Procesverloop
2 stappen · 2 jaar- Bestreden beslissingHof van beroep te Brussel28.10.2020
- Weergegeven beslissingHof van Cassatie van België18.11.2022
Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het hof van cassatie dd. 18.11.2022
Belasting over de toegevoegde waarde – Teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat – Plaats van de dienst – Vervaltermijn – Termijn van orde – Belastbaarheid
Wettelijke bepalingen
Artikelen 21, § 2 en 91, § 4 WBTW
Artikelen 4, 12, 16 en 22 KB nr. 56
Artikel 22 Richtlijn 2008/9/EG
Samenvatting
1. Feiten en voorgaande procedure
De belastingplichtigen vormen een btw-eenheid, werkzaam als marktleider in FM-zendernetwerkbeheer in de Benelux. In België beschikt zij over zendinstallaties, waarvoor zij Belgische leveranciers betaalt (o.a. huur van antennesites, energie, telefonie) met Belgische btw. Zij beschikt niet over een vaste inrichting in België. Om de in België betaalde btw over het vierde kwartaal van 2009 terug te vorderen, diende zij een teruggaafverzoek in conform artikel 4 van KB nr. 56 van 9 december 2009. De administratie vroeg bijkomende informatie op grond van artikel 16 KB nr. 56. De administratie wees de vraag tot teruggaaf af omwille van een laattijdig antwoord op de vraag om inlichtingen. Op aanraden van de administratie diende de belastingplichtige een nieuw teruggaafverzoek in. De administratie wees dit tweede verzoek echter af op grond van laattijdige indiening. Zo werd het teruggaafverzoek voor de betrokken periode definitief geweigerd.
Tegen deze afwijzingsbesluiten stelden de appellanten bij verzoekschrift van 31 december 2014 een vordering in bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel. De rechtbank verklaarde de vordering ontvankelijk doch ongegrond bij vonnis van 27 juni 2016. Daartegen werd op 29 december 2016 hoger beroep ingesteld. Het Hof van Beroep te Brussel oordeelde op 28 oktober 2020 daarentegen dat het hoger beroep gegrond was: het vernietigde het vonnis van 27 juni 2016, verklaarde het oorspronkelijke verzoek ontvankelijk en gegrond, vernietigde de administratieve afwijzingsbesluiten en wees de teruggaaf toe vermeerderd met de moratoriuminteresten (artikel 91 WBTW) en kosten. De Belgische Staat diende hiertegen een cassatieverzoek in. Bij arrest van 18 november 2022 vernietigde het Hof van Cassatie het arrest van 28 oktober 2020 wegens een gebrek aan motivering, nl. het niet antwoorden op de grieven die de Belgische Staat heeft opgeworpen in uiterst ondergeschikte orde, en verwees de zaak naar het Hof van Beroep Gent.
Volledige tekst
Door de FOD bijgevoegde beslissing
Arrest van het hof van cassatie dd. 18.11.2022
Hof van Cassatie van België
Arrest
Nr. F.21.0128.N
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal, directeur van het centrum buitenland, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 3412,
eiser,
vertegenwoordigd door mr. G.D. en mr. S.D., advocates bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te …, waar de eiser woonplaats kiest,
tegen
- X1, met zetel te … (Nederland), …
- X2, met zetel te … (Nederland), …
- X3, met zetel te … (Nederland), …
verweersters,
met als raadsman mr. P.W., advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te ...
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 28 oktober 2020.
Raadsheer S.M. heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal J.V. heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
DI. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat de eiser in zijn laatste appelconclusie in uiterste ondergeschikte orde heeft aangevoerd dat:
- gezien de verweersters niet in België gevestigde firma's zijn, de aan de verweersters verstrekte diensten niet in België maar in Nederland plaatsvonden, er derhalve geen recht op aftrek kan worden toegepast op de ontvangen diensten inzake mobiele telefonie en telefonie en de huur van een mobiele zendmast, en de op de facturen van onder meer de leveranciers Proximus en Belgacom vermelde Belgische btw niet opeisbaar is en dus niet in aftrek kan worden genomen;
Proximus, Belgacom en Telenet ten onrechte facturen met vermelding van Belgische btw aan de verweersters hebben uitgereikt, aangezien de door hen verrichte diensten met toepassing van artikel 21, § 2, Btw-wetboek niet in België maar in Nederland plaatsvonden;
indien, zoals de eiseres beweert, facturen inzake site of opstelpunt betrekking hebben op roerende masten, eveneens de algemene plaatsbepaling van artikel 20, § 2, Btw-wetboek hierop van toepassing is;
- de verweersters enkel inzake de kosten met betrekking tot brandstof, doortochten tunnel en gereedschap voor een totaal van 116,48 euro btw beschikken over facturen met opeisbare Belgische btw;
gelet op artikel 3, § 2, lid 2, 1°, van het koninklijk besluit nr. 56 van 9 december 2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf geen teruggaaf kan worden uitgeoefend in verband met niet in België verschuldigde btw in verband met vrijgestelde huur en betreffende de periode waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft.
2.Met geen enkele reden die het arrest bevat, beantwoorden de appelrechters dit verweer.
Het onderdeel is gegrond.
Overige grieven
3.De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.
Dictum
Het Hof,
Eenparig beslissend,
Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter K.M., als voorzitter, en de raadsheren U.C. en S.M., en in openbare rechtszitting van 18 november 2022 uitgesproken door sectievoorzitter K.M., in aanwezigheid van advocaat-generaal J.V., met bij stand van griffier V.V.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
9Rechtspraak
1België
1Hof van beroep te Gent23.09.2025