Koninklijk besluit nr. 3, artikel 9 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

nr. 3 9 20.02.2026

Zoeken
Van kracht

Koninklijk besluit nr. 3, artikel 9Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-e148

Besluit
nr. 3
Artikel
9
Van kracht sinds
20.02.2026

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

4 paragrafen 10 punten

Ten aanzien van de belasting geheven van bedrijfsmiddelen, is de aftrek die oorspronkelijk door de belastingplichtige werd verricht onderworpen aan herziening gedurende een tijdvak van vijf jaar overeenkomstig artikel 48, § 2, eerste lid, van het Wetboek, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin de bedrijfsmiddelen in gebruik werden genomen. (*)

lid 1Ten aanzien van de belasting geheven van onroerende bedrijfsmiddelen en van diensten die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan onroerende bedrijfsmiddelen worden toegeschreven, wordt dit tijdvak evenwel op vijftien jaar gebracht overeenkomstig artikel 48, § 2, tweede lid, van het Wetboek.

lid 2Voor de toepassing van het eerste lid, wordt bedoeld de belasting geheven van:

1°

de handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting van gebouwen of gedeelten van gebouwen;

2°

de verkrijging van gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met het bijhorend terrein;

3°

de verkrijging van een in artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek bedoeld zakelijk recht op gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met het bijhorend terrein;

4°

de in artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek bedoelde werken in onroerende staat op gebouwen of gedeelten van gebouwen waarvan de gevolgen een economische levensduur hebben die overeenkomt met die van een nieuw opgericht gebouw.

lid 1In afwijking van de paragrafen 1 en 2, bedraagt het herzieningstijdvak vijfentwintig jaar ten aanzien van de belasting geheven van gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met het bijhorend terrein en van diensten op die gebouwen of gedeelten van gebouwen die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan onroerende bedrijfsmiddelen worden toegeschreven, die worden verhuurd onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek.

lid 2Voor de toepassing van het eerste lid, wordt bedoeld de belasting geheven van:

1°

de handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting van een gebouw of gedeelten van gebouwen;

2°

de verkrijging van gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met het bijhorend terrein;

3°

de verkrijging van een in artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek bedoeld zakelijk recht op gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met het bijhorend terrein;

4°

de werken in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek op gebouwen of gedeelten van gebouwen waarvan de gevolgen een economische levensduur hebben die overeenkomt met die van een nieuw opgericht gebouw.

Het tijdvak bedoeld in paragraaf 3 is van toepassing ongeacht eventuele latere wijzigingen in het gebruik van de bedoelde goederen wanneer die goederen het voorwerp hebben uitgemaakt van een verhuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek:

1°

vanaf hun eerste ingebruikneming;

2°

na hun eerste ingebruikneming maar binnen een tijdvak van vijftien jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar van hun eerste ingebruikneming.

lid 2

In de situatie bedoeld in het eerste lid, 2°, vervangt het tijdvak bedoeld in paragraaf 3 het tijdvak bedoeld in paragraaf 2 vanaf 1 januari van het jaar waarin de bedoelde goederen worden verhuurd onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek. Voor de berekening van het bedrag van de belasting die vanaf dat tijdstip voor herziening vatbaar is, wordt het tijdvak bedoeld in paragraaf 3 geacht een aanvang genomen te hebben vanaf 1 januari van het jaar waarin de betrokken goederen het voorwerp hebben uitgemaakt van de eerste ingebruikneming.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 443 voorkomens
KB nr. 3 art. 62 voorkomens
WBTW art. 192 voorkomens
WBTW art. 482 voorkomens
WBTW art. 92 voorkomens

Rechtspraak

34

België

31

Bekijk alle 31

Europese Unie

3

Het Hof legt het Unierecht uit dat deze tekst uitvoert.

Hof van JustitieC-243/2312.09.2024

Herziening van de aftrek

§ 1

GerechtT-397/2502.09.2026

Belastingwetgeving

Administratieve doctrine

106

Wetgeving

6

108 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 37 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 1 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 146 documenten

Opeenvolgende versies

7 versies eerste op 01.01.1978
Van krachtWijzigingBron
20.02.2026van krachtW. 10.02.2026, B.S. 20.02.2026
02.01.2020§ 2, tweede lid, 2° en 3°, werd gewijzigdK.B. 11.12.2019, B.S. 23.12.2019
27.05.2019het artikel werd vervangenK.B. 12.05.2019, B.S. 27.05.2019
01.01.2011§ 1, werd vervangenK.B. 19.12.2010, B.S. 24.12.2010
01.01.1996§ 1, werd gewijzigdK.B. 25.02.1996
01.01.1993§ 1, werd vervangenKB 29.12.1992
01.01.1978het artikel werd vervangenKB 31.03.1978