lid 1Bij niet-betaling van de belastingschuld bestaande uit de belasting, nalatigheidsinteresten, fiscale geldboeten en toebehoren, wordt deze opgenomen in een innings- en invorderingsregister, die de uitvoerbare titel vormt voor de invordering van de belastingschuld en deze concretiseert. (*)
lid 2De belastingschuld kan het voorwerp uitmaken van verbeterende innings- en invorderingsregisters in het geval van een latere wijziging, om welke reden dan ook, van de bedragen opgenomen in het innings- en invorderingsregister overeenkomstig het eerste lid.
lid 3De verantwoording van de belastingschuld wordt uiterlijk een maand vóór de opname ervan in het in het eerste of tweede lid bedoelde innings- en invorderingsregister, ter kennis gebracht van de belastingschuldige, behalve indien de rechten van de Schatkist in het gedrang komen. In dat laatste geval wordt zij ten laatste op het ogenblik dat de belastingschuld in een innings- en invorderingsregister wordt opgenomen aan de belastingschuldige ter kennis gebracht.
lid 4In afwijking van het derde lid, wordt voor de belasting die in een aangifte ingediend door de belastingplichtige opgenomen is, alsmede voor de ermee verbonden nalatigheidsinteresten, toebehoren en proportionele fiscale geldboeten, de kennisgeving van de verantwoording geacht te zijn gebeurd op het tijdstip en door het loutere feit van de indiening van deze aangifte.
lid 5Voor de belastingschuld die voortvloeit uit een in artikel 53, § 1ter, zesde lid, bedoelde vervangende aangifte, met inbegrip van nalatigheidsinteresten, toebehoren en daarmee verband houdende proportionele fiscale geldboeten, wordt de kennisgeving van de verantwoording geacht plaats te hebben gehad op de datum van uitwerking van de kennisgeving van die vervangende aangifte.
lid 6Voor de belasting, die het voorwerp van een schulderkenning uitmaakt, alsmede voor de ermee verbonden nalatigheidsinteresten, toebehoren en proportionele fiscale geldboeten, wordt de kennisgeving van de verantwoording geacht te zijn gebeurd op het tijdstip en door het loutere feit van de ondertekening van de schulderkenning.
lid 7Behoudens in de gevallen bedoeld in het vierde tot zesde lid, is de datum van kennisgeving de derde werkdag volgend op de datum waarop de verantwoording van de belastingschuld werd afgegeven aan de aanbieder van de universele postdienst.
lid 8Mits de uitdrukkelijke toestemming van de belastingschuldige, kan de verantwoording van de belastingschuld hem uitsluitend ter kennis worden gebracht op elektronische wijze. In dat geval geldt de terbeschikkingstelling op elektronische wijze als rechtsgeldige kennisgeving van de verantwoording van de belastingschuld.
lid 9De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in het achtste lid bedoelde procedure, alsook het minimumbedrag van de in het eerste lid bedoelde belastingschuld die aanleiding kan geven tot de invordering.
lid 10Het derde tot het negende lid zijn niet van toepassing op de belastingschuld die voortvloeit uit de toepassing van de artikelen 66 en 67.
lid 1De innings- en invorderingsregisters worden opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door de administrateur-generaal van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde of door de door hem gedelegeerde ambtenaar.
lid 2De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de Voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679.
lid 3De Koning regelt de wijze van opmaak van de innings- en invorderingsregisters.
lid 1Van zodra het innings- en invorderingsregister uitvoerbaar wordt verklaard, wordt de opname van de fiscale schuld in dit register aan de belastingschuldige ter kennis gebracht door de verzending, onder gesloten omslag, van een innings- en invorderingsbericht. Dit vermeldt de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarop het betrekking heeft.
lid 2In afwijking van het eerste lid kan de belastingschuldige, mits hij een uitdrukkelijke verklaring in die zin aflegt, er evenwel voor opteren om de innings- en invorderingsberichten uitsluitend op elektronische wijze, te ontvangen. In dit geval geldt de aanbieding op elektronische wijze als rechtsgeldige verzending van het innings- en invorderingsbericht.
lid 3De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in het tweede lid bedoelde procedure.
lid 4(*) Het minimumbedrag van de in artikel 85, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde belastingschuld die aanleiding kan geven tot invordering bedraagt 2,50 euro. (Art. 30, KB 17.12.2024, B.S. 24.12.2024, pg. 141374, Numac : 2024011600). Dit KB treedt in werking op 01.02.2025 (Art. 32, KB 17.12.2024)
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
4Rechtspraak
179België
179Grondwettelijk Hof28.11.2024
Belastingschuld, Inning, Opneming in een innings- en invorderingsregister
Hof van Cassatie16.06.2023
Verjaringen, fraudetermijn, voorafgaande kennisgeving, verplichtingen en controlemaatregelen
Administratieve doctrine
20Wetgeving
7137 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 63 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 6 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.
Opeenvolgende versies
9 versies eerste op 01.01.1993| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2028 | § 1, zevende lid en § 3, wordt vervangen toekomstig recht | W 12.05.2024, B.S. 30.05.2024 |
| 01.01.2025van kracht | § 1, derde lid werd gewijzigd; in § 1 werd tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd; in § 1 werd het zesde lid, dat het zevende lid werd, vervangen; in § 1 werd het zevende lid, dat het achtste lid werd, vervangen en het bestaande achtste lid werd opgeheven; in § 3, werd het eerste lid gewijzigd en werd het tweede lid vervangen, met ingang van 01.01.2025 | W 26.01.2021, B.S., 10.02.2021 |
| 01.01.2023 | § 1, eerste lid, werd gewijzigd | W 20.11.2022, B.S. 30.11.2022 |
| 03.11.2022 | § 2, tweede lid, werd gewijzigd | W 16.10.2022, B.S. 24.10.2022 |
| 01.01.2020 | de §§ 4, 5 en 6, werden opgeheven | W 13.04.2019, B.S. 30.04.2019 |
| 01.04.2019 | Het artikel werd vervangen | W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018 |
| 16.05.2016 | § 1, werd gewijzigd | W 27.04.2016, B.S. 06.05.2016 |
| 16.05.2014 | § 1, eerste lid, werd gewijzigd | W 25.04.2014, B.S. 16.05.2014 |
| 01.01.1993 | het artikel werd gewijzigd | W 28.12.1992 |