Fietsherstellingen. Tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

561 27 maart 2000

Zoeken

Fietsherstellingen. Tarief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/561-fietsherstellingen-tarief-malcorps-fietsherstelling-ac74

Nummer
561
Datum
27 maart 2000

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 1999-2000, nr. 2-18, blz. 830

Fietsherstellingen - Tarief

VRAAG

In artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 januari 2000 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, wordt de herstelling van fietsen van 1 januari 2000 tot 31 december 2002 onderworpen aan een verminderd tarief van 6 %. Uiteraard is dit een uitstekende zaak zowel voor de werkgelegenheid als voor het leefmilieu.

Bij fietshandelaars heerst echter nog onduidelijkheid over de wijze waarop men deze bepaling juist dient te interpreteren. De vraag is met name in welke mate dat ook onderdelen gebruikt bij herstellingen onder het verlaagd tarief vallen. Gezegd wordt dat de dienst "herstelling van fietsen" zou slaan op elke herstelling waarbij meer dan de helft van de factuur voor de klant bestaat uit de aanrekening van geleverde werkuren. Als ingezette onderdelen meer dan de helft van de factuur zouden uitmaken, zou een verminderd tarief niet van toepassing zijn. Kan de geachte minister hieromtrent duidelijkheid scheppen? De grote zorg van de handelaars is dat een in de praktijk ook echt werkbare regeling tot stand komt. Is daar ook echt rekening mee gehouden? Want als men onderdelen de ene keer aan 6 % en de andere keer aan 21 % dient door te rekenen, wordt het redelijk ondoorzichtig, zowel voor de verkopers en herstellers, als voor de klanten zelf. Is het niet nodig om zowel de handelaars als de klanten terzake beter voor te lichten? Gelijkaardige bedenkingen gelden allicht ook voor de andere in artikel 2 genoemde hersteldiensten.

ANTWOORD

Door de nieuwe maatregel kunnen alleen de diensten die de herstelling van fietsen tot voorwerp hebben, het BTW-tarief van 6% genieten. De levering van goederen (bijvoorbeeld de verkoop van een nieuw zadel ter vervanging van het oude dat versleten is) blijft onderworpen aan het BTW-tarief dat van toepassing is op de geleverde goederen (21 %).

Wanneer een herstelling het gebruik van benodigdheden en onderdelen vergt, kunnen zich inderdaad moeilijkheden voordoen voor het bepalen van de aard van de handeling. Ik kan het geachte lid verzekeren dat hiermee wel degelijk rekening werd gehouden. In de administratieve commentaar werd dan ook het volgende verduidelijkt:

•als de waarde van de gebruikte benodigdheden en onderdelen kleiner is dan de helft van de totale prijs die gevraagd wordt aan de klant, is de handeling in zijn geheel een dienst, die onderworpen is aan het tarief van 6 % en die bedoeld is in artikel 21, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek;

•in de andere gevallen is de handeling in zijn geheel een levering van goederen die belast moet worden tegen het op deze goederen toepasselijke BTW-tarief (in principe het normale tarief, dat thans 21 % bedraagt) en waarbij de plaats van de handeling wordt bepaald overeenkomstig artikel 15 van het BTW-Wetboek.

Voorgaande vereenvoudigende regels waarmee rekening moet worden gehouden, werden kort na de publicatie van het koninklijk besluit van 18 januari 2000 in het Belgisch Staatsblad van 29 januari 2000 meegedeeld aan de BTW-controlekantoren en aan de betrokken beroepsverenigingen.

De door het geachte lid beoogde problematiek van de twee onderscheiden BTW-tarieven die thans van toepassing zijn in de sector van de fietshandelaars en -herstellers, is in feite toe te schrijven aan het feit dat enkel de arbeidsintensieve diensten die de herstelling van fietsen tot voorwerp hebben, het BTW-tarief van 6 % kunnen genieten. Gelet op de bepalingen van de richtlijn 92/77/EEG kunnen de lidstaten immers geen verlaagd tarief invoeren voor de levering van benodigdheden, onderdelen en toebehoren van fietsen.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 151 voorkomen
WBTW art. 211 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 26, blz. 4019-4021 Fietsherstellingen - Verlaagd tarief VRAAG In antwoord op verschillende schriftelijke vragen ( vraag nr. 561 van 27 maart 2000 van de heer Malcorps, Vragen en Antwoorden, Senaat, 1999-2000, nr. 2-18, blz. 830; vraag nr. 299 van 4 april 2000 van de heer Goyvaerts, Vragen en Antwoorden, Kamer, 1999-2000, nr. 39, blz. 4609, en vraag nr. 585 van 7 februari 2001 van de heer Van Eetvelt, … »

Fietsherstellingen. Verlaagd tariefParlementaire vraag09.02.2004

Bekijk het document