Huisvisitatie, Medecontractant, Maatschappelijke zetel niet in België, Belang onontvankelijk · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Gent 9 september 2025

Zoeken

Huisvisitatie, Medecontractant, Maatschappelijke zetel niet in België, Belang onontvankelijk

https://juriel.be/nl/rechtspraak/huisvisitatie-medecontractant-maatschappelijke-zetel-in-rechtbank-gent-2025-09-b3c5

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Gent
Datum
9 september 2025

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

107 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent d.d. 09.09.2025

[ Gunstig vonnis ]

BTW – Huisvisitatie – Medecontractant – Maatschappelijke zetel niet in België - Belang onontvankelijk

Samenvatting

Niet beschikbaar

Volledige tekst:

Tekst van de beslissing

Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent d.d. 09.09.2025

A.R. 24/106/A

IN DE ZAAK VAN:

X., ON …, met zetel te …,

eiseres, vertegenwoordigd door mr. S.L. en mr. L.L., advocaten met kantoor gelegen te …,

TEGEN:

De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, ON 0308.357.159, in de persoon van de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de adviseur-generaal van de Bijzondere Belastinginspectie te Gent, met kantoren gevestigd te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6 bus 801,

verweerder, vertegenwoordigd door M.B., attaché,

BESLIST DE RECHTBANK ALS VOLGT:

1.Rechtspleging.

De rechtbank hoorde op de openbare terechtzitting van 24 juni 2025 partijen in hun argumenten. Vervolgens sloot de rechtbank het debat en nam zij de zaak in beraad.

De rechtbank zag het dossier van de rechtspleging en de bewijsstukken in.

De rechtbank heeft de Nederlandse taal gebruikt in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

2.Relevante feiten van het geschil en voorafgaande procedure.

2.1.

Eiseres werd op 1 april 2014 opgericht en heeft als activiteiten:

 Ingenieurs en aanverwante technische adviseurs, exclusief landmeters;

 Overige adviesbureaus op het gebied van bedrijfsbeheer; adviesbureaus op het gebied van bedrijfsvoering.

B.V. en M.V. zijn elk voor de helft aandeelhouder. B.V. is de enige bestuurder.

Op 1 september 2016 werd X1 opgericht. De vennootschap heeft als activiteiten:

 Ingenieursactiviteiten en technische consultancy;

 Constructie van residentiele en niet residentiele gebouwen.

De maatschappelijke zetel van X1 is gevestigd in Bulgarije.

B.V. en M.V. zijn elk voor de helft aandeelhouder van X1 Ze zijn ook de enige bestuurders.

2.2.

Op 17 maart 2022 voerde de administratie overeenkomstig artikel 63 WBTW een huisvisitatie uit op het adres …, het privéadres van B.V. en M.V. en het adres van de maatschappelijke zetel van eiseres.

Tijdens de huisvisitatie nam de administratie bij toepassing van artikel 61, § 2 WBTW boeken en stukken voor nazicht mee naar het kantoor. Hiervan werden ter plaatse twee processen-verbaal van retentie d.d. 17.03.2022 opgemaakt. Daarnaast werden digitale gegevens ingezien en gekopieerd. Hiervan werden twee processen-verbaal van informaticahandelingen d.d. 17.03.2022 opgemaakt. Tevens werden verklaringen van B.V. en M.V. afgenomen. Van deze verklaringen werd een proces-verbaal d.d. 21.03.2022 opgesteld.

Met betrekking tot het verloop van de huisvisitatie werd op 22 maart 2022 een proces-verbaal van visitatie en een proces-verbaal van vaststellingen opgemaakt.

Op 24 maart 2022 verzond de administratie aan eiseres een afschrift van (i) het pv van verklaringen, (ii) het pv van visitatie en (iii) het pv van vaststellingen.

Op 4 mei 2022 maakte de administratie een verzoek tot het bekomen van inlichtingen aan de Bulgaarse Belastingadministratie (NRA) over. Op dit verzoek werd op 6 juli 2022 een antwoord van de Bulgaarse Belastingadministratie ontvangen.

Eveneens op 4 mei 2022 verzond de administratie een vraag om inlichtingen aan eiseres. Deze vraag werd op 12 mei 2022 gedeeltelijk beantwoord. Op 20 mei 2022 maakte de boekhouder van eiseres de digitaal bewaarde facturen aan de administratie over. Op 20 mei 2022 ging de administratie naar de maatschappelijke zetel van eiseres en nam er de originele aan- en ver-koopfacturen voor de periode van 1 januari 2015 t.e.m. 30 juni 2019 in retentie. Van deze retentie werd een proces-verbaal d.d. 20.05.2022 opgemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal werd op 24 mei 2022 aan eiseres verzonden.

Op 8 juni 2023 stelde de administratie een schriftelijke vraag aan het crisiscentrum van de FOD Buitenlandse Zaken. Op 13 juni 2023 ontving de administratie het antwoord op deze vraag.

Op 13 oktober 2023 bracht de administratie de in retentie genomen stukken terug naar het adres Brielstraat 9 te Wichelen. B.V. nam de stukken in ontvangst.

Bij aangetekend schrijven d.d. 7 november 2023 verzond de administratie aan eiseres een "kennisgeving van toepassing van de 7-jarige verjaringstermijn inzake BTW'. In de kennisgeving meldde de administratie het volgende:

Wij voeren momenteel een fiscaal onderzoek betreffende uw onderneming.

Als administratie kunnen we de bedragen die u nog verschuldigd bent, recupereren in de drie jaar die volgen op het jaar waarin de btw opeisbaar wordt. Als men overtredingen beging met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, verjaart de mogelijkheid tot vorderen slechts no 7 jaar, gerekend vanaf 31 december van het jaar waarin de btw opeisbaar werd.

Met deze brief informeren we u over het feit dat we in uw dossier de 7-jarige verjaringstermijn zullen toepassen. Het onderzoek en de eventuele rechtzettingen slaan bijgevolg op volgende jaren: 2016-2017-2018-2019-2020-2021.

Wij vermoeden namelijk belastingontduiking waarbij er voor u als medecontractant van de hierna vernoemde Bulgaarse firma X1 LTD hoofdelijk aansprakelijkheid voorzien is gelet op artikel 51bis, §1, 1° WBTW op grond van het volgende:

X1 LTD beschikt over een eigen website (www.X1.com). Deze website kan in het Nederlands geraadpleegd worden. Op haar website stelt X1 LTD zich voor als "een Jong en dynamisch ontwikkelend bedrijf dat hoge kwaliteitsvolle ondersteuning aanbiedt (sic) op het gebied van HVAC- ontwerp, Electro-ontwerp, Sanitair-ontwerp en industrieel koeltechnisch ontwerp. We hebben een ruime ervaring in de chemische en voedings-productie industrie".

Verder staat op de website ook te lezen: "We zijn een technisch teken- en ontwerpfirma bedrijvig doorheen Europa. Met een grote hoeveelheid aan ervaring in diverse projecten, kan X1 Ltd. voldoen aan alle nodige technische ontwerpondersteuning waar u naar op zoek bent."

De maatschappelijke zetel van X1 LTD is gevestigd in Bulgarije, meer bepaald op het adres ... B.V. en M.V. zijn elk voor 50 % aandeelhouder van X1 LTD en beiden zijn tevens aangesteld als haar enige bestuurders. Het is echter uitsluitend B.V. die het bestuur van X1 LTD voor zijn rekening neemt, zo blijkt uit het PV van verklaringen d.d. 21/03/2022.

De Administratie heeft in het proces-verbaal van taxatie d.d. 31/10/2023 vastgesteld dat de zetel van werkelijke leiding en economische activiteit van X1 LTD gelegen is in België en niet in Bulgarije. Alle beslissingen worden immers in België genomen en systematisch doorgespeeld aan Bulgarije. Er wordt in Bulgarije slechts beroep gedaan op ondersteunende dienstverrichters die louter uitvoerende, ondersteunende, administratieve en/of voorbereidende taken verrichten volgens de richtlijnen van B.V. (tevens bestuurder van ECD) en die door hem moeilijker uit te voeren zijn. Zij contacteren hem bovendien meteen wanneer er een beslissing moet worden genomen.

X1 LTD heeft zich hierdoor een onrechtmatig voordeel verschaft door het bewust niet betalen van de Belgische belastingen en het bewust niet voldoen aan de Belgische fiscale verplichtingen. Op deze wijze wordt de vennootschap niet zichtbaar gemaakt voor de Belgische fiscus.

Tevens liet de Bulgaarse constructie toe om de voorfinanciering inzake de btw te vermijden. Het veinzen van handelingen om de voorfinanciering van btw te ontlopen maakt fraude uit (Hof van Cassatie, 19/06/2014, F.13.0095.N). In casu is geveinsd dat de zetel van economische activiteit van X1 LTD zich in Bulgarije bevindt. In werkelijkheid bevindt deze zich in België. De bestuurders van X1 LTD en ECD hebben deze constructie doelbewust opgezet en kunnen niet ontkennen hiervan op de hoogte te zijn. Als gevolg van deze veinzing die in stand wordt gehouden door ECD, is enerzijds de btw niet door de juiste schuldenaar betaald, zodat degene die onverschuldigde btw heeft voldaan (ECD) daar een recht op teruggaaf van kan hebben, anderzijds heeft ECD het voordeel verkregen van het vermijden van voorfinanciering van btw op de aan haar gefactureerde handelingen. Gezien de bedragen waarvan sprake, is dit voordeel niet te verwaarlozen en is het aannemelijk dat dit een concurrentievoordeel uitmaakt. Door de veinzing is de wettelijk verschuldigde btw niet op een geldige noch definitieve wijze aan de schatkist betaald.

Een ander doel van de oprichting van X1 LTD is om de door ECD gemaakte winst maximaal te verschuiven naar Bulgarije, waar het tarief van de vennootschapsbelasting slechts 10 % bedraagt. Op die manier ontduikt ECD Belgische vennootschapsbelasting. Er kan in de boekhouding van ECD immers vastgesteld worden dat heel veel kosten die door X1 LTD gemaakt werden, afgewenteld worden in ECD. Het gaat onder andere om de reiskosten (verplaatsingskosten, vliegtuigkosten, hotelkosten, maaltijden,...) van B.V. in het kader van zijn verplaatsingen naar Sofia, de opleidingskosten van de personeelsleden en onderaannemers van X1 LTD, de reiskosten van de onderaannemers van X1 LTD in het kader van hun buitenlandse verplaatsingen,... Bovendien verklaarde B.V. tijdens de huisvisitatie d.d. 17/03/2022 (zie het proces-verbaal van verklaringen d.d. 21/03/2022):

"Bijvoorbeeld voor het project in Tsjechië bestaat er een contract tussen La Lorraine en ECD. De ingenieurs factureren aan X1. X1 factureert aan ECD. De winstmarge is moeilijk te bepalen. Op het einde van het jaar leg ik de 2 boekhoudingen naast elkaar en dan kan ik een beetje spelen met de dingen terug in evenwicht te brengen. Dan kan ik dat voor het volgende jaar een beetje bijsturen.

Om uw vraag rechtsreeks te beantwoorden; ik kan mijn winst insteken waar ik dat wil. ik heb daar ook recht op. Of dat ik dat in X1 steek of ECD, uiteindelijk blijkt dat hetzelfde. Want als ik bij ECD factureer dan betaal ik weliswaar veel bedrijfsbelastingen hier, maar dan is mijn tarief in de personenbelasting voor de dividenduitkering relatief goedkoop. Als ik dat in Bulgarije doe, betaal ik 10% belasting op bedrijfsniveau, maar dan wel een voile 27% of meer op mijn dividend. We zijn de aandeelhouders van zowel ECD als X1, dus uiteindelijk waarin ik de winst steek, speelt geen rol."

De nauwe verbondenheid tussen ECD en X1 LTD toont aan dat ECD niet alleen op de hoogte was van de opgezette constructie, maar ook actief heeft bijgedragen aan het opzetten en in stand houden van deze constructie in Bulgarije. Het staat vast dat ECD wist dat de werkelijke zetel van economische activiteit van X1 LTD in België gelegen was. Dit blijkt onder andere uit:

- Zowel ECD als X1 LTD worden bestuurd door het echtpaar B.V. en M.V.. Zij zijn tevens de enige aandeelhouders van beide vennootschappen. Het was voor hen zodoende mogelijk om geruisloos deze constructie op te zetten, zonder toezicht of medeweten van derden.

- Naar de buitenwereld toe wordt X1 LTD volledig onzichtbaar gemaakt. De Bulgaarse onderaannemers van X1 LTD moeten zich naar de klanten (La Lorraine) toe immers, met medeweten van ECD, uitgeven voor personeelsleden van ECD. De contracten met de eindklanten warden immers allemaal afgesloten door ECD. B.V. verklaarde tijdens de huisvisitatie d.d. 17/03/2022 immers dat X1 LTD geen eindklanten heeft. Dit blijkt bovendien uit de facturatiestromen. Pas in de laatste jaren is X1 LTD in zeer beperkte mate ook beginnen factureren aan UVS Nordic AB en NX2 Kwadraat.

- In de periode 2016-2021 realiseerde X1 LTD 97,34 % van haar omzet bij ECD. 97.96 % van de door ECD aangekochte diensten in de periode 2016-2021 worden verricht door X1 LTD.

- Bijkomend worden ook, volledig onlogisch en ongestaafd, managementvergoedingen en administratieve diensten door X1 LTD aangerekend aan ECD, opnieuw met de bedoeling om de winst naar Bulgarije te versluizen en extra kosten te creëren voor ECD. De kosten van X1 LTD warden tevens afgewenteld op de Belgische vennootschap ECD (zonder dat deze door gefactureerd worden aan X1 LTD), opnieuw met de bedoeling om minder belasting te betalen in België. Al deze facturen werden doelbewust door ECD opgenomen in haar boekhouding. Deze omzetverschuiving en scheeftrekking van de kostenstructuur zorgt voor concurrentieverstoring. Deze domiciliefraude is immers concurrentievervalsend en maakt het de bedrijven die zich wet aan de regels houden bijna onmogelijk om te overleven.

- De kosten van de verplaatsingen van B.V. naar Sofia warden ten laste genomen door ECD. Ze zijn immers in de boekhouding van ECD terug te vinden.

- Tot slot kan ook nog gewezen warden op de grote hoeveelheid fysieke en digitale stukken die betrekking hebben op X1 LTD die aangetroffen werden op de maatschappelijke zetel van ECD te Wichelen.

Na het beëindigen van de controle ontvangt u van ons een bericht met het resultaat en het bedrag dat u eventueel nog verschuldigd bent aan de Schatkist.

U kan ons steeds contacteren voor meer informatie, Alle wetgeving kan u raadplegen op www.fisconetplus.be.

Op 9 november 2023 maakte de administratie een proces-verbaal van taxatie op waarin inbreuken op de BTW-wetgeving voor de periode van 1 september 2016 t.e.m. 31 december 2021 werden opgenomen. Dit pv werd op zelfde datum aan eiseres verzonden, met in bijlage een proces-verbaal van taxatie d.d. 31 oktober 2023 in hoofde van X1 Ltd. In de begeleidende brief meldde de administratie dat de belastingschuld bij niet-betaling zou worden opgenomen in het innings- en invorderingsregister (artikel 85, § 1 WBTW).

Op 12 november 2023 verzond de administratie aan eiseres een "Betaalbericht" waarbij betaling werd gevraagd van een boete van 815.630 €.

Aangezien eiseres niet tot betaling overging, werd de boete van 815.630 € op 18 december 2023 ingeschreven in het innings-en invorderingsregister onder het nummer 202312NL016. Dit register werd op 20 december 2023 uitvoerbaar verklaard. Het innings-en invorderingsbericht werd op 21 december 2023 aan eiseres toegezonden.

Op 22 december 2023 legde eiseres op de griffie van deze rechtbank een verzoekschrift op tegenspraak neer, waarmee ze huidige procedure opstartte.

3. Vorderingen van partijen.

Eiseres vraagt in haar Laatste besluiten aan de rechtbank om:

De ingestelde vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren

dienvolgens in hoofdorde te zeggen voor recht:

3. Onwettelijkheid/ongegrondheid van het Proces-Verbaal van Taxatie dd. 9 november 2023 (Stuk 1) waaruit een verschuldigd bedrag blijkt aan:

a.BTW: 407.819,24 EUR

b.BTW-geldboete: 815.630,00 EUR

c.Interesten (vanaf 21/01/2022): 0,8 %/maand over 414.549,00 EUR

Onwettelijkheid/ongegrondheid van het betaalbericht met artikelnummer 500281058078 inzake BTW dd. 12 november 2023, waarbij navolgende bedragen worden geïnd (Stuk 13):

•BTW: 0,00 EUR

•BTW-geldboete: 815.630,00 EUR

•Interesten 0,00 EUR

In de mate dat uw Rechtbank zou oordelen dat er geen sprake is van een onwettelijkheid/ongegrondheid van het Proces-Verbaal inzake de Belasting over Toegevoegde Waarde, strekt de vordering in ondergeschikte orde tot:

- de kwijtschelding of vermindering van de opgelegde proportionele geldboete a rato van 200% ten belope van:

815.630,00 EUR

In ieder geval, de teruggaaf te bevelen van alle op grond van de in het Innings-en Invorderingsregister vermelde betaalde of ingehouden of no uitvoering van een beslag verkregen bedragen, te verhogen met de moratoriuminteresten vanaf datum van betaling of inhouding, zoals voorzien in artikel 91, §4 WBTW.

Dienvolgens Verweerder te verwijzen in de kosten van het geding, met inbegrip van de vaste bijdrage t.b.v. 24,00 EUR voor de juridische tweedelijnsbijstand (inwerkingtreding op 1 mei 2017 van de wet van 19 maart 2017) evenals de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de ver-haalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat (B.S. 9 november 2007) (basisbedrag: 22.500,00 EUR);

Verweerder vraagt in zijn laatste besluiten aan de rechtbank om:

Het verzoekschrift van eiseres ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en in al zijn eisen of te wijzen.

De aanspraken van verweerder te bevestigen.

Eiseres te veroordelen tot alle kosten van het geding.

4. Beoordeling door de rechtbank.

De vordering van eiseres is gericht tegen het proces-verbaal van taxatie dd. 9 november 2023 en tegen het betaalbericht d.d. 12 november 2023.

In het kader van het ambtshalve onderzoek van de vordering van eiseres dient de rechtbank op te merken dat een rechtsvordering krachtens artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.) niet kan worden toegelaten, indien de eiser er geen belang bij heeft om ze in te dienen.

Het belang waarvan sprake in artikel 17 Ger.W. kan worden omschreven als elk materieel of moreel voordeel dat wie een eis instelt of verweer voert, op het ogenblik van de rechtsgang mag verwachten en waardoor zijn huidige rechtstoestand gewijzigd of verbeterd kan worden.

Eiseres motiveert niet waarom ze bij een nietigverklaring van het proces-verbaal van taxatie d.d. 9 november 2023 en/of het betaalbericht d.d. 12 november 2023 belang zou hebben.

De rechtbank merkt op dat krachtens de invorderingsprocedure zoals die sinds 1 april 2019 inzake BTW van toepassing is, een onbetaalde BTW-schuld wordt opgenomen in een 'innings-en invorderingsregister', die de uitvoerbare titel vormt voor de invordering van de belastingschuld en deze concretiseert, wat ook wordt bevestigd in de parlementaire voorbereiding van de wet van 26 november 2018 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wat de automatisering van de uitvoerbare titel inzake de belasting over de toegevoegde waarde betreft (Part. St. Kamer, 2017-2018, DOC 54-3277/001, pp. 7-9).

In casu heeft de administratie nooit betaling gevraagd van de BTW en de intresten die in het proces-verbaal van taxatie dd. 9 november 2023 worden vermeld, maar enkel van de proportionele boete van 815.630 € (zie betaalbericht d.d. 12 november 2023). Aangezien eiseres niet tot betaling overging, werd (enkel) de boete van 815.630 € op 18 december 2023 ingeschreven in het innings-en invorderingsregister onder het nummer 202312NL016. Dit register werd op 20 december 2023 uitvoerbaar verklaard. Het innings-en invorderingsbericht werd op 21 december 2023 aan eiseres toegezonden.

Een eventuele nietigverklaring van het proces-verbaal van taxatie dd. 9 november 2023 en/of het betaalbericht d.d. 12 november 2023 beïnvloedt de uitvoerbare titel met het oog op de invordering van de belastingschuld ingeschreven in het innings-en invorderingsregister onder het nummer 202312NL016 niet.

De rechtbank is aan ook van oordeel dat de vordering van eiseres krachtens artikel 17 Ger.W. onontvankelijk is.

De onontvankelijkheid van de vordering van eiseres belet de rechtbank om de middelen over de grond van de zaak te beoordelen.

5. Gerechtskosten.

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de gerechtskosten van het geschil in deze aanleg dragen.

Eiseres moet naast haar eigen kosten, de gedingkosten van verweerder dragen. Vermits verweerder niet vertegenwoordigd wordt door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding. Aangezien verweerder ook geen ander gerechtskosten verschuldigd is, is het overbodig om de gedingkosten vast te stellen.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK, recht doende OP TEGENSPRAAK,

Verwerpt alle meeromvattende en strijdige conclusies als niet ter zake dienend.

Verklaart de vordering van eiseres onontvankelijk.

Stelt vast dat er geen kosten van het geding te begroten zijn.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op dinsdag 9 september 2025, waar aanwezig waren:

De heer F.J., rechter, voorzitter van deze kamer, bijgestaan door mevrouw A.C., griffier.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 51bis1 voorkomen
WBTW art. 611 voorkomen
WBTW art. 631 voorkomen
WBTW art. 851 voorkomen
WBTW art. 911 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8