Artikel 12 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

Art. 12 Levering van goederen

Zoeken
Van krachtversie van 10.07.2021

Artikel 12 van het Belgische Btw-WetboekLevering van goederen

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12

Tekst

2 paragrafen 5 punten

Met een levering onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld:

1°

het door een belastingplichtige aan zijn bedrijf onttrekken van een roerend goed voor zijn privé-doeleinden of voor de privé-doeleinden van zijn personeel en, meer algemeen, voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan;

2°

het door een belastingplichtige aan zijn bedrijf onttrekken van een goed om het om niet te verstrekken, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan, met uitzondering van de onttrekkingen die worden gedaan met het oog op:

a)

het verstrekken van handelsgeschenken van geringe waarde of handelsmonsters;

b)

het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van voedingsmiddelen bestemd voor de menselijke consumptie, met uitzondering van geestrijke dranken, waarvan de intrinsieke kenmerken niet meer toelaten dat ze, in gelijk welke schakel van het reguliere economische circuit, worden verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden;

c)

het verstrekken voor liefdadigheidsdoeleinden van levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen, andere dan goederen die op duurzame wijze kunnen worden gebruikt waarvan de intrinsieke kenmerken verhinderen dat ze, in gelijk welke schakel van het economische circuit, nog worden verkocht tegen de oorspronkelijke commercialisatievoorwaarden;

3°

de ingebruikneming door een belastingplichtige, als bedrijfsmiddel, van een goed dat hij anders dan als bedrijfsmiddel heeft opgericht, heeft laten oprichten, heeft vervaardigd, heeft laten vervaardigen, heeft verkregen of heeft ingevoerd of waarvoor, met toepassing van de belasting, te zijnen bate zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, werden gevestigd of aan hem werden overgedragen of wederovergedragen, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan;

4°

de ingebruikneming door een belastingplichtige, anders dan als bedrijfsmiddel, van een door hem vervaardigd roerend goed, voor het verrichten van handelingen waarvoor geen volledige aanspraak op aftrek van de belasting bestaat, wanneer voor de bestanddelen van dat goed recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan;

5°

het onder zich hebben van een goed door een belastingplichtige of zijn rechthebbenden ingeval hij de uitoefening van zijn economische activiteit beëindigt, wanneer voor dat goed of de bestanddelen ervan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan; deze bepaling is niet van toepassing wanneer de rechthebbenden de activiteit van belastingplichtige onder de voorwaarden van artikel 11 verderzetten.

lid 2

De Koning omschrijft het begrip bedrijfsmiddel voor de toepassing van dit Wetboek.

lid 3

De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden waaraan de in het eerste lid, 2°, bedoelde onttrekkingen moeten voldoen, met betrekking tot de waarde en de regelmaat van de handelsgeschenken evenals de uitgesloten goederen, de aard en de kenmerken van de in het eerste lid, 2°, b) en c), bedoelde goederen, de bedoelde liefdadigheidsdoeleinden, de omstandigheden waarin de bedoelde onverkoopbare goederen voor die doeleinden kunnen worden verstrekt, het bedrag dat als kosten in rekening kan worden gebracht en de vormvoorwaarden die moeten worden in acht genomen

lid 1De belastingplichtige die geregeld goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, die hij heeft opgericht of laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van hun eerste ingebruikneming of hun eerste inbezitneming, onder bezwarende titel vervreemdt, wordt geacht het goed dat bij het verstrijken van de bovengenoemde termijn niet is vervreemd voor eigen behoeften te onttrekken, wanneer dit goed op dat tijdstip nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van de ingebruikneming bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. Deze belastingplichtige wordt eveneens geacht voor eigen behoeften het bijhorende terrein te onttrekken, als hiervoor een recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan. De onttrekking die hij op dat tijdstip geacht wordt te verrichten wordt met een levering onder bezwarende titel gelijkgesteld.

lid 2De belastingplichtige die geregeld onder bezwarende titel zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, vestigt op goederen bedoeld in artikel 1, § eerste lid, 9, 1°, die hij heeft opgericht of laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen, uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van hun eerste ingebruikneming of hun eerste inbezitneming, wordt geacht het goed dat bij het verstrijken van de bovengenoemde termijn niet is vervreemd voor eigen behoeften te onttrekken, wanneer dit goed op dat tijdstip nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van de ingebruikneming bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. Deze belastingplichtige wordt eveneens geacht voor eigen behoeften het bijhorende terrein te onttrekken, als hiervoor een recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan. De onttrekking die hij op dat tijdstip geacht wordt te verrichten wordt met een levering onder bezwarende titel gelijkgesteld.

lid 3De in het eerste en het tweede lid bedoelde belastingplichtige in wiens voordeel een zakelijk recht in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, met voldoening van de belasting werd gevestigd of aan wie een dergelijk recht met voldoening van de belasting werd overgedragen, wordt geacht dat recht dat bij het verstrijken van de in het tweede lid gestelde termijn niet is overgedragen of wederovergedragen voor eigen behoeften te onttrekken, wanneer het in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, beoogde goed waarop het zakelijk recht betrekking heeft op dat tijdstip nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van de ingebruikneming bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°. Deze belastingplichtige wordt eveneens geacht voor eigen behoeften het zakelijk recht op het bijhorende terrein te onttrekken, als hiervoor een recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan. De onttrekking die hij op dat tijdstip geacht wordt te verrichten wordt met een levering onder bezwarende titel gelijkgesteld.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 13 voorkomens
WBTW art. 93 voorkomens
WBTW art. 442 voorkomens
WBTW art. 111 voorkomen

Rechtspraak

42

België

38

Bekijk alle 38

Europese Unie

4

Het Hof legt de richtlijn uit die dit artikel omzet.

Hof van Justitie324/8210.04.1984

Maatstaf van heffing

§ 1

Administratieve doctrine

517

Wetgeving

13

540 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 29 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 3 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 572 documenten

Opeenvolgende versies

11 versies eerste op 01.01.1971
Van krachtWijzigingBron
10.07.2021van kracht§ 1, eerste lid, 2°, a) en het derde lid, werden vervangenW 27.06.2021, B.S. 30.06.2021
23.07.2020De toepassing van de tijdelijke bepaling, ingevoerd bij artikel 19, van de wet van 29.05.2020, werd verlengd tot 31.12.2020W 15.07.2020, B.S. 23.07.2020
01.03.2020Bij de artikelen 18 en 19, van de wet van 29.05.2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemieB.S. 11.06.2020
25.05.2019§ 2, werd gewijzigdW 02.05.2019, B.S. 15.05.2019
16.05.2019§ 1, eerste lid, 2°, werd aangevuld met een bepaling onder c) en het derde lid werd gewijzigdW 07.04.2019, B.S. 06.05.2019
20.08.2018§ 1, eerste lid, 2°, werd vervangen en § 1, laatste lid, werd ingevoegdW 30.07.2018, B.S. 10.08.2018
01.01.2011§ 2, werd vervangenW 23.12.2009, B.S. 30.12.2009
26.04.2002§ 2, werd gewijzigdW 02.08.2002
01.01.1993het artikel werd gewijzigdKB 29.12.1992 en Art.13, W 28.12.1992
01.01.1981het artikel werd gewijzigdW 24.12.1980
01.01.1971het artikel werd ingevoerdW 03.07.1969, B.S. 17.07.1969