Verhuur van voertuigen in gesloten kring · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie 9 januari 1998

Zoeken

Verhuur van voertuigen in gesloten kringVerhuur van voertuigen in gesloten kring,Beperking van de aftrek

https://juriel.be/nl/rechtspraak/verhuur-voertuigen-in-gesloten-kring-cassatie-brussel-1998-01-09-22b1

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Datum
9 januari 1998

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Tekst van de beslissing

ARREST C 98/1

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 09.01.1998

Verhuur van voertuigen in gesloten kring - Beperking van de aftrek

De belastingplichtige die voertuigen verhuurt in een gesloten kringloop zonder werkelijk zelfstandig op te treden oefent geen echte beroepswerkzaamheid uit, bestaande in de verhuur van automobielen, waarop de beperking van de aftrek van de belasting, bepaald in art. 45, § 2, tweede lid, a, BTW-wetboek niet van toepassing is.

HET HOF,

Gelet op het bestreden arrest, op 14 juni 1996 gewezen door het Hof van Beroep te Luik;

Over het middel : schending van de artikelen 2, inzonderheid alinéa 1, 1° (gewijzigd bij de wet van 27 december 1977), 4 en 45, § 1 (gewijzigd bij de wet van 27 december 1977) en § 2 (gewijzigd bij de wet van 22 juni 1972) van het BTW-wetboek (voor de wijziging ervan bij de wet van 28 december 1992),

doordat het arrest, met verwijzing naar de vaststellingen van de eerste rechter en op eigen gronden, vaststelt dat het maatschappelijk doel van eiseres bestaat in de verhuur en de leasing van auto's zonder bestuurder; dat zij acht voertuigen bezit die alle geregeld en uitsluitend aan de NV F.-M. worden verhuurd; dat de meerderheid van de aandelen van die vennootschap, ten tijde van de oprichting, in handen was van J.M., die daarenboven vennoot-zaakvoerder is van eiseres; dat zij geen enkele reclame maakt in de handelsgids van de RTT voor de jaren 1988 tot 1992; dat eiseres in geen enkel onthaal voorziet, de lokalen van haar klant F.-M. gebruikt en geen eigen telefoonnummer heeft; dat zij geen personeel tewerkstelt, daar zij alleen werk krijgt door toedoen van haar zaakvoerder J.M.; dat eiseres zich gerechtigd acht de bij de aankoop van haar voertuigen betaalde BTW en de BTW op de kosten voor onderhoud en herstelling van die voertuigen volledig af te trekken krachtens de uitzondering, die is bepaald bij artikel 45, § 2 (tweede lid), a, van het BTW-wetboek naar luid waarvan de beperking van de aftrek van de betaalde BTW tot 50 pct. niet van toepassing is op voertuigen, die worden verhuurd door een belastingplichtige wiens beroepswerkzaamheid bestaat in de verhuur van automobielen; dat het arrest vervolgens, met bevestiging van het beroepen vonnis, het verzet van eiseres tegen het door verweerder uitgevaardigde dwangbevel niet gegrond verklaart en beslist dat eiseres de belastingen op de aankoop van haar auto's en op de leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen slechts mag aftrekken tot beloop van 50 pct., op grond dat artikel 45, § 2, (tweede lid) a, van het BTW-wetboek, "afwijkt van een beperking, zodat het op beperkende wijze moet worden uitgelegd en enkel kan worden toegepast in gevallen waarin het duidelijk vaststaat dat de voertuigen worden verhuurd door 'echte' verhuurondernemingen die hun diensten aanbieden aan het publiek in het algemeen, wat te dezen niet het geval is; (...) dat de verhuur van voertuigen waarop (eiseres) zich beroept in werkelijkheid geschiedt in een gesloten kringloop, zonder dat zij werkelijk zelfstandig optreedt; dat het, om aanspraak te maken op de wettelijke afwijking, uiteraard niet voldoende is dat zij in haar statuten gewag maakt van een handelsbedrijvigheid en evenmin dat zij enigerlei werkzaamheid uitoefent of, tenslotte, onderworpen is aan de vennootschapsbelasting",

terwijl (1) krachtens artikel 45, § 1, van het BTW-wetboek elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is ter zake van de door hem verrichte leveringen en diensten de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek mag brengen, voor zover hij die goederen en diensten gebruikt voor handelingen onderworpen aan de belasting; de aftrek nochtans krachtens § 2, eerste lid, van dat artikel, ten aanzien van de levering van automobielen die voor personenvervoer dienen, en ten aanzien van levering en diensten met betrekking tot die voertuigen, in geen geval hoger mag zijn dan 50 pct. van de betaalde belasting; § 2, tweede lid, van hetzelfde artikel bepaalt dat die beperking van de aftrek "evenwel niet van toepassing is : a) op voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een beroepswerkzaamheid uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen"; laatstgenoemde bepaling het recht op volledige aftrek van die belastingen alleen onderwerpt aan de voorwaarde dat "de beroepswerkzaamheid" van de belastingplichtige bestaat in de verhuur (of de verkoop) van automobielen; de term "beroepswerkzaamheid" in het BTW-wetboek de betekenis heeft die blijkt uit de artikelen 2 en 4 van dat wetboek; volgens artikel 2, alinéa 1, 1° van het BTW-wetboek "de leveringen van goederen en de diensten die door de belastingplichtigen in de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid worden verricht" aan de belasting onderworpen zijn; artikel 4 van genoemd wetboek de belastingplichtige omschrijft als "ieder wiens werkzaamheid erin bestaat geregeld en zelfstandig ... leveringen van goederen of diensten te verrichten die in dit wetboek zijn omschreven"; de in artikel 4 van het BTW-wetboek gebezigde term "zelfstandige" uitsluitend tot doel heeft, overeenkomstig artikel 4, § 4, eerste lid, van de zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 "betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag", van de belastingheffing uit te sluiten "de loontrekkenden en andere personen, voor zover die met hun werkgever een arbeidsovereenkomst hebben aangegaan of enige andere juridische band hebben waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien van de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden en de verantwoordelijkheid van de werkgever"; (2) uit de vaststellingen van de feitenrechters te dezen blijkt dat eiseres BTW-plichtige was en dat haar enige werkzaamheid bestond in de verhuur van acht auto's aan een andere vennootschap; zulks impliceert dat die werkzaamheid een "beroepswerkzaamheid " was in de zin van artikel 2 van het BTW-wetboek en derhalve tevens in de zin van artikel 45, § 2, tweede lid, a, dat wil zeggen dat ze een "geregelde en zelfstandige activiteit" is in de zin van artikel 4 van hetzelfde wetboek; het arrest, nu het de toepassing van artikel 45, § 2, tweede lid, a, van het BTW-wetboek onderwerpt aan de voorwaarde niet alleen dat de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige "bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen", maar tevens dat de belastingplichtige zijn verhuurdiensten aanbiedt aan het publiek in het algemeen en zich niet ertoe beperkt voertuigen aan te bieden aan één enkele vennootschap die afhangt van een of meer vennoten van eiseres, aan die wetsbepaling voorwaarden toevoegt die ze niet bevat; het arrest door geen enkele vaststelling de beslissing volgens welke het recht van eiseres om de belasting op de aankoop van haar automobielen en op de leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen af te trekken beperkt is tot 50 pct., naar recht verantwoordt

Overwegende dat krachtens artikel 45, § 2, tweede lid, a, van het BTW-wetboek, zoals het te dezen van toepassing is, de beperking van de aftrek tot 50 pet. niet van toepassing is op de persoon die een beroepswerkzaamheid uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen;

Dat die beroepswerkzaamheid moet bestaan in de geregelde en zelfstandige levering van goederen en diensten;

Overwegende dat de appèlrechters hebben vastgesteld dat eiseres zich te dezen niet richtte tot het publiek "maar tot één enkele klant, de naamloze vennootschap F.-M.; dat bovendien vaststaat dat de meerderheid der aandelen van die vennootschap, ten tijde van haar oprichting, in handen was van J.M., die daarenboven aandeelhouder is van de vennootschap (eiseres)"; (...) "dat (eiseres) in geen enkel onthaal voorziet, de lokalen van haar klant, de naamloze vennootschap F.-M., gebruikt en zelfs geen eigen telefoonnummer heeft; dat de vennootschap (eiseres) geen personeel tewerkstelt, daar zij enkel werk krijgt door toedoen van haar zaakvoerder, de heer, J. M., die samen met andere leden van zijn familie, over de helft van het kapitaal van de vennootschap 'klant' beschikt; dat de verhuur van voertuigen waarop (eiseres) zich beroept in werkelijkheid geschiedt in een gesloten kringloop, zonder dat zij werkelijk zelfstandig optreedt";

Overwegende dat de appèlrechters op grond van die feitelijke gegevens hebben kunnen beslissen dat eiseres geen echte beroepswerkzaamheid, bestaande in de verhuur van wagens, uitoefende die haar het recht zou hebben gegeven om de in artikel 45 van het BTWwetboek bedoelde belasting volledig af te trekken;

Dat het middel niet kan worden aangenomen;

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

Verwerpt de voorziening;

Veroordeelt eiseres in de kosten.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 44 voorkomens
WBTW art. 23 voorkomens
WBTW art. 452 voorkomens

Rechtspraak

3

België

3

Hof van beroep te Antwerpen25.04.2006

Omvang van het recht op aftrek;vervoermiddelen

Rechtbank van eerste aanleg te Gent29.04.2008

Recht op aftrek van belasting

Bekijk de 3 documenten

Vergelijkbare beslissingen

8