Fietsherstellingen. Tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

585 7 februari 2001

Zoeken

Fietsherstellingen. Tarief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/585-fietsherstellingen-tarief-eetvelt-fietsherstelling-a687

Nummer
585
Datum
7 februari 2001

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 70, blz. 7925-7927

Fietsherstellingen - Tarief

VRAAG

Bij de fietsherstellingen wordt een onderscheid gemaakt in BTW-tarief. De vakhandelaar moet 6 % BTW rekenen indien het arbeidsloon meer dan 50 % bedraagt van het totale factuurbedrag. Loopt de kostprijs van de gebruikte onderdelen op tot meer dan de helft van het totale factuurbedrag, dan wordt de handeling gezien als een levering van goederen en moeten de vakhandelaren 21 % BTW rekenen.

Oorzaak van alle misverstanden is een Europese richtlijn die het mogelijk maakt om een verlaagd BTW-tarief (6 %) toe te passen op arbeidsintensieve diensten. De bedoeling daarvan was het zwartwerk te bestrijden en tegelijkertijd de werkgelegenheid te bevorderen. Maar de Belgische omzetting van deze Europese richtlijn (koninklijk besluit van 29 januari 2000), toegepast voor fietsherstellingen, blijkt minder eenvoudig in elkaar te zitten.

Dit leidt in de praktijk tot absurde toestanden. Voor hetzelfde materiaal betaalt men soms 6 % en soms 21 % BTW. Zo vergt het plaatsen van een nieuwe voorband weinig tijd, dus lage loonkost, dus 21 % BTW. Moet diezelfde band geplaatst worden op het achterwiel op een fiets met meerdere versnellingen en een trommelrem, dan loopt de loonkost op door de langere werktijd en betaalt men 6 % BTW op het factuurbedrag. Dit zorgt voor problemen voor de handelaren. Sommige fietsherstellers blijken de regeling zelfs niet eens te kennen en rekenen bijvoorbeeld steeds 6 % BTW op hun arbeidskosten en 21 % op de prijs van de gebruikte onderdelen.

De regeling is bovendien verwarrend, waardoor een BTW-controleur perfect elke boekhouding in twijfel kan trekken, alleen al door het feit dat de correcte toepassing van de 6 %-regels telkens moet worden aangetoond.

1. Overweegt u maatregelen om een einde te maken aan de bestaande verwarring over de correcte BTWimplementatie?

2. Wanneer kan een correctie worden doorgevoerd?

3. Zullen, in afwachting, de BTW-controleurs worden geïnformeerd over mogelijke interpretatieverschillen, dus moeilijkheden, bij de toepassing van het correcte BTW-percentage?

ANTWOORD

Van alle belastbare handelingen die betrekking hebben op fietsen, komen op grond van richtlijn 1999/85/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 oktober 1999 tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG, enkel de kleine hersteldiensten in aanmerking voor de toepassing van een verlaagd BTW-tarief. Die richtlijn beoogt dus niet de levering van fietsen of van onderdelen en toebehoren van fietsen.

Krachtens artikel 1ter van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, inzake BTW-tarieven, kan enkel de dienst die de herstelling van fietsen tot voorwerp heeft, tot 31 december 2002 het verlaagd BTWtarief van 6 % genieten. De levering van onderdelen van fietsen, al dan niet met plaatsing van die goederen (bijvoorbeeld van een nieuw zadel ter vervanging van het oude dat versleten is) blijft onderworpen aan het BTW-tarief dat van toepassing is op de geleverde goederen, namelijk 21 %. Voornoemde in dit geldende Europese richtlijn werd zodoende correct geïmplementeerd in de Belgische wetgeving.

Wanneer een herstelling het gebruik van benodigdheden (bijvoorbeeld smeerolie) en onderdelen (bijvoorbeeld wiel, binnenband, zadel) vergt, kunnen zich inderdaad moeilijkheden voordoen voor het bepalen van de aard van de handeling levering of dienst. Eenvoudigheidshalve neemt de administratie dan ook aan dat de handeling voor het geheel als een dienst mag worden beschouwd die in aanmerking komt voor de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 %, voor zover de waarde van de gebruikte materialen (onderdelen en benodigdheden) kleiner is dan de helft van de totale gevraagde prijs. Wanneer daarentegen de waarde van de onderdelen en benodigdheden gelijk is aan of hoger is dan de helft van de totale prijs, blijven de normale regels van toepassing, dit wil zeggen dat de handeling voor het geheel een levering is en dat de totale prijs bijgevolg niet mag gesplitst worden met het doel een gedeeltelijke toepassing van het tarief van 6% wat de plaatsing betreft.

Voorgaande vereenvoudigende regeling, die dus werd uitgewerkt om alle mogelijke verwarring uit te sluiten en gunstig is voor de betrokken beroepssector en zijn klanten, werd kort na de inwerkingtreding van voornoemd artikel 1ter van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 medegedeeld aan de BTW-controlekantoren en aan de betrokken beroepsverenigingen. Ze werd bovendien toegelicht in de brochure "BTW van 6 % voor bepaalde kleine hersteldiensten", die speciaal in dat verband door mijn departement werd uitgegeven. Er kan dus op dit gebied volstrekt geen sprake zijn van verwarringen en moeilijkheden.

Aangehaalde teksten

1

Administratieve doctrine

1

« … schriftelijke vragen (vraag nr. 561 van 27 maart 2000 van de heer Malcorps, Vragen en Antwoorden, Senaat, 1999-2000, nr. 2-18, blz. 830; vraag nr. 299 van 4 april 2000 van de heer Goyvaerts, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1999-2000, nr. 39, blz. 4609, en vraag nr. 585 van 7 februari 2001 van de heer Van Eetvelt, Vragen en Antwoorden, Kamer, 2000-2001, nr. 70, blz. 7925) wordt de 50%-regel van toepassing geacht om uit te maken of een fietsherstelling al dan niet een levering is van een goed dan wel een dienst. In de praktijk heeft het … »

Fietsherstellingen. Verlaagd tariefParlementaire vraag09.02.2004

Bekijk het document