Aftrek van de belasting, Verhuur van autovoertuigen, Beroepswerkzaamheid · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van Cassatie F.06.0062.F 30 november 2007

Zoeken

Aftrek van de belasting, Verhuur van autovoertuigen, Beroepswerkzaamheid

https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-belasting-verhuur-autovoertuigen-beroepswerkzaamheid-cassatie-brussel-2007-11-30-c7f0

Rechtscollege
Hof van Cassatie
Rolnummer
F.06.0062.F
Datum
30 november 2007

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gemengd

Tekst

58 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 30.11.2007 (F.06.0062.F)

Aftrek van de belasting - Verhuur van autovoertuigen - Beroepswerkzaamheid

Wettelijke bepalingen

Art. 45, tweede lid, a, W.BTW

Samenvatting

Het arrest dat enkel vaststelt dat de door een partij uitgeoefende activiteit, bestaande in de verhuur van voertuigen, niet aan het 'grote publiek aangeboden wordt, maar alleen aan haar klanten die hun voertuigen binnenbrengen voor onderhoud of herstelling', beslist niet wettig dat die partij geen specifieke activiteit, bestaande in de verhuur van wagens, uitoefende op grond waarvan zij de in artikel 45 BTW-wetboek bedoelde belastingen volledig had kunnen aftrekken.

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Arrest van het Hof van Cassatie

dd. 30.11.2007

(F.06.0062.F)

J.M., besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, Mr. P.W., advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, Mr. F.K., advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 5 oktober 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Luik.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert een middel aan:

Geschonden wettelijke bepaling

- artikel 45, §§ 1 en 2, van het BTW-wetboek.

Aangevochten beslissingen

Om recht te doen op het principaal beroep van de Belgische Staat, thans verweerder, het beroepen vonnis te wijzigen, voor recht te zeggen dat het tegen de eiseres uitgevaardigde dwangbevel deugdelijk en rechtsgeldig is, onverkort uitwerking kan krijgen en kan worden ingevorderd, herinnert het bestreden arrest vooreerst eraan dat het geschil tussen de partijen betrekking heeft op "de voorwaarden waaronder BTW-aftrek mogelijk is voor de ondernemingen die een specifieke economische activiteit, bestaande in de verhuur van voertuigen, uitoefenen (artikel 45, §2, van het BTW-wetboek: deze bepaling voert een uitzondering in op het principiële verbod om de voorbelasting volledig af te trekken)" en beslist het in verband met de toepassing van artikel 45, §2, van het BTW-wetboek het volgende:

"aangezien de bedoelde bepaling een volledige aftrek van de belasting mogelijk maakt voor ondernemingen die voertuigen verhuren of verkopen, is ze een uitzonderings-bepaling;

deze bepaling is van toepassing op de ondernemingen die zich richten tot het publiek in het algemeen als ondernemingen die voertuigen verkopen of verhuren, en is bedoeld om de beroepswerkzaamheid niet overmatig te belasten;

zij moet op een beperkende wijze worden uitgelegd daar ze afwijkt van het beginsel van de gedeeltelijke aftrek (zie Rechtb. Turnhout, 24 december 1993, Courrier fiscal 1994, p. 504);

dat is het traditionele standpunt en het vindt steun in de parlementaire voorbereiding van het wetboek (Kamer van volksvertegenwoordigers, B.Z., 1968, Gedr. St., nr. 88, I, p. 43) waaruit blijkt dat het voor de toepassing van de volledige aftrek moet gaan om een specifieke activiteit die voordien als beroepswerkzaamheid was omschreven;

de minister van Financiën heeft zich eveneens in dezelfde zin uitgelaten (Q.P. Fourneaux, nr. 901 van 21 mei 1997, R.T.V.A., nr. 130, p. 1011);

hetzelfde geldt voor het Hof van Cassatie dat onlangs nog dat traditionele standpunt in herinnering heeft gebracht (Cass., 1 februari 1996, in zake E.A.B t/ B.S.: ‘de appelrechter heeft kunnen beslissen dat enkele verhuringen in gesloten kring geen beroepswerkzaamheid opleverden');

op nog nadrukkelijker wijze heeft het Hof van Cassatie zijn rechtspraak in die zin herhaald (Cass., 9 januari 1998, A.C., 1998, nr. 17: de belastingplichtige die voertuigen verhuurt in een gesloten kringloop, zonder dat hij werkelijk zelfstandig optreedt, oefent geen echte beroepswerkzaamheid uit, bestaande in de verhuur van wagens waarop de beperking van de aftrek van de in artikel 45, § 2, tweede lid, a, van het BTW-wetboek bedoelde belasting niet van toepassing is);

de aangevoerde rechtspraak laat geen twijfel bestaan over de oplossing die aan het geschil moet worden gegeven. Het Hof drukt zich als volgt uit in het voorgelegde geval: ‘dat die beroepswerkzaamheid moet bestaan in de geregelde en zelfstandige levering van goederen en diensten; (...) de appelrechters hebben vastgesteld dat de eiseres zich te dezen niet richtte tot het publiek maar tot één enkele klant', en besluit daaruit ten slotte dat de gevraagde aftrek niet voldeed aan de wettelijke vereisten;

het hof (van beroep) kan dus alleen maar tot dezelfde slotsom komen, daar (de eiseres) geen specifieke economische activiteit, bestaande in de verhuur van wagens aan het grote publiek uitoefende, maar die wagens enkel ter verhuring aanbood aan haar klanten die hun voertuigen binnenbrengen voor onderhoud en herstelling".

Grieven

(...)

Tweede onderdeel

In afwijking van het beginsel van de volledige aftrek van de belastingen op de goederen en diensten die aan een belastingplichtige worden geleverd en door hem worden gebruikt voor de belaste verrichtingen, welk beginsel is neergelegd in artikel 45, §2, van het BTW-wetboek, bepaalt §2 van diezelfde bepaling dat ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van autovoertuigen bestemd voor het vervoer van personen en/of goederen over de weg en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen, de aftrek in geen geval hoger mag zijn dan 50 pct. van de betaalde belasting.

Van die beperking wordt op haar beurt afgeweken in de gevallen bedoeld in artikel 45, §2, tweede lid, van hetzelfde wetboek, zodat, volgens littera a) van die bepaling, de aftrek volledig is voor de "voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige wiens specifieke economische activiteit bestaat in de verkoop of de verhuur van autovoertuigen".

Aangezien artikel 45, §2, eerste lid, van het BTW-wetboek een uitzondering invoert op de algemene regel dat de belastingplichtigen de voorbelasting volledig mogen aftrekken, welke algemene regel verantwoord is door het beginsel van de neutraliteit van de BTW, dient het op beperkende wijze te worden uitgelegd, terwijl het tweede lid van dezelfde bepaling een beperking vormt op die uitzondering en derhalve ruim dient te worden uitgelegd.

Het wettelijk vereiste dat de verhuur van autovoertuigen moet bestaan in een specifieke economische activiteit betekent daarom niet dat de betrokken belastingplichtige maar één enkele economische activiteit mag hebben of, om de woorden van verweerder te gebruiken, dat "de uitzondering op de beperking van de aftrek enkel geldt voor de beroepsverhuurders van wagens, dat wil zeggen voor de eigenlijke verhuurondernemingen in de strikte zin".

Een belastingplichtige wiens economische activiteit bestaat in de verkoop en/of de herstelling van voertuigen en die aan zijn klanten ook vervangingsvoertuigen verhuurt, oefent eveneens een specifieke economische activiteit uit die bestaat in de verhuur van voertuigen en die in juridisch opzicht volledig zelfstandig wordt verricht. Wat dat betreft doet het niet terzake dat er voor de economische activiteit, bestaande in de verhuur van voertuigen, geen reclame wordt gemaakt of dat ze zich hoofdzakelijk, ja zelfs uitsluitend, richt tot de klanten van de belastingplichtige.

Te dezen wordt het niet betwist dat de activiteit van de eiseres bestaat in een activiteit als garagist, de verkoop van nieuwe of tweedehandse wagens, werktuigkunde en carrosserie. Het wordt evenmin betwist dat zij binnen het kader van die economische activiteit wagens verhuurt, zoals blijkt uit haar statuten volgens welke haar economische activiteit niet alleen bestaat in de verkoop van voertuigen maar ook in "de verhuur van motorvoertuigen met of zonder bestuurder". Het wordt al evenmin betwist dat die wagenverhuur respectievelijk 753.890 oude Belgische frank voor het jaar 1999 en 905.478 oude Belgische frank voor het jaar 2000 heeft opgebracht, dat respectievelijk 339 en 365 facturen zijn uitgereikt met belastingheffing in 1999 en 2000, dat alle vaststellingen zijn overgenomen in de appelconclusie van de eiseres terwijl diezelfde cijfers overgenomen worden in de appelconclusie van de verweerder en het bestreden arrest zelf vaststelt dat de eiseres voertuigen ter verhuring aanbiedt aan haar klanten die hun voertuigen binnenbrengen voor onderhoud of herstelling.

Daaruit volgt dat het bestreden arrest, dat, om het hoger beroep van de verweerder ontvankelijk te verklaren, het beroepen vonnis te wijzigen, voor recht te zeggen dat het dwangbevel deugdelijk en rechtsgeldig is, onverkort uitwerking kan krijgen en kan worden ingevorderd, beslist dat de eiseres geen specifieke economische activiteit, bestaande in de verhuur van autovoertuigen uitoefende in de zin van artikel 45, § 2, tweede lid, a), van het BTW-wetboek op grond dat de voertuigen niet ter verhuring worden aangeboden aan het grote publiek maar alleen aan haar klanten die hun voertuigen binnenbrengen voor onderhoud en herstelling, zijn beslissing niet naar recht verantwoordt en artikel 45, inzonderheid § 2, tweede lid, a) van het BTW-wetboek schendt, in zoverre de uitoefening van een specifieke economische activiteit, bestaande in de verhuur van voertuigen, niet noodzakelijkerwijs impliceert dat het hier een activiteit betreft waarbij wagens ter verhuring aan het grote publiek worden aangeboden.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Tweede onderdeel

Krachtens artikel 45, tweede lid, a), van het BTW-wetboek, zoals het te dezen van toepassing is, is de beperking tot 50 pct. van de aftrek van de betaalde belasting over de toegevoegde waarde niet van toepassing op de belastingplichtigen die een specifieke economische activiteit uitoefenen, bestaande in de verkoop of de verhuur van autovoertuigen.

Die activiteit moet bestaan in de geregelde en zelfstandige levering van goederen en diensten.

Het arrest stelt vast dat de voertuigen door de eiseres "niet ter verhuring worden aangeboden aan het grote publiek maar enkel aan haar klanten die hun voertuigen binnenbrengen voor onderhoud of herstelling".

Op grond van die vaststellingen alleen beslist het arrest niet wettig dat de eiseres geen specifieke activiteit van verhuur van wagens uitoefende die haar het recht zou hebben gegeven om de in artikel 45 van het BTW-wetboek bedoelde belastingen volledig af te trekken.

Het onderdeel is gegrond.

De overige grieven

Er bestaat geen grond tot onderzoek van het eerste onderdeel dat niet tot ruimere cassatie kan leiden.

Beschikkend gedeelte

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het voor recht zegt dat "het dwangbevel deugdelijk en rechtsgeldig is, onverkort uitwerking kan krijgen en kan worden ingevorderd" en uitspraak doet over de kosten;

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over;

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter …

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter …

Ondertekeningen

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 4510 voorkomens

Rechtspraak

1

België

1

Rechtbank van eerste aanleg te Luik18.12.2008

Regularisatieopgave

Bekijk het document

Vergelijkbare beslissingen

8