lid 1Zowel ten aanzien van de voldoening als ten aanzien van de teruggaaf van de belasting, de interesten en de administratieve geldboeten, wordt de verjaring gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Een nieuwe verjaring, die op dezelfde wijze kan worden gestuit, wordt in dat geval verkregen vijf jaar na de laatste stuiting van de vorige verjaring, indien geen rechtsgeding hangend is.
lid 2Afstand van de verlopen tijd der verjaring en de kennisgeving van het dwangbevel op de wijze als bedoeld in artikel 85, § 1, worden ten aanzien van hun gevolgen gelijkgesteld met de in het vorige lid bedoelde stuiting.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
6 versies eerste op 01.11.1980| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2023van kracht | § 1, eerste en tweede lid en § 3, eerste lid, werden gewijzigd | W 20.11.2022, B.S. 30.11.2022 |
| 01.01.2020 | § 1, tweede lid en § 2, werden vervangen | W 13.04.2019, B.S. 30.04.2019 |
| 01.04.2019 | § 1, tweede lid en § 2, werden vervangen | W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018 |
| 09.04.2018 | de §§ 1 en 3, werden gewijzigd met ingang van 09.04.2018 | W 26.03.2018, B.S. 30.03.2018 |
| 01.01.1999 | het artikel werd vervangen | W 15.03.1999 |
| 01.11.1980getoond | het artikel werd gewijzigd | W 08.08.1980 |