Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Kortrijk d.d. 18.12.2000
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARRONDISSEMENTKORTRIJK, PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, KAMER MET DRIE RECHTERS, RECHTSPREKENDE IN CORRECTIONELE ZAKEN
Gezien de processtukken en namelijk de dagvaarding betekend bij exploot van Gdw. J. G. te … op 30.03.2000
In de zaak van :
HET OPENBAAR MINISTERIE,
tegen :
…, geboren te … op …, uitbaatster van een restaurant,
A. Om als BTW - belastingplichtige geregistreerd onder het BTW-registratienummer BE …, als uitbaatster van een drankgelegenheid als éénmanszaak,
bij inbreuk op artikel 53, eerste lid, 3°, op artikel 53octies, § 1, 3de lid W.BTW 1993 en op artikel 18, § 1 en § 2 van het KB nr. 1 D° 29 DEC 92, te hebben nagelaten om uiterlijk de twintigste dag van de maand na ieder kalenderkwartaal, aangifte te doen van het bedrag der in dit Wetboek bedoelde handelingen die zij heeft verricht of die aan haar werden verstrekt, gedurende het vorige kwartaal in het kader van haar economische activiteit, van het bedrag van de opeisbare belasting, van de te verrichten aftrek en van de te verrichten herzieningen, en van de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om te voldoen aan de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te verzekeren, namelijk te hebben nagelaten om tijdig de BTW-kwartaalaangiften in te dienen met betrekking tot de kwartalen met ingang van het eerste kwartaal 1993 tot en met het derde kwartaal 1994,
te 8800 ROESELARE, in de periode van 21 APR 93 tot en met 21 OKT 94.
(vgl. o.a. stukken 3 en 22)
B. Om als BTW-belastingplichtige geregistreerd onder het BTW-registratienummer BE …, als uitbaatster van een drankgelegenheid als éénmanszaak,
bij inbreuk op artikel 53. eerste lid, 3°, op artikel 53octies § 1, 3de lid W.BTW 1993 en op artikel 18, § 1 en § 2 van het KB nr. 1 D° 29 DEC 92, te hebben nagelaten om uiterlijk de twintigste dag van de maand na ieder kalenderkwartaal, aangifte te doen van het bedrag der in dit Wetboek bedoelde handelingen die zij heeft verricht of die aan haar werden verstrekt, gedurende het vorige kwartaal in het kader van haar economische activiteit, van het bedrag van de opeisbare belasting, van de te verrichten aftrek en van de te verrichten herzieningen, en van de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om te voldoen aan de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te verzekeren, namelijk te hebben nagelaten om vijf BTW-kwartaalaangiften in te dienen met betrekking tot de kwartalen met ingang van 1 OKT 94 tot en met 31 DEC 95,
te 8800 ROESELARE, in de periode van 21 JAN 95 tot en met 21 JAN 96.
(vgl. o.a. stukken 3 en 22)
C. Om als BTW-belastingplichtige geregistreerd onder het BTW-registratienummer BE …, als uitbaatster van een drankgelegenheid als éénmanszaak
bij inbreuk op artikel 53, eerste lid, 4° W.BTW 1993 en op de artikelen 1 tot en met 8 van het KB nr. 24 D° 29 DEC 92, om te hebben nagelaten de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de onder de tenlastelegging (A) hiervoor voorgeschreven termijn van indiening van de bij artikel 53, eerste lid, 3°, bij artikel 53octies, § 1, 3de lid W.BTW 1993 en bij artikel 18, § 1 en § 2 van het KB nr. 1 D° 29 DEC 92 voorgeschreven aangifte, uiterlijk de twintigste dag van de maand na ieder kalenderkwartaal, en dit voor een totaal bedrag van … F (… F BTW + … F boetes + … F intresten als begroot per 20 JUL 99 + … F kosten), met betrekking tot de periode vanaf 1 SEP 94 tot en met 31 DEC 95,
te 8800 ROESELARE, in de periode van 21 OKT 94 tot en met 21 JAN 96.
(vgl. o.a. stukken 3 en 22)
D. om als zaakvoerder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "C. D. B.", …, …, HR …, BTW-belastingplichtige geregistreerd onder het BTW-registratienummer BE …, in staat van faillissement verklaard bij vonnis D° 27 JUL 99.
bij inbreuk op artikel 53. eerste lid. 3°, op artikel 53octies, § 1, 3de lid W.BTW 1993 en op artikel 18, § 1 en § 2 van het KB nr. 1 D° 29 DEC 92, te hebben nagelaten uiterlijk de twintigste dag van de maand na ieder kalenderkwartaal, aangifte te doen van het bedrag der in dit Wetboek bedoelde handelingen die zij heeft verricht of die aan haar werden verstrekt, gedurende het vorige kwartaal in het kader van haar economische activiteit, van het bedrag van de opeisbare belasting, van de te verrichten aftrek en van de te verrichten herzieningen, en van de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om te voldoen aan de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te verzekeren, namelijk te hebben nagelaten om tijdig de BTW-kwartaalaangiften in te dienen met betrekking tot het tweede kwartaal 1996 tot en met het vierde kwartaal 1996,
te 8300 ROESELARE, in de periode van 21 JUL 96 tot en met 21 JAN 97.
(vgl. o.a. stukken 6 en 23)
E. om als zaakvoerder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "C. D. B.", …, …, HR …, BTW-belastingplichtige geregistreerd onder het BTW-registratienummer BE …, in staat van faillissement verklaard bij vonnis D° 27 JUL 99.
bij inbreuk op artikel 53, eerste lid, 3°, op artikel 53octies, § 1, 3de lid W.BTW.1993 en op artikel 18, § 1 en § 2 van het KB nr. 1 D° 29 DEC 92, te hebben nagelaten uiterlijk de twintigste dag van de maand na ieder kalenderkwartaal, aangifte te doen van het bedrag der in dit Wetboek bedoelde handelingen die zij heeft verricht of die aan haar werden verstrekt, gedurende het vorige kwartaal in het kader van haar economische activiteit, van het bedrag van de opeisbare belasting, van de te verrichten aftrek en van de te verrichten herzieningen, en van de gegevens die de Koning noodzakelijk acht om te voldoen aan de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering inzake statistieken en om de controle op de toepassing van de belasting te verzekeren, namelijk te hebben nagelaten om negen BTW-kwartaalaangiften in te dienen met betrekking tot de kwartalen met ingang van 1 JAN 97 tot en met 30 APR 99.
te 8800 ROESELARE, in de periode van 21 APR 97 tot en met 21 JUL 99.
(vgl. o.a. stukken 6 en 23)
F. om als zaakvoerder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "C. D. B.", …, …, HR …, BTW-belastingplichtige geregistreerd onder het BTW-registratienummer BE …, in staat van faillissement verklaard bij vonnis D° 27 JUL 99.
bij inbreuk op artikel 53, eerste lid, 4° W.BTW 1993 en op de artikelen 1 tot en met 8 van het KB nr. 24 D° 29 DEC 92, te hebben nagelaten de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de onder de tenlastelegging (C) hiervoor voorgeschreven termijn van indiening van de bij artikel 53, eerste lid. 3°, bij artikel 53octies § 1, 3de lid W.BTW 1993 en van artikel 18, § 1 en § 2 van het KB nr. 1 D° 29 DEC 92 voorgeschreven aangifte, en dit voor een totaal bedrag van … F (… F BTW+ … F boete+ … F intresten als begroot per 20 JUL 99 + … F kosten) uiterlijk de twintigste dag van de maand na ieder kalenderkwartaal, met betrekking tot de kwartalen met ingang van 1 JAN 97 tot en met 30 APR 99,
te 8800 ROESELARE, in de periode van 21 APR 97 tot en met 21 JUL 99.
(vgl. o.a. stukken 6 en 23)
Gehoord de uiteenzetting van de zaak door A. V., substituut-procureur des Konings, gespecialiseerd in fiscale zaken.
Gehoord het Openbaar Ministerie dat de zaak samenvat en conclusie neemt strekkende tot de veroordeling van de beklaagde bij toepassing van de strafwet.
En na beraadslaagd te hebben,
DE RECHTBANK,
Gezien de artikelen zoals vermeld bij bovengenoemde tenlasteleggingen, alsook de artikelen
- 29 Wet 01.08.1985 gewijz. bij art. 3 Programmawet 24.12.1993
- 1 Programmawet 24.12.1993
- 1 KB 23.12.1993
- 182, 184, 186, 189, 190, 194 Wetboek van Strafvordering
- 2 en volgende Wet 15.06.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
- 25, 65 Sw.
- 1, 8, §1 W. 29.06.1964 gew. dr. art. 4 W. 10.02.1994 KB 06.10.1994 en art. 9 W. 22.03.1999
Aangezien beklaagde, alhoewel behoorlijk gedagvaard, ter terechtzitting niet verschijnt.
De tenlastelegging onder A, B, C, D, E en F zijn bewezen in hoofde van beklaagde.
De tenlasteleggingen onder A, B en C betreffen de uitbating van een drankgelegenheid door beklaagde in haar persoonlijke naam. Beklaagde heeft deze drankgelegenheid uitgebaat in de periode tussen 1 maart 1984 tot en met 31 december 1995 (geregistreerd onder het BTW-registratienummer BE …).
Uit de aangifte lastens beklaagde en uitgaande van de 1ste BTW-controle te Roeselare (opgesteld door A. C. d.d. 16.07.1999) blijkt dat zeven aangiften laattijdig zijn gebeurd (periode 21 april 1993 tot en met 21 oktober 1994-tenlastelegging A) en vijf aangiften (periode 21 januari 1995 tot en met 21 januari 1996-tenlastelegging B) niet zijn ingediend. (artikel 53, eerste lid, 3 W.BTW).
Voor de periode 1 september 1994 tot 31 december 1995 werd een totaal bedrag van … F, met inbegrip van boeten, intresten en kosten door beklaagde niet betaald (artikel 53, eerste lid, 4 W.BTW).
Deze tenlasteleggingen worden n.a.v. een verhoor van beklaagde op 1 december 1999 toegegeven door beklaagde (blz. 22 strafdossier).
De tenlasteleggingen onder D, E en F betreffen de uitbating van een drankgelegenheid door beklaagde als zaakvoerder van de BVBA "C. D. B.". De BVBA "C. D. B." heeft haar activiteit van drankgelegenheid gestart op 09 april 1996 (geregistreerd onder het BTW-registratienummer BE …). Uit de aangifte lastens beklaagde en uitgaande van de 1ste BTW-controle te Roeselare (opgesteld door A. C. d.d. 16.07.1999) blijkt dat drie aangiften laattijdig zijn gebeurd (periode 21 juli 1996 tot en met 21 januari 1997 - tenlastelegging D) en negen aangiften (periode 21 april 1997 tot en met 21 juli 1999 - tenlastelegging E) niet zijn ingediend (artikel 53, eerste lid, 3 W.BTW).
Voor de periode 1 januari 1994 tot 30 april 1999 werd een totaal bedrag van … F, met inbegrip van boeten, intresten en kosten door beklaagde niet betaald (artikel 53, eerste lid, 4 W.BTW).
Deze tenlasteleggingen worden n.a.v. een verhoor van beklaagde op 1 december 1999 toegegeven door beklaagde (blz. 23 strafdossier).
De rechtbank is van oordeel dat de misdrijven onder de tenlasteleggingen A, B, C, D, E en F de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet, zodat de verjaring slechts begint te lopen vanaf het laatste strafbaar feit. De verjaring werd dan ook in geen geval bereikt.
Er is eenheid van strafbare gedraging voorhanden tussen de bewezen feiten, zodat overeenkomstig art. 65 Sw. slechts één straf dient opgelegd te worden.
Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met :
- het, met uitzondering van één kwartaal, zonder onderbreking gedurende een periode van meer dan zes jaar systematisch in gebreke blijven waarbij het totaal bedrag aan verschuldigde BTW, boeten, intresten en kosten meer dan … F. bedraagt;
- het feit dat de verschuldigde BTW zelf door beklaagde persoonlijk of in haar hoedanigheid van zaakvoerder voor de vennootschap ontvangen werd;
- het feit dat uit de aangifte blijkt dat beklaagde op dat ogenblik opnieuw een café uitbaat voor rekening van een nieuw opgerichte vennootschap, nl. de coöperatieve vennootschap "D. B." zodat zij nog steeds verdergaat met het verrichten van belastbare handelingen zonder aangifte daarvan te doen en de verschuldigde belasting te betalen.
Anderzijds houdt de rechtbank rekening met :
- het blanco strafregister van beklaagde.
Beschikkend gedeelte
Om deze redenen,
De Rechtbank,
wijzende bij verstek,
Veroordeelt … voor de gezamenlijke misdrijven A, B, C, D, E en F tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden, met uitstel zoals hierna bepaald.
Aangezien de straf niet meer dan vijf jaar gevangenis bedraagt, betrokkene nog geen veroordeling heeft ondergaan tot een criminele straf of tot een correctionele hoofdgevangenisstraf van meer dan twaalf maanden, de opgelegde straf een voldoende waarschuwing zal uitmaken om het plegen van andere of analoge misdrijven te voorkomen, gelast dat de tenuitvoerlegging van bovenstaande hoofdgevangenisstraf zal uitgesteld worden voor de duur van drie jaar, behalve drie maanden, die effectief zijn, mits betrokkene gedurende de proeftijd geen veroordeling tot een criminele straf of tot een hoofdgevangenisstraf van méér dan zes maanden zonder uitstel oploopt.
Verwijst de veroordeelde tot de gerechtskosten begroot op … frank.
Verplicht de veroordeelde overeenkomstig artikel 29 van de Wet van 01.08.1985 houdende fiscale en andere bepalingen, gewijzigd door artikel 3 van de Programmawet d.d. 24.12.1993 eenmaal een bijdrage van … frank te verhogen met 1990 deciemen, hetzij … frank te betalen bij wijze van bijdrage tot de financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.
Betaling ontdoken belasting
Veroordeelt …, conform artikel 73sexies, 1e lid W.BTW, tot betaling van de ontdoken belasting.
Aldus gevonnist en uitgesproken te Kortrijk, in het gerechtsgebouw, in de openbare terechtzitting van de achtste Kamer op heden achttien december tweeduizend.
Aanwezig :
J. U., rechter, dienstdoende Voorzitter
C. R. en G. V., rechters
N. O., substituut-procureur des konings
L. V., griffier
L. V. J. L. C. R. G. V.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.