Wanneer het BTW-identificatienummer aan de belastingplichtige is toegekend, kunnen de lidstaten die van de in artikel 272, lid 1, eerste alinea, punt b), bedoelde mogelijkheid gebruik maken, bovendien bepalen dat op de factuur het volgende wordt vermeld:
1) voor de in de artikelen 44, 47, 50, 53, 54 en 55 bedoelde diensten en voor de in de artikelen 138 en 141 bedoelde goederenleveringen, het BTW-identificatienummer en het fiscaal registratienummer van de verrichter van de diensten of de goederenleveringen;
2) voor andere goederenleveringen of diensten alleen het fiscaal registratienummer van de verrichter van de goederenleveringen of de diensten, dan wel alleen het BTW-identificatienummer.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
17Europese Unie
17Hof van JustitieBeschikkingC-289/2209.01.2023
Recht op aftrek van voorbelasting, fraude
Hof van JustitieBeschikkingC-188/2103.06.2022
Wijzen van uitoefening
Hof van JustitieC-154/2009.12.2021