lid 1De herziening bedoeld in artikel 10, § 1, 1°, die wordt berekend op de wijze bepaald in artikel 1, § 2, wordt verricht tot beloop van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste, volgens het onderscheid gemaakt in artikel 9, naargelang de aard of het gebruik van het goed, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting, voor ieder jaar waarin een wijziging in het gebruik intreedt.
lid 2In het geval bedoeld in artikel 9, § 4, eerste lid, 2°, wordt de herziening bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak vanaf 1 januari van het jaar waarin de wijziging in het gebruik zich heeft voorgedaan tot het vijfentwintigste jaar dat volgt op de ingebruikneming van het goed, jaarlijks verricht tot beloop van een bedrag dat het resultaat is van de breuk met:
in de teller: het totale bedrag van de in aftrek gebrachte belasting dat nog niet aan herziening werd onderworpen op het moment van de wijziging in het gebruik;
in de noemer: het aantal nog niet verlopen jaren van de herzieningstermijn van vijfentwintig jaar op het moment van de wijziging in het gebruik.
Wanneer het bedrijfsmiddel geheel wordt gebruikt voor privédoeleinden of ter verwezenlijking van handelingen die geen recht op aftrek verlenen, wordt de herziening in eenmaal verricht, voor het jaar waarin de wijziging in het gebruik intreedt en voor de nog te lopen jaren.
De bij artikel 10, § 1, 2°, bedoelde herziening wordt ieder jaar verricht tot beloop van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste volgens het geval, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting, overeenkomstig de regelen gegeven door of ter uitvoering van de artikelen 12 tot 21 van dit besluit.
De bij artikel 10, § 1, 3° tot 5° en § 2, bedoelde herziening wordt in eenmaal verricht voor het jaar waarin de oorzaak van de herziening zich heeft voorgedaan en voor de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak tot beloop, volgens het geval, van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste per jaar :
in de gevallen bedoeld in artikel 10, § 1, 3°, van het bedrag van de belasting welke de in die bepaling bedoelde beperking van de aftrek heeft ondergaan;
in de gevallen bedoeld in artikel 10, § 1, 4° en 5° en § 2, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting.
lid 1De belastingplichtige die de aftrek van de belasting geheven van onroerende bedrijfsmiddelen heeft verricht, is gehouden de boeken, de stukken, de facturen, de contracten, de rekeninguittreksels en de andere stukken, vermeld in artikel 60, §§ 1 en 4, van het Wetboek met betrekking tot de handelingen opgesomd in artikel 9, § 2, tweede lid, gedurende vijftien jaar te bewaren.
lid 2Die termijn bedraagt vijfentwintig jaar voor de boeken, documenten, facturen, contracten, stukken, rekeninguittreksels en andere documenten die betrekking hebben op de handelingen opgesomd in artikel 9, § 3.
lid 3De bewaringstermijnen bedoeld in het eerste en het tweede lid beginnen te lopen vanaf 1 januari van het jaar volgend op hun sluiting wat boeken betreft, hun datum wat stukken betreft of het laatste jaar waarin een geïnformatiseerd systeem als bedoeld in artikel 60, § 4, derde lid, van het Wetboek, wordt gebruikt.
lid 4De bewaringstermijn begint evenwel te lopen vanaf 1 januari van het jaar waarin het bedrijfsmiddel in gebruik werd genomen, wanneer dat tijdstip valt na die welke worden bepaald in het derde lid.
lid 1De belastingplichtige houdt een tabel van zijn bedrijfsmiddelen, die het mogelijk maakt de aftrek en de herzieningen die hij heeft verricht te controleren.
lid 2Voor de toepassing van artikel 60 van het Wetboek moet de tabel betreffende een bepaald bedrijfsmiddel worden bewaard gedurende een tijdvak van tien jaar te rekenen vanaf het verstrijken van het in artikel 9 van dit besluit bedoelde herzieningstijdvak.
§ 6
De toepassing van dit artikel wordt geregeld door of vanwege de Minister van Financiën.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
6Rechtspraak
18België
18Hof van Cassatie27.09.2001
Beperking van aftrek, Gebouw, Onderscheid met herzieningsregeling
Hof van CassatieC.93.0184.F20.01.1994
Faillissement, Faillissementsakkoord en gerechtelijk akkoord, Boedelschuld, Begrip
Administratieve doctrine
5962 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 15 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.
Opeenvolgende versies
9 versies eerste op 01.11.1980| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2024van kracht | § 5, tweede lid, werd gewijzigd | KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023 |
| 27.05.2019 | § 1, werd vervangen, §§ 2 en 3 gewijzigd en § 4 vervangen | KB 12.05.2019, B.S. 27.05.2019 |
| 01.01.2013 | § 4, eerste en tweede lid, werden gewijzigd | KB 30.04.2013, B.S. 08.05.2013 |
| 01.01.2011 | § 4, eerste lid, werd vervangen | KB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010 |
| 04.05.2007 | § 5, lid 2, werd gewijzigd | KB 21.04.2007, B.S. 04.05.2007 |
| 01.04.2007 | § 1, eerste lid en de §§ 2 en 3, werden gewijzigd | KB 17.05.2007, B.S. 30.05.2007 |
| 01.01.1996 | § 1, werd gewijzigd en § 6 werd ingevoegd | A |
| 01.01.1993 | § 1, werd gewijzigd | A, KB 19.12.1992 |
| 01.11.1980 | het artikel werd vervangen | KB 17.10.1980 |