Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Brussel d.d. 17.11.2005
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
HOF van BEROEP te BRUSSEL - Zesde fiscale kamer
Nr. van de zaak : 2002/AR/768
IN ZAKE VAN :
De heer J. B., wonende te …, …,
appellant,
vertegenwoordigd door Mr. S. loco B., advocaat (…, …)
tegen :
1. DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de heer Eerst Aanwezend Inspecteur van het BTW-kantoor te Tienen, met burelen gevestigd te 3300 Tienen, Goossensvest3,
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Mr. B. loco J. H., advocaat, (…, …)
2. DE STAD GEEL, vertegenwoordigd door zijn College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2440 Geel, Werf20,
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Meester T. V., advocaat, (…, …)
R.2005/7468 EINDARREST - ongegrond
Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :
De processtukken
Een verzoekschrift strekkend tot hoger beroep werd neergelegd ter griffie van het hof op 2 april 2002.
Het hoger beroep is gericht tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg van Leuven, op tegenspraak geveld door de 12de kamer op 1 maart 2002.
Er werd door de partijen geen akte van betekening neergelegd.
Het hoger beroep is ontvankelijk.
Het voorwerp van het geschil voor de eerste rechter en diens beslissing
De eerste rechter heeft het verzet tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 23 februari 1998 en uitvoerbaar verklaard op 25 februari 1998, waarbij een BTW van … EUR en een boete van … EUR meer de intresten van 21 juli 1995 werden gevorderd ingevolge een proces-verbaal opgesteld op 13 mei 1997, ontvankelijk doch ongegrond verklaard.
Hij heeft de vordering strekkende tot vrijwaring ingesteld tegen de Stad Geel ongegrond verklaard omdat verzoeker niet bewijst dat hij aan deze administratie zou gevraagd hebben en dat deze administratie hem zou bevestigd hebben of de schenkingen met onttrekking van de BTW konden geschieden.
Het hoger beroep
Het hoger beroep strekt tot de hervorming van de bestreden beslissing, de vernietiging van het dwangbevel en de terugbetaling van alle krachtens dit dwangbevel geïnde bedragen.
Ondergeschikt strekt de eis ertoe om de Stad Geel te veroordelen tot het vrijwaren van appellant voor iedere veroordeling die hij zou oplopen met betrekking tot het bewuste dwangbevel.
De feiten
In deze zaak heeft de BTW, die volgens de administratie verschuldigd is, betrekking op een lot goederen, afgestaan door verzoeker, dat de Stad Geel verstuurde naar Roemenië.
Volgens verzoeker betreft het resterende voorraden die door hem werden geleverd ten behoeve van de A. R. via de Stad Geel.
De betwisting betreft BTW verschuldigd op twee loten herenkleding afgestaan op 6 september 1994 en 24 augustus 1995 ingevolge het attest verleend door de Stad Geel in naam van de plaatselijke werkgroep "A. A. R.".
Het saldo van de schenkingen bedraagt … frs + … frs = … frs terwijl de goederen in de inventaris, volgens het proces-verbaal opgemaakt op 13 mei 1997, … frs bedraagt.
De Belgische Staat stelt dat de schenking van de goederen aan de plaatselijke werkgroep "A. A. R." van de stad Geel niet vrijgesteld is van BTW omdat niet werd voldaan aan de aanschrijving nr. 17 van 15 december 1987 van het Ministerie van Financiën, dat niet vaststaat of de desbetreffende actie een erkende organisatie is en dat voor de actie geen vergunning was uitgereikt door de centrale administratie die verzoeker moest toelaten te leveren met vrijstelling van BTW.
Verzoeker legt attesten neer geschreven door de Stad Geel waarin wordt bevestigt dat de kleding werd geschonken evenals een attest waarin de Stad Geel op een niet nader te bepalen datum stelt dat de VZW G. R. een erkende VZW is en de statuten van de VZW verschenen in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 24 november 1994 en de vernieuwde statuten in het Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1996.
De discussie
Artikel 12, § 1, 2° van het BTW-wetboek voorziet dat de levering, zelfs aan een caritatieve instelling, een belastbare handeling is. De levering vond plaats in België, er is dus in principe BTW op verschuldigd.
De levering kan slechts worden vrijgesteld als zij geschiedt aan een erkende organisatie die een liefdadig, humanitair of educatief doel nastreeft volgens artikel 42, § 3, 80 van het BTW-wetboek en wanneer daarbij de door de vergunde instelling de voorgeschreven procedure in hoofdstuk V van de aanschrijving 17/1987 werd gevolgd. De houder van de vergunning dient een bestelbon uit te reiken waarop ondermeer wordt vermeld de datum en het nummer van de vergunning evenals een factuur met dezelfde vermeldingen die de goederen identificeren.
De Stad Geel houdt voor dat de plaatselijke werkgroep "A. R." op het ogenblik waarop de afstand gebeurde geen erkende organisatie was conform de aanschrijving nr. 17 van 15 december 1987 en dat dit ook nooit aan appellant werd voorgehouden.
Vermits de schenking aan een caritatieve instelling wordt beschouwd als een belastbare handeling en de schenking gebeurde aan een in België gevestigde caritatieve instelling is de BTW in principe verschuldigd.
Vermits verzoeker zich op een vrijstelling beroept dient hij aan te tonen dat hij een vrijstelling genoot.
Verzoeker laat echter na aan te tonen dat hij de goederen geschonken heeft aan een erkende organisatie aan dewelke de vergunning voorzien in de aanschrijving 17/1987 werd uitgereikt.
Hij toont evenmin aan dat hij zich in een toestand van onoverwinnelijke en verschoonbare dwaling bevond en dat hij er zonder meer van mocht uitgaan dat hij de goederen geschonken had aan een erkende organisatie aan dewelke de vergunning voorzien in de aanschrijving 17/1987 werd uitgereikt.
Ten deze volstaat het op te merken dat appellant werd bijgestaan door een specialist die op de hoogte moet geweest zijn, of minstens diende te zijn, van de artikelen 12, § 2 en 42, 2, 8° van het BTW-wetboek.
Ook behoeft het geen betoog dat de strikte voorwaarden waaraan de onttrekking is onderworpen vooral tot doel heeft de controle toe te laten van welke goederen juist aan de handel werden onttrokken.
Tevergeefs roept appellant een ogenschijnlijke tegenstrijdige houding van de administratie van de BTW en van de administratie van de directe belastingen in. De administratie van de directe belastingen ging na en stelde vast dat de stock geschonken werd. Dit liet toe de aanschaffingswaarde van het gedeelte van de stock dat geschonken werd van het belastbaar inkomen af te trekken.
Voor het innen van de BTW wordt de schenking aan een caritatieve instelling echter beschouwd als een belastbare handeling. Het is dan ook normaal dat de BTW-administratie de BTW, die ingevolge een uitdrukkelijke bepaling op deze handeling verschuldigd is, vervolgt wanneer appellant niet aantoont dat hij geniet van de vrijstelling waarop hij zich beroept.
Dat een boete wordt opgevorderd lijkt moeilijker te verantwoorden omdat toch vaststaat dat de goederen inderdaad geschonken werden. Maar appellant vraagt de vermindering of de afschaffing van de boete niet. Het hof kan dit niet ambtshalve zonder uitspraak te doen over niet gevorderde zaken (art 1138, 2° Ger. Wetboek).
Appellant toont evenmin aan dat de Stad Geel hem in de waan zou hebben gelaten dat de plaatselijke werkgroep "A. A. R." beschikte over de vergunning van de centrale administratie van financiën voorzien in hoofdstuk V van de aanschrijving nr. 17 van 15 december 1987.
Tevergeefs beroept appellant zich ten deze op het niet gedagtekend, maar in ieder geval na augustus 1996, afgeleverd attest door de Burgemeester van de Stad Geel met betrekking tot de "VZW G. R.". De attesten voorgelegd door verzoeker die dagtekenen van 1994 en 1995, werden niet afgeleverd door de "VZW G. R." maar in naam van "de plaatselijke werkgroep A. A. R.".
Of de VZW G. R. al dan niet door de vergunning voorzien door hoofdstuk V van de aanschrijving 17/1987 beschikt is bijgevolg zonder enig belang voor de oplossing van de zaak.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak,
Gelet op art 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Verklaart het beroep ontvankelijk en ongegrond.
Veroordeelt appellant tot de kosten, begroot in graad van hoger beroep op … EUR voor appellant en op … EUR voor geïntimeerde.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de zesde fiscale kamer van het hof van beroep te Brussel, op 17-11-2002.
alwaar aanwezig waren en zitting namen :
- K. V. H., voorzitter,
- J. V., raadsheer,
- B. d. C., plaatsvervangend raadsheer,
- C. D. N., griffier.
C. D. N. B. d. C. J. V. K. V. H.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.