Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 18.02.2005
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, twaalfde kamer
zitting : 18 februari 2005
eindvonnis
Rol nr. : 95/ 58986/A
V.O.F. M., met maatschappelijke zetel te …, Sectie …, …, H.R. Leuven nr. …, ondernemingsnummer …;
eiseres,
ter zitting vertegenwoordigd door meester V. B. loco meester T. R., advocaat te …, …;
tegen :
De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, voor wie optreedt de e.a. Inspecteur van het BTWOntvangkantoor te Leuven, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3001 Leuven, Philipssite 3 A bus 2;
verweerster,
ter zitting vertegenwoordigd door meester C. M. loco meester d. N., advocaat te …, …;
De rechtbank doet uitspraak in deze zaak die op de zitt: ng vail 21 janwiri 2005 v.erd behandeld en op tegenspraak in beraad werd genomen.
De rechtbank heeft toepassing gemaakt van de artikelen 2-9-34-3(,-37-40 en 41 van de wet van 15 juni 193 5 op het taalgebruik in gerechtszaken..
De rechtbank nam kennis van:
- de gedinginleidende dagvaarding op 21 april 1995 betekend door A. D., gerechtsdeurwaarder te Leuven;
- de tussenvonnissen d.d. 13 oktober 2010, 17 april 2002 en 19 november 2004;
- de besluiten van partijen en de door hen neergelegde stukken.
De advocaten van partijen hebben de zaak gepleit op de openbare zitting van 21 januari 2005.
1. Eiseres voert aan dat zij ten onrechte BTW heeft aangerekend op door haar verrichte handelingen en vordert deze BTW terug.
In haar laatste besluiten vordert eiseres terugbetaling van … euro, verhoogd met de verwijlintresten aan de wettelijke intrestvoet op … euro vanaf 5 juni 1991 en op … euro vanaf 21 april 1995.
2. Verweerster is bereid over te gaan tot het terugbetalen van … euro vermeerderd met de verwijlintresten vanaf 15 april 2003.
3. De vordering van eiseres, zoals in de loop van het geding gewijzigd en uitgebreid, is ontvankelijk.
4. Er bestaat geen betwisting meer over het bedrag van de onverschuldigd betaalde BTW, namelijk … euro.
In het tussenvonnis van 19 november 2004 heeft de rechtbank reeds beslist dat "thans voldaan is aan de voorwaarden van artikel 4 van het K.B. nr. 4 zodat eiseres recht heeft op terugbetaling van de ten onrechte aangerekende en doorbetaalde BTW”.
5. Krachtens artikel 91, § 4 BTW-Wetboek zijn moratoire interesten over in te vorderen of terug te geven sommen die niet in de §§ 1, 2 en 3 zijn bedoeld, verschuldigd tegen de rentevoet in burgerlijke zaken en met inachtneming van de ter zake geldende regelen.
Verwijlintresten zijn verschuldigd krachtens artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek.
Inzake verbintenissen die alleen betrekking hebben op het betalen van een bepaalde geldsom, bestaat de schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering nooit in iets anders dan in de wettelijke intrest. Zij is verschuldigd te rekenen van de dag der aanmaning tot betaling (Art. 1153 B.W.).
De schuldenaar is slechts verplicht tot betaling van een schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering, en dus tot betaling van verwijlintresten, indien de vertraging in de uitvoering van de betaling te wijten is aan zijn fout (Cass., 17 oktober 2002, www.cass.be ).
6. In het tussenvonnis van 12 april 2002 besliste de rechtbank dat om terugbetaling van de ten onrechte betaalde BTW te kunnen bekomen eiseres de voorwaarden van artikel 4 van het Koninklijk Besluit nr. 4 diende na te leven.
Zolang eiseres de voorwaarden van artikel 4 van het Koninklijk Besluit nr. 4 niet naleefde was verweerster niet verplicht tot terugbetaling over te gaan en kon het feit dat verweerster niet tot terugbetaling overging niet beschouwd worden als een fout van verweerster.
7. Eiseres heeft de voorwaarden van artikel 4 van het Koninklijk Besluit nr. 4 slechts nageleefd op 15 april 2003. Vanaf dat ogenblik diende verweerster tot terugbetaling over te gaan. Pas vanaf dat ogenblik kan de vertraging in de uitvoering van deze verplichting als een fout in hoofde van verweerster beschouwd worden en zijn verwijlintresten verschuldigd.
8. Uit het bovenstaande blijkt tevens dat verweerster niet de oorzaak is van het feit dat een gerechtelijke procedure diende te worden ingesteld. Het is in eerste instantie te wijten aan de houding van eiseres zelf dat verweerster niet tot terugbetaling kon overgaan.
Iedere partij dient zijn eigen gerechtskosten te dragen.
Beschikkend gedeelte
DE RECHTBANK BESLIST HET VOLGENDE
De rechtbank doet uitspraak op tegenspraak en in eerste aanleg.
De vordering zoals in de loop van het geding gewijzigd en in de laatste besluiten geformuleerd is ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond.
De rechtbank veroordeelt verweerster om te betalen … EURO (… euro), te vermeerderen met de (gerechtelijke) verwijlintresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 15 april 2003 tot op datum van betaling.
Laat de kosten ten laste van de partij die ze heeft gemaakt. Deze kosten dienen niet begroot te worden omdat iedere partij zijn kosten dient te dragen.
Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de twaalfde kamer der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag 18 februari 2005, waar zetelden :
- de heer L. W., rechter;
- mevrouw G. D., e.a. adjunct-griffier.
G. D. L. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.