Wat op die datum veranderde
13 gewijzigde passages op 20 172 ingevoegde woorden 466 geschrapte woordenVergeleken met de versie van 01.04.2019
Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 85, §§ 4, 5 en 6, werd opgeheven met ingang van 01.01.2020 (Art. 14, W 13.04.2019, B.S. 30.04.2019, pg. 41412). Deze wetswijziging is niet van toepassing op het administratieve dwangbevel inzake belasting over de toegevoegde waarde dat ter kennis werd gebracht of werd betekend vóór de datum van haar inwerkingtreding (Art. 138, W 13.04.2019)(*
Op die datum geschrapt
§ 1
lid 1Bij niet-betaling van de belastingschuld bestaande uit de belasting, interesten, fiscale geldboeten en toebehoren, wordt deze opgenomen in een innings- en invorderingsregister, die de uitvoerbare titel vormt voor de invordering van de belastingschuld en deze concretiseert.
lid 2De belastingschuld kan het voorwerp uitmaken van verbeterende innings- en invorderingsregisters in het geval van een latere wijziging, om welke reden dan ook, van de bedragen opgenomen in het innings- en invorderingsregister overeenkomstig het eerste lid.
lid 3De verantwoording van de belastingschuld moet uiterlijk een maand voor de opname ervan in een innings- en invorderingsregister bedoeld in het eerste of tweede lid, ter kennis van de belastingschuldige worden gebracht, behalve indien de rechten van de Schatkist in het gedrang komen. In dat laatste geval moet zij ten laatste op het ogenblik dat de belastingschuld in een innings- en invorderingsregister wordt opgenomen aan de belastingschuldige ter kennis worden gebracht. Indien de belastingschuldige geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt deze verantwoording verstuurd naar de procureur des Konings te Brussel.
lid 4In afwijking van het derde lid, wordt voor de belasting die in een aangifte ingediend door de belastingplichtige opgenomen is, alsmede voor de ermee verbonden nalatigheidsinteresten, toebehoren en proportionele fiscale geldboeten, de kennisgeving van de verantwoording geacht te zijn gebeurd op het tijdstip en door het loutere feit van de indiening van deze aangifte.
lid 5Voor de belasting, die het voorwerp van een schulderkenning uitmaakt, alsmede voor de ermee verbonden nalatigheidsinteresten, toebehoren en proportionele fiscale geldboeten, wordt de kennisgeving van de verantwoording geacht te zijn gebeurd op het tijdstip en door het loutere feit van de ondertekening van de schulderkenning.
lid 6Behoudens in de gevallen bedoeld in het vierde en vijfde lid, is de datum van kennisgeving de derde werkdag volgend op de datum waarop de verantwoording van de belastingschuld werd afgegeven aan de aanbieder van de universele postdienst.
lid 7Mits de uitdrukkelijke toestemming van de belastingschuldige, kan de verantwoording van de belastingschuld hem uitsluitend ter kennis worden gebracht op elektronische wijze. In dat geval geldt de terbeschikkingstelling op elektronische wijze als rechtsgeldige kennisgeving van de verantwoording van de belastingschuld.
lid 8De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de procedure bedoeld in het zevende lid.
lid 9Het derde tot het achtste lid zijn niet van toepassing op de belastingschuld die voortvloeit uit de toepassing van de artikelen 66 en 67.
§ 2
lid 1De innings- en invorderingsregisters worden opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door de administrateur-generaal van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde of door de door hem gedelegeerde ambtenaar.
lid 2De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de Voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
lid 3De Koning regelt de wijze van opmaak van de innings- en invorderingsregisters.
§ 3
lid 1Van zodra het innings- en invorderingsregister uitvoerbaar wordt verklaard, wordt de opname van de fiscale schuld in dit register aan de belastingschuldige ter kennis gebracht door de verzending, onder gesloten omslag, van een innings- en invorderingsbericht. Dit vermeldt de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarop het betrekking heeft.
lid 2In afwijking van het eerste lid kan de belastingschuldige, mits hij een uitdrukkelijke verklaring in die zin aflegt, er evenwel voor opteren om de innings- en invorderingsberichten uitsluitend op elektronische wijze, te ontvangen. In dit geval geldt de aanbieding op elektronische wijze als rechtsgeldige verzending van het innings- en invorderingsbericht.
lid 3De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in het tweede lid bedoelde procedure.
§ 4
geschrapte tekst: Voor zover de verjaring van de vordering tot voldoening van de belastingschuld niet reeds is verkregen, is er, wanneer deze schuld wordt opgenomen in een innings- en invorderingsregister overeenkomstig paragraaf 1, onverminderd de toepassing van artikel 83, slechts verjaring van de vordering tot voldoening van deze schuld na het verstrijken van een termijn van vijf jaar vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarin ze is opgenomen. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: [opgeheven] einde van de invoeging.
§ 5
geschrapte tekst: De kennisgeving, bij aangetekende brief, van een aanmaning tot betaling van de overeenkomstig paragraaf 1 in een innings- en invorderingsregister opgenomen belastingschuld, stuit de verjaring van de invordering van deze schuld. Deze kennisgeving bevat een afschrift van het innings- en invorderingsbericht. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: [opgeheven] einde van de invoeging.
§ 6
lid 1geschrapte tekst: Het innings- en invorderingsregister is uitvoerbaar tegen de personen die er niet zijn in opgenomen in de mate dat zij gehouden zijn tot de betaling van de belastingschuld op grond van dit Wetboek en van de besluiten genomen ter uitvoering ervan of van het gemeen recht. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: [opgeheven] einde van de invoeging.
lid 2geschrapte tekst: De fiscale schuld kan echter slechts worden ingevorderd door middelen van tenuitvoerlegging ten laste van de personen bedoeld in het eerste lid: einde van de schrapping. ingevoegde tekst: (*) Het artikel zoals van kracht vóór 01.01.2020, blijft evenwel van toepassing op het administratieve dwangbevel dat ter kennis werd gebracht of werd betekend vóór 01.01.2020. einde van de invoeging.
lid 3ingevoegde tekst: De Wet tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13.04.2019 is niet van toepassing op het administratieve dwangbevel inzake belasting over de toegevoegde waarde dat ter kennis werd gebracht of werd betekend voor de datum van haar inwerkingtreding (art. 138, 1°); op fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen opgenomen in een kohier, een bijzonder kohier of een innings- en invorderingsregister, uitvoerbaar verklaard voor de datum van haar inwerkingtreding (art. 138, 5°); op fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, andere dan deze waarvan de inning en de invordering verzekerd zijn in toepassing van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een in kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot hun betaling, voor de datum van haar inwerkingtreding (art. 138, 6°). einde van de invoeging.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
9 versies eerste op 01.01.1993| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2028 | § 1, zevende lid en § 3, wordt vervangen toekomstig recht | W 12.05.2024, B.S. 30.05.2024 |
| 01.01.2025van kracht | § 1, derde lid werd gewijzigd; in § 1 werd tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd; in § 1 werd het zesde lid, dat het zevende lid werd, vervangen; in § 1 werd het zevende lid, dat het achtste lid werd, vervangen en het bestaande achtste lid werd opgeheven; in § 3, werd het eerste lid gewijzigd en werd het tweede lid vervangen, met ingang van 01.01.2025 | W 26.01.2021, B.S., 10.02.2021 |
| 01.01.2023 | § 1, eerste lid, werd gewijzigd | W 20.11.2022, B.S. 30.11.2022 |
| 03.11.2022 | § 2, tweede lid, werd gewijzigd | W 16.10.2022, B.S. 24.10.2022 |
| 01.01.2020getoond | de §§ 4, 5 en 6, werden opgeheven | W 13.04.2019, B.S. 30.04.2019 |
| 01.04.2019 | Het artikel werd vervangen | W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018 |
| 16.05.2016 | § 1, werd gewijzigd | W 27.04.2016, B.S. 06.05.2016 |
| 16.05.2014 | § 1, eerste lid, werd gewijzigd | W 25.04.2014, B.S. 16.05.2014 |
| 01.01.1993 | het artikel werd gewijzigd | W 28.12.1992 |