Gedeeltelijke belastingplichtige, Recht op aftrek, Beperking · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie F.12.0082.N 19 juni 2014

Zoeken

Gedeeltelijke belastingplichtige, Recht op aftrek, Beperking

https://juriel.be/nl/rechtspraak/gedeeltelijke-belastingplichtige-recht-aftrek-beperking-cassatie-brussel-2014-06-19-8e46

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Rolnummer
F.12.0082.N
Datum
19 juni 2014

Procesverloop

2 stappen · 2 jaar 3 maanden
  1. Bestreden beslissingHof van beroep te Antwerpen06.03.2012
  2. Weergegeven beslissingHof van Cassatie van België19.06.2014

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

56 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 19.06.2014 (F.12.0082.N)

Gedeeltelijke belastingplichtige - Recht op aftrek - Beperking

Samenvatting

Bij een gedeeltelijke belastingplichtige, die zowel economische activiteiten als niet-economische activiteiten verricht, is de belasting over de toegevoegde waarde verbonden aan zijn activiteiten slechts aftrekbaar voor zover deze kosten kunnen worden toegerekend aan de economische activiteit van de belastingplichtige .

De aftrek van de voorbelasting door een gedeeltelijke belastingplichtige die subsidies ontvangt voor activiteiten die niet belastbaar zijn op grond van het Btw-wetboek en die volledig bekostigd worden door de subsidies, kan worden bepaald aan de hand van een verdeelsleutel waarbij in de teller de totale ontvangsten zijn opgenomen die aan de btw onderworpen zijn en waarbij in de noemer de totale omzet is opgenomen, inclusief de subsidies .

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 19.06.2014

F.12.0082.N

Volledige tekst

Tekst van de beslissing

Nr. F.12.0082.N

R. e. N. K., met zetel te …,

eiseres,

met als raadsman mr. W. D., advocaat bij de balie te Leuven, met kantoor te …, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de administratie van de btw, registratie en domeinen, met kantoor te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. A. D. B., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 maart 2012.

Advocaat-generaal D. T. heeft op 3 februari 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer A. S. heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal D. T. heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert in globo schending van verschillende wettelijke bepalingen aan en voert verschillende grieven aan maar geeft niet aan welke wettelijke bepa-lingen op elk van die grieven betrekking hebben.

Het middel is onnauwkeurig en mitsdien niet ontvankelijk.

Tweede middel

2. In het arrest Securenta van 13 maart 2008 (C-437/06) oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de Zesde richtlijn voor de aftrek van de voorbe-lasting bij een gedeeltelijke belastingplichtige geen regeling bevat inzake de me-thode of criteria die de lidstaten moeten toepassen bij de vaststelling van bepa-lingen voor de verdeling van de voldane voorbelasting naargelang de overeen-komstige kosten verband houden met economische dan wel met niet-economische activiteiten en dat het bijgevolg de taak is van de lidstaten om met eerbiediging van de beginselen die aan het gemeenschappelijk btw-stelsel ten grondslag liggen om methoden en criteria vast te stellen opdat de belastingplichtigen de nodige be-rekeningen kunnen maken (r.o. 33 en 34).

Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde tevens dat de lidstaten bij het nemen van dergelijke maatregelen met name het beginsel van fiscale neutrali-teit, waarop het gemeenschappelijk btw-stelsel is gebaseerd, moeten eerbiedigen en dat zij hun beoordelingsbevoegdheid aldus moeten uitoefenen dat wordt ge-waarborgd dat de aftrek slechts mogelijk is voor het gedeelte van de belasting over de toegevoegde waarde dat evenredig is aan het bedrag van de handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat. Dit heeft tot gevolg dat de lidstaten erop moeten toezien dat de berekening van het pro rata van economische en niet-economische activiteiten objectief weergeeft welk deel van de in een eerder stadium gedane kosten werkelijk toe te rekenen is aan elk van deze twee activiteiten (r.o. 36 en 37).

In het arrest Portugal Telecom van 6 september 2012 (C-496/11) herhaalde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat wanneer de goederen en diensten zowel voor economische activiteiten als voor andere dan economische activiteiten worden gebruikt, artikel 17, vijfde lid, Zesde Richtlijn niet van toepassing is.

3. Uit die rechtspraak volgt duidelijk dat de artikelen 17, vijfde lid, en 19 Zes-de Richtlijn, die thans zijn opgenomen in artikel 173, eerste lid en 174 Rationali-satierichtlijn, niet van toepassing zijn op de gedeeltelijke belastingplichtigen.

4. Luidens artikel 45, § 1, Btw-wetboek en artikel 1 KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van de in het voornoemde artikel 45, § 1, 1° tot 5° bedoelde handelingen.

5. Hieruit volgt dat de belasting geheven van de aan de betrokken belasting-plichtige geleverde goederen en verleende diensten, alleen in aftrek mag worden gebracht voor zover hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting.

Hieruit volgt tevens dat bij een gedeeltelijke belastingplichtige, die zowel econo-mische activiteiten als niet-economische activiteiten verricht, de belasting over de toegevoegde waarde verbonden aan zijn activiteiten slechts aftrekbaar is voor zo-ver deze kosten kunnen worden toegerekend aan de economische activiteit van de belastingplichtige.

De aftrek van de voorbelasting door een gedeeltelijke belastingplichtige die subsi-dies ontvangt voor activiteiten die niet belastbaar zijn op grond van het Btw-wetboek en die volledig bekostigd worden door de subsidies, kan in overeen-stemming met artikel 45, § 1, Btw-wetboek en artikel 1 KB nr. 3 van 10 december 1969 worden bepaald aan de hand van een verdeelsleutel waarbij in de teller de totale ontvangsten zijn opgenomen die aan de btw onderworpen zijn en waarbij in de noemer de totale omzet is opgenomen, inclusief de subsidies.

De toepassing van een dergelijk verdeelsleutel steunt op het bestemmingsbeginsel dat vervat ligt in artikel 45, § 1, Btw-wetboek en artikel 1 KB nr. 3 van 10 decem-ber 1969.

6. De appelrechters stellen vast dat:

- de eiseres een economische activiteit uitoefent waarbij een gedeelte van deze activiteiten binnen de btw-sfeer vallen en een gedeelte buiten de btw-sfeer om-dat ze expliciet gratis worden aangeboden aan het publiek;

- de verweerder voor het bepalen van de aftrek van de voorbelasting een verdeel-sleutel heeft toegepast waarbij in de teller de totale ontvangsten zijn opgeno-men die aan de btw onderworpen zijn en waarbij in de noemer de totale omzet is opgenomen, met inbegrip van de subsidies.

Zij oordelen dat:

- de ontvangen subsidies betrekking hebben op de gratis activiteiten van de eise-res en gebruikt worden om bepaalde accommodaties gratis ter beschikking te stellen;

- de ontvangen subsidies in dit geval niet belastbaar zijn, maar dat de subsidie-verlening wel een invloed heeft op de uitoefening van het recht op aftrek omdat de subsidie geacht wordt een valorisatie te zijn van de activiteit zonder tegenprestatie waarvoor er geen recht op aftrek is;

- op basis van deze berekening de verweerder een verhoudingsgetal van 57 pct. in aanmerking heeft genomen;

- deze breuk de verhouding tussen de handelingen met het recht op aftrek en de handelingen zonder recht op aftrek correct weergeeft.

7. De appelrechters verantwoorden aldus hun beslissing naar recht.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

8. Het middel bevat in ondergeschikte orde een verzoek om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie die betrekking heeft op de fiscale behandeling van belastingplichtigen die enkel belaste handelingen stellen.

9. Uit de vaststellingen van de appelrechters volgt dat de eiseres een gedeelte-lijke belastingplichtige is, zodat er geen aanleiding is een prejudiciële vraag te stellen die uitgaat van feitelijke gegevens die niet in overeenstemming zijn met deze vaststellingen.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 375,43 euro en voor de verweerder op 174,21 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer …

Aangehaalde teksten

5

Rechtspraak

1

België

1

Administratieve doctrine

6

Bekijk de 7 documenten

Vergelijkbare beslissingen

8