verzendingsstukken, vervoerdocumenten en betalingsstukken met betrekking tot het vervoermiddel en de intracommunautaire verwerving ervan of een daarmee gelijkgestelde handeling.

lid 3Wanneer de persoon gehouden tot indiening van de in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte voor de intracommunautaire verwerving van een landvoertuig/of een daarmee gelijkgestelde handeling, het vervoermiddel op zijn naam wenst in te schrijven overeenkomstig de reglementering betreffende de inschrijving van motorvoertuigen, dient hij terzelfder tijd de op zijn naam opgestelde aanvraag om inschrijving voor te leggen.

(De tekst van KB nr. 46, artikel 5, § 2, werd vervangen met ingang van 04.02.2019 (Art. 14, KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019, pg. 108072))

1)

Ieder persoon die gehouden is de belasting verschuldigd ter zake van de intracommunautaire verwerving van een vervoermiddel of een daarmee gelijkgestelde handeling te voldoen in de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, of 53ter van het Wetboek dient de in artikel 4, eerste lid, bedoelde stukken op een douanekantoor naar zijn keuze voor te leggen.

lid 2

Wanneer de in het vorige lid bedoelde persoon het vervoermiddel op zijn naam wenst in te schrijven overeenkomstig de reglementering betreffende de inschrijving van motorvoertuigen, dient hij terzelfder tijd de op zijn naam opgestelde aanvraag om inschrijving voor te leggen.

2)

De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing wanneer aan de persoon die gehouden is de belasting verschuldigd ter zake van de intracommunautaire verwerving van het vervoermiddel of een daarmee gelijkgestelde handeling te voldoen in de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek, door de minister van Financiën of zijn gemachtigde vergunning werd verleend om het vignet dat het communautair karakter van dat vervoermiddel vastlegt via de procedure van elektronische gegevensuitwisseling door te zenden naar de Dienst voor Inschrijving van de Voertuigen (DIV).

(De tekst van KB nr. 46, artikel 6, § 1 is van toepassing met ingang van 01.12.1994 (Art.24, KB 22.11.1994))

1)

De in artikel 4, eerste lid, bedoelde stukken en het door de ontvanger van het douanekantoor gevalideerde luik A van de in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte dienen door de persoon, gehouden tot voldoening van de belasting, te worden bewaard gedurende tien jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop het inschrijvingsbewijs of de vlaggebrief voor het vervoermiddel wordt uitgereikt of, bij ontstentenis daarvan, vanaf het tijdstip waarop de belasting opeisbaar is.

2)

De persoon gehouden tot voldoening van de belasting is verplicht op ieder verzoek van de ambtenaren bevoegd voor de controle op de voldoening van de belasting de krachtens § 1 door hem te bewaren stukken ter inzage voor te leggen op het BTW-controlekantoor in het ambtsgebied waarvan hij zijn woonplaats of maatschappelijke zetel heeft.

lid 1(De tekst van KB nr. 46, artikel 7, is van toepassing met ingang van 01.12.1994 (Art.25, KB 22.11.1994))

lid 2De in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte moet worden ingediend vóór het verstrijken van de maand die volgt op deze waarin het belastbaar feit plaatsvindt.

lid 3Wanneer het vervoermiddel een luchtvaartuig of landvoertuig is waarvoor overeenkomstig de reglementering betreffende de luchtvaart of de inschrijving van motorvoertuigen een inschrijvingsbewijs moet worden aangevraagd, of wanneer het een schip is waarvoor een vlaggebrief wordt aangevraagd, dient de bijzondere aangifte te worden ingediend vóór de indiening van de aanvraag om inschrijving of uitreiking van de vlaggebrief, doch binnen de in het eerste lid bedoelde termijn.

art. 8

lid 1(De tekst van KB nr. 46, artikel 8, tweede lid, werd gewijzigd (Art. 4, KB 06.11.2025, B.S. 19.11.2025, pg. 88235, Numac 2025008677) met ingang van 01.12.2025 (Art. 6, KB 06.11.2025))

lid 2De belasting verschuldigd ter zake van de intracommunautaire verwerving van een vervoermiddel of van een daarmee gelijkgestelde handeling waarvoor de in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte moet worden ingediend, moet worden voldaan vóór het verstrijken van de maand die volgt op deze waarin het belastbaar feit plaatsvindt.

lid 3Wanneer de opeisbaarheid van de belasting blijkt uit de in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte en die aangifte ingediend wordt binnen de in artikel 7, eerste lid, bedoelde termijn, moet de belasting worden voldaan op het tijdstip waarop die aangifte wordt ingediend. De betaling dient te gebeuren in speciën aan de ontvanger van het douanekantoor waar de in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte werd ingediend of door overschrijving op de financiële rekening van dit kantoor of op een andere wijze bepaald door of vanwege de Minister van Financiën in de door of namens hem te bepalen gevallen.

lid 4De in het tweede lid bedoelde betalingen hebben uitwerking:

1°

voor een betaling in speciën, op de datum van de betaling;

2°

voor een overschrijving, de laatste werkdag die voorafgaat aan de datum van creditering van de rekening van het kantoor volgens de documenten van de bank- of financiële instelling die verantwoordelijk is voor het beheer van de kasrekeningen van de Federale Overheidsdienst Financiën. Als werkdagen worden aangemerkt, alle andere dagen dan de zaterdagen, de zondagen en de wettelijke feestdagen.

art. 9

lid 1(De tekst van KB nr. 46, artikel 9, is van toepassing met ingang van 01.01.1993 (KB 29.12.1992))

lid 2Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1993.

art. 10

lid 1(De tekst van KB nr. 46, artikel 10, is van toepassing met ingang van 01.01.1993 (KB 29.12.1992))

lid 2Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Aangehaalde teksten

7
WBTW art. 534 voorkomens
WBTW art. 53ter3 voorkomens
WBTW art. 511 voorkomen
WBTW art. 53bis1 voorkomen

Rechtspraak

1

België

1

Rechtbank van eerste aanleg te Luxemburg18.12.2024

Recht op aftrek

art. 1art. 2

Administratieve doctrine

17

« … van het koninklijk besluit nr. 46), vóór het verstrijken van de maand die volgt op deze waarin de intracommunautaire verwerving plaatsvindt zoals toegelicht onder randnummers 107 tot 112 (zie artikel 53nonies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek en artikel 7, eerste lid , van het koninklijk besluit nr. 46). Wanneer het vervoermiddel een luchtvaartuig of landvoertuig is waarvoor overeenkomstig de reglementering betreffende de luchtvaart of de inschrijving van motorvoertuigen een inschrijvingsbewijs moet worden aangevraagd, … »

Circulaire 2024/C/47 betreffende de btw-regeling voor de intracommunautaire leveringen en verwervingenOmzendbrief03.07.2024art. 7

Wetgeving

3

21 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 21 documenten