Koninklijk besluit nr. 56 van 9 december 2009, met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

01.07.2022 nr. 56

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 56 van 9 december 2009, met betrekking tot de teruggaaf inzake belastingTeruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-56-december-betrekking-teruggaaf-belasting-toegevoegde-7c65

Opgeheven op
01.07.2022
Besluit
nr. 56

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

32 artikelen

(Uitvoering van artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek)

Officieuze coördinatie nr. 8 - Laatstelijk gewijzigd met ingang van 01.07.2021 bij:

10 APRIL 2022 - Koninklijk besluit nr. 56 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf en aan niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (B.S. 19.04.2022, pg. 36857, Numac : 2022031695. Errata B.S. 07.06.2022, pg. 47862, Numac : 2022032296)

Dit koninklijk besluit werd vervangen met ingang van 01.07.2022 door het Koninklijk besluit nr. 56, van 10 april 2022, met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf en aan niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (B.S. 19.04.2022, pg. 36857, Numac : 2022031695. Errata B.S. 07.06.2022, pg. 47862, Numac : 2022032296)

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 1, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

1°

″niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige″: elke belastingplichtige in de zin van artikel 9, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG die niet in de lidstaat van teruggaaf, maar in een andere lidstaat is gevestigd;

2°

″lidstaat van teruggaaf″: de lidstaat waar de belasting over de toegevoegde waarde aan de niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige in rekening werd gebracht ter zake van de voor genoemde belastingplichtige in deze lidstaat verrichte diensten of leveringen van goederen, dan wel ter zake van de invoer van goederen in deze lidstaat;

3°

″teruggaaftijdvak″: het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft;

4°

″teruggaafverzoek″: het verzoek om teruggaaf van de aan de niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige in rekening gebrachte belasting over de toegevoegde waarde ter zake van de voor genoemde belastingplichtige in deze lidstaat verrichte diensten of leveringen van goederen, of ter zake van de invoer van goederen in deze lidstaat;

5°

″aanvrager″: de niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige die het teruggaafverzoek doet.

lid 2

HOOFDSTUK II. - België is de lidstaat van teruggaaf

lid 3

Afdeling 1. - Algemeen

art. 2

(De tekst van KB nr. 56, artikel 2, § 1, 2°, c), werd ingevoegd met ingang van 01.07.2021 (Art. 32, KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021, pg. 66782, Numac: 2021042537, Errata B.S. 19.07.2021, pg. 71155. Numac: 2021031859))

1)

De regeling van teruggaaf is van toepassing op elke in artikel 1, 1° bedoelde belastingplichtige die aan de volgende voorwaarden voldoet:

1°

de belastingplichtige heeft gedurende het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft in België geen zetel van zijn economische activiteit gehad, noch een vaste inrichting van waaruit de handelingen werden verricht, noch, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats;

2°

de belastingplichtige heeft gedurende het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft geen leveringen van goederen of diensten verricht die geacht worden in België plaats te vinden, met uitzondering van de volgende handelingen:

a)

vervoer en daarmee samenhangende diensten die vrijgesteld zijn krachtens de artikelen 39 tot en met 42 van het Wetboek;

b)

leveringen van goederen of diensten waarvan de afnemer de btw verschuldigd is krachtens artikel 51, § 2, van het Wetboek.

c)

leveringen van goederen of diensten waarvoor de belastingplichtige gebruikmaakt van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3 of 4, van de Richtlijn 2006/112/EG.

2)

De regeling bedoeld in paragraaf 1 is evenwel niet van toepassing wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige krachtens artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, of § 3, van het Wetboek in België is geïdentificeerd.

(De tekst van KB nr. 56, artikel 3, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

1)

De in artikel 2 bedoelde belastingplichtige kan teruggaaf krijgen van de belasting geheven op de aan hem in België geleverde goederen of verleende diensten of van in België ingevoerde goederen, in de mate dat deze belastingplichtige in de lidstaat waar hij is gevestigd handelingen verricht waarvoor recht op aftrek ontstaat en deze goederen en diensten worden gebruikt voor:

1°

de handelingen bedoeld in artikel 45, § 1, 2° en 3°, van het Wetboek;

2°

de handelingen waarvoor de afnemer overeenkomstig artikel 51, § 2, van het Wetboek, tot voldoening van de belasting is gehouden.

2)

Het recht op teruggaaf van de voorbelasting wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 45, 48 en 49 van het Wetboek.

lid 2

Zijn van de teruggaaf uitgesloten:

1°

de bedragen inzake belasting over de toegevoegde waarde die het bedrag te boven gaan dat wettelijk verschuldigd is;

2°

de gefactureerde bedragen inzake belasting over de toegevoegde waarde voor leveringen van goederen die krachtens artikel 39, § 1, 2°, of 39bis van het Wetboek van de belasting vrijgesteld zijn of kunnen worden.

3)

Wanneer de in artikel 2 bedoelde belastingplichtige in de lidstaat waar hij is gevestigd, zowel handelingen verricht die in die lidstaat een recht op aftrek doen ontstaan, als handelingen die in die lidstaat geen recht op aftrek doen ontstaan, kan van de overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 betaalde voorbelasting slechts dat gedeelte van de belasting over de toegevoegde waarde worden teruggegeven dat overeenkomstig artikel 173 van de richtlijn 2006/112/EG, zoals toegepast door de lidstaat van vestiging, aan eerstgenoemde handelingen kan worden toegerekend.

lid 2

Afdeling 2. - Modaliteiten van de teruggaaf

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 4, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2De in artikel 2 bedoelde belastingplichtige die in België teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde wenst te verkrijgen, richt langs elektronische weg een teruggaafverzoek dat hij indient bij de lidstaat waar hij is gevestigd, via de door deze lidstaat ingestelde portaalsite.

(De tekst van KB nr. 56, artikel 5, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2 – erratum B.S. 07.05.2010))

1)

Het teruggaafverzoek moet de volgende gegevens bevatten:

1°

de naam en het volledige adres van de aanvrager;

2°

een elektronisch adres;

3°

een omschrijving van de beroepsactiviteit van de aanvrager waarvoor de goederen of diensten worden afgenomen;

4°

het teruggaaftijdvak waarop het verzoek betrekking heeft;

5°

een verklaring van de aanvrager dat hij gedurende het teruggaaftijdvak geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in België te zijn gelegen, met uitzondering van de handelingen bedoeld in artikel 2, § 1, 2°;

6°

het BTW-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de aanvrager;

7°

zijn bankgegevens (inclusief IBAN en BIC).

2)

Behalve de in paragraaf 1 bedoelde gegevens worden in het teruggaafverzoek voor iedere factuur en ieder invoerdocument de volgende gegevens vermeld:

1°

de naam en het volledige adres van de leverancier of dienstverrichter;

2°

behalve in het geval van invoer, het BTW-identificatienummer dat de letters BE bevat van de leverancier of dienstverrichter bedoeld in artikel 50 van het Wetboek;

3°

de datum en het nummer van de factuur of het invoerdocument;

4°

de maatstaf van heffing en het bedrag aan BTW, uitgedrukt in euro;

5°

het bedrag van de aftrekbare BTW berekend volgens artikel 3 en uitgedrukt in euro;

6°

in voorkomend geval, het aftrekbare gedeelte berekend volgens artikel 3, § 3, uitgedrukt in percenten;

7°

de aard van de afgenomen goederen en diensten, aangegeven door middel van de volgende codes:

lid 2

1. = brandstof;

lid 3

2. = verhuur van vervoermiddelen;

lid 4

3. = uitgaven in verband met vervoermiddelen, andere dan die voor de goederen en diensten waarnaar wordt verwezen met de codes 1 en 2;

lid 5

4. = wegentol en andere heffingen met betrekking tot het gebruik van de weginfrastructuur;

lid 6

5. = reiskosten, zoals taxikosten, kosten van het openbaar vervoer;

lid 7

6. = logies;

lid 8

7. = spijzen, drank en restauratie;

lid 9

8. = toegang tot beurzen en tentoonstellingen;

lid 10

9. = weelde-uitgaven, en uitgaven voor ontspanning en representatie;

lid 11

10. = andere.

lid 12

Indien code 10 wordt gebruikt, moet de aard van de afgenomen goederen en diensten worden aangegeven.

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 6, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2Door of vanwege de minister van Financiën kan de aanvrager worden verzocht om langs elektronische weg aan de hand van codes aanvullende gegevens te verstrekken met betrekking tot iedere code bedoeld in artikel 5, § 2, 7°, voor zover die gegevens noodzakelijk blijken wegens beperkingen van het recht op aftrek voorzien in het Wetboek.

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 7, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2 – erratum B.S. 07.05.2010))

lid 2Onverminderd de krachtens artikel 16 gevraagde gegevens, is de aanvrager gehouden samen met het teruggaafverzoek langs elektronische weg een afschrift van de factuur of het invoerdocument bij te voegen, wanneer de maatstaf van heffing op de factuur of het invoerdocument 1.000 euro of meer bedraagt. Indien de factuur evenwel betrekking heeft op brandstof, is dit drempelbedrag 250 euro.

lid 3Door of vanwege de minister van Financiën kan evenwel in de door hem of namens hem te bepalen gevallen worden afgeweken van deze verplichting als deze niet nodig blijkt voor de controle van de teruggaaf.

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 8, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2De aanvrager is gehouden zijn beroepsactiviteit te omschrijven aan de hand van geharmoniseerde codes NACE van vier cijfers.

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 9, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2De in artikel 2 bedoelde belastingplichtige moet voor het verstrekken van de gegevens in het teruggaafverzoek of van mogelijke andere aanvullende gegevens één van de volgende talen gebruiken: Engels, Nederlands, Frans of Duits.

art. 10

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 10, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2Indien het aftrekbare gedeelte bedoeld in artikel 3, § 3 overeenkomstig artikel 175 van de richtlijn 2006/112/EG wordt aangepast na de indiening van het teruggaafverzoek, moet de aanvrager het bedrag dat wordt teruggevraagd of dat reeds is teruggegeven, corrigeren.

lid 3De correctie vindt plaats in een teruggaafverzoek dat gedaan wordt binnen het kalenderjaar volgend op het desbetreffende teruggaaftijdvak, dan wel, - mocht de aanvrager in dat kalenderjaar geen teruggaafverzoek indienen - door via de door de lidstaat van vestiging ingestelde portaalsite een afzonderlijke verklaring toe te zenden.

(De tekst van KB nr. 56, artikel 11, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

1)

Het teruggaafverzoek moet betrekking hebben op een teruggaaftijdvak dat ten hoogste één kalenderjaar bedraagt en ten minste drie kalendermaanden. Het teruggaafverzoek kan evenwel betrekking hebben op een tijdvak van minder dan drie kalendermaanden wanneer dit tijdvak het resterende gedeelte van een kalenderjaar betreft.

2)

Als het teruggaafverzoek een teruggaaftijdvak betreft van minder dan één kalenderjaar maar wel minstens drie kalendermaanden, dan moet het BTW-bedrag waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft ten minste 400 euro bedragen.

lid 2

Als het teruggaafverzoek betrekking heeft op een kalenderjaar of het resterende gedeelte van een kalenderjaar, dan moet het BTW-bedrag ten minste 50 euro bedragen.

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 12, tweede lid, werd ingevoegd met ingang van 01.10.2010 (Art. 1, KB 08.12.2010, B.S. 16.12.2010))

lid 2Het teruggaafverzoek moet uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het teruggaaftijdvak bij de lidstaat van vestiging worden ingediend. Het teruggaafverzoek wordt alleen als ingediend aangemerkt indien de aanvrager alle in de artikelen 5, 6 en 8 gevraagde gegevens heeft verstrekt.

lid 3In afwijking van het eerste lid moet het teruggaafverzoek met betrekking tot het jaar 2009 uiterlijk op 31 maart 2011 bij de hiervoor bedoelde lidstaat worden ingediend.

(De tekst van KB nr. 56, artikel 13, § 1, 1°, werd vervangen met ingang van 05.12.2019 (Art. 15, KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019, pg. 108072))

1)

Het teruggaafverzoek heeft betrekking op:

1°

de belasting geheven op leveringen van goederen en diensten waarvoor een factuur werd uitgereikt overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Wetboek, tijdens het teruggaaftijdvak, mits de belasting vóór of op het tijdstip van de uitreiking van de factuur opeisbaar geworden is, of ten aanzien waarvan de belasting opeisbaar geworden is tijdens het teruggaaftijdvak, mits voor die handelingen een factuur werd uitgereikt overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Wetboek, vooraleer de belasting opeisbaar is geworden;

2°

de belasting geheven op de invoer van goederen die gedurende het teruggaaftijdvak heeft plaatsgevonden.

2)

Het teruggaafverzoek kan ook betrekking hebben op facturen of invoerdocumenten die nog niet het voorwerp hebben uitgemaakt van eerdere teruggaafverzoeken voor zover die betrekking hebben op handelingen die tijdens het kalenderjaar van het teruggaaftijdvak werden verricht.

art. 14

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 14, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 35, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

lid 2De administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde stelt de aanvrager onverwijld langs elektronische weg in kennis van de datum van ontvangst van het teruggaafverzoek.

art. 15

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 15, inleidende zin, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 36, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

lid 2Binnen een termijn van vier maanden vanaf de datum bedoeld in artikel 14 zal de administratie:

1°

haar beslissing om het teruggaafverzoek in te willigen langs elektronische weg aan de aanvrager meedelen;

2°

haar beslissing om het teruggaafverzoek geheel of gedeeltelijk te verwerpen aangetekend aan de aanvrager meedelen.

(De tekst van KB nr. 56, artikel 16, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 36, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

1)

Ingeval de administratie, meent niet alle dienstige informatie te hebben ontvangen om met betrekking tot het geheel of een deel van het teruggaafverzoek een uitspraak te kunnen doen, kan zij binnen de in artikel 15 genoemde termijn van vier maanden, langs elektronische weg in het bijzonder de aanvrager of de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van vestiging om aanvullende gegevens verzoeken. Indien de aanvullende gegevens worden opgevraagd bij een andere persoon dan de aanvrager of de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, wordt alleen langs elektronische weg om gegevens verzocht indien de bestemmeling van het verzoek over de desbetreffende apparatuur beschikt.

lid 2

Zo nodig kan de administratie om andere dan in het eerste lid bedoelde aanvullende gegevens verzoeken.

lid 3

De gevraagde gegevens kunnen ook het overleggen van het origineel of een afschrift van de factuur of het invoerdocument omvatten wanneer de administratie redenen heeft om te twijfelen aan het bestaan van een bepaalde vordering. In dat geval zijn de drempelnormen van artikel 7 niet van toepassing.

2)

De krachtens paragraaf 1 gevraagde gegevens moeten binnen een maand na ontvangst van het verzoek om informatie door de bestemmeling van het verzoek aan de administratie worden verstrekt.

art. 17

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 17, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 36, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

lid 2Indien de administratie om aanvullende gegevens verzoekt, deelt zij op de wijze zoals voorzien in artikel 15, 1° of 2°, in afwijking van artikel 15, haar beslissing aan de aanvrager mee binnen twee maanden na ontvangst van de gevraagde gegevens of, indien niet op haar verzoek gereageerd is, binnen twee maanden na het verstrijken van de in artikel 16, § 2 genoemde termijn. De termijn waarover de administratie beschikt om te beslissen over een volledige of gedeeltelijke teruggaaf, bedraagt evenwel in ieder geval ten minste zes maanden vanaf de ontvangst van het in artikel 5, § 1 bedoelde teruggaafverzoek.

lid 3Wanneer de administratie verdere aanvullende gegevens vraagt overeenkomstig artikel 16, § 1, tweede lid, stelt zij binnen acht maanden nadat het teruggaafverzoek is ontvangen, de aanvrager in kennis van haar beslissing over een gehele of gedeeltelijke teruggaaf op de wijze zoals voorzien in artikel 15, 1° of 2°.

art. 18

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 18, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2Indien het teruggaafverzoek wordt ingewilligd, wordt het goedgekeurde teruggaafbedrag uiterlijk binnen tien werkdagen na het verstrijken van de in artikel 15 genoemde termijn terugbetaald, of, indien om aanvullende of verdere aanvullende gegevens is verzocht, na het verstrijken van de termijnen overeenkomstig artikel 17.

lid 3De teruggaaf vindt plaats volgens de in artikel 5, § 1, 7°, bedoelde bankgegevens die door de aanvrager worden verstrekt. In voorkomend geval worden de bankkosten voor het overmaken in mindering gebracht op het aan de aanvrager te betalen bedrag.

(De tekst van KB nr. 56, artikel 19, § 1, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 36, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

1)

Indien het teruggaafverzoek geheel of ten dele wordt afgewezen, worden de redenen hiervoor door de administratie aangetekend tegelijkertijd met de beslissing aan de aanvrager meegedeeld.

2)

De aanvrager kan beroep instellen tegen een beslissing tot afwijzing van een teruggaafverzoek overeenkomstig artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 4 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.

3)

Indien geen beslissing over het teruggaafverzoek wordt genomen binnen de termijnen vastgesteld bij dit besluit, wordt dit verzoek als ingewilligd aangemerkt onder voorbehoud van de toepassing van artikel 20.

art. 20

1 document

(De tekst van KB nr. 56, artikel 20, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (Art. 21, KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019, pg. 35699). Dit besluit (KB 17.03.2019) is niet van toepassing op het dwangbevel dat werd kennisgegeven of betekend vóór de datum van zijn inwerkingtreding – 01.04.2019 (Art. 23, KB 17.03.2019))

1)

Wanneer teruggaaf op frauduleuze of anderszins onrechtmatige wijze is verkregen, gaat de administratie onmiddellijk over tot invordering van de ten onrechte betaalde bedragen en van eventuele fiscale geldboeten en nalatigheidsinteresten opgelegd volgens de procedure voorzien in het Btw-Wetboek, onverminderd de bepalingen inzake wederzijdse bijstand ter invordering van de belasting over de toegevoegde waarde.

2)

Wanneer fiscale geldboeten of nalatigheidsinteresten opgelegd maar niet betaald zijn, kan de administratie elke verdere teruggaaf aan de betrokken belastingplichtige ten belope van het onbetaalde bedrag opschorten.

art. 21

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 21, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 38, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

lid 2Correcties betreffende een eerder teruggaafverzoek als bedoeld in artikel 10, worden door de administratie […] in meer of in min met het teruggaafbedrag verrekend of, in geval van toezending van een afzonderlijke verklaring, afzonderlijk ingevorderd of terugbetaald.

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 22, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019, pg. 35699). Dit besluit (KB 17.03.2019) is niet van toepassing op het dwangbevel dat werd kennisgegeven of betekend vóór de datum van zijn inwerkingtreding – 01.04.2019 (Art. 23, KB 17.03.2019))

lid 2Indien de teruggaaf niet plaatsvindt binnen de termijn voorzien in artikel 18, eerste lid, is de Staat overeenkomstig artikel 91, § 3, van het Wetboek moratoriuminteresten verschuldigd over het aan de aanvrager terug te geven bedrag.

lid 3HOOFDSTUK III. - België is de lidstaat van vestiging

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 23, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2De in België gevestigde belastingplichtige die overeenkomstig artikel 50 van het Wetboek voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, met uitsluiting van de BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, en de leden van een BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek kunnen overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn 2008/9/EG van 12 februari 2008, teruggaaf krijgen van de belasting geheven op de aan hen in de lidstaat van teruggaaf geleverde goederen of verleende diensten of van in die lidstaat ingevoerde goederen.

art. 24

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 24, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 38, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

lid 2De in België gevestigde aanvrager die in een andere lidstaat teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde wenst te verkrijgen, richt langs elektronische weg een teruggaafverzoek aan de lidstaat van teruggaaf dat hij indient via de portaalsite die de administratie […] in België heeft ingesteld.

art. 25

(De tekst van KB nr. 56, artikel 25, § 1, 5°, c), werd ingevoegd met ingang van 01.07.2021 (Art. 33, KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021, pg. 66782, Numac: 2021042537, Errata B.S. 19.07.2021, pg. 71155. Numac: 2021031859))

1)

Het teruggaafverzoek moet de volgende gegevens bevatten:

1°

de naam en het volledige adres van de aanvrager;

2°

een elektronisch adres;

3°

een omschrijving van de beroepsactiviteit van de aanvrager waarvoor de goederen of diensten worden afgenomen;

4°

het teruggaaftijdvak waarop het verzoek betrekking heeft;

5°

een verklaring van de aanvrager dat hij gedurende het teruggaaftijdvak geen leveringen van goederen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in de lidstaat van teruggaaf te zijn gelegen, met uitzondering van de volgende handelingen:

a)

vervoer en daarmee samenhangende diensten die vrijgesteld zijn krachtens de artikelen 144, 146, 148, 149, 151, 153, 159 of 160 van de richtlijn 2006/112/EG;

b)

leveringen van goederen of dienstverrichtingen waarvan de afnemer krachtens de artikelen 194 tot en met 197 en artikel 199 van de richtlijn 2006/112/EG de belasting verschuldigd is;

c)

leveringen van goederen of diensten waarvoor de belastingplichtige gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58quater of 58quinquies van het Wetboek;

6°

het BTW-identificatienummer bedoeld in artikel 50 van het Wetboek;

7°

zijn bankgegevens (inclusief IBAN en BIC).

2)

Behalve de in paragraaf 1 bedoelde gegevens worden in het teruggaafverzoek voor iedere factuur en ieder invoerdocument de volgende gegevens vermeld:

1°

de naam en het volledige adres van de leverancier of dienstverrichter;

2°

behalve in het geval van invoer, het BTW-identificatienummer van de leverancier of dienstverrichter of zijn fiscaal registratienummer, toegekend door de lidstaat van teruggaaf overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 239 en 240 van de richtlijn 2006/112/EG;

3°

behalve in het geval van invoer, het landencodenummer van de lidstaat van teruggaaf overeenkomstig de bepalingen van artikel 215 van de richtlijn 2006/112/EG;

4°

de datum en het nummer van de factuur of het invoerdocument;

5°

de maatstaf van heffing en het bedrag aan BTW, uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat van teruggaaf;

6°

het bedrag van de aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde berekend volgens de bepalingen inzake het recht op aftrek in de lidstaat van teruggaaf en uitgedrukt in de munteenheid van deze lidstaat. Als de belastingplichtige in België zowel handelingen verricht die een recht op aftrek doen ontstaan als handelingen die geen recht op aftrek doen ontstaan, kan slechts dat gedeelte van de BTW worden teruggegeven dat aftrekbaar is overeenkomstig artikel 46 van het Wetboek;

7°

in voorkomend geval, het verhoudingsgetal van de aftrek, berekend volgens de bepalingen van artikel 46 van het Wetboek en uitgedrukt in percenten;

8°

de aard van de afgenomen goederen en diensten, aangegeven door middel van de codes voorzien in artikel 9 van de richtlijn 2008/9/EG zoals omgezet in de lidstaat van teruggaaf.

art. 26

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 26, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2De aanvrager kan ertoe gehouden zijn zijn beroepsactiviteit te omschrijven aan de hand van geharmoniseerde numerieke codes NACE.

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 27, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 39, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

lid 2Het teruggaafverzoek moet uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het teruggaaftijdvak worden ingediend.

lid 3In afwijking van het eerste lid moet het teruggaafverzoek met betrekking tot het jaar 2009 uiterlijk op 31 maart 2011 worden ingediend.

lid 4Het teruggaafverzoek wordt alleen als ingediend aangemerkt indien de aanvrager alle in de artikelen 25 en 26 gevraagde gegevens heeft verstrekt.

lid 5De administratie stuurt de aanvrager onverwijld langs elektronische weg een bevestiging van ontvangst.

art. 28

1 document

(De tekst van KB nr. 56, artikel 28, §§ 1 en 2, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 40, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872, erratum B.S. 17.04.2015, pg. 22342, vervangen door erratum B.S. 27.04.2015, pg. 23413))

1)

De administratie stuurt het verzoek niet door aan de lidstaat van teruggaaf wanneer de in België gevestigde aanvrager gedurende het teruggaaftijdvak:

1°

niet aan de belasting over de toegevoegde waarde is onderworpen;

2°

slechts overeenkomstig het Wetboek vrijgestelde leveringen van goederen of diensten verricht zonder recht op aftrek;

3°

valt onder de vrijstellingsregeling van belasting in het voordeel van kleine ondernemingen als bedoeld in artikel 56bis, van het Wetboek;

4°

valt onder de gemeenschappelijke forfaitaire regeling voor landbouwondernemers als bedoeld in artikel 57 van het Wetboek.

2)

De administratie stelt de aanvrager langs elektronische weg in kennis van haar beslissing uit hoofde van paragraaf 1.

lid 2

HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen en inwerkingtreding

art. 29

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 29, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2Door of vanwege de minister van Financiën worden de toepassingsmodaliteiten van de door dit besluit ingevoerde regeling van teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde bepaald.

art. 30

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 30, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2Dit koninklijk besluit voorziet in de omzetting van richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn.

art. 31

1 document

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 31, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2010 voor de teruggaafverzoeken die na 31 december 2009 worden ingediend.

art. 32

lid 1(De tekst van KB nr. 56, artikel 32, is van toepassing met ingang van 01.01.2010 (KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009, Ed. 2))

lid 2De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

Aangehaalde teksten

35

Rechtspraak

6

België

6

Bekijk alle 6

Administratieve doctrine

17

13 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 10 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 23 documenten