Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 26, blz. 4019-4021
Fietsherstellingen - Verlaagd tarief
VRAAG
In antwoord op verschillende schriftelijke vragen (vraag nr. 561 van 27 maart 2000 van de heer Malcorps, Vragen en Antwoorden, Senaat, 1999-2000, nr. 2-18, blz. 830; vraag nr. 299 van 4 april 2000 van de heer Goyvaerts, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1999-2000, nr. 39, blz. 4609, en vraag nr. 585 van 7 februari 2001 van de heer Van Eetvelt, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2000-2001, nr. 70, blz. 7925) wordt de 50%-regel van toepassing geacht om uit te maken of een fietsherstelling al dan niet een levering is van een goed dan wel een dienst.
In de praktijk heeft het administratieve standpunt tot gevolg dat fietsenmakers bij de minste twijfel 21% BTW aanrekenen op deze diensten. Immers op grond van artikel 64, § 3, van het BTW-Wetboek dragen zij de bewijslast voor de toepassing van het verlaagd BTW-tarief.
Stel dat een wereldfietser een trapas bij een fietsenmaker koopt. Hij vervangt naderhand zelf zijn kapotte trapas. Deze handeling kwalificeert mijns inziens als een levering van een goed, onderworpen aan het normale BTW-tarief van 21%. Een andere klant vraagt een fietsenmaker om zijn fiets te repareren. De fietsenmaker vervangt een kapotte trapas. Doordat de fietsenmaker het werk doet, herstelt hij mijns inziens een fiets. Deze handeling kwalificeert naar mijn mening als een dienst, met name de herstelling van een fiets. Het gebruikte materiaal maakt deel uit van deze handeling.
Immers artikel 1ter, 1°, van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 onderwerpt de goederen die nodig zijn voor het verrichten van de herstelling van de fiets niet aan hun eigen tarief. Noch artikel 28, 6°, van de zesde BTW-richtlijn noch de bijlage K sluiten de goederen uit die bijhorend worden geleverd naar aanleiding van een handeling die kwalificeert als een hersteldienst, met uitzondering van de renovatie en herstel van particuliere woningen.
In het geval van renovatie van woningen zijn de "materialen die een beduidend deel vertegenwoordigen van de waarde van de verstrekte diensten" uitgesloten van het verlaagd BTW-tarief (2°, bijlage K, bij de zesde BTW-richtlijn).
1. Kan uit deze bepaling niet ontegensprekelijk worden afgeleid dat zelfs wanneer de materialen een beduidend deel vertegenwoordigen van de waarde van de verstrekte dienst, de handeling nog steeds kwalificeert als een dienst en niet als een levering van een goed?
2. Wanneer de administratie aanvaardt dat de waarde van het gebruikte materiaal minder dan 50% van de totale prijs van de herstelling, geen beduidend deel is waardoor de handeling een dienst is, is er dan niet ipso facto sprake van een beduidend deel indien de waarde van het gebruikte materiaal meer dan 50% van de totale prijs van de dienst bedraagt?
3.
a) Is het herstellen van een fiets niet steeds een dienst, ongeacht de waarde van de gebruikte materialen?
b) Kan een fietsenmaker niet terecht met zekerheid het verlaagd BTW-tarief van 6% toepassen?
ANTWOORD
(minister van Financiën, 26.03.2004)
België heeft de keuze gemaakt om, in het kader van de tijdelijke bepaling die middels de richtlijn 1999/85/ EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 oktober 1999 een artikel 28, lid 6, en een bijlage K toevoegt aan de richtlijn 77/388/EEG, tijdelijk een verlaagd BTW-tarief toe te passen op diensten vermeld onder de eerste en tweede categorie van de bijlage K.
Van alle belastbare handelingen die betrekking hebben op fietsen komen enkel de kleine hersteldiensten (diensten van de eerste categorie) in aanmerking voor de toepassing van een verlaagd BTW-tarief. De tijdeljke bepaling inzake fietsherstellingen, omgezet in Belgisch recht middels artikel 1ter van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven, beoogt evenwel niet de leveringen van goederen.
Wanneer handelingen tegelijkertijd het leveren van een goed en de installatie en montage ervan op een roerend goed met zich brengen (zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn naar aanleiding van een herstelling van een fiets), kunnen er zich moeilijkheden voordoen om bepaalde handelingen te kwalificeren als een levering van een goed of als een dienst. Om die reden heeft de administratie ter vereenvoudiging de door het geachte lid aangehaalde regeling uitgewerkt.
De situatie is evenwel anders wat de renovatie en het herstel van woningen betreft (diensten van de tweede categorie).
Immers, met toepassing van artikel 19, § 2, tweede lid, van het BTW-Wetboek, wordt de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt, voor de toepassing van de BTW voor het geheel als een dienst aangemerkt. Ingevolge deze uitdrukkelijke wettelijke bepaling is de waarde van de gebruikte materialen overigens niet relevant wat de kwalificatie van de handeling betreft.
Met de tijdeljke bepaling inzake de renovatie en de herstelling van privé-woningen, omgezet in Belgisch recht middels artikel 1bis van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven, worden de handelingen beoogd die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of onderhoud, met uitsluiting van reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben.
Getrouw aan de optiek van voormelde bijlage K bij de richtlijn dat de toepassing van het verlaagd BTW-tarief uitsluit van materialen die een beduidend deel vertegenwoordigen van de waarde van de verstrekte diensten bij renovatie en herstel van particuliere woningen werd beslist het gedeelte van de prijs van onroerende werkzaamheden dat betrekking heeft op de levering van collectieve verwarmingsketels in appartementsgebouwen en op de levering van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van liftinstallaties, uit te sluiten van de Belgische tijdelijke bepaling.