lid 1Zowel ten aanzien van de voldoening als ten aanzien van de teruggaaf van de belasting, de nalatigheids- en moratoriuminteresten en de administratieve geldboeten, wordt de verjaring gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van artikel 2244, § 2. Een nieuwe verjaring, die op dezelfde wijze kan worden gestuit, wordt in dat geval verkregen vijf jaar na de laatste stuiting van de vorige verjaring, indien geen rechtsgeding hangend is.
lid 2Elk rechtsgeding met betrekking tot de toepassing, de inning of de invordering van de belasting, de nalatigheids- en moratoriuminteresten en administratieve geldboeten, dat wordt ingesteld door de Belgische Staat of door een schuldenaar van deze belasting, deze nalatigheids- en moratoriuminteresten en deze geldboeten, met inbegrip van iedere persoon die niet is opgenomen in het innings- en invorderingsregister bedoeld in artikel 85, maar die gehouden is tot de betaling van de schuld op grond van dit Wetboek, het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, van de besluiten genomen ter uitvoering ervan of van het gemeen recht, alsook door iedere andere persoon die een verkregen en dadelijk belang heeft om in rechte te treden, schorst de verjaring.
lid 3De schorsing vangt aan met de akte van rechtsingang en eindigt wanneer de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
Afstand van de op de verjaring verlopen termijn wordt ten aanzien van zijn gevolgen gelijkgesteld met de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde stuitingsdaden.
§ 3
2 documentenlid 1Elke daad van onderzoek of van vervolging als bedoeld in artikel 22 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering betreffende de misdrijven bedoeld in artikel 73 en 73bis schorst de verjaring van de vordering tot voldoening van de belasting, de nalatigheids- en moratoriuminteresten en de fiscale geldboeten die erop betrekking hebben.
lid 2De schorsing vangt aan met het op gang brengen van de strafvordering, en eindigt met het staken van de strafrechtelijke vervolging, het verval van de strafvordering of wanneer het vonnis of arrest in kracht van gewijsde is gegaan voor de misdrijven bedoeld in het eerste lid.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Aangehaalde teksten
3Rechtspraak
67België
67Hof van CassatieF.22.0006.N25.11.2022
Overschrijding drempel IC-verwervingen, afstand van verlopen tijd van verjaring
Grondwettelijk Hof19.09.2014
Fiscale regularisatie, Wijziging van de programmawet d.d. 27.12.2005, regularisatieaangifte
Hof van CassatieF.12.0072.F25.10.2013
Uitvoerend beslag, Beslagleggende schuldeiser, Beslagen schuldenaar, Derde-beslagene, Schuldvorderingen, Verjaringen
Administratieve doctrine
16Wetgeving
226 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 59 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.
Opeenvolgende versies
6 versies eerste op 01.11.1980| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2023van kracht | § 1, eerste en tweede lid en § 3, eerste lid, werden gewijzigd | W 20.11.2022, B.S. 30.11.2022 |
| 01.01.2020 | § 1, tweede lid en § 2, werden vervangen | W 13.04.2019, B.S. 30.04.2019 |
| 01.04.2019 | § 1, tweede lid en § 2, werden vervangen | W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018 |
| 09.04.2018 | de §§ 1 en 3, werden gewijzigd met ingang van 09.04.2018 | W 26.03.2018, B.S. 30.03.2018 |
| 01.01.1999 | het artikel werd vervangen | W 15.03.1999 |
| 01.11.1980 | het artikel werd gewijzigd | W 08.08.1980 |