Onderzoeksbevoegdheid van de fiscale ambtenaren · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie P.03.1087.N 16 december 2003

Zoeken

Onderzoeksbevoegdheid van de fiscale ambtenaren

https://juriel.be/nl/rechtspraak/onderzoeksbevoegdheid-fiscale-ambtenaren-vrije-toegang-cassatie-brussel-2003-12-16-3cc9

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Rolnummer
P.03.1087.N
Datum
16 december 2003

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
ongunstig voor de Belgische Staat

Tekst

48 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 16.12.2003 (P.03.1087.N)

Onderzoeksbevoegdheid van de fiscale ambtenaren - Vrije toegang tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend - Onderzoek van de boeken en stukken

Wettelijke bepalingen

Artt. 61, § 1, eerste lid en 63, eerste lid, 1°, W.BTW

Art. 418, Wetboek van Strafvordering

Samenvatting

Niet ontvankelijk wegens gebrek aan betekening, is het cassatieberoep waarvan het bewijs van die betekening niet is geleverd omdat de voorgelegde stukken het Hof niet toelaten na te gaan of een integrale kopie van de akte met de verklaring van cassatieberoep wel degelijk aan de verweerders werd betekend.

Uit het onderlinge verband van de artikelen 61, § 1, eerste lid, en 63, eerste lid, 1°, BTW-Wetboek volgt dat de in artikel 63, eerste lid, 1°, van dat wetboek bedoelde controlemaatregel te onderscheiden is van de in artikel 61, § 1, eerste lid, van dat wetboek bedoelde controlemaatregel en dat artikel 63, eerste lid, 1°, BTW-Wetboek beoogt aan de bevoegde ambtenaren een onderzoeksbevoegdheid te verlenen die zij niet uit artikel 61, § 1, eerste lid, van dat wetboek putten; hieruit volgt dat de bevoegde ambtenaren, krachtens artikel 63, eerste lid, 1°, BTW-Wetboek, het recht hebben na te gaan welke boeken en stukken zich bevinden in de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend alsook de boeken en stukken die zij aldaar aantreffen, te onderzoeken, zonder voorafgaand om de voorlegging van die boeken en stukken te moeten verzoeken.

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Arrest van het Hof van Cassatie

dd. 16.12.2003

(P.03.1087.N)

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, eiser,

tegen

1. C. J., met als raadsman Mr. X. Verhaeghe, advocaat bij de balie te Kortrijk,

2. M. M., 3. V. P., 4. P. J., met als raadsman Mr. Jean-Paul Van Neste, advocaat bij de balie te Kortrijk,

5. D. E., 6. D. G., 7. D. R., 8. D. K. J., 9. L. E., met als raadsman Mr. Johan Herpelinck, advocaat bij de balie te Brugge, ter zitting bijgestaan door Mr. Lievens, advocaat bij de balie te Brugge,

10. S. N., 11. L. J., met als raadslieden Mr. Philippe Traest, advocaat bij de balie te Brussel en Mr. P. Cooreman, advocaat bij de balie te Dendermonde, verweerders, inverdenkinggestelden,

12. CEVE, naamloze vennootschap, met als raadsman Mr. Xavier Verhaeghe, advocaat bij de balie te Kortrijk,

I. Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 17 juni 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling.

II. Rechtspleging voor het Hof

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

III. Cassatiemiddelen

Eiser voert in een memorie een middel aan. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

IV. Beslissing van het Hof

A. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat het cassatieberoep regelmatig werd betekend aan de verweerders sub 5, 6, 7, 9, 11, 12, 15 en 17;

Dat het exploot van betekening alleen vermeldt dat een arrest werd gewezen ten laste van die verweerders door het Hof van Beroep te Gent op 20 juni 2003;

Dat het cassatieberoep tegen die verweerders niet ontvankelijk is;

B. Onderzoek van het middel

Overwegende dat, enerzijds, krachtens artikel 61, § 1, eerste lid, BTW-Wetboek eenieder gehouden is de boeken en stukken die hij overeenkomstig artikel 60 moet bewaren, op ieder verzoek van de ambtenaren van de adminis-tratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen teneinde de juiste heffing van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden te kunnen nagaan;

Dat, anderzijds, krachtens artikel 63, eerste lid, 1°, BTW-Wetboek, eenieder die een economische activiteit uitoefent, aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang moet verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend ten einde hen in staat te stellen de boeken en stukken te onderzoeken die zich aldaar bevinden;

Overwegende dat uit het onderlinge verband van deze bepalingen volgt dat de in artikel 63, eerste lid, 1°, BTW-Wetboek bedoelde controlemaatregel te onderscheiden is van de in artikel 61, § 1, eerste lid, BTW-Wetboek bedoelde controlemaatregel; dat artikel 63, eerste lid, 1°, BTW-Wetboek beoogt aan de bevoegde ambtenaren een onderzoeksbevoegdheid te verlenen die zij niet uit artikel 61, § 1, eerste lid, BTW-Wetboek putten;

Dat hieruit volgt dat de bevoegde ambtenaren, krachtens artikel 63, eerste lid, 1°, BTW-Wetboek, het recht hebben na te gaan welke boeken en stukken zich bevinden in de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend alsook de boeken en stukken die zij aldaar aantreffen, te onderzoeken, zonder voorafgaand om de voorlegging van die boeken en stukken te moeten verzoeken;

Overwegende dat, in tegenstelling tot artikel 63, eerste lid, BTW-Wetboek, artikel 319, eerste lid, W.I.B.

1992 aan de ambtenaren van de ad-ministratie der directe belastingen geen vrije toegang verleent tot beroepslokalen ten einde hen in staat te stellen de boeken en stukken te onderzoeken die zich aldaar bevinden;

Overwegende dat de appèlrechters die anders oordelen, artikel 63, eerste en tweede lid, BTW-Wetboek schenden;

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

HET HOF,

Verwerpt het cassatieberoep in zoverre dit gericht is tegen de verweerders sub 5, 6, 7, 9, 11, 12, 15 en 17 ;

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het betrekking heeft op de overige verweerders;

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;

Laat de kosten ten laste van de Staat;

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Gezegde kosten begroot op de som van driehonderd zevenendertig euro vijfenzestig cent verschuldigd.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van zestien december tweeduizend en drie, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 639 voorkomens
WBTW art. 616 voorkomens

Rechtspraak

14

België

14

Bekijk alle 14

Bekijk de 14 documenten

Vergelijkbare beslissingen

8