Werken in onroerende staat, Verlaagd btw-tarief, Poorten · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 16 april 2018

Zoeken

Werken in onroerende staat, Verlaagd btw-tarief, Poorten

https://juriel.be/nl/rechtspraak/werken-in-onroerende-staat-verlaagd-rechtbank-antwerpen-2018-04-16-cf92

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
16 april 2018

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

62 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 16.04.2018

WF 707-15-16/009249

[Gunstig voor de Belgische Staat]

Belasting over de toegevoegde waarde – Werken in onroerende staat – Verlaagd btw-tarief – Poorten – Video- en parlofoon – Schending van de motiveringsplicht – Stilzwijgend akkoord – Buitensporige aanwending van onderzoeksbevoegdheden

Wettelijke bepalingen

Art. 1 KB nr. 20 van 20 juli 1970 – Rubriek XXXI en XXXVIII van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer AFi4

Vonnis van 16 april 2018

Rol: 17/ 1267/A

Inzake:

P.B. EBVBA met maatschappelijke zetel te ... , met ondernemingsnummer 0478...., eisende partij - vertegenwoordigd ter zitting door Mr. ..., advocaat, kantoorhoudende te ...,

TEGEN:

BELGISCHE STAAT in de persoon van de Minister van Financiën, Wetstraat 12, 1000 Brussel, handelend ten verzoeke van de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum KMO Antwerpen, met kantoor te 2930 Brasschaat, Ruiterijschool 3 bus 87, verwerende partij - vertegenwoordigd door de heer X en door mevrouw Y, in hoedanigheid van rijksambtenaren voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

Gelet op de stukken in het dossier van de rechtspleging waaronder:

- Het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 7 maart 2017;

- de synthesebesluiten namens eisende partij, neergelegd op 2 januari 2018;

- de synthesebesluiten namens verwerende partij, neergelegd op 6 februari 2018;

- de stukken van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Gehoord de partijen in hun middelen en besluiten, ontwikkeld in de Nederlandse taal ter terechtzitting van 19 maart 2018.

Het geschil behelst BTW in hoofde van eiseres.

Zij staat voor de BTW geregistreerd voor activiteit schrijnwerkerij-plaatsing van houten tuincreaties.

Een bevoegd ambtenaar verrichtte controle bij eiseres. Het betrof de periode 2011 tot en met 2013.

Eiseres bleek voor (voornamelijk) de plaatsing van sierpoorten en bijgebouwen facturen te hebben uitgereikt met verlaagd tarief 6% BTW.

Ter plaatse bij klanten werden foto's genomen met bijkomende vaststellingen.

Bij eiseres werden creditnota's aangetroffen en middels steekproef bij klanten verklaarden dezen nooit een creditnota te hebben verkregen.

Een ander ambtenaar verzocht eiseres in september 2014 elektronisch (e-mail) om inlichtingen.

Het betreft in essentie de vraag waarom eiseres 6% aanrekende waar het ging om toe te passen 21%, naast de vraag naar de reden voor de creditnota's.

Met de boekhouder van eiseres geschiedde dan controle.

Op 2 februari 2015 werd een correctieopgave verzonden.

Ze formuleert navordering van 15% BTW om het verschil tussen 6%en 21% te overbruggen, méér tot 5% verminderde boete conform KB 41 inzake BTW, met tenslotte intrest krachtens art.91 §1 Wetboek BTW op de rechten.

Via een raadsman onderschreef eiseres gemotiveerd niet. Op 4 september 2015 werd dan proces-verbaal opgemaakt.

Ontvanger van het Team Invordering Antwerpen 5 vaardigde op 29 september 2015 dwangschrift uit met aangehecht proces-verbaal.

Het werd op 7 oktober 2015 uitvoerbaar verklaard en met aangetekende brief van 22 oktober 2015 ter kennis van eiseres gebracht.

Raadsman legde 7 maart 2017 verzoekschrift op tegenspraak neer ter griffie.

Daaraan is afschrift gehecht van niét het dwangschrift, wél van de afwijzende beslissing op het minnelijk bezwaarschrift van de raadsman.

Ontvankelijkheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting.

Ten gronde

1. Het resttarief van KB 20 inzake BTW beloopt 21%.

Eiseres dient te bewijzen dat zij terecht maar 6% aanrekende.

Dit houdt in dat zij geval per geval dient aan te tonen dat dat de instelwaarde daartoe voldaan was.

Haar verwijzing naar 'concrete controles, o.m.in 2005', wat eiseres daarmede ook moge bedoelen, is dan ook zinledig.

Een (voorgehouden) volgehouden eigen werkwijze is hier alzo volop naast de kwestie, evenals van een (voorgehouden) eerdere tolerantie .

De wet moet immers per geval worden toegepast.

De opwerping omtrent de beginselen van behoorlijk bestuur {rechtszekerheid, redelijkheid en zorgvuldigheid) is daardoor vreemd aan de feiten.

2. KB nr.20 inzake BTW laat te dezen geen speling.

De door eiseres uitgevoerde werken hebben stuk voor stuk géén betrekking op de eigenlijke woning.

Het door eiseres naar voren geschoven art. 518 Burgerlijk Wetboek {'Onroerend uit hun aard zijn gronderven en gebouwen') snelt haar geenszins ter hulp.

Het zegt immers niets over de fiscale reglementering in KB nr.20 inzake BTW.

3. Video's en parlofoons aan de poort ondergaan hetzelfde regime, zijn immers tè dezen niet vastgesteld aan woningen.

4. De in het dwangschrift toegepaste boetes zijn wettelijk én volop evenredig met de feiten.

Dit geldt zeker gelet op de {bijna stelselmatige) wijze waarop eiseres met de reglementering een loopje blijkt te hebben genomen.

5% boete blijkt in dit kader eerder laag.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK

Rechtdoen.de op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de rechtsvordering ontvankelijk, maar ongegrond, Veroordeelt eiseres tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder niet, bij gebrek aan opgave en begroting van eigen kosten in conclusie.

Dit vonnis werd uitgesproken op zestien april tweeduizend achttien in openbare zitting van de Kamer AFi4, die samengesteld was uit: ...

Ondertekeningen

Aangehaalde teksten

2
KB nr. 20 art. 12 voorkomens
WBTW art. 911 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8