Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Dendermonde d.d. 27.01.2000
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
Zitting van 27.01.2000 – 9e Kamer – B.Z.
A.R. 91/61188/A – in de zaak van :
G. E., brood-banketbakker, wonende te …, …, voorheen en thans …, ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …,
aanlegger, verschijnende door Mr. S. locu Mr. C. H., advocaat te …, …;
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het BTW Ontvangkantoor te Wetteren Gentsesteenweg 93 te 9230 Wetteren, welke woonstkeuze doet op het kantoor van gerechtsdeurwaarder Jules Van Damme met kantoor te 9240 Zele, Dr. A. Rubbensstraat 64W1,
verweerder, verschijnende door Mr. L. G. loco Mr. J.-P. W., advocaat te …, …;
werden op de openbare terechtzitting van 17 juni 1999 partijen gehoord in hun middelen en conclusies, de debatten gesloten en werd de zaak in beraad genomen.
De overgelegde stavingsstukken en het gerechtsdossier werden ingezien, inzonderheid het verzet tegen uitvoerend beslag op roerend goed met dagvaarding tegen een bepaalde datum betekend door het ambt van B. R., gerechtsdeurwaarder met standplaats te …, … op 29 augustus 1991.
Gelet op de beschikking van de beslagrechter d.d. 2 juni 1992 waarbij deze op grond van art 88 § 2 Ger.W. het geding verwijst naar de voorzitter van de rechtbank.
Gelet op de beschikking van de heer Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde d.d. 24 juni 1992 waarbij huidig geding naar de 1e kamer van deze rechtbank werd verwezen en de beslissing d.d. 27.5.1999 van de heer voorzitter van deze rechtbank waarbij huidig geschil aan de 9e kamer werd toevertrouwd.
De rechtbank verleent volgend vonnis :
1. Retroacta en aard van de vordering
Overwegende dat eiser wegens de uitoefening van de beroepswerkzaamheid van bakker - banketbakker op grond van art 4. van het BTW-wetboek de hoedanigheid heeft van BTW-belastingsplichtige met als registratienummer … en hij dan ook onderworpen is aan de wetgeving inzake de BTW en aan de ter uitvoering van deze wetgeving genomen uitvoeringsbesluiten en meer in het bijzonder aan de bijzondere regeling van art. 56, § 1 van het BTW-wetboek.
Op 23 november 1990 werd door de heer hoofdcontroleur D. M., verbonden aan de administratie van de BTW en ter beschikking gesteld van de administratie van de bijzondere belastinginspectie, 5e inspectie te Gent, een proces-verbaal opgesteld lastens huidig eiser en waarbij werd vastgesteld dat eiser de BTW-aangiften, en de bijhorende bladen van het forfaitaire stelsel van bakkers, brood- en banketbakkers, voorzien in art 16 van het K.B. nr. 1 van 23 juli 1969 ter uitvoering van art 50, § 1, 3e van het BTW-wetboek en wat betreft de berekeningsbladen, door art. 13, 1e van het K.B. nr. 2 van 7 november 1969, ter uitvoering van art 56, § 1 van het BTW-wetboek niet op een juiste wijze heeft ingevuld m.a.w. partijen bloem welke hem zonder factuur werden geleverd door de N.V M. A. niet te hebben opgenomen in zijn BTW-aangiften. Dat als dusdanig eiser aan verweerder nog verschuldigd is een bedrag van … frank aan BTW, meer de wettelijk geldboete (… x 2 = … frank) in toepassing van art. 70, § 1 van het BTW-wetboek, meer de intresten overeenkomstig art. 91, § 1 van het Btw-wetboek op een bedrag van … fr.
Overwegende dat gelet op de weigering van eiser om het voormelde te betalen door de BTW-ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Wetteren op 20 februari 1991 een dwangbevel werd uitgevaardigd, welke door de gewestelijk directeur a.i. op 25 februari 1991 geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard.
Overwegende dat voormeld dwangbevel op 8 april 1991 bij exploot van gerechtsdeurwaarder J. V. D. met standplaats te … aan eiser werd betekend met een bevel tot betaling van een bedrag van … frank BTW meer … frank geldboete en de wettelijke intresten. Bij gebreke aan betaling werd op 6 augustus 1991 uitvoerend beslag op roerende goederen gelegd bij exploot van gerechtsdeurwaarder J. V. D., voormeld.
Huidige procedure strekt ertoe bij een bij voorraad uitvoerbaar vonnis, niettegenstaande alle verhaal en zonder mogelijkheid tot borgstelling noch kantonnement
- voormeld uitvoerend beslag op roerend goed te horen opheffen;
- verweerder te horen veroordelen om binnen de 24 uren na de uitspraak van het te wijzen vonnis vrijwillige opheffing te verlenen;
- verweerder te horen zeggen voor recht dat bij gebreke aan vrijwillige opheffing binnen de gestelde termijn, het vonnis als opheffing zal gelden;
- de kwestieuze heffing betekend bij dwangbevel d.d. 20 februari 1991 te vernietigen;
- verweerder te horen veroordelen tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding voorzien bij art. 1022 Ger.W.
2. Beoordeling
Overwegende dat krachtens artikel 59, § 1, tweede lid, van het BTWWetboek de processen-verbaal bewijs opleveren zolang het tegendeel niet is bewezen. Die bewijskracht strekt zich uit tot alle handelingen die de verbalisanten verklaren gesteld te hebben en alle feiten waarvan zij verklaren getuige te zijn geweest, inzonderheid, hetgeen ze ontdekt hebben in de hun overgelegde stukken, tot de verklaringen die zij afgelegd of ingewonnen hebben en, meer algemeen, tot al wat zij gezien, gehoord of anders waargenomen hebben voor zoveel de vaststellingen binnen het kader van hun opdracht blijven. Maar de bewijskracht van het proces-verbaal geldt niet voor de gevolgtrekkingen die de verbalisanten uit hun vaststellingen afleiden : deze gevolgtrekkingen blijven aan de controle der rechtbanken onderworpen zoals alle andere vermoedens.
Overwegende dat de feiten en gegevens vermeld in het proces-verbaal d.d. 23 november 1990 van de heer D. M., voornoemd, geput zijn uit het strafdossier van de heer procureur de Konings te Dendermonde lastens C. A. e.a. met toelating van de heer procureur-generaal te Gent d.d. 3 maart 1989.
In het kader van dit gerechtelijk onderzoek werden bij proces verbaal d.d. 15 september 1988 met nr. 9010, schrijfboeken in beslag genomen, welke ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde werden neergelegd. Deze schrijfboeken werden omschreven als kasboeken van de zwarte boekhouding van de N.V. M. A. en hebben betrekking op de periode van 20 februari 1984 tot 8 september 1988.
Deze kasboeken werden nauwkeurig en zeer gedetailleerd bijgehouden zowel wat betreft de ontvangsten als wat de uitgaven betreft, met aanduiding van hun aard, hun hoeveelheden, de kwaliteit van de koopwaar, de leveringsdatum en de data en wijze van betaling. De naam van eiser komt duidelijk en regelmatig voor in deze kasboeken. In voormeld proces-verbaal dd. 23 november 1990 werd een lijst opgenomen van alle leveringen van bloem aan eiser waarvoor geen factuur werd opgesteld (blz. 4 t/m 7 van het proces-verbaal).
Het principe van de verkoop en levering van bloem zonder factuur werden bevestigd door de zaakvoerder van de N.V M. A., Mevr. V. en de heer V. H. J. die de kasboeken bijhield.
Overwegende dat wat betreft deze feiten en vaststellingen eiser op geen enkele wijze enig tegenbewijs of begin van tegenbewijs voor legt van deze feiten en vaststellingen. Dat eiser trouwens de feiten niet betwist en zich beperkt tot te stellen dat het kwestieuze voormelde proces-verbaal niet bewijskrachtig zou zijn ten aanzien van eiser.
Overwegende dat het proces-verbaal d.d. 23 november 1990 dan ook het bewijs levert van de daarin opgenomen feiten en vaststellingen ook ten aanzien van eiser.
Overwegende dat de in voornoemd proces-verbaal opgenomen vaststellingen en feiten in hun geheel genomen voldoende concordant zijn met elkaar om het wettelijk vermoeden te doen ontstaan dat de N.V M. A. aan eiser de in het proces-verbaal vermelde hoeveelheden bloem in het zwart heeft geleverd.
Overwegende dat in gegeven omstandigheden het verzet en de vorderingen van eiser ongegrond zijn.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
recht doende op tegenspraak in eerste aanleg;
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken;
Alle andersluidende en/of tegenstrijdige middelen en besluiten van de hand wijzend als niet terzake en/of overbodig;
Verklaart de vordering ontvankelijk doch wijst ze af als ongegrond.
Veroordeelt eiser in de kosten van het geding.
Begroot deze kosten aan de zijde van verweerder tot heden op de som van … frank, ongerekend de rechten van registratie op minuut, de kosten van uitgifte van onderhavig vonnis en van verdere uitvoering.
Staat de voorlopige tenuitvoerlegging van onderhavig vonnis toe, ondanks elk rechtsmiddel en zonder borg, uitgezonderd wat de kosten betreft.
Aldus gewezen en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van ZEVENENTWINTIG JANUARI TWEEDUIZEND van de negende kamer zitting houdende in burgerlijke aanleg, zetelend te Dendermonde;
Aanwezig :
S. D., ondervoorzitter, voorzitter van de negende kamer;
A. L., ea. adjunct-griffier.
A.L. S. D.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.