Fietsherstellingen. Tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

299 4 april 2000

Zoeken

Fietsherstellingen. Tarief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/299-fietsherstellingen-tarief-goyvaerts-fietsherstelling-89aa

Nummer
299
Datum
4 april 2000

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

35 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 39, blz. 4609-4611

Fietsherstellingen - Tarief

VRAAG

In het Belgisch Staatsblad van 29 januari 2000 is het koninklijk besluit van 18 januari 2000 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven verschenen waarin de modaliteiten vermeld staan rond het toepassen van het verlaagd BTW-tarief (bij wijze van experiment voor drie jaar) voor arbeidsintensieve diensten; zo ook voor het herstellen van fietsen.

Er blijkt bij de fietsherstellers onduidelijkheid te bestaan rond de toepassing van het 6 % of 21 % BTW-tarief voor respectievelijk een herstelling of een verbetering.

Tevens is er een verwarring naar de klant toe en blijkt de controle door de BTW-diensten niet eenduidig te zijn.

Een herstelling wordt als een dienst beschouwd en aangerekend aan 6 % BTW indien de benodigdheden die bij een herstelling worden gebruikt voldoen aan het criterium "stoffen of producten die onontbeerlijk zijn voor het verrichten van de dienst en waarvan het verwerken in het herstelde goed een voorafgaande bewerking, verdeling of aanpassing nodig maakt, of die verdwijnen na het verrichten van de dienst".

Onderdelen daarentegen zijn aan 21 % BTW onderworpen tenzij de prijs van de onderdelen en benodigdheden kleiner is dan de helft van de totaalprijs van de herstellingsdienst, waarbij onderdelen "genormaliseerde voorwerpen zijn die een bepaalde rol vervullen in een geheel, die op een eenvoudige wijze worden aangebracht en die later kunnen worden weggenomen zonder beschadiging van het herstelde goed".

Samengevat kan men stellen dat "dienst = loon + onderdelen".

Voor een herstelling:

•indien het loon groter is dan de prijs van de onderdelen : 6 % BTW op het geheel;

•indien het loon kleiner is dan de prijs van de onderdelen : 6 % BTW op werkuren; 21% BTW op onderdelen.

Voor een verbetering: zowel op werkuren als op onderdelen: 21% BTW.

Een aantal voorbeelden geven duidelijk de verwarring en de gevolgen hiervan weer:

A) Voorbeeld 1: iemand overweegt zijn trapas (ten gevolge van sleet) te laten vervangen.

•Klant 1 laat een trapas steken van 425 frank met een werkloon van 675 frank: het geheel is onderworpen aan een BTW- tarief van 6%.

•Klant 2 laat een trapas steken van 1.250 frank (en kiest voor een betere kwaliteit) met een werkloon van 675 frank. Volgens de wetgeving is hier 6% BTW van toepassing op het uurloon en 21% BTW op het onderdeel.

Besluit: iemand die voor een betere kwaliteit kiest wordt hiervoor gestraft.

B) Voorbeeld 2: vervangen van een buitenband. <bR>

•Klant 1 laat een buitenband van 495 frank plaatsen op het voorwiel; het werkloon bedraagt 200 frank. Het uurloon is bijgevolg onderworpen aan 6% BTW, het onderdeel aan 21% BTW.

•Klant 2 laat een buitenband van 495 frank plaatsen op een achterwiel voorzien van versnellingen en versnellingskabels. Het werkloon bedraagt 675 frank. Het onderdeel en het uurloon zijn onderworpen aan 6% BTW.

C) Voorbeeld 3: plaatsen van een stuur.

•Klant 1 laat zijn stuur vervangen ter waarde van 650 frank met een werkloon van 450 frank. Het onderdeel is onderworpen aan 21% BTW, het uurloon aan 6% BTW.

•Klant 2 laat zijn stuur vervangen maar heeft een slecht onderhouden fiets: onderdeel ter waarde van 650 frank met een werkloon van 900 frank. Zowel onderdeel als uurloon zijn onderworpen aan 6% BTW.

Besluit: voor eenzelfde onderdeel betaalt de ene klant 6% BTW, de andere 21% BTW.

Tevens geldt als algemene regel dat voor de verbetering van een fiets (bijvoorbeeld het plaatsen van versnellingen) 21% BTW moet gehanteerd worden terwijl voor de verbetering van een woning (renovatie) er 6% BTW moet gehanteerd worden.

Zoals u kunt merken is de toepassing van het verlaagd BTW op fietsherstellingen niet eenduidig.

1. Kan u enige commentaar geven op bovenstaande dagelijkse praktijkgevallen ?

2. Hoe zullen de BTW-diensten in praktijk deze, voor interpretatie vatbare, toestand benaderen ?

Navraag bij de BTW-diensten leert mij dat zij niet op de hoogte zijn van deze interpretaties.

ANTWOORD

In de terzake uiteengezette voorbeelden waarbij de waarde van de benodigdheden en onderdelen die nodig zijn voor de herstelling van de fiets kleiner is dan de helft van de totale prijs die gevraagd wordt aan de klant, is de handeling inderdaad in zijn geheel een dienst die onderworpen is aan het tarief van 6%.

In de andere aangehaalde voorbeelden is de handeling in haar geheel een levering van goederen. Die levering dient dus te worden belast tegen het BTW-tarief dat geldt voor de benodigheden en onderdelen (in principe het normale tarief dat thans 21 % bedraagt). De in kwestieuze vraag voorgestelde splitsing inzake BTW-tarief is dan ook niet in overeenstemming met de toepasselijke regels.

Voorgaande vereenvoudigende en geenszins voor interpretatie vatbare regels waarmee rekening moet worden gehouden, werden kort na de publicatie van het koninklijk besluit van 18 januari 2000 in het Belgisch Staatsblad van 29 januari 2000 meegedeeld aan de BTW- controlekantoren alsmede aan de betrokken beroepsverenigingen.

In de geest van de richtlijn 1999/85/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 oktober 1999 tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG, beoogt de regeling enkel de loutere herstelling van fietsen en heeft dus geen betrekking op verbeteringen. Die regeling behelst inderdaad een totaal andere opvatting dan die inzake de onroerende sector. Zo is bijvoorbeeld de plaatsing van een versnelling op een fiets die daar nog niet mee uitgerust was, onderworpen aan het normale tarief van 21 %.

Administratieve doctrine

1

« … Kamer, 2003-2004, nr. 26, blz. 4019-4021 Fietsherstellingen - Verlaagd tarief VRAAG In antwoord op verschillende schriftelijke vragen (vraag nr. 561 van 27 maart 2000 van de heer Malcorps, Vragen en Antwoorden, Senaat, 1999-2000, nr. 2-18, blz. 830; vraag nr. 299 van 4 april 2000 van de heer Goyvaerts, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1999-2000, nr. 39, blz. 4609, en vraag nr. 585 van 7 februari 2001 van de heer Van Eetvelt, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2000-2001, nr. 70, blz. 7925) wordt de 50%-regel van toepassing geacht om uit te … »

Fietsherstellingen. Verlaagd tariefParlementaire vraag09.02.2004

Bekijk het document