Koninklijk besluit nr. 3, artikel 11 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

nr. 3 11 01.01.2024

Zoeken
Van kracht

Koninklijk besluit nr. 3, artikel 11Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-11-550b

Besluit
nr. 3
Artikel
11
Van kracht sinds
01.01.2024

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

6 paragrafen 4 punten

lid 1De herziening bedoeld in artikel 10, § 1, 1°, die wordt berekend op de wijze bepaald in artikel 1, § 2, wordt verricht tot beloop van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste, volgens het onderscheid gemaakt in artikel 9, naargelang de aard of het gebruik van het goed, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting, voor ieder jaar waarin een wijziging in het gebruik intreedt.

lid 2In het geval bedoeld in artikel 9, § 4, eerste lid, 2°, wordt de herziening bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak vanaf 1 januari van het jaar waarin de wijziging in het gebruik zich heeft voorgedaan tot het vijfentwintigste jaar dat volgt op de ingebruikneming van het goed, jaarlijks verricht tot beloop van een bedrag dat het resultaat is van de breuk met:

1°

in de teller: het totale bedrag van de in aftrek gebrachte belasting dat nog niet aan herziening werd onderworpen op het moment van de wijziging in het gebruik;

2°

in de noemer: het aantal nog niet verlopen jaren van de herzieningstermijn van vijfentwintig jaar op het moment van de wijziging in het gebruik.

lid 2

Wanneer het bedrijfsmiddel geheel wordt gebruikt voor privédoeleinden of ter verwezenlijking van handelingen die geen recht op aftrek verlenen, wordt de herziening in eenmaal verricht, voor het jaar waarin de wijziging in het gebruik intreedt en voor de nog te lopen jaren.

De bij artikel 10, § 1, 2°, bedoelde herziening wordt ieder jaar verricht tot beloop van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste volgens het geval, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting, overeenkomstig de regelen gegeven door of ter uitvoering van de artikelen 12 tot 21 van dit besluit.

De bij artikel 10, § 1, 3° tot 5° en § 2, bedoelde herziening wordt in eenmaal verricht voor het jaar waarin de oorzaak van de herziening zich heeft voorgedaan en voor de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak tot beloop, volgens het geval, van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste per jaar :

1°

in de gevallen bedoeld in artikel 10, § 1, 3°, van het bedrag van de belasting welke de in die bepaling bedoelde beperking van de aftrek heeft ondergaan;

2°

in de gevallen bedoeld in artikel 10, § 1, 4° en 5° en § 2, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting.

lid 1De belastingplichtige die de aftrek van de belasting geheven van onroerende bedrijfsmiddelen heeft verricht, is gehouden de boeken, de stukken, de facturen, de contracten, de rekeninguittreksels en de andere stukken, vermeld in artikel 60, §§ 1 en 4, van het Wetboek met betrekking tot de handelingen opgesomd in artikel 9, § 2, tweede lid, gedurende vijftien jaar te bewaren.

lid 2Die termijn bedraagt vijfentwintig jaar voor de boeken, documenten, facturen, contracten, stukken, rekeninguittreksels en andere documenten die betrekking hebben op de handelingen opgesomd in artikel 9, § 3.

lid 3De bewaringstermijnen bedoeld in het eerste en het tweede lid beginnen te lopen vanaf 1 januari van het jaar volgend op hun sluiting wat boeken betreft, hun datum wat stukken betreft of het laatste jaar waarin een geïnformatiseerd systeem als bedoeld in artikel 60, § 4, derde lid, van het Wetboek, wordt gebruikt.

lid 4De bewaringstermijn begint evenwel te lopen vanaf 1 januari van het jaar waarin het bedrijfsmiddel in gebruik werd genomen, wanneer dat tijdstip valt na die welke worden bepaald in het derde lid.

lid 1De belastingplichtige houdt een tabel van zijn bedrijfsmiddelen, die het mogelijk maakt de aftrek en de herzieningen die hij heeft verricht te controleren.

lid 2Voor de toepassing van artikel 60 van het Wetboek moet de tabel betreffende een bepaald bedrijfsmiddel worden bewaard gedurende een tijdvak van tien jaar te rekenen vanaf het verstrijken van het in artikel 9 van dit besluit bedoelde herzieningstijdvak.

§ 6

De toepassing van dit artikel wordt geregeld door of vanwege de Minister van Financiën.

Aangehaalde teksten

6
KB nr. 3 art. 914 voorkomens
KB nr. 3 art. 1210 voorkomens
KB nr. 3 art. 2110 voorkomens
KB nr. 3 art. 105 voorkomens
WBTW art. 603 voorkomens
KB nr. 3 art. 11 voorkomen

Rechtspraak

18

België

18

Bekijk alle 18

Administratieve doctrine

59

62 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 15 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 77 documenten

Opeenvolgende versies

9 versies eerste op 01.11.1980
Van krachtWijzigingBron
01.01.2024van kracht§ 5, tweede lid, werd gewijzigdKB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023
27.05.2019§ 1, werd vervangen, §§ 2 en 3 gewijzigd en § 4 vervangenKB 12.05.2019, B.S. 27.05.2019
01.01.2013§ 4, eerste en tweede lid, werden gewijzigdKB 30.04.2013, B.S. 08.05.2013
01.01.2011§ 4, eerste lid, werd vervangenKB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010
04.05.2007§ 5, lid 2, werd gewijzigdKB 21.04.2007, B.S. 04.05.2007
01.04.2007§ 1, eerste lid en de §§ 2 en 3, werden gewijzigdKB 17.05.2007, B.S. 30.05.2007
01.01.1996§ 1, werd gewijzigd en § 6 werd ingevoegdA
01.01.1993§ 1, werd gewijzigdA, KB 19.12.1992
01.11.1980het artikel werd vervangenKB 17.10.1980