Fietsherstellingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

368 6 mei 2004

Zoeken

Fietsherstellingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/368-fietsherstellingen-vervotte-fietsherstelling-29ef

Nummer
368
Datum
6 mei 2004

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 36, blz. 5553-5555

Fietsherstellingen

VRAAG

In antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 260 van 9 februari 2004 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2003/2004, nr. 26, blz. 4019) over de aard van de handeling van de diensten bestaande uit het herstellen van fietsen, verwijst u naar moeilijkheden die zich kunnen voordoen om bepaalde handelingen te kwalificeren als een levering van een goed of als een dienst. Om die reden heeft de administratie ter vereenvoudiging de 50 %-regel uitgewerkt.

1. Welke moeilijkheden doen zich voor bij het kwalificeren van de handeling bestaande uit het herstellen van fietsen?

2. Doen die moeilijkheden zich voor bij het aangehaalde voorbeeld van de vervanging van een trapas?

3.

a) Wat wordt er vereenvoudigd?

b) Bepaalt de uitgewerkte vereenvoudiging de aard van de handeling, met andere woorden de regels met betrekking tot de BTW-heffing?

c) Of is de 50 %-regel een vereenvoudiging van de bewijslast in hoofde van de belastingplichtige?

4. Is het correct dat de administratie het bewijs van de kwalificatie van de aard als dienst, met name het herstellen van fietsen, steeds zal aanvaarden op basis van de prijsverhouding van het gebruikte materiaal ten opzichte van de werkuren, in zoverre de waarde van het gebruikte materiaal minder dan 50 % bedraagt van de totale prijs, exclusief BTW?

5. Dient hierbij de aankoopprijs, exclusief BTW-, van de gebruikte materialen in aanmerking te worden genomen, dan wel de gebruikelijk verkoopprijs, exclusief BTW-?

6. Indien de waarde van het gebruikte materiaal meer dan 50 % bedraagt van de prijs van de dienst, met name het herstellen van fietsen, is het de belastingplichtige toegelaten het bewijs van de aard van de handeling nog door middel van andere feitelijke en juridische elementen te staven, dan de verhouding van de prijsbestanddelen van de handeling?

ANTWOORD

(minister van Financiën, 08.06.2004)

1, 2 en 3. Een handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het te monteren wordt - voorzover het geen werk in onroerende staat betreft - in principe aangemerkt als een levering in de zin van artikel 10 van het BTW-Wetboek. De handeling is zodoende dan in haar geheel onderworpen aan het tarief van het geleverde goed.

De tijdelijke bepaling inzake fietsherstellingen van artikel 1ter van het koninklijk besluit nr. 20 inzake BTW-tarieven beoogt - overeenkomstig de Europese regelgeving genoemd in het eerste lid van mijn antwoord op de vraag nr. 260 van 9 februari 2004 van het geachte lid - arbeidsintensieve diensten (handelingen in de zin van artikel 18 van het BTW-Wetboek) en dus geen leveringen in de zin van artikel 10 van het wetboek. Aangezien de levering met montage van een fietsonderdeel die wordt aangemerkt als een levering in de zin van artikel 10 van het BTW-Wetboek, evenmin bedoeld is in één van de bepalingen van tabel A en B van de bijlage bij het genoemd koninklijk besluit nr. 20, is de handeling integraal onderworpen aan het normale BTW-tarief van 21 %.

Wanneer een fietsherstelling het gebruik van een onderdeel vergt en het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op dat onderdeel, kleiner is dan de helft van de totale aan de klant gevraagde prijs, merkt de administratie de handeling evenwel aan als een dienst in de zin van artikel 18 van het BTW-Wetboek. Zodoende kan het geheel van de prestatie dan wel het verlaagd BTW-tarief van 6 % genieten op grond van artikel 1ter van het koninklijk besluit nr. 20 inzake BTW-tarieven, in overeenstemming met voornoemde Europese regelgeving. Die praktische regeling is een vereenvoudiging aangezien ze niet vatbaar is voor interpretatie en bovendien vermijdt dat het gebruik van fietsonderdelen ipso facto in alle gevallen de handenarbeid zou uitsluiten van het verlaagd tarief.

4 en 5. Zodra vaststaat of aangetoond wordt dat de waarde - dat wil zeggen de verkoopprijs - van de ter gelegenheid van de fietsherstelling geleverde en geplaatste goederen lager is dan 50 % van de totale prijs die verschuldigd is door de klant, kan de handeling overeenkomstig voormelde vereenvoudigende regeling het verlaagd tarief van 6 % genieten.

6. Indien de waarde van de geleverde en geplaatste goederen niet lager is dan 50 % van de totale prijs die verschuldigd is door de klant, is de handeling in elke onderstelling volledig aan te merken als een levering in de zin van artikel 10 van het wetboek. Andere feitelijke of juridische elementen zijn hier dus niet relevant voor de kwalificatie van de handeling, die als levering integraal onderworpen is aan het normale BTW-tarief van 21 %.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 104 voorkomens
WBTW art. 182 voorkomens

Administratieve doctrine

4

« … in de zin van artikel 10 van het Btw-Wetboek. Andere feitelijke of juridische elementen zijn hier dus niet relevant voor de kwalificatie van de handeling, die als levering integraal onderworpen is aan het normale btw-tarief van 21% (zie bijvoorbeeld de schriftelijke parlementaire vraag nr. 368 van mevrouw Volksvertegenwoordiger Inge Vervotte van 06.05.2004 ). A. Herstelling van fietsen Bij toepassing van rubriek XXXIX, cijfer 1, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20.07.1970 inzake btw-tarieven, is de dienst die bestaat uit het herstellen van fietsen onderworpen aan het verlaagde … »

Tarieven van de belasting (01.11.2025)Administratieve commentaar12.11.2025

Bekijk de 4 documenten