Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van beroep Antwerpen 10 februari 2009

Zoeken

Vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkistBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-geding-rechten-voorrechten-schatkist-hof-van-beroep-antwerpen-2009-02-10-0161

Rechtscollege
Hof van beroep
Zetel
Antwerpen
Datum
10 februari 2009

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

79 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 10.02.2009

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER

Recht doende in burgerlijke zaken,

heeft het volgende arrest uitgesproken :

Inzake : 2008/ AR/280

De besloten vennootschap onder de vorm van een B.V.B.A. D., met maatschappelijke zetel te …, …, …, ingeschreven in het KBO N° …;

appellante,

tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 12 november 2007;

vertegenwoordigd door Meester G. P., advocaat te …, …;

tegen :

de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën voorheen Ministerie van Financiën, in de persoon van de heer Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, in de persoon van de Rekenplichtige, Eerstaanwezend inspecteur van het eerste B.T.W.-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Meester D. V. loco Meester R. L., advocaat te …, …;


Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 12 november 2007, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 1februari 2008, waarbij hoger beroep wordt ingesteld.

1. Voorafgaande feiten en procedure

1.1.

Appellante, de B.V.B.A. D., is gevestigd te …, … en werd als BTW-belastingplichtige ingeschreven op 1 oktober 1996 onder het nummer BE … voor het uitbaten van een kleinhandel in vlees en vleeswaren.

1.2.

Naar aanleiding van een fiscale controle op de toepassing van de BTW-wetgeving en reglementering, uitgevoerd op 19 juli 2005, en betrekking hebbend op de commerciële activiteiten van appellante tussen 1 juli 2002 en 30 juni 2004, werden diverse overtredingen vastgesteld welke opgenomen werden in een proces-verbaal (stuk 4 A.D.).

Deze controle had op uitdrukkelijk verzoek van de heer D. R., gevolmachtigd accountant van de B.V.B.A. D., plaats op het kantoor van het Accountantskantoor D. R. B. en Co, … te ….

1.3.

Na voormelde BTW-controle van 19 juli 2005 werd aan appellante een correctie-opgave gestuurd m.b.t. de periode van 1 juli 2002 tot 30 juni 2004.

De BTW-administratie betwistte de bewijskracht van de boekhouding voor voornoemde periode, en verwierp derhalve de boekhouding.

Aan de hand van forfaitaire grondslagen werd, zowel voor de inkomstenbelastingen als voor de BTW, een omzetberekening gemaakt.

Hierbij werd uitgegaan van bepaalde winstmarges uit de forfaitaire BTW-regeling voor slagers en spekslagers van de jaren 2002, 2003 en 2004, hetgeen leidde tot een naheffing voor de periode van 1 juli 2002 tot 30juni 2004.

1.4.

Op 7 december 2005 werd een proces-verbaal opgesteld, dat bij dwangbevel werd betekend aan appellante op 15 december 2005.

1.5.

Bij gedinginleidend verzoekschrift van 13 september 2005 leidde appellante de procedure in voor de eerste rechter.

De oorspronkelijke vordering van appellante voor de eerste rechter strekte ertoe :

- het dwangbevel van 7 december 2005 nietig te horen verklaren;

- derhalve de Belgische Staat te horen veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald, ingehouden of toegerekend op sommen vermeld in het dwangbevel, alsmede kwijtschelding van de opgelegde administratieve boetes (… EUR);

- derhalve de Belgische Staat te horen veroordelen in de kosten van het geding, inclusief de rechtsplegingsvergoeding.

1.6.

De eerste rechter verklaarde de vordering van appellante toelaatbaar, maar ongegrond en veroordeelde appellante tot de kosten van het geding.

1.7.

De vordering in graad van beroep van appellante, zoals laatst geformuleerd in besluiten, luidt meer bepaald als volgt :

"Het hoger beroep ontvankelijk en gegrond horen verklaren,

Derhalve het verzet tegen het dwangbevel RCIV … van 7 december 2005, uitvoerbaar verklaard op 7 december 2005, en bij deurwaardersexploot betekend op 15 december 2005 ontvankelijk en gegrond te verklaren.

Bijgevolg de in het dwangbevel RCIV … van 7 december 2005 opgenomen bijkomende heffing te vernietigen en opnieuw recht doende het verzet van concluante volledig gegrond te verklaren.

Bijgevolg het dwangbevel van 7 december 2005, uitvoerbaar verklaard op 7 december 2005 onwettig en van generlei waarde te verklaren.

Bijgevolg de vordering ten bedrage van … €, en de administratieve boete ad … € te annuleren, alsmede de nalatigheidsinteresten, minstens de passende ontlastingen toe te staan en de Belgische Staat te veroordelen om aan concluante terug te betalen alle uit hoofde ten onrechte betaalde en/of ingehouden sommen, zoals vermeld in het dwangbevel, te verhogen met de moratoire interesten overeenkomstig artikel 91 van het BTW-Wetboek.

De Belgische Staat te veroordelen tot de kosten, langs zijde van concluante begroot op de RPV, ad … €, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.

In ondergeschikte orde

Voormeld dwangbevel te vernietigen in de mate dat er een administratieve geldboete wordt nagevorderd, zowel wat betreft de proportionele boete als de niet proportionele boete.

In nog meer ondergeschikte orde

Alvorens recht te spreken een deskundige aan te stellen met als opdracht :

In toepassing van artikel 962 van het Gerechtelijk Wetboek, een gerechtsdeskundige te zien en te horen aanstellen met als opdracht :

Na partijen te hebben opgeroepen en gehoord en na kennisneming van alle contracten, stukken en bescheiden door concluante voor te leggen en te overhandigen, en na alle nuttige inlichtingen te hebben ingewonnen waar hem zulks aangewezen en noodzakelijk voorkomt en van aard om zijn opdracht naar behoren te vervullen teneinde de kunnen beoordelen of de boekhouding voldoende bewijskrachtig is in fiscaal opzicht.

Te antwoorden op alle nuttige vragen van partijen.

Zijn opdracht uit te voeren overeenkomstig artikel 962 e.v. Ger. W.

Dit alles in een beredeneerd en onder ede bevestigd verslag neer te leggen ter griffie binnen een door de Rechtbank te bepalen termijn."

1.8.

De Belgische Staat vordert dat de vordering in graad van beroep van appellante niet ontvankelijk zou worden verklaard, minstens ongegrond, met veroordeling van appellante tot de kosten van het geding.

2. Bespreking

Bij aangetekend schrijven van,6 februari 2008 heeft geïntimeerde aan appellante verzocht om binnen de twee maanden een waarborg te storten overeenkomstig artikel 92 BTW-Wb. (stuk 5 geïntimeerde ).

Appellante heeft nagelaten om binnen de twee maanden na voormelde kennisgeving een waarborg te storten en om binnen dezelfde termijn een verzoekschrift in te dienen teneinde het hoger vermelde verzoek desgevallend ongegrond te horen verklaren.

Het hoger beroep is dan ook niet ontvankelijk.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

HET HOF, recht doende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935. Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.

Veroordeelt appellante tot betaling aan de Belgische Staat van de rechtsplegingsvergoeding in graad van beroep ten bedrage van … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN van TIEN FEBRUARI TWEEDUIZENDENNEGEN,

waar aanwezIg waren :

D. W., Raadsheer wd. Voorzitter;

M. V. d. B. en

R. L., Raadsheren ;

A. V. L., Griffier.

A.V. L. R. L.

M. V. D. B. D. W.

Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit arrest ten uitvoer zullen leggen;

Dat onze procureurs-generaal en onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevel- hebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;

Ten blijke waarvan dit arrest is ondertekend en gezegeld met het zegel van het Hof.

Voor gelijkvormige expeditie afgeleverd aan Meester R. L., advocaat, die optreedt voor de geïntimeerde.

Antwerpen, 4 mei 2009

V. V.

Griffier-Hoofd van dienst

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 911 voorkomen

Vergelijkbare beslissingen

8